Zizek: kapitalisme als probleem
Zizek is een ster aan het huidige filosofisch firmanent, zeker nu hij de afgelopen jaren als publieke intellectueel veel bekender is geworden, zoals door een film (Zizek!) en een documentaire waarin hij op zijn eigenzinnige wijze commentaar geeft op films (The perverts guide to cinema), zoals hij dat ook al jaren in zijn boeken doet. Zijn boodschap: Marx is nog altijd relevant.
De bewering dat we leven in een post-ideologische samenleving is zelf een uitdrukking van ideologie volgens de Sloveense denker Slavoj Zizek. De grote verhalen mogen volgens postmoderne denkers in diskrediet zijn gebracht, de moderne samenleving (Zizek gelooft niet dat de samenleving postmodern is) is nog door en door ideologisch. Het valse bewustzijn is nog steeds aan boord, maar op een andere manier dan door denkers in de traditie van de Kritische Theorie gedacht werd. We weten, in tegenstelling tot wat critici in de jaren '60 meenden, namelijk dat ons bewustzijn gefragmenteerd wordt, heel goed dat we verleid worden en dat massaconsumptie ons niet het geluk brengt wat ons belooft wordt, maar juist omdat we denken 'in control' te zijn, blijven we in de praktijk ideologisch verblind:
'Cynical distance is just one way...to blind ourselves to the structuring power of ideological fantasy: even if we do not take things seriously, even if we keep an ironical distance, we are still doing them (SO: 33)
Volgens Zizek leven we in een tijd die gedomineerd wordt door een ideologie van cynisme, een houding die kan worden samengevat met een van Marx en Sloterdijk aangepaste beschrijving: 'they know that, in their activity, they are following an illusion, but still they are doing it.' Ideologie is 'the impossible dream not simply in terms of overcoming impossibility but in terms of sustaining that impossibility in an acceptable way.' (CWZ: 11)
De hedendaagse ideologie is die van het liberalisme. De liberale ideologie consolideert zichzelf door een theorie, een politiek beginselprogramma (doctrines), de externe manifestaties van deze doctrines (wat Althusser ideologische staatsapparaten noemde), zoals een vrije pers, democratische verkiezingen en de vrije markt en tenslotte door rituelen die de doctrines moeten internaliseren, zodanig dat burgers zich probleemloos voegen naar het systeem. In latere werken is Zizek nader ingegaan op de ideologie van het (economisch) liberalisme. Zo stelt Zizek dat de huidige westerse interesse in New Age en Aziatische gedachten (ook gepropageerd door harde wetenschappers!) 'zichzelf vestigt als de hegemonistische ideologie van het globale kapitalisme' (OB, 12). Wat samengevat en gelabeld kan worden als Taoïsme, is een probleem van deze tijd omdat het een goede manier is om intellectuele, politieke en economische problemen te voorkomen:
'Western Buddhism' (..) enables you to fully participate in the frantic pace of the capitalist game while sustaining the belief that you are not really in it, that you are well aware of how worthless the spectacle is - what really matters is the peace of the inner Self to which you know you can always withdraw..as in the case of a Western Buddhist unaware that the 'truth' of his existence is the social involvement which he tends to dismiss as a mere game' (OB:15)
Dit doet natuurlijk denken aan Marx opvatting van religie als opium voor het volk. Het Taoïsme stelt de samenhang en beweging der dingen centraal. Het spreekt over energiestromen die vrij moeten komen, over de mogelijkheden van vrijheid en zelfontwikkeling en sluit zo perfect aan bij de individualistische samenleving.
Onder het liberalisme is de ideologische gedachte dat mensen zichzelf zien als vrije, autonome individuen die denken te weten wat goed voor ze is en wat niet (en dus weten wat hen drijft; moderne psychologische inzichten hebben duidelijk gemaakt dat dit een leugen is). Door de ideologie wordt het problematisch aspect van de sociale orde verborgen gehouden. Als Lacaniaan spreekt Zizek over het Echte (the Real), een problematisch, soms zelfs traumatisch, niet door het narratief van de sociale orde in te sluiten onderliggend antagonisme. De ideologie moet het gat verbergen waar de realiteit (in Lacaniaanse termen het Symbolische) geen rekenschap over kan afleggen, wat zij niet kan symboliseren; het Echte is wat het Symbolische ontsnapt. De samenleving bestaat niet, wat betekent er is geen eenheid van waaruit we het ontstaan van het antagonisme kunnen verklaren. Wat is dit antagonisme in de samenleving dan? Er zijn meerdere antagonismen in de samenleving, maar er is sprake van een onderliggend, fundamenteel antagonisme volgens Zizek.
Dat is volgens Zizek de klassenstrijd. Zizek is in deze zin een Marxist, volgens sommigen een vulgair Marxist, omdat hij een aanhanger zou zijn van de klassieke onderbouw-bovenbouwtheorie en zou menen dat ontwikkelingen in de superstructuur (recht, politiek, levensstijlen, cultuur) enkel te verklaren zijn vanuit de economie. Ik kom later terug op deze kritiek.
De klassenstrijd is 'alive and kicking' volgens Zizek, dat wil zeggen er zijn nog steeds klassen (werknemers en werkgevers/eigenaren) en hun belangen zijn nog steeds tegengesteld (ook al vindt er verwatering plaats; denk aan aandelenbezit door werknemers). Zizek betreurt het dat het in de hedendaagse politiek niet meer over de vraag naar het beste politiek-economische systeem gaat. De 'post-politiek' is verworden tot een 'beheer van sociale kwesties' (PI: 26), de 'kunst van het mogelijke', van effectieve ideeën (daarnaast wijst Zizek op het gevaar van de para-politiek: de poging om de politiek te depolitiseren en de ultrapolitiek waarbij een wij-zij tegenstelling geschept wordt). Dit terwijl het in de politiek zou moeten gaan om een herstructurering van de maatschappelijke ruimte (PI:40). Zo zette hij zich af tegen Derde Wegdenkers als Giddens en Blair en meer in het algemeen de sociaal-democratie, waarover hij recentelijk opmerkte dat 'the only way to be a capitalist in general is to be a social democrat' (TOZ: 205), waarmee hij bedoelde dat rechtse partijen de belangen van bepaalde bevoorrechte groepen onder het kapitalisme bevoordelen (de rijke elite in de VS; auto-en huizenbezitters en bovenmodaal verdieners in Nederland) en sociaal-democraten een bredere natuurlijke basis hebben (die steeds meer gelijk is aan de middenklasse). Hieraan kan worden toegevoegd dat rechts om toch een meerderheid te verkrijgen via culturele/populistische politiek stemmen moet winnen van hen die niet tot de economische achterban horen (zoals Bush religie misbruikt om stemmen van armen te winnen). Zonder de sociaal-democratie zouden er rellen en instabiliteit ontstaan meent Zizek (ik neem aan dat hij op Europa doelt); de neoliberalen hebben ongelijk als ze menen dat ze het kapitalisme tot een hoger plan kunnen tillen in een onzekere wereld van het globale kapitalisme. Toch schiet de sociaal-democratie tekort. De politiek dient daden te stellen, maar in plaats daarvan ontkent ze het werkelijke politieke conflict: ' de middenklasse, die een zeer tastbaar bestaan heeft, is de vleesgeworden leugen, de ontkenning van de tegenstelling' (PI:17) die zichzelf als neutrale klasse voordoet. Links zou er goed aan doen zich te identificeren met het symptoom van liberale orde, 'het deel dat weliswaar inherent aan de bestaande universele orde is, maar hierin geen eigen plaats kent'. Zizek ziet solidarititeit als gemeenschappelijke strijd als de enige authentieke communicatie. In navolging van Hegels begrip van concrete universaliteit, waarbij het universele gelijk wordt gesteld aan het particuliere en daarin haar tekort ontsluit, stelt Zizek dat de universaliteit van het kapitalisme gelijk gesteld moet worden met het punt van uitsluiting: we zijn allemaal arbeiders die uitgebuit worden. Het proletariaat vertegenwoordigt de universele mensheid, het is een levende tegenspraak van het kapitalistisch systeem.
Zoals gezegd menen critici van Zizek dat hij te veel gewicht hecht aan de economische sfeer als het diepste probleem van de moderne samenleving, waaruit andere problemen zouden ontstaan. Deze critici, afkomstig vanuit de hoek van het post-Marxisme en cultuurstudies, verwijten Zizek een te economische benadering. Niet alleen de klassenstrijd is van belang, ook de strijd voor erkenning van etniciteiten, homo's, vrouwen en andere minderheden is dat. Waar Zizek de klassenstrijd in Marxistische zin centraal staat, menen post-Marxisten dat er veel meer tonelen van strijd zijn die zich niet afspelen in de economische maar de culturele sfeer. De strijd om erkenning, die zich binnen politiek geladen discoursen voltrekt, leidt tot een door Zizek verworpen identiteitspolitiek die het zicht om waar het echt om draait uit het oog verliest. Hij heeft zich al in 1997 afgezet tegen het toen zeker nog door links omarmde multiculturalisme waarin minderheden de vrijheid hebben om zich te onderscheiden van de 'onderdrukking van de witte, heterosexuele al dan niet christelijke cultuur'. Zizek noemt (ook) het multiculturalisme de perfecte ideologie van het wereldkapitalisme. Hij heeft hierbij ook opgemerkt dat net als bij iedere leer ook het multiculturalisme mede stand kan houden door een schuine, ongeschreven uitlatingen zoals racistische grappen om de stoom uit het systeem te houden. Een teveel aan politieke correctheid heeft er dan ook voor gezorgd dat het multiculturalisme problematisch werd. Daarnaast geldt de logica van de afstand. Waar de ideologie te consequent en te zichtbaar wordt, wordt ze problematisch, net als dat digitale beelden uiteenvallen in pixels als je ze te dicht nadert.
Waar kapitalisme kolonisatie is zonder metropool, is multiculturalisme een respecthouding zonder wortels in de eigen cultuur, 'een zichzelf in de staart bijtende vorm van racisme'. De multiculturalist is 'een nar wiens socio-politieke effectiviteit is opgeheven. De neoliberaal is een schelm, een cynicus die zijn slechtheid als eerlijkheid verkoopt om stabiliteit te handhaven', beide denkbeelden horen kortom bij elkaar. Het multiculturalisme ondersteunt inderdaad het wereldwijde kapitalisme omdat ze een ideaal is van vrije burgers die naast elkaar leven, afgescheiden weliswaar, maar vredig. Ze staat niet op gespannen voet met het kapitalisme zoals weleens gedacht wordt (de homogenisering van de leefwereld naar Amerikaans voorbeeld); integendeel het kapitalisme past zich aan en houdt rekening met lokale gebruiken omdat dit winst kan opleveren; het kapitalisme absorbeert, koloniseert, mengt, diversificeert in plaats van homogeniseert. De markt probeert vreemde producten aan ons op te dringen, ze wil het culturele uitbuiten, verspreiden in tegenstelling tot wat een nationalistische politiek wil. Ze gaat de natiestaat voorbij, die als doel heeft de organische plaatselijke vormen te sublimeren naar een brede, patriottistische identificatie Het multiculturele denken leidt af van waar het werkelijk om moet gaan volgens Zizek; de strijd tegen het systeem zelf, hoewel dit heel moeilijk is omdat 'capitalism can turn every external limit to its development into a challenge'. Alleen een implosie kan het kapitalisme vernietigen, zoals een crisis (zonder dat Zizek gelooft in de onvermijdelijke ineenstorting van het kapitalisme door haar interne tegenstrijdigheden, een opvatting die aan Marx wordt toegeschreven; integendeel Zizek meent dat 'we effectively live in dark times for emancipatory politics', TOZ: 203).
Waarom primeert het economische volgens Zizek? In een reactie op zijn critici geeft hij hierover aan het belang van identiteitspolitiek als erkenning verklaard kan worden door de dynamiek van de klassenstrijd. Identiteitspolitiek is een product van economische globalisering die ons gevoel van etniciteit en gemeenschapszin bevordert. Identiteitspolitiek, die de strijd om erkenning van specifieke groepen voert, is een historisch product die haar bestaansvoorwaarden niet onderkent en het bredere beeld uit het oog verliest:
'Today's postmodern politics of multiple subjectivities is precisely not political enough, in so far as it silently presupposes a non-thematized, 'naturalized' framework of economic relations' (CHU: 108)
Zizek geeft diverse voorbeelden waarom het economische zou moeten primeren in de sociale strijd. Zo kan het opkomen voor rechten van groepen als moslims en zwarte Amerikanen leiden tot een opkomst van paternalistische en homovijandige normen en waarden, wat de rechten van vrouwen en homoseksuelen weer bedreigt. Een 'chain of equivalence' van minderheidsgroepen als collectieve actor voor een meer vrije en egalitaire samenleving is zoals theoretici als Laclau en Mouffe bepleit hebben is dan ook onrealistisch. Daarnaats wijst Zizek er op dat de achterstand in mogelijkheden en rechten van minderheidsgroepen vaak tenminste deels gegrond is in economische factoren. Het geweld in de banlieus was geen provocatie van ideologisch geïnspireerde moslims, maar een roep om erkenning, een uitdrukking om zichtbaar te worden van economisch gemarginaliseerden, aldus Zizek. Ook moeten problemen niet alleen lokaal en nationaal beschouwd worden. Als de strijd om een betere beloning gewonnen wordt, kunnen de hogere arbeidskosten afgewenteld worden op bezuinigingen in vestigingen in de Derde Wereld. Het diepere probleem is het primaat van de winst in het kapitalisme. Dat vrouwen zorg en werk moeilijk kunnen combineren is in hoge mate een economisch probleem (een gebrek aan regulering en planning in de vrije markt die te weinig rekening houdt met behoeften). Onderdrukking en mishandeling van groepen vinden hun oorzaak vaak in slechte economische omstandigheden zoals werkloosheid en armoede. Daarnaast speelt een gebrek aan scholing een belangrijke rol. In het kapitalisme is scholing bijna uitsluitend gericht op de vereisten van materiële reproductie en niet op humanistische vorming, ethiek en burgerschap. Dit betekent niet dat cultuur geen belangrijke verklarende factor is bij onderdrukking en ongelijkheid. Maar het is bekend dat een hoger welvaartsniveau leidt tot verzwakking van de 'culturele robuustheid' en gepaard gaat met 'culturele verwatering'. Hoger opgeleide, goed verdienende etnische minderheden zijn dikwijls minder radicaal dan groepsgenoten die het economisch minder goed hebben getroffen. De vlucht in de cultuur kent niet zelden een economisch oorzaak.
Zizek ziet heel goed in dat linkse politiek onder grote groepen, die tot de natuurlijke achterban van links behoren, niet meer leeft op zijn zachts gezegd en vaak zelfs gehaat wordt:
'While professing their solidarity with the poor, liberals encode cultural war with an opposed class message: more often than not, their fight for multicultural tolerance and women's rights marks the counter-position to the alleged intolerance, fundamentalism, and patriarchical sexism of the 'lower classes'.
De linkse elite 'should never forget that it is the populist fundamentalist, not the liberal, who is, in the long term, our ally'.
En verder: 'In all their anger, the populists are not angry enough - not radical enough to perceive the link between capitalism and the moral decay they deplore (TOZ: 202)'
Het is niet alleen zo dat voor Zizek het economische primeert, ook meent hij dat dit staat voor het bestaan van een universeel antagonisme, zonder te beweren dat alle antagonismen hier geheel uit af te leiden zijn (een verwijt van zijn critici waar hij pas recentelijk duidelijk van heeft aangegeven dat dit niet zijn opvatting is).
In een recente repliek aan zijn critici is Zizek dieper ingegaan op zijn subtiele positie. Het fundamentele antagonisme toont zich echter niet direct en transparant, maar wordt altijd gemedieerd (maar niet in direct causale zin) door andere tegenstellingen en belangen, etnische en religieuze bijvoorbeel. Zizek verzet zich hiermee tegen discourstheoretici, zoals Laclau, die menen dat er meerdere antagonismen zijn waarvan er niet een op voorhand fundamenteel is en als dit zo is alleen als uitkomst door de contingente strijd om hegemonie. Zizek verheldert zijn punt met een verwijzing naar een bevinding van de culturele antrapoloog Lévi-Strauss. Deze constateerde dat leden van een stam hun gemeenschap op twee verschillende wijzen tekenden. Sommige leden, die meer invloed hebben, tekenden hun dorp als cirkels (huizen) binnen een grote cirkel (het dorp). Andere leden tekenden hun dorp als twee verzamelingen cirkels met een dikke streep tussen deze verzamelingen. Uit deze bevinding moet niet de conclusie getrokken worden dat de perceptie van een situatie afhankelijk is van iemands sociale positie, maar dat er een traumatisch, onderliggend antagonisme (dat Zizek gelijkstelt aan het Echte: 'the real is thus the disavowed X on account of which our vision of reality is anamorphically distorted', TOZ: 243) is dat de stamleden niet direct kunnen symboliseren en een plaats kunnen geven zodanig dat er sociale harmonie ontstaat. De representaties van het dorp zijn manieren om met dit fundamentele antagonisme te leven. De visie op de werkelijke constellatie van het dorp wordt hier verstoord door het Echte, net als de visie op het actuele, particuliere antagonisme. Zizek trekt een opmerkelijke conclusie, namelijk dat het Echte het principe van verstoring van de realiteit is. Bedoeld hij hiermee dat we het fundamentele antagonisme principieel niet kunnen doorgronden, dat met andere woorden onze kijk op de wereld altijd verstoord zal zijn door dit antagonisme? Het lijkt van wel. Het universele/fundamentele antagonisme werkt door in actuele antagonismen, maar de actuele antagonismen zijn een contingente creatie. Ze kunnen benaderd worden door nadere beschouwing (bijvoorbeeld dat achter immigratiepolitiek de strijd tussen nationale en universele solidariteit schuilgaat) wat een latente inhoud, betekenis oplevert. Het universele antagonisme bewerkstelligt in die zin het actuele antagonisme doordat ze niet direct toegankelijk is en zo leidt tot concretere substituten, maar er gaat een verstorende werking vanuit. De substituten kunnen natuurlijk niet geheel een op een worden vertaald naar het fundamentele antagonisme, ze zijn benaderingen die ook nog eens 'onderbewust' tot stand zijn gekomen.

Voor Zizek is het niet zo dat andere strijdtonelen secundair en te reduceren zijn tot de klassestrijd, een punt dat zijn critici hem hebben verweten (wat niet vreemd is, pas in TOZ zegt hij expliciet dat dit niet het geval is). Het universele antagonisme werkt door, zetelt in particuliere antagonismen. Het economische circuleert door de verschillende sociale velden (de wet, de politiek, de private sfeer) en bepaalt zo de sociale structuur in laatste instantie, als een sociale 'pseudo-oorzaak'. Ze actualiseert zich pas in combinatie met het andere, als een pil die pas schade berokkent in een lichaam en pas dan haar betekenis krijgt. Het is te simpel om te stellen dat sociale antagonismen een verstoorde weergave zijn van een onderliggend economisch antagonisme. Dat zou betekenen dat we het sociale, particuliere antagonisme direct kunnen terugvertalen naar het diepere antagonisme. Dit laatste bestaat niet direct, zelfstandig om vervolgens gemaskeerd op te duiken. Ze wordt pas werkelijk in de vertaling naar een particulier antagonisme, maar nooit volledig.
Het universele (in de sociale strijd) bestaat wel degelijk, concludeert Zizek dan ook in tegenstelling tot Laclau en andere post-marxisten en uit zich als de verstoring van het particuliere. Dit universele moet gezien worden als een principe van verstoring.
Zizek is een ster aan het huidige filosofisch firmanent, zeker nu hij de afgelopen jaren als publieke intellectueel veel bekender is geworden, zoals door een film (Zizek!) en een documentaire waarin hij op zijn eigenzinnige wijze commentaar geeft op films (The perverts guide to cinema), zoals hij dat ook al jaren in zijn boeken doet. Onlangs is er zelfs een Journal of Zizekian Studies verschenen, een unicum voor levende filosofen volgens mij. Door zijn ideeën te illustreren met voorbeelden uit zowel de 'hoge' als 'lage' cultuur geeft hij humor en amusementswaarde aan zijn werk, zonder dat het inboet aan filosofische finesse. Integendeel; zijn teksten zijn lang niet altijd eenvoudig te volgen en vereisen voor een goed begrip kennis van het werk van centrale figuren die telkens terugkeren en die hij niet zelden naar zijn eigen hand zet: Marx, Hegel, Kant en natuurlijk Lacan. Zijn politieke filosofie vertrekt van een veel te weinig voorkomende combinatie van uitgesproken links op sociaal-economisch gebied en kritisch op het multiculturalisme en de anti-oorlog betogers. Antipolitiek correct links dus. Hoewel hij zeer breed is in zijn onderwerpen (van neurowetenschap tot christendom, van ideologiekritiek tot Hollywoodfilms, van liefde tot analyses over het moderne subject, van cyberculture tot postmodernisme, etc.) kent zijn werk altijd diepgang. Het is mij al vaak overkomen dat als je denkt dat je zijn punt wel begrijpt, hij nog een draai maakt. Toch ben ik het eens met zijn critici dat hij niet duidelijk is hoe de samenleving veranderd kan worden. Zijn analyses en kritiek zijn vaak onderbouwd, maar hij heeft geen duidelijk antwoord op de vraag die Lenin stelde: wat moet er gebeuren (als de fundamentele fantasie eenmaal doorkruist is)? In zijn reactie naar zijn critici zegt hij botweg:
'One cannot formulate a clear project of global change. So, contrary to the cheap 'revolutionary'calls for a radical overthrow of capitalism and its democratic political form, my point is precisely that such calls, although necessary in the long run, are meaningless today. What I am not ready to do is, however, the standard 'postmodern' political solution to turn defeat into a blessing in disguise, i.e., to abandon the horizon of radical change in favor of the prospect of multiple practices of restistance, etc. -today, it is more crucial than ever to continue to quiestion the very foundations of capitalism as a global system, to clearly articulate the limitation of the democratic political project.' (TOZ:203)
Waarom kan er geen visie op globale verandering geformuleerd worden volgens Zizek? Zizek gaat uit van Hegels logica van concrete universaliteit. Dit betekent, toegepast op politiek, dat iedere specifieke politieke houding haar eigen universele vorm van politiek veronderstelt. De sociaal-democratie als middenweg kan in die zin niet bestaan, net zomin als de middenklasse. De middenklasse is een ontkenning van het bestaan van de klassen van uitgebuite arbeiders, zoals immigranten enerzijds en de exploiterende klasse anderzijds. Dit zijn geen neutrale politieke en sociale vormen, maar instanties van een liberale, kapitalistische opvatting van politiek. De Derde Weg waar Zizek zich tegen keerde is het dode punt van de politiek, het is geen middenweg, maar een vorm van kapitalisme en een ontkenning van een humane politiek. Het universele manifesteert zich onvermijdelijk in het concrete en het concrete claimt het universele weer te geven, zoals een geloof andere vormen van geloof afdoet als dwalingen. Op het hoogste abstractieniveau staan kapitalisme en een vorm van Marxisme tegenover elkaar (nergens geeft Zizek concreet zijn visie op de post-kapitalistische samenleving).

Concrete politiek staat voor een van deze twee politieke hoofdstromen, vandaar dat een middenweg niet mogelijk is. Concrete politiek is altijd het een of het ander. Verder veronderstelt Zizek dat politiek om macht gaat, wat strijd impliceert en dat er dan ook altijd sprake is van een sociaal antagonisme dat constitutief is voor de samenleving. In de woorden van Thatcher, maar dan in een heel andere betekenis: de samenleving bestaat niet. Zizek stelt dat klassenstrijd 'prevents its own expression' en dat een antagonisme als dit ook constitutief is voor de sociale orde waaruit volgt dat dit dan ook niet opgeheven kan worden. Zizek blijft dan ook over met zijn filosofie van de radicale daad ('act'), die niet zonder problemen is. Op deze website heb ik laten zien dat er wel degelijk serieus te nemen globale alternatieve visies mogelijk zijn, ook al zijn deze nog onuitgewerkt en in diverse opzichten problematisch. Het lijkt ook wel of Zizek geen oplossingen wil zien. Zo bevreemd het me dat hij kennelijk niet bekend is met hedendaagse socialistische schrijvers en doet hij de anders/anti- globaliseringsbeweging wel heel makkelijk af als een beweging tegen imperialisme en Amerikaanse hegemonie (waar iedere bondgenoot goed is zolang deze maar anti-Amerikaans is) in plaats van tegen het kapitalisme.
Referenties:
-SO: Sublime object of ideology, 1989
-CWZ: Conversations with Zizek, 2004*
-OB: On belief, 2001
-PI: Pleidooi voor intolerantie, 1998
-CHU: Contingency, Hegenomy and Universality; conversations on the left (met Ernesto Laclau en Judith Butler), 2000
-TOZ: the Truth of Zizek, 2007
*Ook in het Nederlands verschenen. Dit boek is een goede introductie op zijn werk. Een goede samenvatting van zijn denken is hier te vinden:
http://www.lacan.com/zizek-daly.htm
zie verder hier voor een opmerkelijk interview met Zizek