over neospirituele metafysica

Volgens veel nieuwe spirituelen leven we in een wondere wereld. Zij stellen zich tekeer tegen het materialisme, de opvatting dat alles uiteindelijk bestaat uit materiele eenheden die in een lege ruimte met elkaar interacteren. In de visie van materialisten gedragen materiele objecten zich volgens vaste wetten en bestaat er naast de materie geen andere substantie. Geest of bewustzijn zijn (onbedoelde) producten van complexe materiele systemen; het leven bevat geen levenskracht of ziel. Het heelal kent geen hoger doel; er bestaat geen god die het leven hier of elders heeft geschapen of bestiert, dan wel daar een bedoeling mee heeft. Tegen deze materialistische wereldvisie stellen veel nieuwe spirituelen een dualistische metafysica, waarbij het bewustzijn onafhankelijk bestaat van de materie. Nu wordt er heel veel aan stellingen over een hogere of diepere werkelijkheid geponeerd door nieuwe spirituelen. Sommige daarvan zijn strijdig met de moderne wetenschap. Een voorbeeld is telekinese, de stelling dat het mogelijk is om voorwerpen te laten bewegen door uitoefening van een of andere psychische werking. De natuurkunde zegt echter dat voorwerpen alleen in beweging gezet kunnen worden door een fysisch herkenbare kracht, zoals volgt uit klassieke natuurwetten. Deze wetten zijn gebaseerd op een voortdurend optredende regelmaat. Zodra die ergens doorbroken wordt, is er geen sprake meer van een natuurwet. Een steen die naar boven valt in plaats van naar beneden zou de nekslag zijn voor Newtons zwaartekrachttheorie. Het bestaan van telekinese zou dus in strijd zijn met fundamentele wetten die onnoemelijk vaak bewezen zijn en de hoeksteen vormen van onze dagelijkse ervaringen. Deze tegenstrijdigheid zal gelovigen waarschijnlijk niet kunnen overtuigen, want zij betwisten nu juist de absolute geldigheid van de natuurwetten. Het is een voorbeeld van de immuniseringsstrategieen die aanhangers van een spirituele zijnsleer voortdurend gebruiken. Overigens bestaan er ook verschillende natuurkundige theorieen over telekinetische effecten. Omdat neospirituelen doorgaans nogal vaag zijn over hun alternatieve theorieën, weet ik niet of ze van mening zijn dat telepathie en andere processen van inwerking op de materie door de geest direct kunnen plaatsvinden. Dat zou betekenen dat Einsteins speciale relativiteitstheorie niet meer opgaat, want die stelt dat informatie niet sneller dan met de lichtsnelheid verplaatst kan worden. En als Einsteins theorie niet meer opgaat, kunnen we in een keer heel veel niet goed meer verklaren: van het gedrag van de kleinste deeltjes tot de werking van atoombommen. Over theorieen die strijdig zijn met zeer gevestigde, telkens opnieuw bewezen theorieen uit de kern van de fysica kunnen we dan ook kort zijn: als een stelling in strijd is met een empirisch onderbouwde wetenschappelijke stelling, dan sneuvelt deze.

Interessanter zijn beweringen die volgens aanhangers niet strijdig zijn met gevestigde en getoetste theorieën. Het gaat dan om beweringen die de werkelijkheid op een andere manier verklaren dan de conventionele wetenschap dat doet, zonder dat dergelijke aanspraken als onjuist kunnen worden weggezet omdat ze aantoonbaar in strijd zijn met wetenschappelijke feiten. Veel neospirituelen zoeken aansluiting bij de wetenschap en beweren dat beide niet met elkaar in tegenspraak zijn, maar daarentegen juist in elkaars verlengde liggen. Met gebruikmaking van wetenschappelijke bevindingen willen neospirituelen aantonen dat die bevindingen aanleiding geven tot een nieuwe kijk op de werkelijkheid. Zij bepleiten dan ook een nieuw zijnsparadigma dat uitgaat van dualisme in plaats van materialistisch monisme. Of misschien kan beter gesproken worden van idealistische monisten, zoals de natuurkundige Goswami die beweert dat het universum ten diepste zou bestaan uit bewustzijn wat aan de basis ligt van alle realiteit. Alles wat we om ons heen zien, zijn mogelijkheden van het bewustzijn. Wij kiezen van moment tot moment welke ervaringen zich manifesteren. De kwamtumfysica kent slechts statistische mogelijkheden. Wat zorgt ervoor dat sommige mogelijkheden zich realiseren en andere niet? Dat kan alleen aan ons bewustzijn worden toegeschreven, aldus Goswami en anderen.

Zo worden wij mensen al snel heel invloedrijk, met een welhaast goddelijk karakter, als co-schepper van het universum, precies wat ook veel neospirituelen beweren. Hierbij wordt aangesloten bij onder meer de oude Vedische traditie uit India die stelt dat bewustzijn een dieper, transcendent niveau heeft die de ultieme realiteit/materie constitueert. Ook een auteur als Malcolm Hollick spreekt van een dieper “kosmisch bewustzijn” dat ten grondslag ligt aan ruimte, tijd, energie, materie en leven (zie hier meer van zijn visie uit zijn boek). Graham Dunstan Martin spreekt zelfs van “het eind van het materialisme” in zijn boek (ook in het Nederlands vertaald) “Does it matter? The unsustainable world of materialists”, waarvan via deze link een door Martin zelf geschreven samenvattend artikel te lezen is. Dit nieuwe paradigma is in bijna alle gevallen gebaseerd op (latere) bevindingen uit de kwantummechanica of de neurowetenschappen.

Om met het eerste te beginnen. De kwantummechanica beschrijft het gedrag van de allerkleinste deeltjes. Het is een theorie die in de eerste helft van de vorige eeuw ontwikkeld is om afwijkend gedrag van licht en atomen te beschrijven en tot op de dag van vandaag verder wordt uitgebouwd. Deze theorie wordt door neospirituelen gebruikt om aan te tonen dat de geest de realiteit beïnvloedt en dat het menselijk bewustzijn en het universum een verbonden, onherleidbaar geheel vormen. Deze mystieke notie vindt haar grondslag in een hoeksteen van de kwantummechanica: de golf-deeltje dualiteit. Hierbij gaat het om de eigenschappen van de kleinste deeltjes die zich zowel als deeltjes en als golven gedragen, afhankelijk van wat gemeten wordt.

Als een dobbelsteen opgegooid wordt, kan niet voorspeld worden hoe deze terechtkomt. Er kan alleen een kans berekend worden hoe de dobbelsteen valt. Dat die voorspelling niet gedaan kan worden, komt door onwetendheid. Als precies bekend is wat de uitgangspositie is van de dobbelsteen en van de netto resultaten van de krachten die bij de worp inwerken op de dobbelsteen, krachten die volgens vaste natuurwetten werken, dan is te zeggen hoe de dobbelsteen landt. In de kwantummechanica is er echter sprake van fundamentele onzekerheid. Zelfs als de toestand van een radioactieve atoomkern met volledige precisie bekend is, dan nog kan niet worden voorspeld wanneer die kern zal vervallen. En zelfs als de golffunctie van een elektron met volledige precisie bekend is, dan nog is niet te voorspellen waar dat elektron gevonden zal worden als de positie gemeten wordt. Dit is geen gevolg van onze onwetendheid over de positie van het elektron, maar van de onbepaaldheid van die positie. Als het elektron op een gegeven moment bijvoorbeeld wordt beschreven door een uitgebreide golf met een scherp bepaalde golflengte, dan is het begrip `positie' voor dat elektron onbepaald en dus niet scherp gedefinieerd. Individuele deeltjes zijn niet in een bepaalde positie tot een meting is verricht. Pas als de meting is verricht, neemt een deeltje een positie in. Van belang is nu dat als een meting op punt A is verricht en de positie van een deeltje vaststaat, dit als gevolg heeft dat er een signaal uitgaat naar detectiepunt B waar de golf van het deeltje “instort”. In een systeem met twee deeltjes neemt het andere deeltje meteen een tegengestelde positie (“spin”) ten ozichte van het gemeten deeltje. Het is deze schijnbare invloed van de observator op het gedrag van een deeltje en de directe interactie hiervan op andere materie op afstand, die volgens neo-spirituelen aanleiding geeft om het traditionele paradigma dat bewustzijn verklaard, namelijk als gevolg van complexe interactie tussen losse materiele deeltjes, te herzien

Het is niet alleen de afwijkende subatomaire werkelijkheid die twijfels doet rijzen aan het materialisme. Nieuwe spirituelen zien ook andere aanwijzingen voor dat het materialisme tekortschiet:

Daarnaast wijzen ze erop dat de materialistische wetenschap het bewustzijn in het algemeen niet goed kan verklaren en begrijpen. Hierbij speelt met name het “qualia probleem”: subjectieve sensaties zoals de ervaring van rood en kou, waarbij ieder individu dat weer op eigen wijze beleeft. Hoe het materiele qualia teweegbrengt is niet duidelijk en (het ontstaan van) de ervaring van qualia is al even mysterieus. Een auteur als Martin vraagt zich af “How are unconscious molecules to begin to have conscious experience? There are innumerable accounts by reductionists explaining in small detail exactly how it’s done-and none of them makes sense”. Hij somt op:

“(1) It cannot be seen how neurochemical stimuli turn into conscious experience. (2) it cannot be understood how they do so. (3) It cannot be explained how conscious experience might evolve out of unconscious matter (4) the elements of conscious experience e.g. the overwhelmingly real qualia, seem beyond scientific explanation (5) consciousness can’t be found in the brain.”

Wat moeten we hiermee? Hoewel er bergen boeken verschenen zijn sinds Fritjof Capra’s The tao of physics in de jaren ’70, waarmee de neospirituele lezing van de kwantummechanica een vlucht nam, is er maar heel weinig geschreven tegen die lezing.[2]Dat dit zo is, komt doordat de overgrote meerderheid van de natuurkundigen de conventionele duiding van de kwantummechanica aanhoudt. Zij zien geen reden om te veronderstellen dat het universum ten diepste doordesemd is van fundamenteel bewustzijn. De beweringen van neospirituele denkers zijn bovendien meestal niet toetsbaar en daarom al bij voorbaat niet interessant voor natuurkundigen. Slechts een zeer kleine minderheid van natuurkundigen verzet zich tegen het materialisme en zien geen reden om alternatieve ideeen actief te bestrijden.

Een uitzondering vormt de intussen gepensioneerde fysicus Victor Stenger. Sinds jaar en dag fulmineert hij tegen wat hij de pseudowetenschap van “quantum quakery” noemt. In dit paper toont hij aan dat er geen beroep nodig is op een bewustzijnskracht of (als instantiatie daarvan) menselijk denken om de eerder besproken ineenstorting van de golffunctie te verklaren. Hiermee beroept hij zich in feite op het beginsel van Ockhams scheermes dat zegt dat de werkelijkheid zo eenvoudig mogelijk beschreven dient te worden en dat een theorie die hetzelfde kan verklaren met minder middelen (minder entiteiten verondersteld) de betere is. Dit is wat ik het efficiency-argument tegen neospirituele metafysica zou willen noemen, volgens welke het aanhalen van engelen, universeel bewustzijn of ether helemaal niet nodig is om de werkelijkheid te verklaren.

Dit geldt ook voor de stelling dat wij de werkelijkheid kunnen beïnvloeden. Stichting Skepsis zegt er in haar zeer kritische bespreking van de new age docu What the bleep do we know het volgende over:

“Deze visie is echter niet zo geloofwaardig. Stel dat we een deeltjesdetector koppelen aan een computer die de uitkomsten automatisch print. Pas een jaar later bekijkt iemand wat er op het papier staat. Moeten we dan aannemen dat de cijfers pas op dat moment verschijnen? De onbepaaldheid die kleine deeltjes kenmerkt, gaat niet op voor de normale werkelijkheid waarin wij leven, en daar zijn inmiddels ook wel verklaringen voor. Het idee dat wij de werkelijkheid creëren, heeft weinig te maken met de kwantumfysica. Zelfs wanneer het waar zou zijn dat de werkelijkheid pas vaste vorm krijgt op het moment dat iemand ernaar kijkt, dan wil dat nog niet zeggen dat wij kunnen bepalen hoe de werkelijkheid eruit ziet. Als onze voorkeuren van invloed zijn, dan zouden de statistische wetten van de kwantumfysica niet meer kloppen.”

Toch blijft het bewustzijn voor de huidige wetenschap problematisch, waardoor het neospiritualisme kans ziet te springen in het gat dat zij achterlaat. Hoewel sommige wetenschappers, zoals Daniel Dennett van mening zijn dat het bewustzijn afdoende op materialistische wijze verklaard is, is dat geenszins breed geaccepteerd. Er zijn nog veel discussies gaande over de status van het bewustzijn in de cognitiefilosofie. Zelfs Jaegwon Kim, een vooraanstaande filosoof met een hardcore materialistisch perspectief op de geest, heeft recentelijk enigszins afstand genomen van een volledig reductionistische benadering, met name vanwege het hierboven genoemde qualiaprobleem. Dat een sluitende, breed gesteunde materialistische verklaring van het bewustzijn nog niet gerealiseerd is, wil echter niet zeggen dat dit nooit zal gebeuren.

Dit “geduld-argument” vindt steun in het feit dat veel natuurverschijnselen vroeger niet wetenschappelijk verklaard konden worden en later wel. Zo werd bliksem vroeger gezien als de toorn van God die over de mens werd uitgestort. Hoewel het “geduld-argument” historische steun verdient, is het de vraag in hoeverre ze ook opgaat voor het ontbreken van een sluitende algemeen geaccepteerde verklaring voor (de werking van) het bewustzijn. Zo is het maar de vraag of het bewustzijn, verklaard kan worden als- en dat is een groot als-alle functionele capaciteiten van de geest en hun relaties in neurofysiologische termen te begrijpen zijn. Roger Penrose meent bijvoorbeeld van niet. Penrose is een vermaard emiritus-hoogleraar mathematische fysica die tal van prijzen heeft gewonnen. Eind jaren '80 publiceerde hij voor het eerst een theorie die het bewustzijn op een andere manier probeert te begrijpen. Volgens Penrose schieten de huidige wetten van de fysica tekort om het bewustzijn goed te omschrijven. De geest werkt niet volgens een algoritme, zodat zelfs de meest intelligente computer, zoals het model van de kunstmatige intelligentie stelt, het menselijk brein niet kan dupliceren. Er is een nieuwe fysica voor nodig om de werking van het bewustzijn te doorgronden. Die fysica kan evenwel wel deterministisch zijn (dat wil zeggen gestuurd door regels, zonder toeval) en moet volgens Penrose gevonden worden in kwantum-zwaartekracht effecten. Hoewel eerdere bijdragen van Penrose algemeen geaccepteerd zijn, zijn zijn ingenieuze, maar speculatieve ideeën over een nieuwe bewustzijnsfysica stevig bekritiseerd en nauwelijks geaccepteerd (zie de Wiki-link voor meer info over Penroses theorie en zijn critici en links via hier )

Als de conventionele wetenschap het bewustzijn niet afdoende in materialistische zin kan verklaren, is dat natuurlijk nog geen bewijs, of zelfs maar een sterke aanwijzing voor dualisme. Wat daarvoor nodig is, is een natuurkundige theorie die de fundamentele werkelijkheid beter verklaart dan de conventionele, materialistische wetenschap. Een betere verklaring impliceert minstens zoveel voorspellingskracht en een beter inzicht in de werking van de fundamentele werkelijkheid. John Hagelin (die ook figureerde in What the bleep do we know) meent hieraan te voldoen. Als vermaard natuurkundige heeft John Hagelin een geünificeerde theorie (grand unified theory; GUT) ontwikkeld die alle natuurkundige krachten (de zwakke en sterke kernkracht, elektromagnetische kracht en de zwaartekracht) verenigt. Het onderzoeksterrein van geünificeerde theorieën heeft een hoog esoterisch gehalte en hoewel er van experimentele verificatie geen sprake kan zijn bij dergelijke theorieën, bieden de onderliggende complexe mathematische modellen wel voorspellingen voor het gedrag van deeltjes.

Hagelins eigen versie van een geünificeerde theorie heet de flipped SU(5). Tot op de dag van vandaag is deze theorie (in tegenstelling tot de voorganger SU(5)) nog niet gefalsifieerd en is ze ook tamelijk succesvol. Flipped SU(5) is niet alleen consistent met experimentele data, maar maakt ook goede voorspellingen over bijvoorbeeld bijna gewichtsloze neutrino’s. Daarnaast kent ze geen technische problemen die sommige andere "theorieën over alles" wel hebben. Hagelins GUT is een voorbeeld van een veldentheorie, waarbij ervan uit wordt gegaan dat de fundamentele fysische grootheden velden zijn die ten grondslag liggen aan de vier natuurkrachten en deeltjes. Hoewel een veld moeilijk voorstelbaar is omdat we gewend zijn aan het onderscheid materie en krachten dat op dat niveau uiteenvalt, kan bij een veld gedacht worden aan een extensie in de ruimtetijd. Het is geen vacuüm, want het bevat energie, terwijl een vacuüm alleen vrij van materie is. Hoewel veldentheorieen successen hebben geboekt, kleven er echter verschillende problemen aan, laat staan dat sprake is van een algemeen geaccepteerd standaardmodel. Daarnaast zijn er nog andere, concurrerende GUTS, zoals Loop quantum theorie of (super) stringtheorie. Hagelin suggereert nu dat het veld uit de geavanceerde natuurkunde gezien kan worden als bewustzijn. Dit veld van bewustzijn, of creatieve intelligentie, ligt ten grondslag aan zowel de innerlijke dimensie (geest en bewustzijn) als de materiele wereld. Waarlijk een kwantumsprong die volgens het efficiency-argument onnodig is. Er is volgens Hagelin geen tegenstelling tussen het subjectieve (het bewustzijn van de waarnemer) en het objectieve (de externe, materiele wereld). Beide zijn ten diepste hetzelfde, voortvloeiend uit wat de beroemde uitvinder van Transcendentale meditatie (en tot zijn dood in 2008 collega van Hagelin), Maharishi Mahesh Yogi het Transcendentale Bewustzijn noemde. Het siert Hagelin dat hij zijn theorie over het bewustzijn ook heeft willen testen, zoals een echte wetenschapper betaamt. Dat kan van maar zeer weinig spirituele denkers gezegd worden. Aangezien we volgens Hagelin ten diepste deel zijn van verbonden bewustzijnsvelden, zijn we ook in staat door onze mentale kracht die velden te beïnvloeden. Hiervoor is wel voldoende kracht nodig. Daarom liet Hagelin ongeveer 4000 aanhangers van Transcendentale meditatie in Washington bijeenkomen om gezamenlijk te mediteren. Volgens Hagelin leidde dit tot een statistisch significante afname van de gewelddadige criminaliteit in de regio, door het zogenaamde Maharishi-effect, vernoemd naar de eerder aangehaalde stichter van deze meditatievorm. De bevindingen werden zelfs gepubliceerd in een gerespecteerd peer-reviewed tijdschrift (Social Indicators Research). Skepticus en fysicus Robert L. Park deed de bevindingen echter af als een “kliniek van datamanipulatie”, waarna weer een reactie volgde van een van de organistoren van het onderzoek, hier te lezen.

Ik ben niet bekwaam om deze discussie te beslechten, maar duidelijk is wel dat meer bewijs nodig is om vast te stellen dat er echt zoiets bestaat als het Maharishi-effect (dat meditatie positieve gevolgen heeft op het individuele welzijn van degene die mediteert, is wel herhaaldelijk bewezen). De hardheid van een theorie volgt immers uit reproductie van resultaten, waarbij telkens weer dezelfde bevindingen volgen. Zeker zeer radicale claims als deze die het huidige wereldbeeld onderuit halen, vereisen zeer veel bewijs. Wat dat betreft jammer dat (voor zover mij bekend) dergelijk onderzoek naar macro-effecten van denkkracht niet meer herhaald is. Misschien uit angst dat eerdere resultaten niet opnieuw optreden?

Behalve bij de kwantummechanica, zoekt het neospiritualisme ook houvast bij de neurowetenschappen om het failliet van het materialisme aan te tonen. In Nederland is bijvoorbeeld cardioloog Pim van Lommel bekend die onderzoek deed naar bijna doodervaringen en daar aanwijzingen uit ontleent dat er meer is tussen hemel en aarde. Zijn stelling dat er leven na de dood is en dat de geest los van het lichaam kan functioneren in zijn boek Eindeloos bewustzijn: een wetenschappelijke visie op bijna dood ervaringen, wordt op deze plek op goed geïnformeerde wijze onderuit gehaald. De stand van zaken van de spirituele wending van de neurowetenschap is te vinden in het boek The spiritual brain: a neuroscientist’s case for the existence of the soul (2007) van Mario Beauregard, neurowetenschapper, en wetenschapsjournalist Denise O’Leary. Ook deze auteurs menen dus dat de geest los gezien kan worden van de hersenen. Ze wijzen op patiënten die mentale aandoeningen hebben, zoals klinische depressie of een obsessieve stoornis, die in staat zijn om de problemen in hun hersenen te onderkennen, wat zou duiden op een onafhankelijk “zelf” of “bewustzijn.” Bovendien is er bewijs dat bepaalde ziekten, zonder medicatie, verminderd of zelfs verholpen kunnen worden door mentale inspanningen. Door mentale inspanning kunnen hersenverbindingen in de neocortex bijvoorbeeld worden veranderd, waardoor fysieke problemen afnemen. Ook wijzen Beauregard en O’Leary op de ervaring van uittredingen uit het lichaam en bijna doodervaringen, waarbij mensen een zee van licht zagen waarin ze binnengingen (de bekende “tunnelvisie”) of zelfs herinneringen hadden aan wat er tijdens hun doodsstrijd gebeurde vanuit een objectief perspectief. Dergelijke bevindingen zijn natuurlijk intrigerend, maar impliceert het ook sterke aanwijzingen tegen het materialisme en voor het onafhankelijk bestaan van bewustzijn/ziel? Volgens deze kritische en vlot leesbare recensie niet. Voor meer diepgaande besprekingen waarin ook aandacht is voor “gewone wetenschappelijke” verklaringen voor bijna doodervaringen en uittredingen zie respectievelijk hier en hier.

Conclusie

Het nieuwe spiritualisme hanteert geen eenduidige metafysica; sommige stromingen, zoals levenskunst of westers Boeddhisme doen geen of nauwelijks uitspraken over de diepere werkelijkheid en de opbouw van het heelal. Niettemin is er binnen het neospiritualisme veel verzet tegen een materialistische wereldbeschouwing. Meer ontwikkelde denkers grijpen verschillende wetenschappelijke bevindingen aan om een anti-materialisme te verkondigen, waarbij plaats is voor bewustzijn zonder materiele basis. Zij wijzen op de tekortkomingen van de materialistische wetenschap om met een sluitende verklaring te komen voor het bewustzijn en geven aan dat die er waarschijnlijk ook niet meer zal komen na decennia gericht onderzoek. In plaats daarvan stellen ze een dualistisch, of ten diepste zelfs idealistische metafysica voor. Maar wat de neospirituelen bieden is theoretisch/wetenschappelijk welbeschouwd pover. Alles wat we hoeven te doen om het probleem van het bewustzijn op te lossen, is door te stellen dat alles bewustzijn is, zoals de hierboven aangehaalde recensent van The spiritual brain stelt. Belangrijker nog is dat het postuleren van een onafhankelijk bewustzijn het daadwerkelijk verklaren van voor de materialistische wetenschap problematische verschijnselen niet verder helpt. Voor een echte verklaring is het nodig om te weten hoe processen werken, hoe entiteiten op elkaar inwerken, wat actiemechanismen zijn. Er is sprake van een hoog gehalte van wat de Engelsen begging the question noemen. In dit geval verklaren holistische, spirituele benaderingen niet hoe de interactie tussen brein (materie) en bewustzijn verlopen, of hoe precies meditatie leidt tot minder criminaliteit, als dat al zo zou zijn. Martin besluit zijn anti-materialistische betoog met commentaar op een citaat van de materialistische cognitief filosoof Jaegwon Kim die aangeeft dat het idealisme ons wetenschappelijk gezien niet verder helpt:

“The philosopher Jaegwon Kim writes: “It is not obvious how positing immaterial souls helps us with our problems.” On the contrary, it’s easy to see how it assuages everyone’s most serious problem. It puts purpose back into the Universe, and meaning back to life.”

Hier komt duidelijk de diepere motivatie aan het licht van nieuwe spirituele denkers. Het gaat hen niet om objectieve waarheidsvinding en open en kritische nieuwsgierigheid maar om het omver werpen van een als onbehaaglijk ervaren materialistisch wereldbeeld. Maar om nu te suggereren dat het leven in een dergelijk wereldbeeld zinloos is en “ieders meest serieuze probleem”? Kom op, ook zonder dat we deel zijn van een groot zwevend galactisch bewustzijn, is er genoeg zin en plezier in het leven te ontdekken, zoals liefde, werk, muziek, en kinderen.

Hoewel het bewustzijnsparadigma onbevredigend vaag blijft als het om het geven van verklaringen gaat, delft het dualisme zonder meer het onderspit tegenover het materialisme bij het verklaren van ingrijpende persoonlijkheidsveranderingen als gevolg van schade aan het brein of de werking van medicijnen en drugs. Immers, als de geest en de hersenen aparte entiteiten zijn en de geest met het brein communiceert om dit aan te sturen, waarom zou opgelopen breinschade de persoonlijkheid dan veranderen? Waarom zou de geest tenminste in de kern niet gezond en zelfbewust blijven? Hoe valt dementie te verklaren als we zelfbewuste en zelfscheppende goden zijn? Dat de geest invloed heeft op het lichaam kan tegelijk niet volledig stap-voor-stap materialistisch verklaard worden, maar wel in hoge mate, zodanig dat het aannemelijk lijkt en een onafhankelijk (laat staan kosmisch) bewustzijn er niet aan te pas hoeft te komen. Langs de lijn dat bijvoorbeeld positiever denken leidt tot het minder oproepen van nare ervaringen, die gelokaliseerd zijn in het brein en bestaan uit een samenstel van neuronen die worden geactiveerd en via de hersenen de productie van cortisol (het stresshormoon) versterken en het individu zo fysiek verzwakken (ervaringen worden opgeslagen, net als in een computer, en de waardering daarvan, bepaalt de fysiologische verbindingen van de materiele basis van die ervaringen). Zeker, het bewustzijn is een lastig vraagstuk, maar (materialistische) pogingen om de werking hiervan te verklaren zijn ondanks hun tekortkomingen toch indrukwekkender dan het werk van marginale spirituele wetenschappers. De conclusie kan niet anders zijn dan dat het anti-materialisme tot zover niet overtuigend is en dat we dus beter maar trouw kunnen blijven aan een materialistische wetenschap (wel zou ik het toejuichen als er meer empirisch onderzoek gedaan zou blijven worden naar alternatieve wetenschap).

 


[1]Ook wordt toevlucht genomen tot godsbewijzen, waar ik hier niet verder op in zal gaan.

[2] De discussie over de interpretatie van de vreemde verschijnselen in de kwantummechanica begon al met Einstein die meende dat God niet dobbelt en Heisenbergs onzekerheidsprincipe (de fundamentele onvoorspelbaarheid van deeltjes) niet kon accepteren. Maar die discussie beperkte zich toch met name tot het niveau waar de kwantummechanica betrekking op heeft en werd nauwelijks breder getrokken tot het vraagstuk van de betekenis en rol van bewustzijn op macroniveau.

bronnen: zie links in artikel en verder de kritische bespreking van Victor Stengers "Quantum Gods: Creation, Chaos and the search for cosmic consciousness"