westerse psychologie en boeddhisme
Er zijn zowel overeenkomsten als verschillen tussen de westerse psychotherapie en de psychologische inzichten uit de boeddhistische traditie. Hieronder volgt een schematisch overzicht, waarbij aangegeven wordt hoe boeddhistische psychologie (BP) de westerse psychotherapie (WP) kan verrijken.
I. doelen
ego versterken vs ego loslaten
(persoonlijk vs transpersoonlijk)
Bij WP is het doel de cliënt een krachtiger ik te geven door het ego te versterken. Bij BP gaat het er juist om het ego los te laten, de obsessie met het zelf te laten verdwijnen en meer open te staan voor de fundamentele innerlijke goedheid van de Boeddha-natuur. Het gaat erom het zelf te doorzien als een niet-zelf (annata). BP kan als een vervolg worden gezien op een psychotherapeutische behandeling. Om het ego los te laten, moet er eerst wel een voldoende sterk ego zijn! Het individu moet voldoende persoonlijke kracht hebben om naar de transpersoonlijke fase door te gaan.
wegnemen van neuroses vs verlichting
Bij WP is het doel de cliënt te helpen zijn of haar storende gedragspatronen, al dan niet het gevolg van traumatische ervaringen, te doorbreken. Dit gedrag uit zich vaak in de vorm van neuroses, structureel ineffectieve manieren van omgaan met problemen, zoals dwangneuroses. BP gaat verder. Ze beoogt mensen niet alleen te verlossen van irrationeel gedrag, maar hen ook te bevrijden. Verlichting, stilte, satori, een oceanisch gevoel, absoluut bewustzijn, innerlijke vrede, kortom een staat van nirwana (verlichting) zijn het ultieme doel van BP.
wegnemen persoonlijk lijden vs wegnemen existentieel/algemeen lijden
WP is gericht op de persoonlijke (auto)biografie van de cliënt zoals die in de behandelingsessie duidelijk wordt. Doel is het wegnemen van persoonlijke problemen. BP houdt zich niet zozeer bezig met persoonlijk lijden, maar geeft richtlijnen voor vermindering van het algemene lijden waar iedereen vroeg of laat in meer of mindere mate mee te maken krijgt; het lijden door verlies van wat ons dierbaar is, van ziekte, van onvervulde verlangens, etc. BP geeft hiervoor algemene aanwijzingen hiermee om te gaan. Bij WP blijven dukkha en samsara bestaan.
integratie in de werkelijkheid vs in twijfel trekken van de werkelijkheid
Wanneer een cliënt na een therapeutische sessie weer voldoende kan functioneren op het werk, thuis en in andere sociale verbanden, dan kan de sessie als geslaagd worden beschouwd. Maatschappelijke integratie is een maat voor succes binnen WP en sociale integratie een centraal doel. Bij BP ligt dit anders. Het boeddhisme neemt in tegenstelling tot WP wel een kritische houding aan tegenover de westerse (consumptie)maatschappij. Functionele integratie is voor haar een te benepen doel, ze adviseert daarentegen vaak om ook op momenten de afzondering te zoeken en is meer innerlijk gericht. Een werkelijk boeddhistische levenswijze zoals door BP gepropageerd, impliceert geregeld afstand nemen van de maatschappij en afzondering. BP vraagt om de werkelijkheid in twijfel te trekken, een ander perspectief uit te proberen, het (bijvoorbeeld dmv koans) leren doorzien en doorbreken van vanzelfsprekendheden in gedachten en concepten. Haar wereldbeeld is sociaal constructivitisch; de werkelijkheid wordt gemaakt door mensen, door betekenissen die in relaties worden gevormd en dus ook anders kunnen zijn. BP stelt dit bevrijdende inzicht meer centraal dan WP. Inzicht in de veranderlijkheid van de werkelijkheid en het zelf is bij BP een doel op zich.
acute depressie vs voorkomen (herhaling) van depressie
uit onderzoek blijkt dat WP meer geschikt is dan BP om acute depressies te behandelen. Eerst dient de persoon sterk genoeg te zijn om klaar te zijn voor de transpersoonlijke fase. Maar op BP gebaseerde mindfulness (zoals steeds meer toegepast binnen WP) helpt, zo wijst empirisch onderzoek uit, goed bij het voorkomen van depressies, ook bij mensen die eerder met depressies te maken hebben gehad.
II. visie op lijden
lijden agv trauma's vs existentieel lijden
Zoals hierboven al aangegeven, wordt binnen de WP het lijden gezien als voortkomend uit traumatische ervaringen die hebben geleid tot de ontwikkeling van gedragspatronen die (niet langer) productief werken bij de omgang met de innerlijke en uiterlijke wereld. De eerste waarheid van Boeddha was dat het lijden deel van het leven is. Het leven is in de grond lijden. De omgang met dit lijden kan zo worden gecultiveerd dat het lijden aan het lijden geminimaliseerd wordt (maar dit is alleen weggelegd voor devote monniken; voor de gewone mens kan het boeddhisme slechts verzachting bieden). Maar het lijden zelf zal altijd bestaan.
inhoud van het lijden vs anders aankijken tegen het lijden
Bij WP wordt getracht, met name bij cognitieve gedragstherapie, om de inhoud van gedachten te veranderen. De idee is dat gedrag door achterliggende gedachten wordt gestuurd. WP wil de irrationaliteit van deze gedachten doorbreken en daarmee het gedrag. Zo wordt de patiënt aangemoedigd na te gaan of zijn gedachten niet onwaar, irrelevant, star, onlogisch, overdreven of onbruikbaar zijn. Bij BP ligt de nadruk niet op de inhoud van gedachten die het lijden veroorzaken, maar op de verhouding tot het lijden. Dit wordt bereikt door meditatie en mindfulness waarmee een gelijkmoediger houding en meer acceptatie bereikt wordt, alsmede meer inzicht in de werkelijkheid die het lijden meer op afstand plaatst.
klein veranderpotentieel vs groot veranderpotentieel
Binnen WP is de gedachte breed gedeeld dat niemand geheel vrij is van zekere neuroses en dat dit ook niet mogelijk is. Freud meende al dat geluk geen doel kan zijn van de behandeling. Het beste waarop gehoopt kan worden is de transformatie van hysterische ellende in gewone ongelukkigheid. In tegenstelling tot BP ontkent WP een duidelijk omlijnd pad naar geluk dat de mens kan bereiken. In reactie op spanningsvolle situaties en lijden wordt altijd met een zekere vorm van verdediging gereageerd, variërend van zeer hoge aanpassing (humor) tot zeer lage (psychotische verstoring). De persoonlijkheid wordt binnen WP gezien als "iemands gebruikelijke identificatie en geconditioneerde patroon of aanpassing aan de mate van aangeboren temperament, interne motivationele krachten en externe omstandigheden" (147). een therapie kan dan ook niet meer opleveren dan het vinden van een compromis in defensieve arrangementen die het minst (zelf)destructief zijn. Gewoon functioneren is het hoogst haalbare. BP is positiever gestemd en meent dat door veel oefenen mensen verder kunnen groeien en verlichting kunnen bereiken, waarbij door onthechting defensieve impulsen oplossen.
III. middelen tot opheffen van het lijden
wegnemen negativiteit vs stimuleren positiviteit
Van oudsher richt WP zich op het wegnemen van problematisch denken en handelen. BP gaat verder en stimuleert ook positieve gedachten en emoties (ic de "vier sublieme gevoelens": stimulering van liefde, gelijkmoedigheid, compassie en vreugde). BP ziet deze als een remedie, als tegengif voor negatieve emoties en gedachten. Positiviteit dient het lijden meer in perspectief te plaatsen en daarmee onze verhouding ermee te verzachten. Vanaf eind jaren '90 is echter een kentering gaande binnen WP door de opkomst van positieve psychologie. WP besteedt sindsdien ook meer aandacht aan het ontwikkelen van positieve emoties, hoewel dit nog steeds geen centraal doel is.
zelfgericht vs ander-gericht
Het welzijn van de cliënt staat centraal binnen WP. Binnen de oudste boeddhistische stroming, het Hinayanaboeddhisme, is dit evenzeer het geval, maar het latere Mahayanaboeddhisme legt ook sterk de nadruk op het belang van het helpen van de ander. Compassie met de ander, met alle levende wezens, maar ook met het zelf (dat deel voorbij het ego), is binnen BP een wezenlijk onderdeel van het pad naar welzijn.
geest vs geest-lichaam
Binnen het boeddhisme worden de geest en het lichaam als onafscheidelijk gezien. Geestelijk welzijn kan alleen bereikt worden door aandacht voor het lichaam. Door meer aandacht voor en controle over het lichaam te realiseren, bijvoorbeeld door ademhalingstechnieken en yoga, kunnen excessieve emotionele reacties op spanningsvolle situaties worden verminderd. BP heeft veel aandacht voor de manier waarop geest, lichaam en de wereld elkaar beïnvloeden om succesvol gedrag te realiseren. Het lichaam verschaft veel informatie over onze behoeften en die van anderen. Het lichaam is ook een waarschuwingssysteem dat ons attendeert op opkomende emoties en ons zo kan beschermen. Ze geeft ook feedback die (onbewust) onze oordelen vormt in interactie met de externe werkelijkheid. Aandacht voor het lichaam helpt ook ons af te sluiten van de conceptuele-analytische manier van denken en meer op te gaan in het moment en meer specifiek het geheugen te gebruiken. Dit is van belang voor het tegengaan van depressie:
"In depression, it is not self-focus which is the problem, but the mode of mind we are using. If we are self-focused in a conceptual way, this will perpetuate rumination. If we are focused on the direct sensation of our bodies, we activate a mode of mind which is non-conceptual and is intentionally focused on the present moment."(376)
Dit is ook wel logisch: het is moeilijk een probleem van de geest alleen door de geest op te laten lossen. Meer lichaamsaandacht verzwakt gewoonten en verlegt de aandacht van het conceptueel-analytisch denken. De directe sensorische ervaringen kunnen piekeren of onderdrukking verminderen.
De innige relatie lichaam-geest is door de neurowetenschap afdoende aangetoond. Westerse psychologen hebben echter nog steeds weinig aandacht voor het lichaam.
cognitieve benadering vs totale benadering
WP is gericht op mentale aanpassing, op hervorming van het denken. Maar BP biedt een totaalpakket. Om geestelijk welzijn te bereiken dienen we ook onze moraal, relaties, wijzen van spreken en doen te veranderen en geregeld te mediteren, oftewel het achtvoudig pad te volgen. Nadenken over onze problemen is niet alleen niet genoeg, het kan ook leiden tot catastrofaal denken. Als we denken, denken we al snel over waar het fout is gegaan en waarom. Zo worden we bewuster van het gat tussen ons ideale zelf en het werkelijke zelf, wat leidt tot een negatieve stemming die het zelfbeeld verder verslechterd, waarna een vicieuze cirkel al snel op de loer ligt. Soms lijkt het beter niet meer te denken, maar dan wel op een manier dat er geen sprake is van verdringing. BP onderzoekt die mogelijkheid. Het is zelfs maar de vraag of ons vermogen om conceptueel te denken ook evolutionair geschikt is om problemen van de geest op te lossen, met haar externe gerichtheid:
"Although our evolutionairy inheritance has given us the skills to escape or avoid an external threat, such as a predator, the aversive mental states that are themselves created by the self-reflecting mind cannot be evaded. The second problem is that some of our mental states (e.g. emotional memories) are not encoded or stored conceptually, so that self-reflective tactics to suppress them cannot work." (370)
specifieke de-conditionering vs totale de-conditionering
Het verleden bepaalt het heden en wanneer die invloed negatief is, probeert de psychotherapeut dit te doorbreken. BP wil echter alle conditionering doorbreken, niet alleen die uit een ver verleden, maar ook onze beperkende gewoontes waarvan we misschien niet op het eerste gezicht zien wat er mis mee is, maar die ons wel te gehecht houden en afleiden van waar het werkelijk om gaat. Zoals de Dalai Lama zegt bepaalt zelfbehagen alleen niet of een verlangen of handeling positief of negatief is, maar of het uiteindelijk positieve of negatieve consequenties heeft.
spreken vs zwijgen
Praten is de manier waarop problemen die de cliënt heeft worden blootgelegd en opgelost binnen WP. Dit is een manier die haar waarde zonder meer heeft bewezen, maar toch niet zonder problemen is. Verbalisatie kan interfereren met onbewust redeneren. Veel beslissingen die door rationele, bewuste afweging tot stand komen, blijken achteraf suboptimaal. Vaak nemen we betere beslissingen als we het onbewuste het werk laten doen. Praten levert ook niet altijd juiste informatie op. De psychiater kan verkeerd interpreteren. Door denken en praten kunnen we ook diepere gevoelens blokkeren. Net als bij denken geldt ook voor praten dat het niet altijd mogelijk is om zo problemen op te lossen.
Binnen BP wordt ook gesproken, zoals de "Dharmatalk" en Dokusan (private sessies tussen zenleraar en leerling) binnen zensessies. Maar zwijgen speelt toch een prominentere rol. Het verdient aanbeveling zwijgen minder als weerstand te beschouwen en meer als een bron van informatie. Technieken om de geest stil te krijgen in plaats van haar in beweging te brengen door woordenstromen en absorptie in activiteiten die niet met de problemen verbonden zijn, worden door veel patiënten als effectiever beschouwd dan reguliere therapie (293). Mindfulness, stilte, shikanto (het onthecht leren kijken naar spanningsvolle situaties), blijken vaak net zo effectief als praten, of vormen hier in ieder geval een positieve aanvulling op. Voor veel boeddhisten gaat het er niet zozeer om een krachtig narratief op te bouwen met de psychiater, maar in nauw contact met de reële wereld te leven.
ik vs relatie
Wanneer zoals bij WP het ik centraal gesteld wordt, wordt de ander al snel als instrumenteel beschouwd, of als een bedreiging waarvan we dominantie moeten zien te voorkomen. Bij BP staan relaties en harmonie meer centraal. Dit komt voort uit het boeddhistische idee dat alles met elkaar samenhangt. Het zijn is inter-zijn. Het zelf vormt dan ook niet zozeer de relatie, maar relaties vormen het zelf. Het ik is een kruispunt van relaties waarin het verkeert én waar het aan bijdraagt. Onze verhouding tot de wereld is er een van co-creatie van betekenissen door aan te grijpen bij de contingentie en vrijheid die we vinden:
"relationship serves as a fundamental origin of all that human beings take to be valuable and worthy (..) It is care of relationship that serves as a first priority" (476)
Natuurlijk kunnen sommige relaties schadelijk zijn. Die moeten dan veranderd worden en als dat niet mogelijk is, losgelaten (cf. het boeddhistisch belang van onthechting van dat wat blokkeert). Harmonie is een spirituele waarde die gegrond is in compassie. Maar dat betekent ook compassie voor het zelf. Harmonie bestaat bij de gratie van innerlijke vrede.
Evaluatie
Het boeddhisme wordt veelal als een religie gezien. Dit is begrijpelijk, zeker gezien de metafysische aspecten die ook tot de traditie behoren, maar in de kern is dit toch onterecht. Het boeddhisme is in eerste instantie een levensfilosofie bedoeld om het lijden op aarde tegen te gaan en hierboven uit te stijgen door middel van oefening en inzicht. In de vele geschriften (samen tientallen keer de omvang van de Bijbel) die de afgelopen 2500 jaar binnen het boeddhisme tot stand gekomen zijn, is een schat aan psychologische inzichten te vinden, die de moderne westerse psychologie kan verrijken. Het zou te ver gaan om de WP te vervangen door BP (al is het alleen maar omdat BP minder goed raad weet met acute depressies en zich niet bezighoudt met persoonlijk maatwerk), maar de laatste kan haar inzichten, zoals die van mindfulness en aandacht voor het lichaam, wel integreren binnen de westerse traditie. Dit gebeurt ook steeds meer, zoals in Mindfulness Based Cognitive Therapy. WP kan in navolging van BP ook haar doelen en perspectief verrruimen door meer aandacht voor sociale relaties en hogere bewustzijnstoestanden en meer te verlangen dan enkel functioneel-sociale integratie. Ik heb hier stilgestaan bij tekortkomingen bij WP, maar bij BP kunnen ook bedenkingen worden geplaatst. Daar ga ik echter graag een andere keer op in.
Bronnen:
Kwee et al (2006). Horizons in Buddhist Psychology.