Vrijheid
Waar moeten wij ten diepste naar streven? Eerder heb ik aangegeven dat geluk niet het ultieme streven kan zijn. Vrijheid lijkt een betere kandidaat. Toch is dit niet wat de meeste mensen willen. Hun comfortabele, huidige leven voortzetten, alleen iets gelukkiger worden, dat is wat de mensen nastreven. Een klein beetje meer welvaart en een beetje meer geluk ervaren. Dat zou al genoeg zijn. Echte vrijheid willen de meeste mensen niet. Niettemin begint het spirituele leven bij vrijheid omdat vrijheid een noodzakelijke voorwaarde is om de waarheid te zien. Zolang we geconditioneerd zijn door onze bindingen en de samenleving kunnen we niet onbevangen waarnemen. Volledig ongeconditioneerd kunnen we echter nooit zijn. We zijn talige wezens en de grenzen van de taal zijn ook de grenzen van de waarneming. Maar waar het om gaat is dat we los moeten raken van denkbeelden, opvattingen en ideologieën. We moeten de ruimte tussen onszelf en de wereld zo min mogelijk vullen, maar morele oordelen opschorten en vervangen door een causaal, onderzoekend denken, zodat we meer open worden. Ook is vrijheid belangrijk voor het bereiken van geluk. Wie niet vrij is van angst en nioet autonoom is, kan niet effectief zijn waardoor het geluk telkens wijkt.
Maar wat is vrijheid? Een handzaam onderscheid dat de filosoof Berlin eens aanbracht is dat tussen negatieve en positieve vrijheid. Bij negatieve vrijheid gaat het om de afwezigheid van uiterlijke beperkingen aan onze handelingsruimte. Ik zou daaraan ook innerlijke beperkingen willen toevoegen. Bij uiterlijke beperkingen gaat het om de grenzen die politiek, techniek, religie en andere instituties aan het individu stellen. Bij innerlijke beperkingen gaat het om alles binnen de psychologische structuur dat de effectiviteit van het gedrag en het zuivere zicht op de werkelijkheid belemmert. Innerlijke vrijheid betekent vrij zijn van dwangmatig gedrag, angst, vooroordelen en heftige emoties. Het betekent niet willen schuilen binnen de grenzen van de eigen ervaring, autoriteiten achterlaten en de barrières van tradities en ambities voorbijgaan. De vraag kan gesteld worden wat dwangmatig gedrag is. Als we onszelf normen opleggen en daarnaar willen leven, zijn we dan ook onvrij? Vrijheid veronderstelt orde op macroniveau. Als iedereen vrijelijk doet wat hem goeddunkt, dan ontstaat wanorde en in wanorde kan vrijheid niet leven. Omgangsvormen, de beoefening van deugden zijn nodig. Zelfsturing door zelfopgelegde dwang kan in een toestand van echte vrijheid niet bestaan. Idealiter zijn inzicht en waarneming van het eigen gedrag voldoende om tot het goede over te gaan, zonder zelfopgelegde dwang. Maar ik geloof wel dat leefregels nodig zijn voorafgaand aan het bereiken van echte vrijheid. We zullen het gewenste gedrag ons eigen moeten maken, haar moeten ervaren, opdat het in ons waardensysteem kan leven. Je kunt zeggen dat een gecultiveerde deugd geen deugd is, maar beter is te stellen dat alleen diepe worteling ontbreekt.
Is vrijheid dan het vermogen om te doen wat we ten diepste willen? Als we vrij zijn van neigingen die onwelgevallig zijn en doen wat we echt willen, is dat dan vrijheid? Niet noodzakelijk, want de wil is zwaar geconditioneerd. Daarnaast kan vrijheid van de wil leiden tot minder vrijheid voor de ander. We kunnen de wil deels ontkleden, haar zuiverder, authentieker maken, maar ze blijft verdacht. Zoals de denker Krishnamurti al aangaf zitten we dan nog steeds in het stadium van de reactieve vrijheid. Mensen verlangen om vrij te zijn van iets of iemand en om vrij te zijn om wensen in vervulling te brengen. Om echt vrij te zijn dienen onze inspanningen verder te reiken. Het streven dient erop gericht te zijn vrij te zijn om de vrijheid zelf. Om vervolgens te ontdekken wat zich dan aandient.
Echte vrijheid uit zich in het individu als het vermogen om in iedere situatie innerlijke vrede te bewaren. Het is de staat van gelijkmoedigheid, waarin een milde liefde schuilgaat; voor onszelf ondanks alles en voor de wereld, ondanks alles. Wanneer het tegenzit je niet mee laten slepen door emoties die verhinderen dat we helder zicht houden en geneigd zijn tot overhaaste en generaliserende oordelen. Zelfbehoud dus, ondanks de tegenstrijdigheden van het leven. Innerlijke vrede die voorkomt dat we in een staat van wanhoop en lethargie vervallen, in onproductieve somberheid en ondermijnend zelfmedelijden. In die zin dus ook zelfoverwinning, maar dan niet door bittere strijd, maar door afstand, door rust. Innerlijke vrede wil niet zeggen dat we blij of zelfs maar tevreden dienen te zijn; er mag erkend worden dat je in tegenspoed verkeert, maar tegelijk zorgt de onderstroom van innerlijke vrede dat er genoeg energie is om door te gaan, om niet ontregeld te raken en vertrouwen te hebben op betere momenten. De geest is vrij wanneer hij in staat is het leven elk moment tegemoet te treden. Vrijheid bewerkstelligt zelfbehoud en zorgt ervoor dat we onszelf kunnen overstijgen. Die innerlijke vrede houdt acceptatie in van dat wat geen verzet duldt en zorgt voor kracht om tot verandering te komen, direct. Het is een innerlijke kracht die de negatieve emoties verzacht, een troostende, geruststellende stem. Het geeft een besef van controle geeft en houdt de rede op veilige afstand van de gistende onrust. Dergelijke vrijheid ontstaat niet als reactie op tegenslag, zoals witte bloedcellen reageren op een verwonding. Ze is een geesteshouding die er altijd is. Op momenten dat het goed gaat, als we bijvoorbeeld in beslag genomen worden door activiteiten waar we genoegen aan beleven, als we in een flow zitten, is ze er ook, als stille kracht op de achtergrond. Dat is ook goed zo. Het is beter als het onbewuste haar werken uitvoert en niet gestoord wordt door het bewuste. Het bewuste denken dient alleen een rol te spelen wanneer ze nodig is, anders is het beter te vertrouwen op de onbewuste processen, zoals ook de moderne cognitieve psychologie aantoont (en wat ook in lijn is met de taoïstische idee om niet in te interveniëren in de menselijke Tao). Vrijheid is vertrouwen op dat de dingen ook vanzelf kunnen gaan. Als het onbewuste niet geactiveerd is en we verkeren in een goed moment, dan maakt de innerlijke stroom van vrijheid ons nog bewuster van de pracht die het leven ook kan bieden. Zoals ze op moeilijke momenten het leven verlicht, verzwaart ze op goede momenten. Het is dat zeldzame, tintelende gevoel dat het hele lichaam doordringt-dat we leven.
Een groot misverstand is vrijheid gelijk te stellen aan "lekker jezelf zijn" en "doen waar je zin in hebt". Ook hebben schaamteloosheid en vrijheid niets met elkaar te maken, zoals wel wordt gesuggereerd in sommige tv-programma's. Het exces komt juist voort uit het opgeven van vrijheid door deïndividuatie, het opgaan in de ontremming van het groepseffect. Of door de geest te verdrinken. Het exces gaat daarbij niet zelden gepaard met een zekere dwangmatigheid (het moet leuk worden, er moet zelfverlies optreden). In alle gevallen is sprake van overlevering en dus uitlevering van de vrijheid. De psychische vrijheid kan helpen om het exces te voorkomen. Ze belicht de gemoedstoestand. Als deze positief is, wordt duidelijk dat we daaraan genoeg zouden moeten hebben; als positieve gevoelens afwezig zijn, dan worden we ons gewaar van de verlokkingen en gevaren van het escapisme, de vlucht van de vrijheid.
Hoe kunnen we vrij worden? Volgens Krishnamurti ontstaat vrijheid, maar kan zij niet worden nagestreefd. Zeker niet door het denken. Het denken is het resultaat van het geheugen, dat uiterst beperkt is. Dit denken projecteert het verleden op het heden. Vanuit het denken blijven we dus altijd in het oude en ontstaat niet iets nieuws, aldus Krishnamurti. Krishnamurti roept op om vrij te raken van het bekende. Zoals de diepte in een meer kan worden gezien wanneer het water stil is en zonder inhoud en vertroebeling, zo kan de geest alleen helder waarnemen wanneer ze stil is. Alleen een vrije geest kan kijkend direct begrijpen, meent Krishnamurti. Of anders ontstaat het besef "ik weet het niet". Dit alls doet denken aan Nietzsches wil tot macht, die begrepen moet worden als een principe tot meer leven. Scheppen, omarmen, maar daarna ook loslaten of zich zelfs tegen de eerdere affirmatie keren. Net als bij veel oosterse denkers, is Krishnamurti erg kritisch over het denken. Hij erkent wel de waarde van het denken voor het praktische leven (zoals voor de geneeskunde), maar binnen het persoonlijke leven is kennis volgens hem ronduit gevaarlijk. Ik denk dat hij overdrijft en dat een onderscheid tussen ideologie en kennis hier nodig is. We moeten inderdaad ideologieën (maar niet idealen!) achter ons laten. Maar tegelijk dient kennis om de wereld te begrijpen, te interpreteren. Gebrek aan kennis kan juist gevaarlijk zijn. Domheid (wat ook disrespect voor kennis inhoudt) is juist de gevaarlijkste en grootste vorm van het kwaad. Wanneer de menselijke kennis als een web wordt opgevat, dan wordt duidelijk dat een bepaalde knoop in dat web niet buiten haar bredere context begrepen kan worden. Zuivere vrijheid is misschien alleen waarnemen, maar dit is nauwelijks mogelijk. Er moet ook geïnterpreteerd worden en dit kan alleen door de analogie, door het verband, wat trouwens ook de (betekenis)waarde van iets kan doen toenemen. Als we een boom zien, is dat ook interpretatie. Dat is interpreteren; losse delen tot een betekenisvol geheel vormen op basis van eerdere ervaring en kennis. We blijven zo wel binnen de concrete, praktische wereld. Maar dat is wel de werkelijkheid waarin we moeten leven. Waar het om gaat is te voorkomen dat we niet verder kijken, dat we door alle categoriseringen heen het bijzondere blijven zien en het totaal. Iets is nooit alleen maar een deel van een geheel en nooit alleen maar een geheel, maar altijd een deel. Vervolgens moeten we het oordeel dat zich aandient beschouwen, onderzoeken in breder perspectief en waken voor reductionisme. Oordelen is altijd afschrijven en ontkennen. Daar past grote terughoudendheid bij.
Vrijheid ontstaat wanneer er geen angst is, wanneer er liefde in het hart is, ze ontstaat wanneer de geest niet langer streeft naar veiligheid voor zichzelf, niet in tradities en ook niet in kennis. Er zijn geen methodes, geen lessen in vrijheid. Wel zijn er aanwijzingen te geven voor een nieuwe geestesgesteldheid die vrijheid schept:
Volgens Krishnamurti worden we door echte vrijheid, zoals hier opgevat, ook betere mensen. Volgens Krishnamurti is deugdzaamheid een product van vrijheid en kan dit evenmin als geluk een doel op zich zijn. Uit het observeren ontstaat vrijheid en uit die vrijheid ontstaat onmiddellijk handelen. Dit omdat de geest verjongd en verfrist raakt en zo beter kan zien. In die toestand bestaan ook liefde en mededogen en zo komt een vitaal en krachtig leven tot stand. Liefde kan niet ontstaan zonder vrijheid, want dan is er ambitie, overheersing, hebzucht, jaloezie, terwijl de vrije geest dat alles ontbeert. Een geest die overvol is, die gebukt gaat onder stress en frustraties en streeft naar plezier en angsten kent, blijft binnen het bekende circuleren en komt niet tot het juiste handelen. Leidt zuiver waarnemen, in ons hart en op de wereld, vanuit een vrije geest als vanzelf tot het juiste inzicht en handelen? Soms weten we heel goed wat het beste is om te doen en doen we het toch niet. Innerlijke vrijheid dooft de wil, het verlangen naar alles wat ons bindt nog niet. Ze kan wel tijdelijk de druk verzachten, motiveren om verder te kijken, verder te gaan (Nietzsches wil tot macht als de wil tot meer leven). Vrijheid is het begin van alles, maar daarna is nog een weg te gaan.
Bronnen:
J. Krishnamurti (1994). Over vrijheid