Het verraad van links

7-10-07

De journalist Carel Brendel gaat in zijn recent verschenen boek Het verraad van links (Aspekt, 2007) in op de geschiedenis van de socialistische en sociaal-democratische bewegingen in Nederland en haar relatie tot godsdienst. Het boek beschrijft hoe de allereerste socialist van naam in Nederland, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, strijd moest leveren tegen de behoudzucht van de kerk en de andere 'k's waarvan we het niet moesten hebben': kapitaal, koning, kazerne en kroeg. De predikant Nieuwenhuis had van dichtbij meegemaakt hoe weinig kerken deden tegen sociale ongelijkheid. Brendel citeert Nieuwenhuis uit een preek gegeven in 1877:

'Of is het niet waar, dat het krachtigste verzet tegen gelijk recht voor allen, tegen veredeling en ontwikkeling der menigte, tegen de opheffing der vrouw uit de onderdrukking en slavernij, waarin zij nog veelal verkeert, gevonden wordt onder hen, die het vaandel van de godsdienst het meest omhoog houden?'

De kerk was in die dagen, nog steeds trouwens, een conservatief bolwerk dat niets moest weten van gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen, of een politiek die sociale ongelijkheid, armoede en misstanden krachtig aanpakt. Armenzorg en ongeletterdheid was een middel om de massa onwetend en in het gareel te houden. Kuyper, voorman van de Anti-revolutionaire partij (voorloper van het CDA), deed niets aan vrouwenrechten (er mochten geen vrouwen op de kieslijst van de ARP) en hij verzon de 'worgwetten' (verbod op stakingen). Het verbieden van boeken en films was al evenmin een uitvinding van moslims. Tal van wetenschappelijke verhandelingen kwamen op de katholieke Index. De vrije omgang tussen de seksen werd met veel succes tegengegaan door de katholieke kerk. Kiesrecht, emancipatie, echtscheiding en seksualiteit konden rekenen op felle afwijzingen vanaf de kansel. Domela krijgt ook te maken met vlammende kritiek, want het socialisme wordt als staatsgevaarlijk en goddeloos beschouwd met als grote schrikbeeld de commune van Parijs uit 1871. Uiteindelijk weet het OM hem te veroordelen tot 1 jaar gevangenisstraf voor majesteitsschennis op grond van uitspraken die tegenwoordig als mild zouden worden opgevat. Maar ook de politie treedt hard op tegen de socialisten door vergaderingen en betogingen met geweld neer te slaan. Zelfs het oranjegezinde deel van zijn natuurlijke achterban keert zich tegen Nieuwenhuis. De proletarische oranjeklanten belegeren al zingend 'hop-hop-hop, hang de socialisten op!' winkels, cafés en andere woningen van socialisten. Nieuwenhuis wordt bijna gelyncht door een dronken massa.

Met de vorming van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) komt er een nieuwe partij op met een nieuw type socialisme. Aan het hoofd staat Pieter Jelles Troelstra. Een rechtstreekse confrontatie met kerk en geloof is niet het uitgangspunt, maar kritiek blijft er op de sociale misstanden. Steeds meer gelovigen vinden heil in het socialisme, zoals de joodse diamantbewerker Henri Polak, oprichter van de eerste vakbond in Nederland, waardoor arbeiders van verschillen confessies nader tot elkaar kwamen. Polak was een bruggenbouwer met principes. Hoewel jood was hij volkomen geassimileerd in de samenleving, nam actief deel en kwam op voor het algemeen belang en was zoals veel allochtone politici nu geen cliëntist. De gelovige socialisten waren buitenkerkelijk en wars van fanatisme; het geloof was voor hen een privezaak. Ondanks de milde opstelling van de socialisten en hun strijd voor sociale gerechtigheid blijven de confessionele partijen het politieke beeld bepalen omdat de vrouwen voor wie de SDAP opkwam confessioneel bleven stemmen toen ze na aandringen van de SDAP kiesrecht kregen. De uitruil tussen algemeen kiesrecht en de beslechting van de schoolstrijd waardoor confessionele partijen ook staatststeun krijgen, pakte slecht uit. Vrouwen stemden massaal confessioneel omdat de emancipatie nauwelijks was begonnen en het bijzonder onderwijs zorgde ervoor dat de confessionelen hun anti-socialistische praatjes nog decennia lang konden verkondigen en zo hun achterban in de greep hielden. Toen in 1945 dominee Buskes lid werd van de PvdA vroegen collega's op de VU zich af of hij nog wel christen kon zijn, waarna zijn colleges leegliepen. Toch was er zeker sinds het aantreden van dominee Banning veel ruimte voor gelovigen binnen de socialistische gelederen, wat na de oorlog leidde tot de doorbraakgedachte. In tegenstelling tot de communistische beweging is het socialisme nooit anti-godsdienstig of atheïstisch geweest en hoewel geïnspireerd door natuurwetenschap en rationalisme, staat voor haar sociale rechtvaardigheid en de scheiding van het publieke en private domein aangaande religieuze aangelegenheden voorop.

In de jaren '60 lagen de autoriteiten door de opkomst van nieuwe sociale bewegingen stevig onder vuur. De strijd voor het autonome individu ging gepaard met heftige kritiek op de repressieve aard van het kapitalisme en de kerk. Links streed tegen de onderdrukking en voor autonomie en solidariteit, een strijd die onder invloed van de neoliberale jaren '80 ontaardde in egoïstisch individualisme. De Nieuw Linkse beweging onder André van der Louw krijgt na de publicatie Tien over Rood invloed in het meest linkse kabinet ooit, dat van Den Uyl in de jaren '70. Vanaf toen, zo betoogt, Brendel, is het fout gegaan en heeft links haar kritische houding tegenover godsdienst laten varen. De ontzuiling heeft doorgezet en de macht van de kerken was gebroken, maar men had geen oog voor een nieuw opkomend gevaar: de islam. Toch, zo laat Brendel zien, kwam de eerste serieuze kritiek op de immigratie niet van rechts, maar van links, namelijk van DS'70, de partij van Willem Drees Jr, die zich niet kon vinden in de nieuw-linkse koers van de PvdA in die dagen. Deze partij sprak van een toevloed die te veel ruimte zou kosten. Uiteraard kwam het DS'70 op een verwijt van racisme te staan. Vadertje Drees zelf waarschuwde een paar jaar later ook voor de gevolgen van immigratie: 'Als men al buitenlandse arbeiders onmisbaar achtte, had men zich moeten beperken tot contracten van korte duur met ongehuwde arbeiders, of arbeiders die bereid waren te blijven zonder hun gezin'. Behalve wat kritische kanttekeningen van de GPV over de culturele bedreiging van gastarbeiders blijft het tot 1983 stil als de SP de brochure Gastarbeid en Kapitaal laat zien. Het is de eerste linkse kritiek op het multiculturalisme:

'Bij ons onderzoek zijn wij tot de conclusie gekomen dat de problemen vooral groot worden bij die mensen die van het platteland komen, de islamitische godsdienst belijden en zich waarschijnlijk daardoo moeilijk kunnen aanpassen aan de werk-en leefgewoonten van ons land. De achterstand in ontwikkeling ten opzichte van ons land en de consequente opvattingen die zij over hun (islamitische) geloof hebben, maken dat zij hoegenaamd kansloos in de maatschappij staan...(..) het belangrijkste is of zij zich kunnen aanpassen aan de Nederlandse zeden en gewoonten.'

De SP levert kritiek op mensen die zeggen dat gekleurde wijken een verrijking zijn, zoals André van der Louw: 'Hij heeft nooit verteld waaruit die verrijking dan wel mag bestaan.' Ze keert zich tegen de cultuur die vindt dat Nederlandse vrouwen zich als 'hoeren' gedragen, die vrouwen binnenhouden en geen contact willen met autochtonen, maar ook tegen de andragogen en welzijnswerkers die vinden dat Nederlanders meer begrip moeten tonen. Verder geeft de SP aan dat het 'onzin is om over te lopen van eerbied voor zulke vormen van 'cultuur', waar we zelf na eeuwen strijd mee hebben afgerekend.'

Bij nader inzien is het niet zo verrassend om te zien dat deze stevige en verfrissende kritiek op het multiculturalisme al zo vroeg uit linkse hoek kwam, nog voordat rechts er mee kwam (feitelijk pas sinds de Lubeck-lezing van Bolkestein in 1991, afgezien van Janmaat). Het was immers de natuurlijke achterban van links die het meest last had van de immigranten, een achterban die de PvdA steeds meer kwijtraakt en nog steeds als Partij voor de Allochtonen.

De PvdA en andere linkse partijen hebben zoals bekend sinds de jaren '70 het multiculturalisme omarmd en hoewel de PvdA zegt geleerd te hebben van Fortuyn (uitspraak van Bos) constateert Brendel terecht dat links weer de verkeerde weg op gaat. Ook de SP is niet meer zo uitgesproken als in de jaren '80 wat bijvoorbeeld ook duidelijk wordt door de uitgesproken multiculti's in haar midden, zoals voormalig feministisch boegbeeld Anja Meulenbelt. Brendel maakt zich terecht druk om het verraad van Nederlandse feministen die zich niet wensen in te zetten voor allochtone vrouwen (Ciska Dresselhuys is een uitzondering). Ze zijn bijna allemaal weggezonken in rooskleurige multiculturele waanideeën. De derde feministische golf moet komen van (ex/vrijzinnige) moslima's zelf, zoals Hirsi Ali, Selem en Manji.

Aan het eind van zijn boek komt Brendel met 'tien programmapunten om links uit het slop te halen'. Hij bepleit een terugkeer naar de vrijzinnige wortels van de sociaal-democratie en een duidelijkere stellingname tegen religieuze dwang en onderdrukking. Zij mag niet, zoals met Jami, afvallige moslims afvallen enkel omdat hin kritiek op de islam haar te scherp zou zijn. Natuurlijk hebben afvalligen kritiek, ze keren het geloof niet zomaar de rug toe. Links moet assimilatie voorstaan. Dat heeft niets met racisme te maken, maar is een noodzaak om werkelijk te integreren.

De scheiding van kerk en staat moet weer een leidend beginsel worden. Dus geen financiering van religieuze functies, zoals die van de orthoxe hoogleraar Ramadan, een wolf in schaapskleren. Op openbare scholen en bij vertegenwoordigers van de overheid in functie geen religieuze symbolen.

Ik zou daaraan willen toevoegen: afschaffen van artikel 23 en wel om twee redenen. Ten eerste ondermijnt religieus (lees islamitisch) onderwijs de gewetensvrijheid en de mogelijkheid van vrij en kritisch denken. Maar meer in het algemeen hoort godsdienstige vorming niet thuis in het onderwijs, waar het moet gaan om het bijbrengen van vaardigheden, kennis en de vorming van burgerschap. Religieuze vorming of indoctrinatie past niet in een kennisinstituut. Binnen het onderwijs zou juist kritisch tegenwicht geboden moeten worden aan deelnemers die van huis uit bepaalde denkbeelden hebben meegekregen, zodat ze zaken ook van een andere kant leren zien. Het is wel van belang dat men op neutrale wijze bekend wordt gemaakt met de diverse geestelijke stromingen, maar dan ook het humanisme, het agnosticisme en het atheïsme. Ten tweede leidt gescheiden onderwijs tot segregatie. Niet alleen in ruimtelijke zin, ook in sociaal-culturele zin. Heersende anti-westerse denkbeelden worden versterkt en instandgehouden (bijvoorbeeld dat joden niet deugen). Onderzoek heeft uitgewezen dat het godsdienstonderwijs op veel moslimscholen niet liberaal is. Vooroordelen kunnen niet worden verzwakt en wij-zij tegenstellingen worden op zijn zachtst gezegd niet verkleind. Bang vanwege sancties durven leraren van autochtone origine op moslimscholen verkeerde opvattingen niet aan de orde te stellen en door een gebrek aan goede voorbeelden, groepsdruk en onderschatting van de kant van de leraren wordt niet het beste uit leerlingen van deze scholen gehaald. De zware gemeenschap waar moslimkinderen uit afkomstig zijn wordt verlengd op de moslimschool. (Ik heb zelf met veel plezier op een christelijke school gezeten en heb daar goed onderwijs gehad. Maar dit lag natuurlijk niet aan de christelijke gezindheid van de leerkrachten, maar aan hun gedegen opleiding, ervaring en inzet).

Ik zou ook nog willen toevoegen aan de voorstellen van Brendel: schaf elk specifiek op moslims gericht uitzonderingsbeleid af, zoals gescheiden loketten en inburgeringslessen. Ook subsidies specifiek voor moslimorganisaties dienen beëindigd te worden. De wens tot een aparte behandeling voor vrouwen komt voort uit een verwrongen beeld over de verhoudingen tussen de seksen dat door overheidssteun niet bevorderd zou mogen worden. Jolanda Withuis, auteur van De vrouw als mens: de mythe van het sekseverschil zegt erover in de Volkskrant (4 aug 2007):

'het komt voort uit een visie op mannen en vrouwen als tikkende hormoontijdbommen. Vrouwen verleiden, mannen verkrachten -zo zou je dit mensbeeld kunnen samenvatten. Mensen beschikken in deze obscene optiek niet over enige ratio of empathie.'

Moet het dragen van hoofddoeken dan ook ontmoedigd worden zoals de PVV wil? Nee. Er zijn vrouwen, daar ben ik van overtuigd, die deze uit vrije wil dragen als expressiemiddel van hun geloof zonder daarmee de westerse samenleving af te vallen. Misschien is deze groep wel een meerderheid; we weten het niet. Wat tegengegaan moet worden is de sociale druk om een hoofddoek te dragen.

Ten slotte roept Brendel op tot een andere manier van debatteren over de islam. 'Ophouden met de gewoonte om elke vorm van kritiek op de islam te bestempelen als 'islamofobie', 'wij-zij-denken', 'polarisatie' en 'haatzaaien'. Brendel geeft zo puntig een paar foute reacties van links op islamcritici weer. Hier kan ik nog aan toevoegen:

-kritiek is niet goed want je kunt niet spreken van de islam. Een vreselijke dooddoener. Er is natuurlijk wel degelijk een kern die alle moslims delen. Kritiek richt zich terecht op de salafistische variant die democratie afwijst en de sharia ingevoerd wil zien, maar ook algemenere kritiek is soms nodig omdat sommige praktijken binnen de moslimgemeenschap teruggaan op ideeën die strijdig zijn met moderne, verlichte idealen. Het debat zou daar veel meer over moeten gaan; de ideeën die aan praktijken ten grondslag liggen en de historisch bedding daarvan;

-kritiek is niet goed want wij waren een halve eeuw geleden ook nog 'achterlijk'. Gun ze de tijd. Deze gedachte is in strijd met de oude linkse waarde van verheffing, van de vorming van arbeiders met cultuur en rede. Hier is nauwelijks meer iets van over in de PvdA van nu. Maar waarom afwachten als we het seculariseringsproces en de humanisering van moslims kunnen versnellen? Laten we vooral discussie voeren, praktijken bekritiseren en de integratie ferm ter hand nemen. Niet afwachten, maar de onderdrukking aanpakken! Ontwikkelingen hebben altijd een voorhoede van critici nodig. Het liefst vanuit de eigen gelederen. Veel moslims moesten Hirsi Ali niet, maar zij heeft wel de discussie verder losgemaakt. Ook binnen de moslimgemeenschap wordt nu gediscussieerd. Hierbij kom ik op het volgende schijnargument tegen islamcritici:

-kritiek is niet goed want emancipatie kan niet afgedwongen worden. Ze moeten het zelf doen. Natuurlijk kun je niet de opvattingen van mensen van buitenaf programmeren, maar je kunt opvattingen wel beïnvloeden en dat is precies wat gedaan moet worden. Opnieuw door moslims de waarde te laten inzien van de westerse samenleving, door voorbeeldfiguren uit de eigen gemeenschap die het gesprek aangaan met moslimjongeren, door debatten (niet tussen autochtonen en allochtonen zoals in Rotterdam; dat was een domme actie. Het leidt er alleen toe dat vooroordelen worden bevestigd; de focus ligt toch op verschillen), door overheidsoptreden, zoals het uit de lucht halen van foute websites en het bestrijden van de verspreiding van verkeerd gedachtegoed dat tot haat aanzet en in strijd is met onze grondwaarden. Ik ben tegen inmenging van de overheid in religieuze zaken, maar ik heb geen problemen met financiering van projecten waarbij getracht wordt een humanistische wind door de moslimcultuur te laten waaien, ook al gebeurt dat door vrijzinnige moslims. We moeten niet wachten totdat het vanuit de gemeenschap zelf gebeurt, we moeten verbieden en verleiden. Voortdurend. Sommige linkse lieden zeggen dat moslims snel seculariseren. Inderdaad neemt het moskeebezoek relatief snel af. Maar tegelijk veel jongeren van de derde generatie voelen zich niet betrokken bij Nederland; 80% trouwt met een buitenlander. De omgang met autochtonen is zelfs gedaald.

Een van de meest ergerlijke foute reacties zijn wel de ad hominem aanvallen op voormalige moslims die kritiek uiten op de islam. Mensen als Ellian en Hirsi Ali zouden getraumatiseerd zijn en daardoor zo'n heftige toon aanslaan. Ze zouden niet genuanceerd kunnen denken over de islam. Nog cynischer is de kritiek van verstokte mensen als de socioloog Van Doorn die stellen dat mensen als Hirsi Ali en Jami zich alleen maar profileren vanwege persoonlijk gewin. Ze willen graag in de belangstelling staan en proberen zo aan mooie baantjes te komen. Misschien denkt Van Doorn aan de gala-avonden waar Hirsi Ali in designkleding verschijnt. Maar mag ze ook eens genieten, tussen alle bedreigingen door? Mag ze ook eens voordeel behalen naast de hoge prijs die ze moet betalen voor de boodschap die ze verkondigd. Want natuurlijk doet ze het daarvoor. Wat Van Doorn cs doen is valse demonisering.

Een positief bericht is er wel. Volgens het CBS is zelfs in het meest onwaarschijnlijke scenario geen tsunami van moslims op komst. In 2050 zijn er waarschijnlijk zo'n 10% moslims in Nederland en in een extreem zeer onwaarschijnlijk geval 23% (Volkskrant, 7 okt 2007)

(zie ook de site www.hetverraadvanlinks.nl )