spirituele groei 3: wijsheid
wat is wijsheid?
Wijsheid wordt vaak herkend, maar het is nog niet zo eenvoudig om het te beschrijven. Het is een abstract begrip, een paraplu waar veel betekenissen onder geschaard kunnen worden. Misschien is het wel helemaal niet mogelijk om wijsheid goed te definiëren, omdat het iets is wat buiten het bereik van de mens ligt. Dit is de positie van Kant die stelde dat mensen geen wijsheid bezitten, maar er alleen liefde voor voelen. Mogelijk zijn mensen alleen in staat om ware wijsheid te benaderen en kan menselijk handelen nooit meer dan een afschijnsel daarvan zijn. Wijsheid is in ieder geval iets anders dan intelligentie. Het laatste gaat over hoe problemen opgelost moeten worden; bij wijsheid gaat het om betekenissen en het kunnen overzien van gevolgen en die goed op waarde kunnen wegen. De filosoof Nozick verwoordde het zo: " wijsheid is begrip van wat belangrijk is, waar dat begrip de gedachten en acties bepaalt". Veel psychologen die onderzoek naar wijsheid hebben gedaan, beschouwen wijsheid als de pinakel van succesvolle menselijke ontwikkeling. Webster beschreef wijsheid als "de zich ontwikkelde eigenschap van een vol leven die de inhoud van psychosociale volwassenheid vertegenwoordigt". Mijn favoriete definitie is die van de psycholoog Paul Baltes, misschien wel de bekendste onderzoeker naar wijsheid (zie hier online een onvoltooid boek van hem): " an expert knowledge system in the fundamental pragmatics of life permitting exceptional insight, judgment, and advice involving complex and uncertain matters of the human condition". Hoewel ook deze definitie niet alomvattend is, raakt ze wel aan enkele wezenskenmerken van hoe doorgaans wijsheid begrepen wordt. Wijsheid is praktische kennis over het leven en hoe dit toe te passen in omstandigheden waarin gevolgen van handelen niet altijd goed te overzien zijn. Immers, als op voorhand duidelijk is wat de beste optie is, dan is wijsheid niet nodig. Over de inhoud van het goede kan verschil van mening bestaan; de wijze mens erkent dat ook, maar blijft niettemin gericht op het algemeen belang. Wat in de definitie van Baltes niet naar voren komt is een affectieve component die andere auteurs eveneens als belangrijk beschouwen voor de betekenis van wijsheid. De psycholoog Caroline Bassett bijvoorbeeld onderscheidt vier dimensies van wijsheid:
Bassetts integrale theorie benadrukt de onderlinge relaties tussen deze dimensies. Ze ziet de figuur van Job uit de Bijbel als exemplarisch hiervoor. Hij werd door het leed dat hem toeviel een wijs man door een persoonlijke transformatie waarbij hij zichzelf en de wereld beter leerde kennen en zo ook meer empathisch werd. Maar evengoed kan Boeddha als voorbeeld worden genomen voor deze theorie, aangezien hij op al deze dimensies uitblonk. In het boeddhisme wordt de samenhang van bovenstaande dimensies duidelijk. Door reflectie wordt helder dat het ego een illusie is en dat de werkelijkheid zoals die zich voordoet tijdelijk en interdependent is en dat onze verhouding met de werkelijkheid tot lijden leidt. Die inzichten maken een opener, meer empathische en betrokken houding mogelijk en motiveren tegelijk om het lijden te verminderen. Wijsheid is de praktische vertaling van spiritualiteit dat weer het resultaat is van persoonlijke vervolmaking.
In hoeverre zijn mensen in staat tot wijsheid?
In zijn boek Wisdom: from philosophy to neuroscience bespreekt de wetenschapsjournalist Stephen Hall wat hij de acht neurologische pilaren van wijsheid noemt. Ook Hall ziet weten wat belangrijk is als een centraal kenmerk van wijsheid. Hij legt uit hoe de hersenen succesvol gedrag belonen met dopamine, maar dat bij herhaaldelijk succes deze chemische beloning steeds minder wordt, totdat neurologische verveling intreedt. Pas als er weer iets onverwachts gebeurt worden de hersenen weer echt gestimuleerd doordat de neuronen die dopamine afgeven heftig reageren wanneer verwachtingen niet uitkomen. We zijn geprogrammeerd om te leren door falen, of zoals Hall het zegt "succes leidt tot gewoonte en falen leidt tot leren". Bij wijsheid komt het aan op het vinden van een goede balans tussen emoties en cognitie. Regulering van emoties om excessen te voorkomen en emotionele veerkracht en evenwichtigheid te bereiken zijn van belang om tot helder inzicht en juiste keuzes te komen. Neurologisch gezien betekent dit dat de prefrontale cortex, het voorste deel van het brein dat de rede stuurt en uitvoerende controle uitoefent, de activiteit in het emotionele deel van de hersenen, het limbisch systeem en met name de amandelkern, tempert. De wijze mens laat zich wel sturen door zijn emoties, maar niet beheersen. Dat komt ook naar voren bij het vermogen tot moreel redeneren, een andere peiler van wijsheid. Mensen die meer moreel ontwikkeld zijn, vertonen bij morele keuzes zowel een hogere activiteit in de emotionele hersenen (deze hebben betrekking op een deontologische benadering van moraliteit) en de cognitieve delen (die vooral kijken naar de gevolgen van keuzes). Ook Hall ziet Job als een voorbeeld van een wijs man omdat hij inzicht en evenwichtigheid bewaart in zware tijden en bovendien de moed heeft om zich uit te spreken uit naam van rechtvaardigheid (" ik houd vast aan rechtvaardigheid", zegt hij, "en zal dit niet loslaten; mijn hart zal mij niets hoeven te verwijten op een van mijn dagen").
De wijze mens is vooral ook iemand die zich kan beheersen, betoogt Hall. Hij weet zijn honger naar zekerheid te temperen en is in staat om om te gaan met onzekerheid, zonder dat hem dit verlamt. Wijsheid is "postformeel denken", dat wil zeggen in staat zijn verschillen en tegenstellingen te accepteren en integreren en om kunnen gaan met ambiguïteit.Verder is de wijze mens ook geduldig, aldus Hall, wat neerkomt op zelfcontrole om de vrijheid te bewaren. We zijn neurologisch gedoemd om te kiezen voor het kleinere korte termijnbelang ten koste van het grotere lange termijnbelang en dit te meer het eerste meer in ons bereik komt. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen soms nog ongeduldiger zijn dan apen. Odysseus had dat goed ingezien door zichzelf aan de mast te binden toen hij voorbij de verleidelijke Sirenen vaarde. De wijze is in staat zijn wil te sturen, wat betekent dat hij de aandriften van het limbisch systeem kan afslaan en tot een rustige afweging kan komen via het cognitieve deel van het brein. Gelukkig is er nog een deel van het brein dat een beetje helpt om het geduld te bewaren. De subthalamische kern zet een beslissing " on hold" als er spanningen zijn tussen goede keuzes, zodat we het nog eens rustig kunnen laten bezinken. Zelfbeheersing betekent ook dat we niet ten prooi vallen aan grootheidsgedachten en een opgeblazen ego. Nederigheid is een wijze deugd. In de zienswijze van Kant is nederigheid het juiste perspectief van zichzelf hebben als een afhankelijk en gebrekkig maar capabel en waardig wezen. De nederige persoonlijkheid toont zich door het in overweging nemen van advies, een goede luisteraar te zijn, de bereidwilligheid van anderen te leren, vaak te reflecteren en het kunnen toegeven van fouten. Hij is het tegendeel van de narcistische persoonlijkheid. Dat nederigheid succes in de weg staat is bewezen onjuist, integendeel. Hall haalt een studie aan waaruit blijkt dat de meest succesvolle CEO's een " extreme persoonlijke nederigheid combineren met een intense professionele wil".
De affectieve component van wijsheid uit zich in compassie en altruïsme, aldus Hall. Maximalisatie van het eigenbelang is geen wijsheid; het gaat om het vinden van een balans tussen diverse belangen. Ook de gerichtheid op de ander heeft een duidelijke neurologische basis. Compassie bestaat volgens de psycholoog Davidson uit het vermogen verschillende perspectieven in te nemen wat in de temporaalkwab tot stand komt. Vervolgens leidt compassie tot een emotionele respons die in de insula wordt opgewekt en de actie die daarop volgt vindt haar basis in met name de basale ganglia, zo blijkt uit Davidsons onderzoek. Maar het meest sterke bewijs voor onze aanleg voor compassie zijn wel de spiegelneuronen. Ook altruïsme heeft een biologische basis. Evolutionair is dat ook goed te verklaren: coöperatie vergroot de overlevingskansen. Wie aan free riding doet zal vroeg of laat geen hulp krijgen van anderen. Uit onderzoek onder primaten blijkt telkens weer dat zelfzuchtig gedrag wordt afgestraft. Ook in mensen zit er een diep gewortelde behoefte om behulpzame mensen te belonen en mensen die oplichten en zelfzuchtig zijn te straffen. Het bestraffen van gedrag dat het groepsbelang schaadt leidt zelfs tot stimulering van het beloningscentrum in de hersenen: straffen is fijn! Tegelijk leidt helpen ook tot stimulatie van het beloningscentrum. Van nature is de mens een door en door sociaal wezen.
hoe word je wijs?
Lange tijd werd er geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar wijsheid. Het was in de jaren '70 dat dit een beetje begon te veranderen. Het beperkte onderzoek naar wijsheid heeft wel interessante resultaten opgeleverd. Zo heeft Baltes aangetoond dat de zaden van wijsheid vaak in de vroege volwassenheid worden gelegd en dat langer leven en levenservaring niet vanzelfsprekend tot meer wijsheid leiden. (Andere onderzoekers vonden echter wel bewijs dat ouderen beter in staat zijn om contextuele verschillen te zien bij problemen en een beter gevoel hebben wanneer het beter is om iets te doen of na te laten.)
Veel wijzen zijn verder door alleenstaande ouders grootgebracht. Ghandi was gevormd door de goedheid van zijn moeder, Confucius wijze ijver door zijn vaders praktische schranderheid. Minstens zo belangrijk is dat deze en andere mensen die we als wijs beschouwen leraren en mentors hadden. Ook opgroeien in moeilijke tijden zoals oorlog draagt bij aan de vorming van wijsheid. Weerstand in de vroege levensjaren is een goede slijpsteen voor de geest, zo zag bijvoorbeeld de cineast Ingmar Bergman in en hij profiteerde daarvan door een diepgaand inzicht in menselijke verhoudingen. Dat weerstand tot meer wijsheid leidt is aangetoond door onderzoek met apen. Uit experimenten blijkt dat apen die bij het opgroeien met stress te maken hebben later beter met spanning en nieuwe situaties om kunnen gaan en bovendien nieuwsgieriger zijn en cognitief beter presteren. Maar te veel stress is weer schadelijk voor de ontwikkeling en een directe relatie met gedrag op latere leeftijd is er niet.
Is er toch nog iets te doen om wijzer te worden als je geboren bent onder een mooi gesternte en in de warmte van een gelukkig gezin? Jazeker. In het denken helpt het om kennis en waarden te relativeren en kennis met deugd te verbinden, zodat je meer waardengericht in plaats van doelgericht handelt. Verder helpt het om naar excellentie te streven, een reflecterende, open houding aan te nemen en regelmatig met anderen over belangrijke onderwerpen te spreken. In het handelen komt het erop neer bewuster korte en lange termijn belangen te onderkennen en meer uit te gaan van gedeelde belangen, dit door een groter perspectief in te nemen. Spiegel je aan rolmodellen, maar ontwikkel wel een eigen stijl in plaats van te kopieren. Als het kan en meerwaarde lijkt te hebben, overweeg een mentor (op het werk) of een therapeut. Het komt neer op een streven naar zelfontwikkeling. We streven naar wijsheid om onze problemen zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Immers, wijsheid brengt het helderste licht en het beste gereedschap.
11-9-2011
Bronnen:
-Stephen Hall (2010). Wisdom: from philosophy to neuroscience
-Carol Hoare (ed), (2006). Handbook of adult development.