Spirituele ontwikkeling
Vanaf de geboorte maken we een proces door van emotionele en cognitieve groei dat ons in staat stelt problemen op te lossen en doelen te bereiken. Van een volledig afhankelijk wezen dat door een schreeuw om aandacht zijn behoeften kenbaar maakt, belanden we uiteindelijk in de fase van volwassenheid waarin een zekere autonomie en zelfbeheersing zijn bereikt. Voor sommige mensen is de persoonlijke ontwikkeling al in de vroege volwassenheid voltooid. Sterker nog, er zijn veel mensen die nooit werkelijk volwassen worden. Ze bereiken geen onafhankelijkheid, zijn emotioneel labiel en onderontwikkeld of kunnen niet tot gedegen morele oordelen komen.
Tegelijk zijn er veel mensen wiens persoonlijke ontwikkeling op latere leeftijd, soms zelfs een leven lang nog doorzet. Ik vermoed dat dit vooral geldt voor mensen met een bovengemiddelde intelligentie, en een open en onderzoekende instelling. Door ingrijpende gebeurtenissen en door zelfonderzoek ontstaan nieuwe ervaringen en perspectieven die leiden tot herwaarderingen en gedragsveranderingen. Binnen de psychologie is er lange tijd weinig aandacht besteed aan " volwassen ontwikkeling". Hiervoor zijn verschillende factoren aan te wijzen (Hoare, p. 4-6), zoals de lange dominantie van het psychoanalytisch (Freudiaanse) denken dat ervan uitgaat dat ontwikkeling eindigt met het volwassen worden. Alles wat van volwassenen verwacht werd, is een beheersing van het Id en de fixaties en repressies uit de vroege kinderjaren. Volwassen was je als je dergelijke belemmerende factoren effectief kan doorzien en beheersen. Nu is het onderkennen en verhelpen van de eigen schaduwen een belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling. Zo lang we geplaagd worden door de geesten uit ons verleden die ons vastzetten, beperken en het zicht op de wereld belemmeren, is ontwikkeling niet mogelijk. Maar ontwikkeling is niet alleen het wegnemen van beperkingen, maar ook iets positiefs, het verbreden van het zelf tot een ruimer perspectief en handelingsrepertoire. Psychologen hebben verder, wanneer ze al ontwikkeling op latere leeftijd bestudeerden, dit vooral gerelateerd aan centrale veranderingen in het leven zoals carriere, huwelijk, het krijgen van kinderen en pensionering en welke invloed dit op het mentale leven heeft. Diepere veranderingen in betekenissen en waarden die volwassenen kunnen doormaken, ook door andere oorzaken dan de zojuist genoemde, werden lange tijd weinig onderzocht. Er komt echter steeds meer aandacht voor ontwikkeling op latere leeftijd waarbij ook de relatie met het spirituele betrokken wordt.
Waar hebben we het over als gesproken wordt van persoonlijke ontwikkeling? Ontwikkeling verwijst naar "systematische, kwalitatieve veranderingen in menselijke mogelijkheden en gedrag als een gevolg van interacties tussen interne en externe omgevingen" (Hoare et al, p.8). Deze definitie maakt duidelijk dat ontwikkeling iets anders is dan groei, wat geen kwalitatieve verandering impliceert. Wat de definitie niet aangeeft is waar die ontwikkeling toe moet leiden. Het lijkt logisch dat ontwikkeling ergens op gericht is. Toch hoeft dit niet belangrijk te zijn; het is mogelijk om te onderzoeken en je open te stellen in volle afwachting, zonder een doel of zelfs maar verwachtingen. Deze werken beperkend omdat het Zijn subjectief gekleurd wordt; ervaringen worden gelabeld, beoordeeld, ingedeeld in relatie tot de persoonlijke doelen; mogelijkheden worden buitengesloten omdat het open gewaarzijn ineenkrimpt. Veel spirituele leraren stellen dat spirituele ontwikkeling geen ander doel kan hebben dan gewaarzijn en contact met het Zijn. Als dat al een doel is, dan niet in de gebruikelijke, concrete zin. In algemene termen kan persoonlijke ontwikkeling begrepen worden als een proces van toenemende complexiteit (Csikszentmihalyi). Deze complexiteit is het resultaat van een dynamiek van differentiatie, waarbij de mens zich bevrijdt uit allerlei vormen van determinering en zichzelf en de wereld steeds objectiever gaat beschouwen. Wat eerst niet ervaren en gezien werd, omdat je er niet bij stil stond, je je onbewust liet sturen en automatisch handelde, wordt ontsloten; je kan jezelf en je gedrag vanaf een afstand zien. Zo ontstaan een breder perspectief, nieuwe belangen, doelen en vaardigheden. Deze beweging van differentiatie dient geïntegreerd worden met het bestaande zelf, met de eerder verworven (en behouden) zelf-constitutie. Ontwikkeling is, zoals de denker Ken Wilber ook duidelijk maakt, een proces van verwerving/overstijging, waarmee men zich losmaakt van het huidig niveau van ontwikkeling, en het nieuwe integreert met wat eerder verworven is. Na overstijging volgt overkoepeling/omarming/integratie.
De mens kan zich op verschillende vlakken ontwikkelen; er is in de woorden van Ken Wilber sprake van verschillende ontwikkelingslijnen: sociaal, moreel, emotioneel, cognitief, zelfidentiteit, behoeften, wereldbeschouwingen om enkele belangrijke lijnen te noemen. Wilber onderscheidt in zijn ontwikkelingsmodel verder stadia en toestanden. Ontwikkelingsstadia vertegenwoordigen " feitelijke mijlpalen van groei en ontwikkeling. Wanneer je een bepaald stadium eenmaal hebt bereikt, is dat een blijvende verworvenheid." Toestanden zijn daarentegen tijdelijk, ze komen en gaan. Zo kan je een piekervaring hebben, een flits van een hoger bewustzijn, tot stand gebracht tijdens bijvoorbeeld meditatie of door drugs. Naast stadia en toestanden, zijn typen een andere component in Wilbers theorie: " Typen duiden eenvoudig op elementen die in vrijwel elk stadium of vrijwel elke toestand aanwezig kunnen zijn. Een gebruikelijke typologie is bijvoorbeeld die van Myers-Briggs (met de hoofdtypen voelen, denken, gewaarworden en intuïtief aanvoelen). Je kunt in vrijwel elk ontwikkelingsstadium elk van deze typen zijn." Wilber hanteert zelf een onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke typen om duidelijk te maken dat er verschillende wijzen van ontwikkeling zijn. Vrouwen ontwikkelen zich dikwijls volgens een andere logica en met "een ander geluid" dan mannen. Vrouwelijke ontwikkeling legt bijvoorbeeld op het domein van moraliteit meer de nadruk op 'relatie' en 'zorg', terwijl bij mannen begrippen als 'autonomie', 'gerechtigheid' en 'rechten' meer centraal staan. Zowel mannelijke als vrouwelijke typen kunnen pathologische vormen aannemen, doordat sturende principes ofwel te dominant, ofwel te weinig werkzaam zijn. Autonomie kan bijvoorbeeld doorslaan in een morbide angst voor binding en zorgzaamheid kan autonomie verstikken. Persoonlijk denk ik dat de component van typen overbodig is in een ontwikkelingstheorie wanneer stadia en de daarbij horende vermogens helder omschreven zijn. Zo veronderstellen cognitieve en emotionele ontwikkeling een evenwichtige ontwikkeling van het vrouwelijke en mannelijke.
Interessant is de vraag wat de samenhang van deze verschillende ontwikkelingslijnen is. Welke verbanden zijn er tussen de diverse vormen van ontwikkeling? Het lijkt bijvoorbeeld niet onwaarschijnlijk dat er een verband is tussen morele en sociale groei, hoewel beide niet onlosmakelijk verbonden zijn. Een psychopaat beschikt dikwijls over bovengemiddelde sociale vaardigheden, maar is moreel een total loss. Soms zijn verbanden tussen ontwikkelingslijnen minder vanzelfsprekend. Denk aan cognitief begaafde mensen met een gebrekkige moraal en een onderontwikkeld inlevingsvermogen.
Welke rol heeft het spirituele in dit verband? Een hypothese is dat met het bereiken van de hoogste stadia van de verschillende ontwikkelingslijnen het domein van het spirituele bereikt wordt. Het spitituele is dan dat niveau waarbij de macht van het ego gebroken is, werkelijke vrijheid bereikt is en het Zijn als ongedeeld en met compassie ervaren wordt. Ik zou willen verdedigen dat de toppen van de ontwikkelingslijnen uitkomen in een spirituele sfeer, waarbij helder gewaarzijn, nondualiteit en compassie zich manifesteren in alle aspecten van ons wezen.
Neem bijvoorbeeld morele ontwikkeling. De moreel ontwikkelde persoon handelt zowel rechtvaardig als goed. Dit betekent dat hij of zij een ideaal van wederkerigheid aanhangt dat zich uit in de gouden regel, eerlijk delen en onpartijdigheid, gebaseerd op vertrouwen. Ieder mens wordt als gelijke beschouwd; leden van de eigen groep worden niet bevoorrecht op grond van dat lidmaatschap in het morele oordeel; er is sprake van morele universaliteit.
In complexe samenlevingen als de onze betekent dit dat men handelt naar consistente standaarden en algemene regels die voor ieder gelijk zijn. Morele wederkerigheid gaat verder dan een pragmatische voor wat hoort wat benadering, puur gericht op eigenbelang. Bovendien is er geen voortdurende kosten baten afweging. Voorop staat het cultiveren van relaties in wederzijds vertrouwen en zorg. De psycholoog Kohlberg heeft aangetoond hoe de ontwikkeling tot rechtvaardigheidsgevoel tot het volwassen zijn verloopt langs verschillende stadia. Het gaat hier om een proces van cognitieve ontwikkeling, dat door spel, vergelijking en dialoog (sociale constructie) tot stand komt (en wat ouders kunnen bevorderen door een niet-bedreigende, communicatieve opvoedingsstijl). Naast opvattingen over rechtvaardigheid, waar begrip centraal staat, gaat het bij morele ontwikkeling ook om het goede, waarvoor empathie de bestaansvoorwaarde is. Dit is de affectieve kant van moraliteit. Zonder empathie is prosociaal gedrag, gericht op het helpen van anderen zonder anticipering op een persoonlijke beloning, niet mogelijk. Het goede en rechtvaardige zijn beide belangrijk. Zowel empathie als rationaliteit (opvattingen over wat rechtvaardig is) kunnen motiveren tot prosociaal gedrag. Daarnaast kan ook de bevestiging van een moreel zelfbeeld een zelfstandige motivatie tot prosociaal gedrag vormen. Het rechtvaardige onderkennen en het goede voelen, betekent nog niet hier ook naar handelen. Hiervoor is het tenminste nodig dat men voldoende zeker is over de effectiviteit van de gewenste actie. Verder zijn moed en zelfcontrole vaak van belang.
In zijn bespreking van de morele ontwikkeling stelt John Gibbs (2010) dat morele ontwikkeling op het hoogste niveau nauw verband houdt met spiritualiteit. Uiteindelijk is moraliteit niets anders, zo suggereert hij aan het eind van zijn boek, dan liefde en verbinding met al het Zijn. De effecten van bijna doodervaringen maken dit volgens hem duidelijk. Beschrijvingen van deze ervaringen geven inzicht in een diepere realiteit, die een hoogste vorm van existentiële en morele ontwikkeling stimuleert. Mensen die een dergelijke ervaring hebben gehad beschrijven deze in veruit de meest gevallen in termen van een kosmisch eenheidsgevoel. Voormalige patiënten zijn na hun ervaring doorgaans minder materialistisch en competitief ingesteld. Ze raakten daarentegen meer betrokken op hun omgeving en hun empathie nam sterk toe, ook met mensen buiten de eigen leefomgeving. Nu is er veel kritiek geuit op de claims van mensen die een bijna doodervaring hebben gehad. Gibbs gaat hier uitgebreid op in en laat zien dat deze kritiek niet altijd kan overtuigen, zoals in de case van Pam Reynolds.
Gibbs intuïtie is in lijn met ideeën van de belangrijkste theoreticus van morele ontwikkeling, Kohlberg. Volgens Kohlberg is het hoogste morele stadium dat de mens kan bereiken, een kosmisch bewustzijn, waarin de zin van moraliteit zelf aan de orde is. Dit existentiële stadium transcendeert de standaard stadia van morele oordeelsvorming. Het gaat dan om meta-ethische reflectie, waarbij universele verbondenheid ervaren wordt, een ervaring die het morele leven kan vitaliseren en die meestal ontstaat vanuit een crisis, langdurige meditatie of, zoals Gibbs duidelijk maakt, bijna-doodervaringen.
Wat geldt voor de morele ontwikkelingslijn, zou ook van toepassing kunnen worden gebracht op het sociale. Sociale ontwikkeling heeft betrekking op de kwaliteit van persoonlijke relaties met anderen. Ontwikkeling zorgt er hier voor dat die kwaliteit verbetert, dat er een positieve wisselwerking ontstaat tussen beide polen van de relatie in de vorm van wederzijds begrip en sympathie, gelijkwaardigheid en betekenisvolle communicatie. Tegelijk leidt sociale ontwikkeling tot minder storingen in relaties en een betere beheersing daarvan. Het belang van de spirituele waarde van compassie is hierbij duidelijk aanwezig. Compassie veronderstelt je openstellen voor de ander, mee- en in kunnen leven, er voor de ander zijn. Dat veronderstelt zowel een open geest als een open hart. Compassie of medeleven, in goede en moeilijke tijden, is het fundament van iedere levendige, warme persoonlijke relatie. Wie leeft vanuit compassie, heeft het hoogste stadium van sociale ontwikkeling bereikt. Let wel, het is niet het enige wat nodig is voor een kwalitatief hoogwaardige relatie. Ook humor is dat bijvoorbeeld, maar een relatie met humor en zonder echte wederzijdse belangstelling blijft oppervlakkig.
Sociale ontwikkeling gaat niet alleen om het bevorderen van de kwaliteit van bestaande relaties, maar ook om het aangaan van nieuwe relaties, om het uitbreiden van onze verbondenheid en betrokkenheid met anderen. Wie zich alleen verbonden voelt met een broer of zus en zich altijd heeft afgeschermd van anderen, is sociaal onderontwikkeld. Hetzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor hen die zich niet openstellen voor, noch binding voelen met mensen buiten de eigen groep. De ander is dan een buitenstaander die in het beste geval onverschillig getolereerd wordt en in het slechtste geval dood moet. Het is zo duidelijk dat de hoogste vorm van sociale ontwikkeling bereikt wordt wanneer er een verbondenheid met alle levende wezens ervaren wordt; precies wat de (oosterse) spirituele tradities leren. Dit wil niet zeggen dat die verbondenheid naar alle wezens even sterk uitstraalt, dat is natuurlijk onmogelijk en ook onwenselijk. We zijn sterker gehecht aan onze naasten dan aan verre vreemden door biologische en sociale banden. Speciale banden geven ook speciale verantwoordelijkheden. Maar de bijzondere relaties die we hebben, zijn in het hoogste stadium van sociale ontwikkeling geen belemmering om ook verbondenheid te ervaren met en respect te hebben voor al het leven.
Ook andere ontwikkelingslijnen raken op hogere niveaus spiritueel gekleurd. Emotionele gelijkmoedigheid, een niet door het ego gedomineerde identiteit bij identiteitsontwikkeling, een heldere geest die scherp gewaar is en logisch redeneert als hoogste manifestatie van cognitieve ontwikkeling; persoonlijke ontwikkeling gaat uiteindelijk over in spirituele ontwikkeling. In alle gevallen van persoonlijke groei is er door een groeiend bewustzijn sprake van bevrijding en daarmee meer ruimte. Uiteindelijk lijkt er toch iets gemeenschappelijks te schuilen achter de verschillende vormen van persoonlijke ontwikkeling. In een dynamisch proces van differentiatie en integratie leidt persoonlijke/spirituele ontwikkeling tot een steeds grotere ervaring van het absolute Zijn waarin alles samenhangt en niets permanent is. Die ervaring is, het woord impliceert het al, niet een gedachte, maar een gevoelde ervaring. Een ervaring die koelt omdat ze scherp door de werkelijkheid snijdt, helder gewaarzijn is, zonder de verstorende werking van oordelen, gedachten en emoties. Maar ze verwarmt tegelijk omdat op dat hoogste niveau de verbondenheid met het leven ervaren wordt, de kleuren, geuren, geluiden in al hun simpele schoonheid tot ons komen en op ons inwerken, wat een weldadige rust kan geven. Spirituele ontwikkeling leidt tot een transcendentaal bewustzijn waarbij scripts en automatismen herzien worden. Het hogere bewustzijn schept ruimte om terug te stappen, om je te disidentificeren van het machtige ego. Robert Kegan beschrijft het hoogste bewustzijnsstadium als daar waar autonomie en onafhankelijkheid ter discussie worden gesteld. Het is de bewustzijnstoestand waarin het zelf zich heeft onthecht van systemen, mechanismen van zelfcontrole en ideologieën die de eigenwaarde bepalen. Het zelf als ego is opgeheven waardoor het in staat is zich verbonden te voelen met alle wezens. Bevrijding én omarming.
Het zou echter een misverstand zijn te denken dat zij die het spirituele stadium bereiken een pot met goud in de vorm van echt geluk te wachten staat. Het leven is slechts beperkt maakbaar; het lot kunnen we niet afwenden en spirituele ontwikkeling is geen immuniseringsoefening waardoor leed ons niet meer kan raken. Deels zal het lijden verminderen, door de bevrijdende onthechting van het ego. Tegelijk gaat ontwikkeling vanwege een grotere betrokkenheid met de wereld en een bewuster leven ook gepaard met een grotere gevoeligheid die nieuw lijden kan brengen. Voltreffers vanuit een onzekere levensloop blijven ons daarnaast hard raken. Het absolute Zijn zal meestal uit zicht zijn en het concrete, harde bestaan blijft zich onverschillig manifesteren. Maar wie een zekere verdere ontwikkeling heeft doorgemaakt, weet meer te accepteren en heeft zich een betere omgang met het lijden aangeleerd. Dat is samen met een herwonnen vrijheid en een diep besef van verbondenheid de winst van persoonlijke en uiteindelijk spirituele ontwikkeling.
in deel 2 wordt ingegaan op de kritiek op het idee van persoonlijke ontwikkeling als spiritueel doel (zie daar ook de bronvermelding).
7-8-2011