Ontwikkelingen in het boeddhisme

Het boeddhisme is altijd in beweging geweest. Na het overlijden van de Boeddha hebben talloze navolgers geschreven over zijn ideeën, aspecten hiervan nader uitgewerkt, nieuwe methoden ontwikkeld om bevrijding te bereiken en teksten toegankelijker gemaakt voor plaats- en tijdgenoten. Het boeddhisme is een dynamisch, levend stelsel van denken in de geest van de Dharma, de leer van de Boeddha, dat zich blijft ontwikkelen. In deze tijd komt dat het meest duidelijk naar voren bij de 14e Dalai Lama die door gesprekken met wetenschappers en door een interreligieuze dialoog de Dharmaleer verfijnt, nuanceert, meer toepasbaar maakt en van betere (wetenschappelijke) fundamenten voorziet. Maar ook andere hedendaagse boeddhisten hebben belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van het boeddhistisch gedachtegoed. In dit artikel bespreek ik er twee: Dennis Genpo Merzel en Tsultrim Allione. Hun ideeën lijken op elkaar omdat ze beide uitgaan van het bestaan van verschillende "ikken" die huizen binnen de persoonlijkheid en die niet de aandacht krijgen die ze verdienen, waardoor er lijden ontstaat. Maar hun benadering verschilt ook op enkele cruciale punten. Ik begin dit artikel met een bespreking van de Big Mind, Big Heart theorie van Genpo Merzel, daarna bespreek ik de methode van Allione om daarna af te sluiten met enkele conclusies.

I. Big Mind, Big Heart

"Het Big Mind proces dat zenmeester Dennis Genpo Merzel ontwikkeld heeft is onbetwistbaar de belangrijkste en meest originele ontdekking in het boeddhisme van de afgelopen twee eeuwen", zo schrijft Ken Wilber, niet de minste binnen de wereld van het spirituele denken, in het voorwoord van Big Mind, Big Heart, het boek waarin Genpo Merzel zijn methode uiteenzet. Een dergelijke aanbeveling wekt natuurlijk hoge verwachtingen. Merzels methode waarvan hij in 1999 de basis legde, is de vrucht van 36 jaar onderzoek. Merzel kreeg in 1971 in de Mojave woestijn een verlichtingservaring waarbij een oceanisch gevoel optrad waarin hij zich realiseerde dat alles onderling met elkaar verbonden is, en dat elk ding al het andere in de wereld beïnvloedt. Sindsdien heeft hij zich tot doel gesteld, via de weg van zen, ook anderen te helpen te ontwaken. Om nieuwe, bevrijdende ervaringen te bereiken, mediteerde hij veelvuldig. Lange retraites (zoals een sessie van 90 dagen waarbij iedere dag 10 uur zitmeditatie werd gedaan) helpen om het ego als het ware uit te putten waarbij er licht kan doorbreken en zo diepe rust en inzicht ontstaan. Maar lang mediteren leidt niet altijd tot bevredigende resultaten. Gestimuleerd door zijn eigen plotselinge verlichtingservaring in 1971 vroeg Merzel zich af of er geen methode is die sneller tot ontwaken kan leiden. In de jaren '90 maakte hij kennis met het werk van het psychologenechtpaar Hal en Sidra Stone die in hun Voice Dialoguemethode (pdf) uitgaan van het bestaan van verschillende subpersoonlijkheden, een methode gebaseerd op Gestalttherapie en Jungiaanse psychotherapie. Het idee is dat ieder mens meerdere "subpersoonlijkheden" heeft die in meer of mindere mate ontwikkeld zijn en zichbaar worden. Onder invloed van aanleg en sociale invloeden kunnen bepaalde persoonlijkheidstypen onderdrukt zijn. Voice Dialogue en aanverwante methoden zijn erop gericht om, onder leiding van een getrainde facilitator, cliënten te helpen in contact te komen met de energie van de verschillende subpersoonlijkheden om deze nader te onderzoeken (ook Ofmans theorie van kernkwadranten is nauw verwant aan de leer van subpersoonlijkheden). Het uiteindelijke doel is om de tegenstellingen en de verschillende energieën van deze subpersoonlijkheden op harmonieuze wijze met elkaar te verenigen.

Naar mijn idee kan het concept van subpersoonlijkheid het beste begrepen worden als neiging. Iedereen heeft verschillende neigingen. De subpersoonlijkheid van de behager, van de wellustige, van de perfectionist, van de doordouwer bijvoorbeeld staan voor neigingen tot behagen, lustbeleving, perfectionisme en het snel bereiken van resultaten. Neigingen komen voort uit behoeften die in meer of mindere mate zijn aangeleerd en bewust ervaren worden. Dit laatste is weer afhankelijk van eerdere ervaringen, maar ook van de bredere sociale en culturele omgeving waarbinnen het individu zich bevindt en die zijn ideale zelf en de bewaker daarvan, de interne criticus, creëert.

Merzel past de theorie van het echtpaar Stone toe op spiritualiteit en het boeddhisme in het bijzonder. De subpersoonlijkheid (of stem zoals Merzel het noemt) die voor het spirituele in ons staat, is Big Mind, het nondualistische bewustzijn, "dat wat geen grenzen heeft". Het is een mentale toestand van één zijn met de werkelijkheid, van de afwezigheid van het afgescheiden ego/ik waardoor angst voor de buitenwereld en onrust door sterke verlangens verdwenen zijn. Het is de vredige staat van louter waarnemen in gelukzaligheid. Zo breek je door het beperkte perspectief waarin je jezelf als centrum van de wereld ziet. Het nieuwe perspectief is ongehinderd, vrij van angst en vrij van grenzen. Dat is het waardevolle van werken met subpersoonlijkheden; het biedt verschillende perspectieven die onze kijk op onszelf en de wereld verruimen. Het perspectief van Big Mind biedt hierbij de meest brede, zelfs onbegrensde blik waarbij we met letterlijk alles samenvallen.

Merzel wijst erop dat we niet naarstig naar die toestand moeten zoeken. "Want juist het zoeken naar waarheid of verlichting vormt de barrière om dat wat we nastreven te bereiken. Al ons zoeken en streven komt voort uit het zelf. Met andere woorden, het zoeken is een gevolg van ons verlangen en onze hebzucht (..) Zolang we iets zoeken, ergens naar streven, kan niets dat we tegenkomen ons bevredigen, geen enkel inzicht, niets dat we bereiken." (2009:41)

De methode bestaat erin dat je plaatsneemt in meditatiehouding en dat een facilitator vraagt of hij of zij kan spreken met een bepaalde stem of subpersoonlijkheid. Van belang is dat hij hieraan toevoegt "alsjeblieft", benadrukt Merzel. Dan kan het ego niet weigeren. De cliënt wordt aangeraden vervolgens een beetje te verschuiven om zo de verschuiving van perspectief ook fysiek kracht bij te zetten en te ondersteunen. Vervolgens vraagt de facilitator op open wijze of de stem/subpersoonlijkheid iets over zichzelf wil vertellen en welke verlangens en functies deze heeft. Om toegang te krijgen tot de gevraagde stem is het van belang dat andere stemmen blijven zwijgen. Daar is een taak weggelegd voor de Controller, dat deel van ons dat overal controle over wil houden. Deze moet andere stemmen- die van de scepticus, van de verongelijkte etc.- buiten houden. Vervolgens kan een dialoog ontstaan tussen cliënt en facilitator. Van belang daarbij is dat de cliënt (of degene die mediteert) direct antwoord probeert te geven. Wanneer te lang wordt nagedacht over een antwoord, treedt de dualistische, analytische geest naar voren, wat de Big Mind positie verhindert.

In zijn boek illustreert Merzel het Big Mind proces uitgebreid aan de hand van dergelijke dialogen, waarbij hij zichzelf als onderwerp neemt. Achtereenvolgens komen dualistische en nondualistische stemmen aan bod. Die laatste zijn dan Big Mind, maar ook Big Heart. Verschil tussen beide is dat Big Heart wel onderscheid maakt en wel actie is, namelijk gericht op het opheffen van lijden. Big Heart is de stem van het mededogen, onze neiging al het lijden op te heffen. Maar Merzel onderscheidt en roept nog meer spirituele stemmen op, zoals Mannelijke en Vrouwelijke Compassie en Yin/Yang Compassie. Een bijzondere rol is weggelegd voor de Meester die als de leider van het ik gezien wordt, de verantwoordelijke instantie achter al ons handelen die daarbij geholpen wordt door Big Mind en Big Heart, zodanig dat hij hun manifestatie is; "als Big Mind in actie komt, handelt hij altijd vanuit compassie. Ik ben die actie" (p.97). Daarnaast is er de Geïntegreerde vrij-functionerende mens, die gelijkgesteld kan worden aan zelfacceptatie. Dit is de stem die alle aspecten van het zelf omvat, zoals de stem van de Grenzeloze Dankbaarheid en Waardering en Grenzeloze Vreugde. Merzel suggereert dat deze stem gelijk is aan die van de Meester ("ik ben ook bekend als de Meester of het Unieke zelf").

Merzel waarschuwt ervoor dat we aan geen enkele stem, ook niet de nondualistische, te sterk moeten hechten. Net zoals de Boeddha al zei dat we moeten kunnen schakelen tussen het absolute en het relatieve. De geest moet vrij kunnen blijven bewegen, niet naarstig zoeken en het ego moet zich niet gaan hechten aan het transcendente. Daarom vraagt Merzel ook aandacht voor stemmen die het dualistische en nondualistische overstijgen. Zo roept hij de stemmen aan voorbij Zelf en Geen-Zelf (Unieke Zelf) en die voorbij die van Angst en Niet-Angst (Ware Zelf). Het Ware Zelf is ook voorbij het dualistische en nondualistische perspectief. Welk perspectief we innemen en hoe we moeten handelen is situationeel bepaald en wordt ingegeven door wijsheid en mededogen. We zijn hier persoonlijk verantwoordelijk voor. In het beste geval kunnen we beide perspectieven (dualistisch en nondualistisch) integreren. Merzel omschrijft dit via de stem van het Transcendente:

"Ik omvat de aspiratie om altijd te blijven doorgaan en tegelijkertijd realiseer ik me dat er in feite nergens heen te gaan en niets te doen valt. Ik zie dus dat alles perfect is en dat we tegelijkertijd toch altijd meer kunnen bereiken. Ik zie dat er niets ontbreekt en dat we tegelijkertijd toch altijd verder kunnen gaan en ons inzicht verder kunnen verdiepen en meer kunnen doen. Ik zie dat er niets mis is met waar we zitten, met hoe het met de dingen staat én dat het altijd beter kan. Er valt altijd iets te verbeteren." (p.141)

De lezer kan zelf ook de methode toepassen door ofwel telkens na de vraag van de facilitator het boek neer te leggen en te antwoorden, ofwel door gebruik te maken van de bijgeleverde cd.

evaluatie

Merzels benadering is niet onomstreden. Sommige boeddhisten vinden het te gefocust op een "geestelijk orgasme", niet realistisch en zelfs een "big mind fuck". De schrijver zelf is eveneens niet onomstreden. Beschuldigd van seksueel wangedrag in 1990 door zijn studenten in Bar Harbor Maine werd hij gevraagd te vertrekken, wat hij deed, zo meldde wikipedia, hoewel die passage later wegge-edit bleek. Merzel zou volgens zijn critici met zijn massa-bijeenkomsten de idee van de sangha tenietdoen ten behoeve van commercieel gewin. Ik heb gesteld dat de subpersoonlijkheden uit de theorie van Voice Dialogue begrepen kunnen worden als (universele) neigingen. In de toepassing van Merzel lijkt dit bij de niet-dualistische subpersoonlijkheden minder van toepassing. Dan gaat het eerder om vermogens die door de Big Mind methode tot bewustzijn worden gebracht, in plaats van dat het gaat om (onderdrukte) neigingen. Door die bewustwording en de waardering daarvan kunnen die vermogens zich wel ontwikkelen tot behoeften en daarmee tot neigingen, waarbij het gevaar opdoemt dat die neigingen weer te sterk worden en ontaarden in hardnekkig zoeken. Het boeddhisme leert dat de menselijke aard van nature goed is, maar dat wil nog niet zeggen, zoals Merzel lijkt te veronderstellen, dat ieder over spirituele kwaliteiten en inzichten beschikt die eenvoudig kunnen worden opgeroepen. Spirituele vermogens zullen door (veel) oefenen en studie ontwikkeld moeten worden. De Big Mind methode kan wel relatief snel de beperkingen aan het licht brengen van de dualistische geest zodat zowel inzicht in als behoefte aan een nondualistisch perspectief ontstaan. Door een sessie kan geleerd worden stil te staan bij het waardevolle van andere, ruimere perspectieven. Voor gevorderden kan de Big Mind methode mijns inziens ook een manier zijn om te peilen hoe ver men spiritueel gevorderd is. Voice Dialogue is bij mijn weten niet wetenschappelijk onderzocht en de effecten van de daarvan afgeleide Big Mind methode zijn mij ook niet bekend. Helaas gaat Merzel hier in zijn boek niet op in door cases te bespreken.

meer info:

http://www.zenspirit.nl/publicaties.htm (artikelen, geluidsopnames)

http://www.boeddhistischeomroep.nl/uitzending.aspx?lIntEntityId=108&lIntType=0

http://www.bigmind.org/Home.html

 

II. Het voeden van demonen (Allione)

Tsultrim Allione is een boeddhistische lama (Tibetaans leraar) die veertig jaar de verschillende vormen van boeddhisme in India, Nepal en Tibet bestudeerd heeft. Ze leidt een cursuscentrum in Colarado waar ze haar intepretatie van de leer van Chöd onderwijst. Deze leer is opgesteld door Machig Labdrön (1055-1145), de enige vrouwelijke boeddhist die een eigen leer heeft ontwikkeld. In Alliones versie van de leer van Labdrön staat de omgang met demonen centraal. Ze definieert demonen als "datgene waar we bang voor zijn", maar de definitie die Labdrön gaf, namelijk "alles wat bevrijding in de weg staat", dekt de lading nog beter. Er zijn demonen die hun oorsprong vinden in angsten, verslavingen, misbruik, pathologische familieverhoudingen, etcetera. Machig Labdrön onderscheidde uiterlijke demonen (voortgebracht door anderen en gebeurtenissen), innerlijke demonen, demonen van euforie (gevoelens van grootsheid, te veel zelfvertrouwen, machtsmisbruik, een opgeblazen ego en te sterke gehechtheid daaraan) en demonen van egocentrisme. Ze sprak ook over goddelijke demonen, waarbij het goddelijke dat is waar we op hopen. Maar hoop gaat altijd gepaard met vrees. In veel verlangens zit zowel een positief als een negatief aspect. Het verlangen naar een carrière bijvoorbeeld omvat hoop maar ook vrees voor statusverlies. Bij iedere hoop is er de angst dat die niet uitkomt. Daarom moeten we streven voorbij hoop en vrees te leven. Tesnlotte zijn er ook collectieve demonen, zoals seksuele onderdrukking in bepaalde culturen, maar het boek richt zich met name op persoonlijke demonen.

In plaats van dat we de strijd moeten aangaan met onze demonen, moeten we ze juist voeden, stelt Allione in navolging van Labdrön. Door ze te bestrijden, maken we de demonen namelijk alleen maar sterker. Toch zullen we de confrontatie met ze moeten aangaan, want er onwetend over blijven zorgt voor "undercoveroperaties". De demonen blijven buiten ons bewustzijn ondergronds schade veroorzaken.

In navolging van haar leermeesteres (enkele boeddhistische leraren die Allione ontmoet heeft, menen dat ze haar reïncarnatie is) stelt ze dat we onze demonen juist moeten voeden, volgens een vaste methode. Deze bestaat eruit dat we onze demonen proberen te personifiëren en ons vervolgens voorstellen dat we hen ons lichaam, in de vorm van een nectar, aanbieden. De demon zal zich hiermee voeden en ondergaat na verloop van tijd een gedaantewisseling. Hij neemt een aangenamere gestalte aan en kan soms zelfs een nieuwe rol van spirituele helper aannemen die raad geeft op moeilijke momenten. In tegenstelling tot het boek van Genpo Merzel gaat Allione diep in op de toepassing van haar methode door tal van cases te bespreken. Het nadeel is dat er alleen succesverhalen vermeld staan; niet duidelijk wordt of het ook weleens voorkomt dat de methode niet aanslaat, omdat de cliënt bijvoorbeeld niet verder komt of problemen ervaart met visualisatie. Want dat is wat Chöd vooral is, een visualisatietechniek zoals die ook wordt toegepast binnen de westerse psychotherapie. Haar methode onderscheidt zich daar echter van doordat ze de gevisualiseerde kwellingen voedt en aldus transformeert met een nondualistisch bewustzijn als einddoel. De methode kan direct effect hebben en de demon doen verdwijnen, maar dat is uitzonderlijk. Meestal zijn veel sessies nodig. Allione raadt aan om de demonen minstens honderd keer te voeden en een logboek bij te houden als de demon dieper zit. Ook kan gebruik worden gemaakt van een getuige die het proces registreert en aanmoedigt. Deze getuige mag echter niet oordelen. Een verdergaande optie is een therapeut vragen om de sessie te leiden (Gestalttherapeuten en jungiaanse analytici hebben ervaring met personificatietechnieken als deze).

Hoe kan het dat juist het voeden van demonen hen in kracht doet verzwakken? Op het collectieve vlak lokt een bestrijdingstactiek vaak alleen maar verzet uit van de tegenstander (demon) die we willen bestrijden. De demon steekt telkens weer de kop opsteekt. Dit wordt nog wel het meest duidelijk bij de strijd tegen het terrorisme. Tegelijk moet ook vastgesteld worden dat geen of verzwakt verzet ook dikwijls de oplossing niet is, want de tegenstander wordt dan gemotiveerd door een meer haalbare "overwinning". Niettemin is het aan te bevelen alles in het werk te stellen om conflicten als deze door dialoog tot een gezamenlijke oplossing te komen. Ook binnen persoonlijke relaties is strijd niet de oplossing. Wanneer partners elkaar in een ruzie bestrijden, leidt dat niet tot oplossingen totdat een van de partners een stap terugdoet en probeert niet meer vanuit het perspectief van ik maar van wij te kijken. Wat zij de "mythe van de drakendodende held" noemt, brengt twee gevaren met zich mee. Ten eerste dat iedereen zich de rol hiervan kan aanmeten. Ten tweede dat het kwaad volledig op de tegenstander wordt geprojecteerd en dat we onszelf volledig met het goede identificeren in een conflict. Zo belanden we in een strijd die ons voortdurend in de greep houdt en worden we belet onze eigen demonen te leren kennen waardoor ons zicht op het zelf en de ander verward raakt. We zijn geneigd om te polariseren, om in tegenstellingen te denken. Dit moeten we leren loslaten en in plaats daarvan moeten we zoeken naar contact en naar wat ons bindt. Allione geeft als voorbeeld hoe het ook kan dat van Ghandi die zijn Engelse bezetter uitnodigde om samen op zijn Engels thee te drinken en de kwestie te bespreken en zo een bondgenoot maakte.

Ook de strijd tegen het zelf, tegen de eigen demonen is vaak contraproductief. Velen geloven in de strijd aanbinden met verslavingen en het vechten tegen ziektes. Maar vaak helpt dit niet, omdat we onze demonen niet goed begrijpen, waardoor we aan symptoombestrijding doen, aldus Allione. Op het persoonlijk vlak werkt voeding omdat door de verzadiging van de demon negatieve energie die vastzat vrijkomt, energie die vervolgens een heilzamer karakter aanneemt (vergelijkbaar met het begrip sublimatie uit de westerse psychoanalyse). Het voordeel van de methode van Allione is dat we eerst, door te praten, de demon beter begrijpen. Er wordt letterlijk gevraagd naar de behoefte van de demon. Dan kan blijken dat een verslaving veel diepere oorzaken heeft die door symptoombestrijding nooit opgelost kunnen worden. Het vervolgens voeden van de demon staat voor zelfheling. De demon wordt als het ware gevoed met nectar die staat voor zijn achterliggende behoefte, waarna de destructieve neigingen afnemen en uiteindelijk verdwijnen. We kunnen alleen zelf dit helingsproces realiseren. En dat is ook goed. Zonder de uitdagingen van de demonen zouden we ons hele leven op de ideale omstandigheden wachten, zegt Allione. We moeten zelf aan de slag en onze demonen tegemoet treden. Van buitenaf kan alleen richting en advies worden gegeven. Vandaar dat de techniek vraagt dat we de demon met ons eigen lichaam, met al onze kracht dus, moeten voeden, omdat zo het effect het sterkst is. Wat op het eerste gezicht lijkt op een vreemde, mystieke methode, blijkt zo in wezen eigenlijk heel rationeel te zijn.

Het is interessant om te zien uit de praktijkvoorbeelden die Allione geeft wat de achterliggende behoeften van demonen kunnen zijn. Sommige demonen geven aan dat ze willen dat het bewuste ik niet meer vlucht, zoals bij de depressieve Sara die geen liefde ontving binnen het gezin waar ze opgroeide. Ze voedde haar demon met aandacht en liefde en bleek zelfs meteen van haar depressie verlost te zijn (een uitzondering want vaak moeten demonen herhaaldelijk gevoed worden). Woede of stress kunnen gezien worden als demonen die vragen om aandacht en verzwakken door ze te voeden met mededogen (jegens anderen). Kate voelde zelfhaat doordat ze zeer kritische ouders had en niet het succes bereikte waar ze op hoopte. Ze voedde haar demon, die zei te wensen dat ze zou lijden en dat ze hem zou aanvaarden, met liefde, waarna deze veranderde in een grijs paard dat haar bondgenoot werd. Het boek geeft nog vele andere voorbeelden, waaruit blijkt dat onze demonen allereerst erkenning willen. We moeten ze niet langer wegstoppen of ontkennen. De demon zal vaak niet zelf vragen om positieve gevoelens van het "centrale ik". Maar in lijn met de leer van het boeddhisme die stelt dat negatieve emoties het best verzwakt kunnen worden door positieve gevoelens op te roepen, bestaat de oefening er uit de demon die positieve gevoelens, gevisualiseerd door het oplossende lichaam, aan te bieden. Bij zelfhaat zoals bij Kate of andere innerlijke demonen als depressie is die voeding liefde; bij woede en angst jegens anderen, is dat mededogen (die vergeving dichterbij brengt). Achterliggende gedachte hierbij lijkt te zijn dat de destructieve demonen in ons zelf ook liever rust en vrede wensen. Niettemin wijst Allione op het gevaar dat we ons ook aan onze demonen vast kunnen klampen. "Iemand met een razernijdemon bijvoorbeeld zou er een pervers plezier in kunnen scheppen om uit te vallen tegen anderen of hen te intimideren", stelt Allione. We zijn dan verslaafd aan de energie van de demon, zegt Allione, die ons kracht en machtsgevoel verleent. Demonen geven ook houvast, een levensvisie waaraan men zich kan hechten. Maar diep, harmonieus geluk is dan ver weg.

Er zijn vele persoonlijke demonen, maar er is één demon die ten grondslag ligt aan allemaal en dat is de demon van het egocentrisme. "Dat is het diepgewortelde idee dat we afgescheiden zijn van datgene dat we ervaren als de/het ander(e). Dat is de bakermat van alle isolatie, vervreemding en conflict, en zonder deze demon van egocentrisme zouden er geen andere demonen ontstaan", aldus Allione. Eigenlijk is het geen zelfstandige demon, maar de bron van alle andere demonen. Ze stelt het gelijk aan arrogantie "omdat het zich manifesteert als een gevoel van op zichzelf gericht zijn, het idee dat we het middelpunt van het heelal zijn en dat alles om ons draait." Wat het ego wil is kort omgesomd in de acht wereldse dharma's:

Krijgen wat je wilt, en niet krijgen wat je niet wilt

onmiddelijk geluk willen, en niet ongelukkig willen zijn

roem willen en niet onbekend willen blijven

lof willen en niet de schuld willen krijgen

Als we het ego kunnen loslaten, gewoon kunnen zijn en accepteren wat is, als we het gevoel afgescheiden te zijn van de oceaan achterlaten en erin kunnen rusten, zal alle angst verdwijnen. Het ego voegt toe aan onze waarneming en duidt de wereld naar onze egocentrische belangen. "Het ego reageert en de ruimtelijkheid is verdwenen". Het spirituele pad is de reis naar het oplossen van de fixatie op het "ik" en "mijn". Er zijn tal van methodes om die staat van vredige gelukzaligheid te bereiken, maar liefde, mededogen, aanvaarding, zoals ook in Allione's en Labdröns leer centraal staan, zijn daarbij van essentieel belang. Of zoals ze het zelf zei, "houd het luchtig" temidden van de dwingeland die het ego is.

evaluatie

Het boek van Allione heeft diepe indruk op me gemaakt. Het is een rationele methode die bewezen effectief is. Ze laat zien dat het niet nodig is om het verborgen verleden op te rakelen (wat soms juist averechts werkt), maar dat demonen directer behandeld kunnen worden. Ik heb de methode op mezelf toegepast (dat is nog een ander voordeel, dat geen begeleiding vereist is, hoewel ik me wel kan voorstellen dat dat niet zonder risico is). Ik kreeg wel een visualisatie van de demon waarmee ik werkte, maar ik kreeg er geen contact mee na het stellen van vragen. Het zal zo zijn dat ook hier oefening kunst baart, al zal uiteraard bij de ene persoon de methode beter aanslaan dan bij de ander. Het is jammer dat daarover niets gemeld wordt.

Waar het bij Big Mind gaat om algemene neigingen die we leren kennen en zo beter kunnen beheersen, gaat het bij Chöd om persoonlijke stoornissen die we in het geheel proberen kwijt te raken. Maar veel persoonlijke problemen hebben, ondanks hun individuele verschillen, wel een universeel karakter. De meeste mensen hebben in meer of mindere mate te maken met (demonen van) statusangst, misplaatste trots en arrogantie. Beide methoden veronderstellen verder het bestaan van meerdere stemmen. Innerlijke stemmen en hun functies kunnen pathologische vormen aannemen en zo een demon worden, soms zonder dat we dat beseffen. Allione stelt in een apart hoofdstuk dat ook rechtstreekse bevrijding van negatieve emoties mogelijk is na training met haar methode. Op het moment dat emoties opkomen, raadt ze aan stil te staan bij dit gevoel en op te merken "Oh, ik wordt meegesleept door deze emotie". We schakelen de demon uit op het moment dat hij opkomt door zijn energie te treffen met onze aandacht. Door de kracht van het bewustzijn glijden emoties zo van je af. Een emotie welt op, maar vindt geen steunpunt. Deze onmiddellijke bevrijding lijkt me, mits de ervaringen die aanleiding geven tot emoties niet te sterk zijn, mogelijk, maar dit vraagt wel de nodige oefening. Ook denk ik dat een leeg bewustzijn alleen vaak niet genoeg zal zijn; positieve gedachten en gevoelens zullen vaak noodzakelijke (tegen)kracht moeten bieden. De leer van Chöd verdient het om in bredere kring te worden toegepast en om serieus te worden genomen binnen de psychotherapie als methode tot zelfbevrijding.

meer informatie: www.taramandala.org