neurowetenschap en boeddhisme

bespreking van Buddha's Brain- Rick Hanson en Richard Mendius (2009)

inleiding

De afgelopen decennia is de wetenschap meer te weten gekomen over hoe de hersenen werken dan in alle eeuwen daarvoor. Toch is het raadsel van het bewustzijn, hoe geest en het brein op elkaar inwerken, nog verre van opgelost. Een centrale bevinding is dat het brein niet alleen onze gedachten en handelingen stuurt, maar dat ook het omgekeerde geldt. De structuur van de hersenen, meer precies de verbindingen die tussen neuronen worden gelegd, worden ook beïnvloed door mentale toestanden, zoals gedachten. Het brein verandert voortdurend onder invloed van ons denken en doen (neuroplasticiteit in wetenschappelijke termen). In Buddha's brain leggen de neuroloog Hanson en de neuropsycholoog Mendius uit hoe de wisselwerking tussen geest en hersenen werkt bij de beoefening van de boeddhistische leer.

de neurologische basis van het lijden

"Ultimately, happiness comes down to choosing between the discomfort of becoming aware of your mental afflictions and the discomfort of being ruled by them"

Yongey Mingyur Rinpoche

Het boeddhisme biedt middelen om tot verlichting te komen en het lijden te verminderen. En dat is nodig ook, betogen de auteurs, want onze hersenen zorgen er niet alleen voor dat we overleven, maar ook dat we voorgeprogrammeerd zijn tot lijden (in lijn met de eerste nobele waarheid). Het brein is meer ontworpen om te vermijden, dan om te benaderen omdat negatieve ervaringen en niet positieve de grootste invloed hadden op onze overlevingskansen. Als een kans op voedsel of seks gemist werd, dan deden zich later wel nieuwe mogelijkheden voor- maar als een aanval niet tijdig werd voorzien dan was er een reële kans op overlijden. Het scannen op mogelijke bedreigingen door de hersenen is dus evolutionair goed te begrijpen. Via de amygdala detecteert het brein nog steeds negatieve informatie sneller dan positieve. Daarbij komt dat de hippocampus veel beter zorgt voor opslag van negatieve ervaringen, ook al zijn de meeste ervaringen waarschijnlijk positief of neutraal. Negatieve ervaringen hebben meer invloed dan positieve. Het is bijvoorbeeld eenvoudig om door een paar tegenslagen aangeleerde hulpeloosheid te ontwikkelen, maar moeilijk die gevoelens vervolgens kwijt te raken, zelfs na veel successen. Mensen doen ook meer om een verlies te voorkomen dan een vergelijkbare opbrengst te verkrijgen. In relaties zijn gemiddeld vijf positieve interacties nodig om een negatieve teniet te doen. In het brein zit kortom een "negatief vooroordeel" ingebakken waar we in het dagelijks leven veel last van hebben. Het brein zorgt door de hooggevoeligheid voor negatieve informatie voor veel (onnodige) spanningen en gepieker. Dit vooroordeel versterkt ook negatieve emoties, zoals boosheid, zorg, schuld en schaamte. Het benadrukt verliezen in het verleden, trekt huidige mogelijkheden in twijfel en overdrijft toekomstige obstakels. Daarbij komt dat door de plasticiteit van de hersenen er ook een zelfversterkend effect zit in dit aangestuurde lijden. Hoe vaker we pijn oproepen, hoe sterker de neurale verbindingen tussen een gebeurtenis en de pijnlijke gevoelens worden. Onze hersenen kunnen ons werkelijk doen lijden en maken innerlijke vrede geen makkelijke opdracht. Het is niet voor niets dat binnen het boeddhisme sterk de nadruk wordt gelegd op veel oefenen!

De fundamentele oorzaak van het lijden is volgens het boeddhisme gelegen in een verkeerde benadering van en kijk op de werkelijkheid. En die verstoorde kijk is ook weer het gevolg van onze hersenen. Het brein werkt vanuit een evolutionair perspectief en is daarmee niet objectief. Ze ziet de wereld in termen van kansen, belangen en bedreigingen. De auteurs vergelijken de hersenen met een simulator. Slechts een klein deel van de input in onze hersenen komt van buiten; de rest komt van het interne geheugen en vanuit perceptie-verwerkende hersenmodules; het brein simuleert de wereld en ieder van ons leeft in een virtuele realiteit. Voortdurend wordt die virtuele realiteit herschapen, zelfs als het niets te maken heeft met overleven. Let maar eens op hoe vaak gedachten wegdwalen in dagdromen of het schetsen van doemscenario's buiten de wil om. De simulator trekt je voortdurend uit het nu en sleurt je mee naar fantasiewerelden of afgesloten tijden. Veel lijden komt ook voort uit overdreven hechting aan materiële objecten. De simulator stelt het geluk en genot dat we ontlenen aan goederen en status veel groter voor dan ze in werkelijkheid is. Dit is het meest duidelijk bij verslaafden waarbij het brein de gedachte alleen maar op het verlossende verslavende middel richt. Maar ook als we het verwachte genot van een tweede cakeje of een positieve beoordeling afzetten tegen wat het werkelijk opleverde, wordt de discrepantie duidelijk. Het brein simplificeert en overdrijft voortdurend. Ze onttrekt je uit het heden en laat je dingen najagen die niet zo geweldig zijn als ze lijken. De simulator is een kunstig werk, maar kleurt de werkelijkheid emotioneel in, waardoor objectiviteit en rustige beschouwing gehinderd worden.

Het brein brengt ook voortdurend onderscheidingen aan, opnieuw omdat dit behulpzaam was bij vroegere overlevingskansen. Maar veel van die onderscheidingen hebben uitermate schadelijke uitwerkingen. Groepsdenken is daar het beste voorbeeld van. De stap van het onderscheiden van groepen mensen naar superioriteitsdenken is zeer klein. En het is vanuit de historie bekend waartoe superioriteitsdenken kan leiden. Dit denken in onderscheid is in strijd met de zijnsleer van het boeddhisme die stelt dat er, in de termen van Thich Naht Hanh, alleen sprake is van inter-zijn. Niets kan onafhankelijk van het andere bestaan. Onze hersenen zelf zijn uiteindelijk gemaakt van sterrenstof. Een autonoom zelf is een fictie (leer van annata).

Helaas blijft het niet bij het lijden zelf. Sommige pijn is onvermijdelijk, maar veel pijn is ook onnodig doordat we lijden toevoegen aan de pijn die ons overkomt; "throwing second darts" noemen de auteurs dit. Het is soms zelfs zo dat we deze dartpijlen naar anderen en onszelf gooien zonder dat er eerste pijlen aan vooraf zijn gegaan, zoals na het ontvangen van een compliment dat we niet vertrouwen. Volgens het boeddhisme zijn de voornaamste bronnen van leedtoevoeging hebzucht, haat en verwarring. Wat gebeurt er in de hersenen als we "lijden aan het lijden"? Als we piekeren, of met boosheid reageren op een opmerking van een collega, ontstaat er letterlijk pijn; psychologische pijn maakt grotendeels van hetzelfde neurale netwerk gebruik als fysieke pijn. Afgewezen liefde kan daarom voelen als een wortelkanaalbehandeling. Wat ook de bron van de pijn is, het eerste wat er gebeurt is, is dat het alarm van de amygdala, het emotiecentrum in de hersenen, afgaat. Via de thalamus wordt het stimulerende noradrenaline afgegeven. Het (ortho)sympatische zenuwstelsel zendt signalen naar de spieren om die gereed te maken voor vluchten of vechten. De hypothalamus injecteert de stresshormonen adrenaline en cortisol in het lichaam. Al deze activerende reacties leiden ertoe dat er minder gewerkt kan worden aan een sterk immuunsysteem en het behouden van een positieve gemoedsgesteldheid, ten bate van korte termijncrises.

De auteurs halen tal van onderzoeken aan die wijzen op de slechte gevolgen van overactivering van het zenuw- en hormonale "lijdenssysteem". Behalve genoemde lichamelijke gevolgen van overstimulatie, zijn de mentale gevolgen eveneens groot. Herhaalde activering maakt de amygdala steeds gevoeliger wat weer tot meer activatie leidt en de amygdala nog sensitiever maakt. Ook leidt frequente activering tot verslechtering van de hippocampus, die van vitaal belang is voor de vorming van heldere herinneringen. Overactivering leidt er bijvoorbeeld toe dat pijnlijke herinneringen in het zogenaamde impliciete geheugen worden opgeslagen. Gevoelens zijn dan niet meer gekoppeld aan heldere herinneringen aan gebeurtenissen. Dit kan verklaren waarom traumaslachtoffers gedissocieerd zijn van de verschrikkelijke dingen die ze hebben meegemaakt, maar sterk reageren op iedere prikkel die hen onbewust herinnert aan wat er gebeurd is. Overactivering brengt ook het gevaar van het verstoren van de biochemische grondslag van gelijkmoedigheid met zich mee en versterkt de kans op depressie.

Dit is een breder maatschappelijk probleem. We worden in de moderne samenleving voortdurend gebombardeerd met prikkels die leiden tot een bijna nonstop activering van het zenuwstelsel. Een ander gevaar is dat door die maatschappelijke overprikkeling we ons snel vervelen omdat we verslaafd raken aan prikkels. En dat is dan weer een extra barrière die genomen moet worden om aan het lijden te ontsnappen.

het lijden bestrijden

Het boeddhisme biedt veel technieken die het lijden bestrijden en zo een weg naar verlichting openen. De auteurs laten zien hoe die technieken tot effect komen. De negatieve mentale toestanden kunnen het beste met positieve tegengegaan worden. Als verdriet opkomt door een herinnering, denk dan aan andere mensen die wel goed voor je zijn, bijvoorbeeld. Of als je eenzaam bent, visualiseer de aanwezigheid van geliefden. Verder is het goed om aandachtig stil te staan bij positieve ervaringen, zodat ze beter inwerken op de hersenen en sterkere sporen in het geheugen achterlaten. Dat is de kracht van mindfulness. Positieve gedachten leiden ook tot een verbetering van het immuun- en cardiovasculair systeem en ze verminderen stress.

Wanneer we overmand worden door emoties, dienen we eerst af te koelen. De auteurs geven hiervoor verschillende adviezen, zoals:

de neurochemie van het geluk

Behalve het afkoelen van de oorzaken van het lijden, is het ook van belang om de oorzaken van geluk op te warmen. Een essentiële rol wordt hierbij vervuld door de cortex cingularis anterior (CCA), die acties coördineert om je intenties te vervullen. Het versterken van de CCA kan door meditatie waardoor je helderder gaat denken en meer gebruik maakt van warmte en emotionele intelligentie. Door meditatie wordt namelijk meer grijze stof aangemaakt die zorgt voor empathie en aandacht. De CCA kan gezien worden als de "koele" bedachtzame factor die je dichterbij je doelen brengt. De amygdala zorgt juist voor de warme kant, voor de passie waarmee doelen worden nagestreefd. In het boeddhisme wordt erop gewezen dat gehechtheid tot lijden leidt. Het is daarom van belang goede doelen te kiezen. En wel gemotiveerd te zijn, maar ook niet te veel te hechten. Een verlangen op zich is niet verkeerd, maar het moet geen obsessieve vormen aannemen. De sleutel is misschien wel goede intenties te hebben, zonder gehecht te zijn aan de resultaten, stellen de auteurs. Het gaat om gelijkmoedigheid, waarbij we niet onverschillig zijn, maar op een warme manier betrokken met de wereld zonder er door verstoord te raken. "Door gelijkmoedigheid kun je met situaties omgaan met kalmte en redelijkheid terwijl innerlijk geluk behouden blijft" (Dalai Lama); er is een soort buffer tussen jou en de wereld die voorkomt dat je emotioneel belast wordt. Het betekent niet reageren op je reacties. Het ondersteunt compassie, openheid en vriendelijkheid. In het brein wordt gelijkmoedigheid gerealiseerd door niet te reageren op het emotionele, limbisch systeem; de CCA speelt daarbij een centrale rol.

De mens is een sociaal wezen en dat is ook zichtbaar in de hersenen. Hoe socialer een soort, hoe groter het brein. De hersenen van primaten zijn vooral relatief groot om relaties te managen met soortgenoten. De hersenen van mensen zijn in de afgelopen drie miljoen jaar verdrievoudigd, vooral om interpersoonlijke vaardigheden mogelijk te maken, zoals empathie en coöperatieve planning. Samenwerking werd steeds belangrijker voor de overleving en het zijn altruïsme, generositeit, reputatie, eerlijkheid, taal, moraliteit en religie die via het brein hieraan bij zijn gaan dragen in de menselijke geschiedenis (en op religie na ook bij andere primaten). Spoelcellen, een opmerkelijk neurontype dat geavanceerde sociale vaardigheden ondersteunt, wordt alleen bij de hoogst ontwikkelde aapsoorten, waaronder de mens en walvissen, aangetroffen. De mens is van nature goed en gericht op de ander; de idee van Boeddhanatuur wordt ondersteund door de neurowetenschap. Empathie is hierbij van centraal belang. De insula in de hersenen lichten op bij het ervaren van emoties én bij het zien van diezelfde gevoelens bij anderen. Hoe meer je je bewust bent van je eigen gevoelens, hoe beter je die van anderen kunt zien en lezen. De mogelijkheid om te denken over de innerlijke wereld van anderen is te danken aan een recente neurologische ontwikkeling in de prefrontale en temporale kwabben structuren.

Maar er zit ook een "wolf van haat" in ons, zoals de auteurs het noemen. Deze heeft de neiging om de "cirkel van ons", van de eigen groep te doen krimpen op basis van de aangeboren neiging tot categorisering. Die neiging is evolutionair wel te begrijpen aangezien het voordelig was voor onze voorouders om coöperatief te zijn binnen de eigen stam maar agressief richting de anderen, gegeven de schaarste waarmee men toen te maken had. De meeste agressie is een antwoord op een ervaren bedreiging en zoals aangegeven worden voortdurend bedreigingen waargenomen door de hersenen. En waar feitelijke onderscheiden worden gemaakt door de hersenen, volgen waarderende onderscheidingen bijna automatisch (hoewel niet altijd bewust; onbewuste discriminatie komt bijvoorbeeld heel veel voor). Het boeddhisme benadrukt de eenheid van alle mensen; we moeten de "wolf van liefde" in ons voeden en de cirkel van ons juist zo groot mogelijk maken. Niet alleen naar alle mensen, maar naar alle gevoelige wezens. Of zoals het zen gezegde luidt: Nothing left out.

Hoe kan de cirkel van wij verbreed worden? Door compassie vanuit overtuiging.:"Assertion is expressing your truth and pursuing your aims within any type of relationship. These two work together. Compassion infuses warmth and caring into your assertiveness "(2009:154). Empathie is de basis van compassie en kan worden bevorderd door nabijheid, hoewel dit niet altijd makkelijk is. Hiervoor is zelfvertrouwen en innerlijke rust nodig. Daarvoor is het weer nodig om persoonlijke waarden en normen vast te stellen binnen relaties. Compassie is gebaseerd op de CCA en de insula. Door het te beoefenen kan de bedrading in die regio's versterkt worden en daarmee het vermogen tot compassie. De auteurs geven verschillende adviezen om dit te bereiken en relaties beter te laten verlopen.

Compassie is het verlangen dat de ander niet lijdt en hem daarbij helpen. Een boeddhist zal daarnaast ook vriendelijkheid proberen te betrachten, wat omschreven kan worden als het verlangen dat de ander gelukkig is en daar zelf ook geluk aan ontlenen. Gedacht kan worden aan het geven van een grote fooi, nog een verhaal voorlezen aan een kind, een ander voor laten gaan of complimenteren. Het tegenovergestelde is ressentiment dat wel omschreven is als "wanneer ik vergif neem en wacht tot jij sterft". Opnieuw geven de auteurs tips en (meditatie)oefeningen om meer vriendelijkheid te stimuleren, juist in situaties waarin dit niet eenvoudig is en verzet meer voor de hand lijk te liggen. Soms is dat ook nodig, maar vaak is verzet zinloos. Het komt dan neer op leren accepteren, op vreedzame wijze je visie te verkondigen (zoals de Dalai Lama doet ten aanzien van de Tibetkwestie), leren vergeven en er vertrouwen in hebben dat uiteindelijk recht gedaan zal worden; je hoeft niet zelf het rechtssysteem te zijn.

grondslagen van mindfulness

Mindfulness is niets anders dan aandachtig zijn, met als doel lering en begrip te vinden over de innerlijke en uiterlijke wereld. Wat aandacht krijgt, vormt de hersenen. Daarom is het van belang om de aandacht te beheersen. Alleen al het idee meester van jezelf te zijn, draagt bij aan persoonlijk geluk. Aandacht kent drie aspecten: het behouden van informatie in het veld van bewustzijn, het updaten van het bewustzijn met nieuwe informatie en het zoeken van de juiste hoeveelheid stimulatie. Informatie wordt opgeslagen in het werkgeheugen die een op dopamine werkende toegangspoort kent. Deze poort gaat open bij een verandering in het niveau van stimulatie, waardoor nieuwe informatie binnen kan komen. De basale ganglia zoeken een bepaalde mate van stimulatie. Die stimulatiebehoefte kent een reproductieve reden. De behoefte aan prikkels zet aan tot het zoeken naar voedsel en partners. Deze behoefte is zo sterk dat in een kamer zonder sensorische prikkels (zoals bij floaten) de hersenen op den duur zelf beelden gaan verzinnen, waardoor hallucinaties optreden. Bij te weinig stimulatie, gaan de basale ganglia protesteren en kan je zomaar een provocerende opmerking maken bij een saai gesprek. Bij alle onderdelen van aandacht lijkt een evenwichtige situatie het beste:

Hoe sterk onze "aandachtsneigingen" zijn, is genetisch bepaald, maar ook door cultuur en andere factoren zoals motivatie, vermoeidheid, de bloedsuikerspiegel, spanning en neerslachtigheid.

Meer mindfulness kan op tal van manieren bevorderd worden. Enkele oefeningen met directe neurologische effecten zijn:

De belangrijkste oefening om mindfulness te bereiken, is natuurlijk meditatie. De auteurs raden aan een vriendelijke afspraak met jezelf te maken om later aan andere dingen te denken voordat je gaat mediteren en je bij het afdwalen tijdens de meditatie aan die afspraak te herinneren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de capaciteit van de prefrontale cortex om top-down invloed uit te oefenen over de stroom van percepties en gedachten. Bij een goede meditatie, wanneer je positieve gevoelens ervaart, wordt meer dopamine afgegeven. En een hoger niveau van dopamine zorgt weer voor minder afleiding en meer concentratie. Uiteindelijk kan dan een "eenheid van geest" bereikt worden waarin je opgaat in de werkelijkheid en het onderscheid subject/object vervaagt, waarin je een sterke "nu-ervaring" hebt en gelijkmoedig bent.

tot slot

De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de overeenkomsten tussen spiritualiteit, boeddhisme in het bijzonder, en de westerse wetenschap. Zo heeft de Dalai Lama actief de dialoog opgezocht met wetenschappers. Boeken als deze laten zien dat de boeddhistische oefeningen werken en hoe dat gebeurt. Het zou mooi zijn als meer mensen hierdoor overtuigd raken van de waarde van het boeddhisme. De vruchtbare samenwerking met de wetenschap past ook geheel binnen het boeddhistisch denken. De Boeddha riep al op niet zomaar zijn leer te volgen, maar vooral kritisch te blijven onderzoeken. En de 14e Dalai Lama heeft vele eeuwen later gezegd dat als boeddhistische leerstellingen in strijd zijn met wetenschappelijke bewijzen, de eerste moeten wijken. Beide praktijken versterken elkaar. Dit boek gaat met name in op de (neuro)wetenschappelijke werking van de boeddhistische praktijk. Maar het boeddhisme kan ook leren van de wetenschap, zo laat dit boek een beetje zien. Zo zei de Dalai Lama (2009:254) dat er in de boeddhistische geschriften niet genoeg aandacht is voor welke tegenreacties op specifieke kwellingen je wanneer moet toepassen. Door de samenwerking tussen oost en west kan het boeddhisme verder verdiept en specifieker worden gemaakt, terwijl de wetenschap enorm verrijkt wordt met inzichten waar onderzoekers voorheen nauwelijks of geen oog voor hadden.

Rick Hanson & Richard Mendius- Buddha's brain (2009)

zie meer op de website van hun Wellspring Institute for Neuroscience and Contemplative Wisdom

zie ook hier meer informatie over dit onderwerp.