Het nieuwe denken 2
In mijn zoektocht naar moderne spiritualiteit, ben ik me eerst gaan verdiepen in de commerciële successen. Nu is het natuulijk zo dat commercieel succes vaak weinig zegt over inhoudelijke kwaliteit. En als ik de mainstreamspiritualiteit die het Nieuwe denken is, zou moeten beoordelen, dan dringt die bevinding zich ook op. Een telkens terugkerend thema in spirituele kaskrakers als The secret, maar ook het werk van Deepak Chopra, is de wet van de aantrekkingskracht. Hoewel verschillend geïnterpreteerd, komt het er in de kern op neer dat gedachten kansen beïnvloeden. In The secret wordt keer op keer gesteld dat als je maar krachtig en genoeg denkt aan wat je wél wilt, je dit ook aan zal trekken. De American dream werd nog nooit zo snel werkelijkheid. Vraag, geloof en ontvang. Het universum kan (volgens de meesten via hersengolven die een keten van energie, gericht op het doel in werking zetten) aangestuurd worden. Een krankzinnig idee natuurlijk. Hier wordt duidelijk dat de levenslessen van de mainstreamspiritualiteit steunen op het bewustzijnsparadigma, wat ik in de vorige bijdrage in deze serie heb bekritiseerd. Nog los van de wetenschappelijke bezwaren hierbij, kan ik me ook maar moeilijk voorstellen dat het voor wetenschappelijk geschoolde denkers als Chopra intuïtief aannemelijker is dat het universum ten diepste uit bewustzijn bestaat, in plaats van onbezielde materie. Ik kan me bij het eerste werkelijk nauwelijks iets voorstellen, met de ervaring van de materiële wereld. Wat is dat bewuste dan, hoe kan iets vanuit zichzelf bewust zijn, hoe kan het materie vormen en/of daarmee interacteren, is het een of gedeeld? Maar de wet van de aantrekkingskracht, hoeksteen van de moderne spiritualiteit, is wel op meer vlakken in overtreding met wetenschappelijke principes.
Naast de metafyische en wetenschappelijke bezwaren, vind ik ook de moraal van het Nieuwe denken problematisch. Deze moraal is heel individualistisch. Het gaat erom te ontdekken wat je kwaliteiten en wensen zijn om die vervolgens zo goed mogelijk respectievelijk te ontplooiien en na te streven. Het najagen van materiele doelen wordt ook helemaal niet van minder belang geacht, zolang je maar echt dat zeiljacht wilt en niet omwille van het imponeren van je buren. Chopra noemt geld bijvoorbeeld "het symbool voor levensenergie". Hij geeft hierbij overigens blijk van een contradictie in zijn denken, aangezien hij eveneens oproept tot onthechting (niet zo verrassend zo'n tegenstelling als je zoveel boeken, veelal variaties en herhalingen op een thema, afscheidt als deze man. Kennelijk steekt de spirituele orde heel ingewikkeld in elkaar). Zo schraagt dit spiritualisme perfect de leer van het neoliberalisme. En haar aanhangers schijnen daar desgevraagd ook niet problemen mee te hebben. In een ontluisterend vraaggesprek met de filosoof Maarten Meester stelt een warhoofdig aanhangster van de wet van de aantrekkingskracht dat "als je ergens niet blij van wordt, je het niet moet doen". Ze wijst erop dat beweging in het leven belangrijk is, wat ze stelt tegenover een leven in angst en een oppotten van energie. Hoop is voor haar dan ook vergif, want het zou beweging tegengaan. Maar hoop biedt vaak juist de energie om verder te gaan. Er valt wat voor te zeggen om pessimist van de realiteit en optimist van de hoop te zijn, zoals de marxist Gramsci zei. De geïnterviewde noemt werknemers die vastgeroest zouden zitten; wellicht is het helemaal niet zo erg als die ontslagen worden, want is het wel goed als mensen zo lang dezelfde baan hebben en dus niet dynamisch zijn?
Miskend wordt dat mensen ook behoefte hebben aan geborgenheid, stabiliteit en continuïteit. Dat niet iedere dynamiek ook werkelijke morele en persoonlijke groei betekent. Maar al te vaak komt het voor dat mensen zich op grond van dit soort denkbeelden gaan herbezinnen en hun "passies" gaan najagen. Die van hun hobby hun werk willen maken, maar ontdekken dat dit niet goed mogelijk is. Om vervolgens teleurgesteld op hun schreden terug te keren. Intermediair heeft er een mooi artikel over gepubliceerd: Fuck de passie! Je hoort mensen weleens zeggen dat ze iets anders zijn gaan doen om buiten hun comfortzone te treden. Ik heb dat altijd een onvoldragen motivatie gevonden. Als je je comfortabel voelt, blijf je toch lekker zitten? Hierachter schuilt natuurlijk een angst om iets te missen, een gevaarlijke permanente staat van niet kunnen samenvallen met het leven, waar een zekere vorm van onvolwassenheid in verborgen zit.
Het is natuurlijk goed om een besef te hebben van je sterke en zwakkere punten, maar het is eveneens goed om te erkennen dat je juist niet altijd alles kunt krijgen wat je wilt en dat een gebrek aan "deprivatietolerantie" een belangrijke oorzaak is van ongeluk. Sommige spirituele denkers stellen zelfs dat ziekte door geestkracht te genezen is. Kanker kan verdwijnen als je er maar werkelijk in gelooft. Wat de mainstream spiritualiteit ook beweert is dat je datgene wat je wilt, vooral moet geven. Chopra noemt dit "de wet van het geven" en hij meent zelfs dat die wet zorgt voor evenwicht in het universum, omdat geven en ontvangen elkaar in balans houden in een en dezelfde energiestroom (?). In alle bescheidenheid stelt Chopra dat zijn wetten voor het leven gestaafd worden door de natuurlijke werkelijkheid zelf: "the same laws that nature uses to create a forest, a star, or a human body can also bring about the fulfillment of our deepest desires." De wet van het geven klinkt mooi, maar valt maar al te vaak stuk op de werkelijkheid. Natuurlijk, wie een glimlach wil, krijgt er dankzij onze spiegelneuronen al gauw een terug. Maar als het om echt belangrijke zaken gaat, zoals werk of liefde, wordt het duidelijk dat deze wet ofwel niet van toepassing is (werk), ofwel niet goed werkt (liefde). Ik heb veel liefde gegeven, maar dat lang niet altijd teruggekregen. Het zit allemaal net iets ingewikkelder in elkaar, die weerbarstige werkelijkheid. En daarbij, is het ook niet vaak zo dat we juist datgene willen ontvangen wat we te weinig hebben en dus ook niet kunnen geven?
De moraal van het Nieuw denken is sterk emotivistisch, zoals ook al uit het eerder aangehaalde citaat bleek. Ze lijkt helemaal losgezongen van iedere vorm van plichtsbesef en principes van deugdzaamheid. Je moet je vooral ergens goed bij voelen, anders moet je het niet doen. Nu is het inderdaad zo dat als je zelf lekker in je vel zit, je ook over het algemeen meer voor andere kan betekenen. Maar dat wil niet zeggen dat dit een voorwaarde daarvoor zou moeten zijn. Er zijn voor anderen zou niet afhankelijk mogen zijn van gevoelsgrillen. Miskend wordt dat goed doen moeilijk kan zijn en dat het zelf niet opgaat in een vloeiend geheel met anderen. In tegenstelling wat veel spirituele denkers suggereren zijn we ook in een hogere staat niet een in een holistisch geheel. Er zijn tegenstrijdige belangen die niet vanuit een "surplus aan energie", gemotiveerd door liefde, harmonie en vreugde, opgeheven kunnen worden. Het neospiritualisme kan daarin veel te idealistisch zijn. Ook voor jezelf is het dikwijls goed om dingen te doen die niet goed voelen, bijvoorbeeld omdat je, in het voorbijgaan aan je angsten, dingen bereikt die je als waardevol beschouwt en die bijdragen aan een positiever zelfbeeld. Dit in tegenstelling tot het doorbreken van angsten zonder goede redenen (ik denk aan bungeejumpen), wat me tamelijk onzinnig lijkt.
Natuurlijk worden er er wel goede stellingen betrokken binnen de mainstreamspiritualiteit. Aangegeven wordt dat we ons niet door ons ego moeten laten leiden (niet uit moeten zijn op erkenning), dat we niet bezig moeten zijn met wat we niet willen, maar wat we wel willen (kijk bijvoorbeeld niet naar de slechte eigenschappen van je partner, maar vooral naar de goede dingen). Leef in liefde met jezelf en accepteer wat je niet kan veranderen, verdedig jezelf niet en laat je alleen leiden door wat je werkelijk belangrijk vindt, ongeacht wat anderen vinden (hoewel me dat ook wat te kort door de bocht is; waarden worden niet door het individu zelf gecreerd; de relatie met de ander ligt complexer). Zet je unieke zelf en talenten in op zo'n manier dat ze de mensheid dienen. Het is allemaal bloemrijker en extatischer beschreven, maar in combinatie met de wet van de aantrekkingskracht is dat wel zo'n beetje de kern van wat ik in mijn, toegegeven korte, lezing van de levenslessen van de mainstreamfilosofie heb kunnen ontdekken. Niet bepaald eye-openers of diepere wijsheden. Dit soort denken heeft toch een hoog maakbaarheidsgehalte, waarbij een prachtig nieuw leven voor het oprapen ligt. Het menselijk tekort, de pijn en complexiteit van het leven zijn er nauwelijks in uitgewerkt. Op zijn best gaat het om dik (vaak in metaforen) verpakte reminders (maar is niet alle levenswijsheid een vorm van herkenning?), op zijn slechtst om metafysische waanideeen. Ik zal verder moeten zoeken..
bronnen
-M.Meester. Nieuwe spiritualiteit.