journalistiek zonder kleur
De reacties op de stellingname van Tweede Kamerlid van de PvdA Martijn van Dam tegen de opkomst van "opiniated journalism" op de Nederlandse televisie waren niet van de lucht. Van Dam liet maar weer eens het regenteske karakter van de PvdA zien met zijn censuurplannen. Zijn opvatting om kwaliteitseisen te stellen aan journalistieke programma's zou de kijker bevoogden en zijn oordeelsvermogen onderschatten. Daarbij deugde het voorstel niet omdat de politiek zich uberhaupt niet mag bemoeien met wat de omroepen maken. Ten slotte zou Van Dam op deze manier het nieuwe rechtse geluid willen wegdrukken dat zo lang door de linkse mediale hegemonie overstemd werd. Dat schuurt hard omdat links volgens Van Dams critici allesbehalve objectieve journalistiek maakt. Objectieve journalistiek zou op zichzelf al een oxymoron zijn. Iedere vorm van journalistiek is gekleurd en dus niet waardenvrij. Van Dam kortom ging zijn boekje ver te buiten.
Deze kritiek doet geen recht aan Van Dams zorgen. In zijn stuk bepleit Van Dam kwalitatief hoogwaardige journalistiek op tv. Wat kan daar op tegen zijn? Zoals hij zelf stelt wil hij geenszins inhoudelijke eisen aan programma's stellen. Er komt geen keuring of keurmerk. Het gaat erom dat programmamakers zich houden aan algemeen erkende journalistieke codes zoals onafhankelijkheid, hoor en wederhoor, scheiden van feiten en opinies en gedegen research. Dat zijn geen politiek geladen normen of waarden. Zoals we van de slager en de meubelmaker hoge kwaliteit mogen verwachten, zo mogen we dat ook van journalisten, zeker van ons belastinggeld. Het argument dat Van Dams pleidooi bevoogdend is, is misplaatst. Van Dam bepleit ook geen verbod op journalistiek inferieure programma's; deze kunnen nog altijd door de commerciëlen worden uitgezonden.
Het is de taak van politici om ervoor te zorgen dat de publieke dienstverlening van goede kwaliteit is. Daar vallen ook programma's van de publieke omroep onder. Zoals aangegeven kan de politiek uiteraard alleen procedurele en geen inhoudelijke voorschriften stellen over wat kwaliteit is. Van Dam blijft binnen die grenzen.
Het argument dat een aangescherpte kwaliteitsbewaking overbodig en wellicht zelfs neerbuigend is tegenover de tv-consument omdat deze prima in staat is om zelf te beoordelen wat hij van tv-programma's vindt, is niet relevant. Natuurlijk kan iedereen zich een mening over iets vormen. Het gaat erom of tv-journalistiek de burger in staat stelt zich een welafgewogen mening te vormen. Bij gebrek aan tijd en behoefte aan waarheidsvinding stellen veel mensen zich al snel tevreden met datgene wat binnen hun straatje past, in plaats van kritisch en onbevangen een issue te beschouwen. Dat de media opvattingen en gedrag sturen wordt al lang aangetoond door mediastudies. Beweren dat de burger door sommige media soms misleid wordt of zich een eenzijdig beeld vormt is geen (links) paternalistische arrogantie, maar een feitelijke constatering die waarschijnlijk evenzeer van toepassing is op mensen met een linkse als een rechtse signatuur.
Programma's die journalistiek bedrijven beïnvloeden de opvattingen van een substantieel deel van de kijkers. Dan is zeer kwalijk als dergelijke programma's onjuiste voorstellingen van zaken geven en/of aan propaganda doen. Zo blijkt uit dit onderzoek dat Tea Party aanhangers voor wie Fox News hun voornaamste nieuwsbron is, significant vaker foutieve opvattingen hebben dan de rest van de bevolking; opvattingen (of beter leugens) die dit rechtse kabelnetwerk verkondigt. Het is wat dat betreft terecht dat Van Dam waarschuwt voor de "verfoxing" van de tv-journalistiek. Natuurlijk is het niet zo dat kijkers alles maar slikken wat aan geopinieerde meningen wordt verkondigd. Zeker wanneer een nieuwsprogramma ook duidelijk op entertainment gericht is, zoals Pownews wat ook wel degelijk en effectief (nieuwe) kwalijke zaken aan de orde stelt, worden meningen en opinies door het publiek goed gescheiden. Bij programma's met meer serieuze pretenties zoals het inmiddels ter ziele gegane Uitgesproken is dat veel minder het geval.
Gesteld kan worden dat de invloed van opiniejournalistiek waarschijnlijk erg meevalt vanwege het verschijnsel van zelfselectie. Rechtse mensen kijken naar rechtse programma's en linkse mensen naar linkse. Mensen zijn op zoek naar bevestiging en bevinden zich niet graag in het andere kamp. Toch zou het een verschraling zijn dit maar als een gegeven te beschouwen, waardoor mensen opgesloten blijven zitten in het comfortabele, maar beperkte eigen gelijk. Vandaar dat Van Dam zich teweer stelt tegen een terugkeer van een hernieuwde verzuiling op de beeldbuis zoals dat is ingezet met het inmiddels ter ziele gegane Uitgesproken. Zowel rechtse als linkse journalistieke programma's moeten we niet willen. Waar Uitgesproken WNL en Pownews zich zelf als niet-links of rechts profileren, zijn er echter geen journalistieke programma's die zichzelf als links of progressief duiden (wel is er de aan de Vara verbonden zich als progressief afficherende website Joop, wat niet zou moeten kunnen). Dat wil nog niet zeggen dat die er niet zijn. De politieke kleur van een programma wordt onder meer bepaald door de keuze van gasten, de onderwerpkeuze en de wijze van interviewen. Van Dams critici bestempelen met deze criteria in de hand onder meer programma's als Pauw en Witteman, DWDD en de programma's van de inmiddels verdwenen omroep Llink als links. Dit zou kunnen. Onderzoek, door bijvoorbeeld de Raad voor de Journalistiek, zou aan de hand van duidelijke criteria kunnen vaststellen in welke mate programma's politiek gekleurd zijn. Vooralsnog lijkt de kritiek van eenzijdige linkse verslaggeving op tv sterk overdreven.
De kritiek dat journalistiek nooit objectief kan zijn en dat nadere kwaliteitscodes dan dus ongepast zouden zijn, is onzin. Dat een presentator privé bijvoorbeeld linkse opvattingen heeft wil nog niet zeggen dat deze geen onafhankelijke journalistiek kan bedrijven. Een onafhankelijke en kritische redactie achter een programma is hierbij waarschijnlijk wel een voorwaarde. Een interviewer kan vanuit zijn persoonlijke opvattingen vooringenomen, onvoldoende kritisch of onredelijk zijn (door de geïnterviewde bijvoorbeeld onvoldoende ruimte voor weerwoord te geven of dat niet uit te zenden, waar Pownews een handje van heeft), maar met een gedegen en kritische redactie, van eventueel gemengde politieke melange, kan dat voorkomen worden. Iedere journalist moet afwegingen en keuzes maken. Waarden en normen spelen daarbij een rol. In die zin is journalistiek inderdaad niet waardenvrij, net zomin als de wetenschap dat is. Het gaat erom dat bij die afwegingen geen externe (politieke, religieuze) waarden en opvattingen bepalend zijn, maar alleen zuiver journalistieke. En dat kan.
Om de journalistieke kwaliteit en veelzijdigheid te borgen zou het goed zijn als op basis van het hier voorgestelde neutraliteitsonderzoek procedurele richtlijnen worden vastgesteld voor tv-journalistiek op de publieke omroep. Dat zou eenzijdigheid van berichtgeving moeten tegengaan. Wat in ieder geval tegengegaan moet worden is dat de kijker feitelijk onjuist wordt voorgelicht (wat in andere westerse landen al heel gebruikelijk is). Dat kan door rectificatie aan het begin van een nieuwe aflevering van het betreffende programma. Verder zouden alle websites van journalistieke programma's voorzien moeten worden van het (periodiek bij te stellen) onafhankelijkheidsoordeel en open moeten staan voor reaguurders waarbij goed onderbouwde reacties een prominentere plaats verdienen dan de quick yells. Een wekelijks tv-programma met een divers panel van journalisten en (ja ook rechtse) opiniemakers die reflecteren op journalistieke uitzendingen zou verder zeker ook meerwaarde hebben. Van Dam heeft het goed gezien: de journalistiek is niet gebaat bij meer polarisatie en verzuiling. Dat hebben we in de politiek al meer dan genoeg.
20-3-2011