Is er vooruitgang?

deel 2

Een van de beste theorieën over maatschappelijke vooruitgang is die van de Amerikaanse politieke wetenschapper Ronald Inglehart (1934). De reden hiervan is gelegen in de empirische onderbouwing ervan. Inglehart is directeur van de World Values Survey, dat een wereldwijd netwerk van sociale wetenschappers omvat die de waardenoriëntaties van meer dan 80 samenlevingen hebben onderzocht, samen goed voor meer dan 85 procent van de wereldbevolking. Op basis van deze enorme gegevensset hebben Inglehart en zijn medewerkers de relatie tussen politieke, economische en culturele ontwikkelingen onderzocht. Ingleharts boek Modernization, Cultural Change and Democracy (Cambridge, 2005) is de culminatie van een lange carrière die in het teken stond van onderzoek naar collectieve waardenverschuivingen. In dit boek laat hij zien hoe traditionele samenlevingen zich op redelijk voorspelbare wijze ontwikkelen tot moderne samenlevingen waarin mensen gelukkiger zijn. Inglehart laat zien hoe sociale factoren het menselijk geluk dichterbij brengen.

Ingleharts theorie kan als volgt worden samengevat. Modernisering begint met sociaal-economische ontwikkeling dat weer haar basis vindt in technologische ontwikkeling. Innovaties leiden tot een verhoging van de productiviteit en daarmee de welvaart. Door economische vooruitgang zal de behoefte aan geschoolde krachten toenemen en komen tegelijk ook meer middelen voor scholing beschikbaar. Scholing in combinatie met stijgende economische zekerheid zorgen voor een geleidelijke verschuiving naar een collectief waardenstelsel waarbinnen zelfexpressie centraal staat.

Door meer welvaart en de welvaartsstaat die daarop volgt, wordt men minder afhankelijk van naasten, wat meer persoonlijke vrijheid tot gevolg heeft. Materiële zekerheid biedt de mogelijkheid om andere, postmateriële behoeften na te streven die de ontwikkeling van het zelf en anderen ten goede komen (individualisering). Scholing brengt kennis, meer zelfvertrouwen, emancipatie van (onvoldoende gelegitimeerde) autoriteit en een gevoel van intellectuele onafhankelijkheid met zich mee. Dit zorgt voor een eis voor meer democratisering (zoals dat nu bij de "Arabische lente"). Het zijn de hoger opgeleiden (studenten) die voorop lopen in de democratiseringsbeweging. Ook het veranderende karakter van het werk (dienstverlening in plaats van industrie), waarbij autonomie, sociale vaardigheden en persoonlijke initiatief relatief belangrijker worden (in tegenstelling tot conformisme) zorgt voor de ontwikkeling van wat Inglehart zelfexpressie waarden noemt. Hij plaatst dit tegenover de overlevingswaarden uit de voorgaande fase van ontwikkeling:

"Societies that emphasize survival values have relatively low levels of subjective well-being, report relatively poor health, and are low on interpersonal trust, relatively intolerant of outgroups, and low on support for gender inequality. They emphasize materialist values, have relatively high levels of faith in science and technology, and are relatively low on environmental activisme and relatively favorable to authoritarian government. Societies that rank high on self-expression values tend to have the opposite preferences on all of these topics. Overall, self-expression values reflect an emancipative and humanistic ethos, emphasizing human autonomy and choice. " (Inglehart, 2005: 54).

Inglehart ziet de trend naar zelfexpressie als vooruitgang: in dergelijke samenlevingen zijn mensen gelukkiger omdat ze vrijer zijn. Die vrijheid wordt in de eerste plaats mogelijk gemaakt door economische ontwikkeling en de welvaart die daar het gevolg van is. Middelen stellen mensen in staat om hun geluk beter na te jagen. Maar lage niveaus van economische ontwikkeling leggen niet alleen materiële beperkingen op aan iemands keuzepalet; ze zijn ook gecorreleerd met lage scholingsniveaus die cognitieve en informationele beperkingen opleggen aan de keuzevrijheid. Bovendien schept een laag welvaartsniveau sociale afhankelijkheid; mensen blijven sterk op elkaar aangewezen, waardoor vrijheidsbeperkende culturele constellaties in stand blijven. De mogelijkheid om zelf betekenisvolle keuzes te maken zoals over partnerkeuze, werk, vrije tijd, geloof en consumptie is zeer bepalend voor het persoonlijk welzijn. Zoals geluksonderzoek heeft aangetoond is zelfcontrole een heel belangrijke determinant van persoonlijk welzijn. Maar ook zelfexpressie, zo toonde Maslow al aan met zijn piramide van behoeften, draagt bij aan sterke gevoelens van zelfvervulling, wat weer tot geluk leidt.

Een belangrijk gevolg van de waardenverschuiving naar zelfexpressie/autonomie, is dat ze leidt tot democratisering. Een 'echte' democratie ontstaat volgens Ingleharts onderzoek als circa 45% van de bevolking van een land zelfrexpressie waarden onderschrijft (landen blijken heel belangrijk bij de vorming van waarden. de verschillen in waardenopvattingen van moslims zijn bijvoorbeeld gemiddeld genomen groter in vergelijking met moslims uit andere landen dan met niet-islamitische landgenoten). Een belangrijk deel van het boek gaat over Ingleharts theorie van de democratie, waarbij hij andere theorieën hierover overtuigend ontkracht. Zo laat hij zien dat democratieën niet vanzelf leiden tot sociaal-economische ontwikkeling, maar dat de relatie andersom ligt.

Inglehart ziet wereldwijd een geleidelijke beweging naar een sterkere oriëntatie op zelfexpressiewaarden en individuele vrijheid. Er is dus sprake van een globale culturele vooruitgangstrend. De aanwezigheid van zelfexpressiewaarden wordt niet alleen bepaald door de rijkdom van een land. De Verenigde Arabische Emiraten zijn economisch welvarend, net als Bahrein, maar er is geen sterke cultuur van zelfexpressie door een lage scholingsintensiteit en de afwezigheid van een kenniseconomie en een creatieve klasse. Deze landen zijn afhankelijk van olie, wat ook mede de hegemonie van de religie verklaart. Voor individualisme zijn vergaande economische ontwikkeling (tot een diensteneconomie) én een hoge scholingsintensiteit noodzakelijk (die ook gekapitaliseerd wordt). Overlevingswaarden bestaan verder naast en overlappen deels met traditionele waarden in collectieve samenlevingen. Inglehart beschrijft collectivistische samenlevingen als volgt:

"The core element of collectivism is the assumption that groups bind and mutually obligate individuals. In collectivist societies, social units have a common fate and common goals; the personal is simply a component of the social, making the ingroup crucial. Collectivism implies that group membership is a central aspect of identity, and sacrifice of individual goals for the common good is highly valued. Furthermore, collectivism implies that fulfillment comes from carrying out externally defined obligations, which means that people are extrinsically motivated, focusing on meeting others'expectations. Accordingly, emotional self-restraint is valued to esnure harmony (although such self-repression tends to lower people's subjective well-being, as we will demonstrate). In collectivist societies, social context is prominent in people's perceptions and causal reasoning, and meaning is contextualized, Finally, collectivism implies that important group memberships are seen as fixed "facts of life"to which people must accomodate - without any choice. Boundaries between ingroups and outgroups are stable, relatively impermeable, and important; and exchanges are based on mutual obligations and patriarchal ties. " (Inglehart, 2005: 136)

Het nieuwe, individualistische waardenpatroon wordt in eerste instantie alleen overgenomen door het jongste cohort waardoor de invloed van traditionele en religieuze factoren nog een lange tijd aanwezig blijft. Ook treedt er altijd verzet op tegen veranderingen, wat de opleving van het (religieus) fundamentalisme verklaart. Dat moet volgens Inglehart echter toch als een achterhoedegevecht worden beschouwd. Religie ondergaat onder invloed van de economische vooruitgang onmiskenaar een belangrijke verandering. Religie wordt minder belangrijk als middel tot het bieden van zekerheid en hoop, maar vervult steeds meer de functie van levensoriëntatie en inspiratie zonder dogmatiek.

De waardenpatronen in verschillende landen zoals door Inglehart gevonden

Het moderniseringsproces zoals empirisch getest door Inglehart en anderen kan dus werkelijk als vooruitgang worden beschouwd. In een proces van bevrijding van knellende banden en regels, is de mens welvarender, vrijer en daardoor gelukkiger geworden. Het is onmiskenbaar zo dat het te verkiezen valt om te leven in een individualistische samenleving dan in een collectivistische samenleving. Ook geluksstudies van bijvoorbeeld de Nederlander Ruut Veenhoven tonen dit aan. Op mondiaal niveau is er dus nog steeds sprake van vooruitgang (hoewel de uitkomsten van de democratiseringsgolf in het Midden-Oosten ongewis zijn door het hardhandig verzet van de wankelende dictaturen). Maar geldt dit ook voor westerse samenlevingen waarin het individualisme al diep geworteld is? Het individualiseringsproces roept ook veel weerstand op. Zijn we niet doorgeschoten in onze vrijheidsdrang? Zoals al in deel 1 geconstateerd is, is er sprake van veel laatmodern onbehagen. Deze vragen zullen in het vervolg van deze serie aan bod komen.

Voor wie geïnteresseerd is in moderniseringstheorie vindt hier een reeks van artikelen van Inglehart en anderen.

1-5-2011 (herzien)