Zwart zand. Over Michel Houellebecq (1)
21-10-2007
Het heeft iets vreemds als een regisseur van gewelddadige films zegt dat zijn werk gezien moet worden als een pleidooi voor de liefde. Door het tonen van wreedheden en lijden zou ons besef van het belang van liefde vergroot worden, zoals het kwaad nodig is om het goede te laten schijnen. Geweldfilms zijn uit op effectbejag. Dat geldt in zekere mate ook voor het werk van Michel Houellebecq, de omstreden en bestreden maar tevens belangrijkste Franse schrijver van de afgelopen jaren. Zijn prozaïsch universum is een lege omgeving met vervreemde figuren wier bestaan gevuld is met wreedheid en lijden. Net als in geweldfilms beschrijft Houellebecq de manifestaties daarvan in beeldende taal, waarvan de intensiteit maar ook de afstandelijke toon de lezer treffen als hagelstoten. Begin jaren '90, voor zijn internationale doorbraak die kwam met Particules élémentaires, schreef Houellebecq zijn methode van werken op waarover hij onlangs nog toegaf zich hier nog steeds goed in te herkennen. Daarin roept hij op te geloven in de eenheid van het Ware, het Schone en het Goede, de klassieke trias. Hoewel hij tegen zijn vertaler in Nederland, Martin de Haan, verklaarde dat zijn romans geen moraal kennen, kan dit algemene uitgangspunt gezien worden als de boodschap van zijn werk:
'Welbeschouwd neemt de liefde alle problemen weg. Op dezelfde manier leidt elke grote hartstocht uiteindelijk naar een zone van waarheid. Naar een andere, uitermate pijnlijke ruimte, waar het uitzicht evenwel weids en helder is. Waar de gezuiverde dingen verschijnen in hun klaarheid, hun zuivere waarheid.'

Houellebecq is een filosofisch schrijver. Hij heeft zelf verklaard geen 'onvoorwaardelijke liefhebber' te zijn van het romangenre. Zijn boeken zijn ook geen romans in de strikte zin van het woord. Ze bevatten essayistische passages als onderbrekingen tussen de vertellingen van de ik-persoon, in Platform verschijnt zelfs een voetnoot met verwijzing naar een wetenschappelijk artikel. Ook komen er wetenschappelijk-technische beschrijvingen en pastiches in voor (Houellebecq heeft een technische achtergrond en is een van de best geïnformeerde auteurs over de natuurwetenschap). Zijn filosofische interesse komt ook terug in de algemene, naar generalisatie neigende uitspraken van zijn personages, die Houellebecq ook als stijlfiguur inzet. Het is overigens slechts een van zijn vele stijlfiguren, want Houellebecqs stijl is doelbewust incoherent en veelzijdig. Het perspectief is die van de verwijdering. Houellebecq is een bijna onmenselijke toeschouwer. Een van zijn personages observeert een stelletje dat vis eet: 'twee zoogdieren tegenover een schaaldier.' Het zet de thematiek van de menselijke vervreemding nog sterker aan. Zijn romans lezen als 'totaalboeken' die een beeld geven van tendenties in de laatmoderniteit en voor het effectief brengen van het beeld mogen alle middelen worden ingezet, zolang er maar geslagen wordt waar het pijn doet. De schrijfstijl is volgend aan de gemoedstoestand en het doel van de schrijver zonder in voorspelbare patronen en tics te eindigen. En Houellebecq is geen mooischrijver. Zijn zinnen doen denken aan die van Camus.
'Die eindeloze opsomming van realistische details om duidelijk geprofileerde personages neer te zetten heb ik altijd-het spijt me dat ik het moet zeggen-enorme flauwekul gevonden'
zegt de inleider in zijn eerste roman, voordat hij zijn verhaal gaat vertellen. Hij wil juist vereenvoudigen. En waarom ook niet? 'Onder onze ogen wordt de wereld (ook) almaar eenvormiger.' Door reductie dringt Houellebecq tot de kern door. Dit procédé stelt hem in staat een zo lucide mogelijk beeld te geven van de omstandigheden waarin het individu verkeert. Door de beperking tekent de maatschappelijke achtergrond en de inwerking hiervan op het individu zich scherper af. Maar bovenal: naar wat we zouden moeten streven.
Ondanks zijn eclecticisme zijn Houellebecqs boeken niettemin niet postmodern zoals bijvoorbeeld die van Milan Kundera die ook geregeld de stroom van het verhaal ophoudt. Het moderne karakter van zijn werk blijkt bijvoorbeeld uit zijn geloof in de klassieke trias en het neorealisme wat zijn boeken kenmerkt: het draait telkens weer om gewone mensen (beamten, leraren) die in de huidige samenleving zijn vervreemd. Hoewel zijn werk zoals goede romans ambigu zijn (gedacht kan worden aan de thematiek van het sekstoerisme waarbij zowel goede als duistere kanten worden belicht), is Houellebecq geen relativist. In een interview verklaarde hij dat de eerste stap bij het schrijven de radicale afwijzing van de wereld zoals deze is, inhoudt en de omarming van de begrippen goed en kwaad. Hij wil die begrippen uitdiepen en de literatuur moet hierin volgen. Dit blijkt bijvoorbeeld duidelijk uit zijn verzet tegen het postmoderne kapitalisme en het multiculturalisme, met name de Islam (hij is aangeklaagd voor belediging van de moslimgemeenschap). Het is altijd gevaarlijk om uit romans een filosofie van de auteur te destilleren, aangezien geventileerde ideeën in boeken niet noodzakelijk samenvallen met die van de auteur. Bovendien houdt Houellebecq van het maken van stevige beweringen, zelfingenomen als hij is, beweringen die niet altijd los gezien kunnen worden van zijn neiging tot exces en overdrijving, als om aan te benadrukken hoe verrot de samenleving wel niet is. Toch lijkt het mogelijk om een bepaald gedachtegoed af te leiden uit het oeuvre van Houellebecq. Dezelfde thematiek doorkruist zijn gehele werk (herhaling; nog zo'n stijlfiguur dat hij geregeld gebruikt) en hoewel zeker niet alle opvattingen in zijn boeken aan de auteur toegeschreven kunnen worden, blijkt uit essays en interviews dat Houellebecqs denken prominent terugkeert in zijn proza. Sterker; niet alleen zijn denken, zijn hele leven lijkt model te hebben gestaan voor en verweven te zijn met zijn werk. In Elementaire deeltjes heet een van de hoofdpersonen zelfs Michel en het streven van deze Michel, een nieuwe, betere genetisch gemodificeerde mens, is ook een ideaal van de transhumanist Houellebecq:
'Ik ben voor het idee van een mensheid die zonder slechte gedachten geboren wordt (..) een ongedifferentieerde, rimpelloze mensheid, dat is een steekhoudend plan.'
In zijn eerste roman is de hoofdpersoon een computerprogrammeur op het ministerie van landbouw, net als Houellebecq vroeger. De jonge Houellebecq werd door zijn ouders in de steek gelaten en door zijn oma opgevoed, net als Bruno en Michel in Elementaire deeltjes. In dat boek, een afrekening met de 68 generatie (maar niet met de permissieve samenleving als geheel!) noemt hij de hippiemoeder een 'walgelijke proto-hippie slet'. Houellebecqs moeder was razend toen ze Elementaire deeltjes las en was van plan haar vervreemde zoon te vervolgen. Zijn vader reageerde meer gelaten, zo valt te lezen in de ongeautoriseerde biografie van Houellebecq door Demonpion (de biograaf ontdekt hier dat Houellebecq gelogen heeft over zijn geboortejaar. In werkelijkheid is hij ouder. Het is opmerkelijk dat het niet bij Demonpion is opgekomen dat Houellebecq pas echt geboren werd toen hij als kind werd afgestaan aan zijn grootmoeder die hem wel goed behandelde) In Plateform sterft de vader, een 'klootzak', die zijn kinderen niet heeft opgevoed. Net als zijn hoofdpersonen heeft hij seksuele uitspattingen beleefd in clubs en zoals gezegd komt de levensvisie van zijn protagonisten dichtbij die opgetekend kunnen worden uit interviews en essays. Houellebecq houdt op zijn website een alternatieve biografie bij. In antwoord op Demonpion schreef hij daar: 'Tot mijn dood zal ik een klein verlaten kind zijn, huilend van angst en kou, verlaten van liefkozingen'. Aan zijn oma heeft hij niettemin goede herinneringen. Hij nam uit eerbied haar achternaam van haar over. Maar zijn geloof in mensen en duurzame relaties is onherstelbaar beschadigd. We staan er uiteindelijk alleen voor, een les die hij al vroeg, ook omdat hij gepest werd, geleerd had. Na een ongelukkige periode als computerprogrammeur, waarvan verslag wordt gedaan in zijn eerste roman, wijdt hij zich aan het schrijven. Die discipline moet hem gered hebben. Zijn doel werd zijn lijden te 'ontplooien in een coherente vorm', zoals hij het beschreef in het programma voor zijn nieuwe carrière. Maar overspannen verwachtingen moet je niet hebben van het schrijven, of zoals de ik-persoon uit De wereld als markt en strijd zegt:
'Schrijven geeft nauwelijks verlichting. Het legt vast, het bakent af. Het brengt een vleugje coherentie, een schijn van realisme (..). Een nogal mager succes, om eerlijk te zijn.'
Dat is wat de creatieve geest doet die lijdt: een rechtvaardiging vinden voor zijn lijden, en nog belangrijker het lijden veralgemeniseren, zodat het lijdzame subject zich, door het lijden, toch verbonden weet met de ander. Hij kan dan zelfs de rol aannemen van the chosen one. Aan het begin van Houellebecqs laatste roman, De mogelijkheid van een eiland, klinkt het meerdere keren onheilspellend 'vrees mijn woorden'. Het alomtegenwoordige lijden komt voort uit de samenleving waarin wij leven. De mens is een sociaal wezen en hoewel er ruimten van instabiliteit zijn, gelooft Houellebecq (en hier klinkt zijn natuurwetenschappelijke belangstelling door) in een bijna dwingend determinisme. Zijn visie op de laatmoderniteit komt al pregnant naar voren in zijn eerste boek, Extension du domain de la lutte uit 1994 ('uitbreiding van het domein van de strijd'; in het Nederlands taalgebied vertaald als De wereld als markt en strijd, WMS).
'In onze samenleving, dacht ik bij mezelf, vertegenwoordigt seks inderdaad een tweede differentiatiestelsel, dat volkomen onafhankelijk is van geld; en dat tweede stelsel blijkt minstens zo meedogenloos als het eerste. De gevolgen van die twee differentiatiestelsel zijn trouwens volkomen analoog. net als het ongebreidelde economisch liberalisme, en om vergelijkbare redenen, leidt het seksueel liberalisme tot verschijnselen van volstrekte verpaupering. Sommigen vrijen elke dag; anderen vijf of zes keer in hun leven, of nooit. Sommigen vrijen met tientallen vrouwen, anderen met geen enkele. Dat heet de 'wet van de markt'. In een economisch stelsel waar ontslag verboden is, kan iedereen zijn plek vinden. In een seksueel stelsel waar overspel verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn bedgenoot vinden (..) Het economisch liberalisme is de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving. Op diezelfde manier is het seksueel liberalisme de uitbreiding van het gebied van de strijd (..) Sommigen winnen op beide fronten; anderen verliezen op beide. Bedrijven vechten om sommige jonge afgestudeerden; vrouwen vechten om sommige jonge mannen; mannen vechten om sommige jonge vrouwen; de beroering en de onrust zijn enorm.'
In WMS vertelt de naamloze hoofdpersoon over zijn leven en zijn werk. Hij vertelt over een 'geslaagde avond' met een vriend. Een uitzondering, want normaal brengt hij de weekenden alleen door. Ze spreken met elkaar. Zijn vriend is priester en zegt dat Jezus de oplossing is voor zijn eenzaamheid. Zoals alle hoofdpersonen in Hoeullebecqs boeken is ook deze eenzaam. Hij voelt dat ze op een dood spoor zitten. Er zijn nauwelijks raakvlakken en vreugde ontbreekt, maar hij stelt vast dat hij niet veel vrienden heeft en deze niet wil verliezen. Wie nauwelijks vrienden heeft, zal de laatste die hij heeft niet snel opgeven, al is er nog nauwelijks plezier en voldoening aan te beleven. De dagen, weken gaan onbetekenend voorbij. Uit zijn werk, hij is softwareprogrammeur bij het ministerie van landbouw (net als Houellebecq was) haalt hij geen voldoening. Hij is vervreemd van de wereld:
'Ik houd niet van deze wereld. Nee, ik houd er absoluut niet van. Van de maatschappij waarin ik leef moet ik walgen; van de reclame word ik misselijk; van de informatica moet ik kotsen. Het enige wat ik als IT'er doe, is de wereld overspoelen met verwijzingen, controleprocedures en rationele beslissingscriteria. Het heeft geen enkele zin. Om eerlijk te zijn is het zelfs nogal negatief; een nutteloze belasting van de neuronen. Deze wereld heeft overal behoefte aan, behalve aan extra informatie.'
Heen en weer geslingerd tussen verlangen en verveling, dat uiteindelijk alleen maar leidt tot negatieve gedachten. Daarom zoeken we afleiding verstrooiing; om het negatieve af te weren. Voortdurend muziek op je hoofd, altijd lezen en daarbij de lust om telkens nieuwe dingen te ontdekken. Amechtige onrust, een verholen vrees voor de leegte, ook dat is moderniteit. Wat dat betreft biedt een zakenreis naar de provincie wellicht uitkomst:
'Misschien, denk ik bij mezelf, zal dat verblijf in de provincie mijn zinnen verzetten; waarschijnlijk in negatieve zin, maar het zal toch in ieder geval mijn zinnen verzetten'
De zinnen verzetten als overlevingsstrategie, afleiding zoeken, iets anders. Grunberg zei het al: alles is verstrooiing. Zoals de hoofdpersoon zegt: 'verveling is geen houding die je oneindig lang kunt volhouden'. Maar toch steekt de lelijke kop van de verveling telkens weer op:
'we willen avontuur en erotiek, want we willen voortdurend horen dat het leven heerlijk en opwindend is; en dat komt natuurlijk doordat we daar een beetje aan twijfelen.' De moderne mens is eigenlijk verveeld , beweert de priester tegen zijn vriend, de verteller, die daar niet van op kijkt. Hij beschouwt het als normaal dat de meeste mensen afgestomd zijn en dat de meesten onder ons onvermijdelijk het gevoel krijgen dat ze een mislukking zijn. De moderne tijd is een frenetiek zoeken naar ontspanning en opwinding, naar nieuwe ervaringen, maar een diepe bevrediging blijft uit. En de opwinding die we zien is niet zelden geveinsd. Houellebecq beschrijft in een hoogdravend geschreven intermezzo in WMS, een aanzet tot een (ander) boek van de verteller, een experiment waarin het aantal liefkozende aanrakingen substantieel daalt als een romantische omgeving verruild wordt voor een minder romantische omgeving, terwijl er net zo veel tijd is voor de partners in het experiment om elkaar lief te hebben. De consumptiemaatschappij waaraan velen in hoge mate hun identiteit verlenen, corrumpeert zelfs de authenticiteit van de liefde.
Tijdens zijn reis naar de provincie wordt de verteller vergezeld van zijn onooglijke collega Tisserand die op zijn 28e nog nooit een vrouw heeft gehad, ook al heeft hij nog zo zijn best gedaan. Tisserand is in de economische strijd een winnaar maar op de markt van liefde en lust een enorme mislukkeling. De vrouw die zegt dat ze uiterlijk niet belangrijk vindt, zegt eigenlijk dat uiterlijk geen voldoende voorwaarde is. Het boek beschrijft op pijnlijke wijze zijn inspanningen om meisjes te versieren, terwijl hij vanwege zijn uiterlijk bij voorbaat al geen kans maakt. De strijd is voortdurend aanwezig, zo maakt Houellebecq duidelijk, namelijk in de jaloezie, in de confrontatie met het object van verlangen (juist in die omgevingen waarin zelfvertrouwen juist zo hard nodig is) en met hen die wel succesvol zijn. In dat opzicht is de ander bij Houellebecq echt de hel, zoals Sartre al stelde. Afgunst en frustratie maken mensen kapot en resignatie is onmogelijk want 'de behoefte aan liefde zit diep bij de mens, de wortels ervan reiken tot verbazingwekkende diepten'. We blijven hopen en wachten, ook hen die gebukt zijn gegaan onder een stortvloed van vernederingen. En hoewel ze het niet openlijk zeggen, is de ware verliezer (die Tisserand is) getekend:
'Hij loopt krom, in elkaar gedoken; hij schaamt zich voor zichzelf, hij veracht zichzelf, hij zou willen dat hij dood was'
En de schade kan niet meer hersteld worden; het verleden heeft zich in de geest gegraveerd, zo wordt Tisserand duidelijk gemaakt:
'Zelfs als zou je vanaf nu wel vrouwen kunnen krijgen - wat ik eerlijk gezegd niet geloof- dan zou dat nog niet voldoende zijn. je zult altijd het gemis blijven voelen van de puberliefdes die je niet hebt gekend. De wond binnen in je is nu al pijnlijk; hij zal steeds pijnlijker worden.'
Alleen troost en afleiding zijn nog mogelijk en wellicht wat compensatie voor hen die in het economisch domein tot de succesvolleren behoren. Zie de lelijke mannen en vrouwen met hun geldingsdrang en hun overmatige ambities; iedereen kent ze wel. Het is, zoals Alain de Botton stelde, in de diepste zin allemaal een zoeken naar liefde. Zij die wel succesvol zijn in het seksuele en liefdesdomein hebben dikwijls niet zo'n geldingsdrang op de arbeidsmarkt, zoals de moedertjes die liever nog minder willen werken en zich met hun gezinnetje ophouden. Maar succesvolle mensen hebben ook een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen en daardoor de energie en wilskracht om ook op andere terreinen succesvol te zijn. Macht, geld en aanzien zijn hier veel voorkomende motieven, waarbij aanzien erkenning van superioriteit is, iets wat niets met liefde te maken heeft. De Bottons stelling gaat niet geheel op. Maar waar komt deze drang naar superioriteit vandaan? Dat is niet in het algemeen te beantwoorden; bovendien hebben we nauwelijks zicht op onze ware motieven. We rationaliseren maar wat, hebben psychologen laten zien. Mogelijk speelt onvermogen om écht lief te hebben, in de zin van geven om gelukkig te maken, ook een rol. Dat we ons verliezen in de consumptiemaatschappij en dat de liefde als menselijke relatievorm afneemt, staat in ieder geval voor Houellebecq vast.
Zwart zand. Over Michel Houellebecq (2)
26/27-10-2007
Tisserand blijft het proberen. Hij zegt dat hij zich kan voorstellen dat hij naar de hoeren zal gaan, als manier van leven, hij verdient genoeg, maar eerst wil hij nog even proberen om ook een man te worden die seks met liefde kan krijgen. Over de relatie tussen liefde en seks is Houellebecq in WMS duidelijk:
'Liefde is een zeldzaam, onschuldig, kunstmatig en laat optredend verschijnsel, dat alleen kan opbloeien onder zeer specifieke mentale omstandigheden, die zelden tegelijk voorkomen en in alle opzichten tegengesteld zijn aan de vrijheid van zeden die de moderne tijd kenmerkt.'
Houellebecq heeft zich in zijn werk, het meest uitgesproken in Elementaire deeltjes (ED) gekeerd tegen de uitwassen van de seksuele revolutie. De hoofdpersoon in WMS komt ook al tot de conclusie dat zijn voormalige geliefde Veronique teveel minnaars heeft gehad om nog echt lief te hebben:
'Liefde is onschuld, ze veronderstelt dat je in staat bent illusies te koesteren en het andere geslacht in zijn geheel samen te vatten tot één enkele geliefde; ze is dan ook zelden bestand tegen een jaar van seksueel gescharrel, en nooit tegen twee. Inderdaad ondermijnen en vernietigen de talrijke seksuele ervaringen die tijdens de puberteit worden opgedaan elke mogelijkheid tot gevoelsmatige en romantische projectie; gaandeweg, en in feite vrij snel, ben je net zozeer tot liefde in staat als een oud vod. En daarna leid je vanzelfsprekend ook een leven als een vod; met de jaren word je steeds minder aantrekkelijk, en daardoor verbitterd. Je wordt jaloers op de jongeren, en daardoor ga je ze haten. Die haat, die noodzakelijkerwijs onuitgesproken blijft, wordt steeds venijniger en steeds heviger; dan verflauwt hij en dooft uit, zoals alles uitdooft.'

Dat echte liefde minder vaak voorkomt dan het lijkt, is een juiste constatering. Algauw zit er wel een pathologische kant aan een liefdesrelatie tussen mensen, die de zuiverheid van de liefde vertroebelt, er is vaak wel een donkere plek die niet weggaat en soms uitzaaiingen gaat vertonen om uiteindelijk de liefde te doden. Relaties die gericht zijn op erotische voldoening zonder verdieping, relaties waar een manipulatief spelelement steeds dominanter wordt, relaties die getekend zijn door dominantie en onderdanigheid, relaties die beheerst worden door onzekerheid over de eigen gevoelens en die van de partner, egocentriciteit bij een of allebei de partners: zuivere liefde zonder vergif is een zeldzaamheid. We worden beheerst door de moderne geest van meer, intenser en beter. Agape, de liefde waar het draait om geven, dat is Houellebecqs ideaal. De liefde dient weliswaar onschuldig te zijn. Alle hoofdfiguren in zijn boeken zijn op zoek naar een vrouw die kan geven, die er plezier én genot aan ontleend om de ander te laten genieten. Maar als zo'n vrouw al gevonden wordt, dan loopt het slecht af. Valerie, de grootste heldin in Houellebecqs oeuvre, in Platform (P) wordt gedood bij een bomaanslag en Esther geeft genot, maar uiteindelijk ook aan anderen tot wanhoop van de hoofdpersoon in De mogelijkheid van een eiland (ME).
De vrouwen in zijn boeken komen er wisselend vanaf. Dat Houellebecq van misogynie beschuldigd is, is niet heel vreemd maar wel onterecht. Vrouwen en meisjes worden in zijn boeken geregeld geduid als 'sexy grietjes', sletjes, trutten of erger. Het zijn benamingen die komen uit de mond van zijn seksueel gefrustreerde protagonisten wier amoureuze miskenning zich omzet in vrouwonvriendelijke gedachten, zonder dat ze er onjuiste of ongeëmancipeerde ideeën over vrouwen in het algemeen op nahouden. Het is frustratie die zich langs taalkundige weg richt op het object van verlangen dat niet bereikbaar is, een bekend psychologisch fenomeen: wat verlangd wordt maar telkens ondanks inspanningen niet bemachtigd kan worden, gaat tegenstaan, zoals de vos die zich geërgerd afkeert van zure druiven waarnaar hij lang gezocht heeft. De hoeren, zeker de Aziatische, komen er wel goed vanaf; zij geven tenminste genot en hoewel de liefde ontbreekt zijn hen die hun vak verstaan tenminste toegewijd. Er zit ook iets zuivers aan hoeren, lijkt Houellebecq te willen zeggen. De hoer wordt geminacht door de huichelachtige wereld omdat ze een realistische taxatie heeft gemaakt van wat ze te bieden heeft en zich voor haar levensonderhoud niet behoeft te verlaten op oplichterij, stelde Angela Carter al in The Sadean Woman (De Sadeaanse vrouw). Haar oprechtheid, die in relaties nogal een ontbreken, lokt spot en agressieve afkeer op. De veeleisende vrouwen in de geïndividualiseerde samenleving die verpest zijn door zelfhulpboeken en psychoanalyse ('een bikkelharde school voor egoïsme') kunnen daarentegen op tirades rekenen:
'bekrompenheid, egoïsme, arrogante domheid, totaal gebrek aan moreel besef, chronisch onvermogen tot liefde: ziedaar het uitputtende portret van een 'geanalyseerde' vrouw.'
Het zal geen verbazing wekken dat Houellebecq dan ook niets moet hebben van het postmoderne feminisme dat volkomen apolitiek en egocentrisch is. Het nieuwe feminisme ontkent een vrouwelijke essentie, gelooft dat alles mogelijk is (girlpower!) en heeft geen moeite met het openlijk etaleren van seksuele poses. Het is individualisme ten top. Postmoderne feministen als Donna Haraway probeerden met theoretische constructen als de cyborg nog een middenweg te vinden tussen politieke apathie en verdeeldheid enerzijds en essentialisme anderzijds; erg overtuigend is het allemaal niet. Aan het begin van WMS hoort de hoofdfiguur twee 'nijlpaarden' aan die het er hartgrondig over eens zijn dat het heel goed was van een vrouwelijke collega om met een 'ontieglijk kort minirokje' op het werk te verschijnen. Misprijzend zegt de hoofdpersoon de laatste, onthutsende resten van de ondergang van het feminisme, maar ze hoorden hem niet. Houellebecq heeft niets tegen seksueel vrijzinnige vrouwen, zolang ze maar niet zelfgericht zijn. De libertijnse Esther wordt in ME positief beschreven omdat ze op de ander gericht is, ook al is ze niet in staat tot liefde. Waar liefde niet mogelijk is, is seks nog altijd een goede vorm van afleiding. Maar ook voor Esther geldt, hoewel in mindere mate, dat de drijfveer achter de seksuele zoektocht in de eerste plaats narcistische bevrediging is, het eerbetoon van zo begeerlijk mogelijke parters aan de eigen erotische uitmuntendheid. Porno is op zijn best een schrale troost voor de verliezers in het liefdesdomein. De betere hoeren kunnen nog een illusie oproepen, maar vaker is het geval dat in plaats van bevrediging er een gevoel van afkeer van het zelf ontstaat. De remedie is volgens Houellebecq deze te vervangen door een afkeer van de wereld en de eigen zwaktes te accepteren. Uiteindelijk moeten de meesten van ons erkennen dat ze niet degenen zijn geworden die ze wilden zijn, dat we diep in ons hart losers zijn. Slaan waar het pijn doet, dat geldt ook voor het zelf, aldus Houellebecq. We moeten ons zelf ontmaskeren en niet datgene uit de weg gaan wat pijnlijke punten blootlegt. Het is altijd beter in waarheid te leven. Als het kan, maar dat is niet velen gegeven, binnen een bestendige relatie die niet heen en weer wordt geslingerd tussen illusie en ontgoocheling en waar de seks goed is en niet te veel aan liefde wordt verbonden. Houellebecq ziet beide behoorlijk los van elkaar. Waar de liefde goed zit, hoeft zij niet te vrezen voor seks met anderen, niets meer dan consumptief genot, een wat dan heet open relatie is dan goed mogelijk zoals Houellebecq in de praktijk heeft laten zien. Nogmaals; hij wijst de permissieve samenleving niet ondubbelzinnig af. Meerdere keren heeft hij verklaard de vleselijke begeerte af te wijzen. En de beste manier om deze te doden, is door eraan toe te geven, zonder schromen, maar ook zonder haar meer te maken dan ze is en zonder er een hogere vorm van bevrediging in te zoeken. Bij goede seks moet je jezelf vergeten en losraken van de druk om jezelf voortdurend te evalueren, het door het systeem gestimuleerde narcisme. Bij Houellebecq is goede seks onschuldig, nooit agressief. Pas in de liefde onstijgt ze zichzelf. Valerie en Michel hebben in P steeds betere én heftigere seks naarmate ze meer van elkaar houden. In een interview zei Houellebecq dat in de westerse samenleving 'een moeilijk te interpreteren afkeer van de huid is', wat de belangstelling voor SM verklaart, een manifestatie van de voortgaande individualisering. Dat zou kunnen, maar ook is het mogelijk dat de nieuwe vrijheid een behoefte oproept aan regels en discipline, wat ook seksuele vormen aan kan nemen, zoals de filosoof Slavoj Zizek meent.
Het is waar: Houellebecq drijft graag de spot, maar hij is veel te intelligent voor bekrompen en reactionaire opvattingen. Spot is een stijlfiguur die hij vooral inzet voor het humoristische effect, wat niet overbodig is voor dergelijke zwaarmoedige boeken. Over vrouwen wordt bijvoorbeeld gezegd:
'Het is mogelijk, mijn sympathieke lezer en vriend, dat je zelf een vrouw bent. Maak je niet druk, die dingen gebeuren nu eenmaal.'
Ook met moslims wordt gespot, humoristisch, maar in dit geval ook om te shockeren, zoals de cabaratier doet in ME. Zijn shows hebben titels als 'Laten we minirokjes droppen boven Palestina!' en een pornoproject heet 'Plant je paal in mijn gazastrook (jij dikke joodse kolonist)'. In Platform gaan enkele personages ook tekeer tegen de islam, zoals een Egyptenaar die het een 'onzinnige religie' noemt. Hij noemt moslims de 'schooiers van de Sahara'. En de woestijn brengt alleen maar schooiers en kaffers voort. 'Niets wat de mensheid vooruit kan helpen of boven zichzelf kan verheffen.'
Niet alleen moslims moeten het ontgelden. Joden worden in een show van de cabaratier in ME omgedoopt tot 'besneden luizen' en Libanese christenen tot 'schaamluizen van Maria's kut'. De cabaratier verzet zich tegen elke vorm van rebellie en nationalistische of revolutionaire strijd. En zoals bij alle hoofdpersonen herkennen we ook in de cabaratier uit ME veel terug van Houellebecqs eigen opvattingen. Het is geen toeval dat alle godsdiensten het moeten ontgelden en niet alleen de islam. Hij houdt niet van mensen die zich onderdompelen in collectiviteiten en subculturen en weigeren te communiceren met mensen buiten hun groep, die situaties niet geheel willen doorgronden maar zich tevreden stellen met pasklare antwoorden. Houellebecq, zo heeft hij zelf toegegeven, wordt venijnig als hij te maken heeft met mensen die zichzelf niet in de eerste plaats als mensen zien. Niet alleen de gelovigen moeten het ontgelden in zijn boeken, de moslims voorop omdat zij een antiwesterse samenleving voorstaan, een nog groter kwaad dan de huidige liberale samenleving, ook de blacks, de rasta's, de milieufreaks, etcera. Hierin toont Houellebecq zich een ware individualist. Maar dat is slechts schijn, want zijn tweede roman, ED, kan gelezen worden als een frontale aanval op het hedendaagse individualisme.
In een gesprek met Christophe Duchatelet zegt Houellebecq:
'Het individualisme leidt logischerwijs tot moord en ellende. Het enthousiasme waarmee we dat verlies begroeten is opmerkelijk, echt heel curieus.'
Houellebecq heeft een punt. In Nederland hebben de filosofen Van den Brink en Verbrugge precies ook deze keerzijde van individualisering besproken. Individualisering leidt ook tot een toename aan assertiviteit die weer het gevolg is van een toegenomen gevoel van eigenwaarde. Wij zijn gevoeliger geworden voor kritiek omdat we sinds de jaren '60 meer waarde toe zijn gaan kennen aan onze autonomie. De kans op agressiviteit neemt toe door een sterk ontwikkeld gevoel van eigenwaarde. Psychologen hebben aangetoond dat mensen die geweld plegen zich veelal superieur vinden.
Hoop op verandering is niet gerechtvaardigd: het proces van individualisering is onomkeerbaar en iedere politieke oplossing, zoals bijvoorbeeld via het communitarisme, is onmogelijk. Het beste waar we op kunnen hopen is dat de kunst de tegenstrijdigheden waardoor we worden verscheurd blootlegt en dat is precies wat Houellebecq beoogt met zijn werk. Een communist noemde hij zichzelf, maar geen marxist want het marxisme heeft geen altruïstische moraal weten te propageren, anders hadden de Russen zich lang niet zo makkelijk aangepast aan het nieuwe casinokapitalisme. De mens laat zich altijd weer verleiden door de zucht naar geld, wat de revolutie corrumpeert, zo vertelt een oude man tegen de hoofdpersoon in Platform die de revolutie van Che Guevara heeft meegemaakt: 'we hebben gefaald en dat is ons verdiende loon.' We zullen het moeten stellen met het kapitalisme, die 'permanente oorlog' die misschien nog het minst slecht is van alle systemen, een veeleisend en slopend systeem. 'Houdt het dan nooit op?' vraagt een personage geërgerd als er weer een reorganisatie nodig is van het bedrijf waar zijn vriendin werkt. Nee, het kapitalisme zal doorgaan, in een hogere versnelling en uiteindelijk zegevieren. Het moslimfundamentalisme is een achterhoedegevecht. Uiteindelijk wil de mens de vrijheid en het consumentisme van het kapitalisme. Houellebecqs afwijzing van het reëel bestaande socialisme is terecht, maar zijn veronderstelling dat het marxisme een individualistische filosofie is, klopt niet. Niettemin; alleen een catastrofe kan ons nog redden, maar eerder is een wereld a la Mary Poppins, waarnaar Houellebecq verlangt niet mogelijk. In zijn afwijzing van het individualisme is Houellebecq antimodern. Het is evenwel een dubieuze afwijzing, want zelf is hij een individualist pur sang. Een terugkeer naar de jaren '50 is niet het ideaal. Veeleer gaat het Houellebecq om het verlies van het zelf, om het bijtende narcisme en egocentrisme dat zich door het sociale weefsel heenvreet. De bron van individualisering ligt eeuwen terug, erkent Houellebecq, maar het proces kwam in een stroomversnelling in de jaren '60. En het zijn deze vermaledijde jaren '60 die het moeten ontgelden in ED. Niet dat hij alle idealen van de hippies naar de prullenmand verwijst. Houellebecq is geen zuiver conservatief. Hij verwerpt de idealen van bevrijding niet an sich, maar laat de schaduwzijden zien van de hippiedromen. De bevrijding heeft gezorgd voor het doorbreken van een patriarchaal systeem van autoritaire gezagsverhoudingen die haar legitimiteit verloren had. Het probleem is dat de bevrijding een lege bevrijding was, volgens Houellebecq. Er is vrijheid gekomen, maar geen bindende moraal en geen solidariteit. Het is echter unfair en historisch onjuist om dit eenzijdig op het conto van de generatie '68 te schrijven. Juist de jaren '60 waren de bakermat van de nieuwe sociale bewegingen die streden voor vrouwenrechten, minderheden en solidariteit met de onderdrukten en de armen. Het neoliberalisme, dat een complete vermarkting voorstaat en eind jaren '70 opkwam, was een belangrijkere oorzaak van het doorgeschoten individualisme. Houellebecqs kritiek op de hippiebeweging is niet nieuw. Algauw werd duidelijk dat er maar weinig sprake was van echte bevrijding in communes. Zeker de vrouw werd niet bevrijd, aldus Houellebecq:
'De 'bevrijding van de vrouw' diende vooral het doel van de mannen, die hun kans schoon zagen om veel meer seksuele ontmoetingen te hebben. Het gevolg was een ontbinding van het huwelijk en het gezin, dat wil zeggen van de laatste gemeenschappen die het individu van de markt scheidden.'
Juist in de communes gold het recht van de sterkste (manipulator) zonder dat jaloezie uitgebannen werd. Met liefde had het al helemaal niets te maken en genot was lang niet altijd oprecht, zoals veel (vrouwelijke) deelnemers later hebben toegegeven. De seksuele revolutie is niet alleen maar een bevrijding. Verwachtingen en normen omtrent seks zijn dwingend en leiden tot onrust. Iemand vertelde me dat hij en zijn vriendin niet minder keer dan het landelijk gemiddelde van leeftijdgenoten willen neuken omdat zij dat anders als een teken van vermindering van de relatie zou opvatten. Velen raken verzadigd van seks, taboes zijn doorbroken, het is gecommodificeerd waardoor het aan verleidingskracht verliest. Voor de verliezers is seks (porno, hoeren, one night stands) niet meer dan een in de grond vreugdeloos laatste toevluchtsoord, een verlies van de werkelijkheid, een negatief verschijnsel.


De individualisering heeft ertoe geleid dat we voortdurend worden gedreven door geld, status en erotische aantrekkingskracht. Dit brengt ook met zich mee dat de ander een bedreiging wordt. 'Door de omgang met anderen word je je van jezelf bewust (van je tekortschieten, van je gebreken in de prestatiemaatschappij die het hele sociale leven doordringt, NB); dat is precies wat de omgang met anderen zo ondraaglijk maakt', merkt de hoofdpersoon in Platform op.
Geld, status en aantrekkingskracht: daar draait het om en ons geluk en onze ellende worden grotendeels door deze dimensies bepaald, dimensies die Houellebecq verachtelijk vindt. Het streven naar vrijheid maakt mensen eenzaam en hard. Niet alleen eenzaamheid als gevolg van vervreemding met anderen; ook vervreemding met ons zelf door de verleidingen van het kapitalisme. Houellebecq is schatplichtig aan denkers als Marcuse. Mensen zijn door emancipatie en scholing mondiger geworden en hebben meer zelfvertrouwen gekregen, wat leidt tot een idealistisch zelfbeeld. Onvermijdelijk gevolg is een prestatiemaatschappeij met permanente gevoelens van twijfel en mislukkingen, want het is eenzaam aan de top. Resignatie en relativering zijn een oplossing. Even geen doelen meer najagen, je op een ander richten. Merken hoe het is om er voor een ander te zijn, maar dat is allesbehalve vanzelfsprekend.
Bruno en Michel in ED zijn beide moeilijk in staat om liefde te geven. Als Bruno uiteindelijk halfhartig besluit voor zijn gehandicapte vriendin Christiane te kiezen, is hij te laat. Ze heeft zelfmoord gepleegd in het besef dat ze door haar handicap, die ze opliep tijdens een seksfeest, niet meer in staat is een aantrekkelijke partner te zijn. Bijna had Bruno de stap gezet naar liefde en zo kunnen ontsnappen uit zijn zoektocht naar lust die hem alleen maar wanhopiger maakte. Christiane was eerst een middel om seksuele verbindingen met anderen aan te gaan, maar net toen ze meer voor hem ging betekenen, werd hioj opnieuw veroordeeld tot de status van verliezer in het seksuele domein. Het verlies van Christiane dreef Bruno letterlijk tot waanzin. Michel vindt genegenheid bij zijn jeugdvriendin, maar van diepe passie van zijn kant is geen sprake. Seksueel is hij getroebleerd. Beide broers zijn slachtoffer van hun verwaarloosde jeugd en de vrije zeden van hun hippiemoeder die Bruno aan haar sterfbed uitscheldt.
Na ED verschijnt in 2000 een tussendoortje, de novelle Lanzarote. Dit literair minste boek van Houellebecq gaat opnieuw over een seksueel gefrustreerde schlemiel, een ambtenaar dit keer die zich een vakantie naar Lanzarote laat aanpraten. In een speciale oplage wordt de novelle vergezeld van foto's van de auteur. Lanzarote kan gezien worden als een voorstudie voor zijn twee laatste romans. Zowel de thematiek (toerisme, seks, culten) als de omgeving komen later terug. Het is zijn meest humoristische boek. Geregeld grinnik je om mild sarcastische zinnetjes als 'het zijn geen onmenselijke wezens, deze meisjes, ze zijn gevoelig voor financiële argumenten'. Ook de belachelijke uitstapjes zijn hoogst vermakelijk, zoals de tirade tegen kamelen, 'ongetwijfeld een van de meest agressieve en nijdige dieren' en de passage over de scheldende papegaai. De hoofdpersoon is opnieuw bevangen door onverschilligheid als gevolg van maatschappelijke onthechting, maar klagerig is hij niet. Hij weet wel raad met zijn tijd als er even geen excursie is, zoals het schrijven van malle verzen of het kopen van een sleutelhanger met een vulkaan. De novelle bereikt haar hoogtepunt wanneer de verteller met Pam en Barbara, twee Duitse biseksuelen en Rudi, een depressieve van een Marokkaanse gescheiden man, het binnenland intrekken. De ik-persoon heeft seks met de vrouwen, wat hem diepe voldoening geeft: 'En zo viel ik in slaap, met mijn armen om Barbara's middel en met tranen van geluk in mijn ogen.' Houellebecq laat daarmee zien dat hij zeker geen tegenstander is van vrije seks. Voor wie geen liefde (met veel seksuele voldoening natuurlijk!) mogelijk is, is seks met gewillige en zachtaardige partners iets geweldigs. Dit bereiken is al heel wat in deze maatschappij, lijkt hij duidelijk te willen maken. Rudi houdt zich gedurende het gehele uitstapje afzijdig, ook van de seksuele escapades. Hij neemt afscheid met een brief aan de hoofdpersoon waarin hij zijn depressie nader verklaard:
'Het tragische van een depressie is dat hij iedere aanzet tot de seksuele daad onmogelijk maakt, terwijl alleen seks de afschuwelijke beklemming waarmee een depressie gepaard gaat, kan wegnemen.'
Rudi heeft besloten zich tot de Azraëliaanse sekte te bekeren nu hij zijn vrouw en dochterjes, die zijn ex ontvoerd heeft, verloren heeft. In zijn wijk voelt hij zich al niet langer veilig. Het leven 'midden in de wereld', de ondertitel van Lanzarote (ook trouwens van Platform), staat hem tegen en hij heeft weinig meer te verliezen. Zoekend naar een nieuwe structuur kiest Rudi voor een bestaan als sektelid van een commune die onsterfelijkheid nastreeft. Zoals gezegd wordt dit thema nader uitgewerkt in Houellebecqs laatste roman die tegelijk ook aangrijpt op ED. Zijn oeuvre kent wat dat betreft een hoge mate van coherentie. De hoofdpersoon kiest ondanks zijn vervreemding niet voor de vlucht maar blijft midden in de wereld want 'je kunt heel goed leven zonder iets van het leven te verwachten.'
Zwart zand. Over Michel Houellebecq (3)
4-11-2007
Ook Michel, de veertigjarige hoofdpersoon in Houellebecqs derde roman, Platform verwacht niet veel van het leven maar functioneert ogenschijnlijk toch goed. Hij wordt gewaardeerd door zijn superieuren en collega's. Echte vrienden heeft hij echter niet weten te maken. Gelukkig is hij niet, maar het gaat. Net als zijn andere personages lijdt Michel aan een dysthyme stoornis. Zij leven is materieel comfortabel, vlak en vreugdeloos en hij vraagt zich vertwijfeld af:
'Waarom heb ik in mijn leven nooit enige passie getoond?'
Een gebrek aan passie komt door een gebrek aan talent en een gebrek aan belangstelling. Michel is geen hoogvlieger. Hij is redelijk intelligent, maar is allang tot de conclusie gekomen dat hij op geen enkel terrein zal uitblinken. De middelmaat is zijn plek en eindbestemming. Hij is consciëntieus, doet zijn werk niet met grote tegenzin, maar evenmin met veel overgave. Zijn voldoening haalt hij vooral uit het feit dat hij zijn werk goed doet, niet uit het werk zelf. Hij heeft heel goed door dat zijn werk niet van groot maatschappelijk belang is en dat hij binnen dit beperkte belang maar een klein, volkomen vervangbaar radartje is ('mensen zoals ik konden best worden gemist'). Sterker nog, niet alleen op zijn werk, in het algemeen is hij niets bijzonders, een uniek iemand, zo beseft Michel zich maar al te goed ('bij mezelf zag ik in ieder geval geen spoor van die eigenheid') Ondanks dat zijn maatschappelijke positie waarschijnlijk bovengemiddeld is, is het niets bijzonders. In dit opzicht is Michel in het geheel niet afwijkend. Verveling is een moderne paradox. De socioloog Simmel constateerde aan het begin van de vorige eeuw al dat mensen zich afkeren van de vele stimuli waarmee ze gebombardeerd worden. Zo ontstaat een blaséhouding die hen moet beschermen tegen de overstimulatie van informatie, beelden, artikelen en andere al dan niet verborgen verleiders. Indrukken worden van hun onderscheidende kwaliteiten ontdaan en egaliseren, waarna een staat van onverschilligheid overblijft. De overvoering van indrukken en mogelijkheden vraagt om een strenge schifting, een schifting die onmogelijk op gedegen gronden kan plaatsvinden, maar zich moet richten op datgene wat écht bijzonder is, wat écht in staat stelt te ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Niet voor Michel echter. Hij heeft zich afgekeerd van het jachtige en bedrijvige bestaan. Michel zoekt in zijn dagelijkse leven niet op frenetieke wijze naar steeds meer bijzondere ervaringen, nieuwe dingen en extreme prikkels. Integendeel; hij is juist uitgesproken antimodern. 'Ik had geen enkel bezwaar tegen een eeuwige, stompzinnige herhaling van hetzelfde.' De verteller zegt dat hij van kinds af aan al kon genieten van de kleine genoegens, zoals het tellen van klavertjes vier in de weide. Wat hij wil is een nieuwe omgeving, weg van de drukte, een andere wereld van mooie eenvoud. En, zo geeft hij toe ook vooral waar de kans bestaat op nieuwe, spannende en boeiende contacten:
'Mijn dromen zijn middelmatig. Zoals alle West-Europeanen wil ik reizen (..) Iedereen heeft de dromen die hij aankan'.
Wie weinig verwacht en weinig nastreeft, verliest zijn levenslust. Dit uit zich in een gebrek aan angst: 'als het (gevaar, NB) zich voordoet reageer ik erop met de gelatenheid van een rund', typeert Michel zichzelf. Als hij zich beseft dat hij zonder condoom geneukt heeft, maakt hij zich niet druk. Ontsnappen uit de stroom op eigen kracht, dat wil zeggen iets doen wat echt betekenis heeft, zorgen voor een verandering die er toe doet, is niet voor hem weggelegd wegens een gebrek aan talent. Er zijn nog twee alternatieven behalve een verlies in hedonisme, maar die zijn niet voor Michel weggelegd. Zoals gezegd, vrienden heeft hij niet (wat hij aan zichzelf wijt; hij is niet erg open en spontaan) en familie ook niet (zijn vader, die hij niet mocht, sterft aan het begin van het boek). Natuurlijk, praktisch idealisme is altijd mogelijk, maar dat komt niet eens bij hem op. Michel zegt steeds slechter te begrijpen hoe iemand gehecht kan zijn aan een idee, een land of wat dan ook behalve een persoon. Of zoals Grunberg schreef: 'je kunt niet houden van abstracties als de mensheid'. Bovendien is hij egocentrisch en neurotisch, typisch eigenschappen van mensen die niet gelukkig zijn en geen groot zelfvertrouwen hebben. Dit heeft hij zelf ook door; een gebrek aan luciditeit en zelfkennis kan de hoofdpersonen in Houellebecqs werk niet ontzegd worden. 'Zonder liefde kan niets worden geheiligd', zegt Michel, dus ook geen solidariteit. Toch komt Michel, nadat hij de liefde van zijn leven, de 28 jarige Valérie in Thailand ontmoet, tot een daad die tenminste deels is ingegeven door idealisme. Valérie werkt voor een internationale reisorganisatie die door concurrentie te leiden heeft van dalende opbrengsten. Dan ontvouwt Michel het idee om seksvakanties te organiseren. Thaise hoertjes gaan werken in de clubs van de reisorganisatie. Ze mogen de opbrengsten houden; de clubs bieden alleen een werkplaats en adverteren met de mogelijkheid van seks. Michel ziet het helemaal voor zich:
'aan de ene kant zie je honderdduizenden westerlingen die alles hebben wat ze willen, maar geen seksuele bevrediging meer kunnen vinden: ze zoeken, ze zoeken onophoudelijk verder, maar ze vinden niets en daar worden ze doodongelukkig van. Aan de andere kant zie je miljardden individuen die niets hebben, die omkomen van de honger, jong sterven, in erbarmelijke omstandigheden leven en niets anders meer hebben om te verkopen dan hun lichaam en hun onbedorven seksualiteit. Het is zo klaar als een klontje: dit is een ideale ruilsituatie.'
'Ook komt de formule tegemoet aan een andere neiging:'blanken wilden bruin zijn en negerdansen leren; zwarten wilden een lichtere huid hebben en hun haar ontkroezen. De hele mensheid neigde instinctief naar rassenvermenging.' En inderdaad is het zo dat veel mannen zich juist tot Thaise vrouwen aangetrokken voelen.
De Afroditeclubs ('omdat genieten je recht is') bieden een goed alternatief voor wie het gehad heeft met de westerse vrouwen die er niet op gericht zijn om genot te schenken en te veel gepreoccupeerd zijn met hun eigen lichaam dat niet voldoende aan de pornonorm voldoet. Om dezelfde reden voelen deze vrouwen zich ook niet meer aangetrokken tot andere lichamen. Westerse vrouwen zijn veeleisender geworden. Kijk maar naar de contactadvertenties. Mannen kunnen daar niet altijd goed mee omgaan. Het moderne gezin en moderne relaties zijn gebaseerd op emotie, maar de emotionalisering (als gevolg van emancipatie) leidt nu juist tot wanhopige discussies en scheiding, zo blijkt bijvoorbeeld uit de praktijk van mediators en therapeuten. Michel beklaagt zich bij een begripvolle Valérie:
'Het komt tegenwoordig nauwelijks meer voor dat vrouwen echt genot voelen en ook zin hebben om het te geven. Een vrouw verleiden die je niet kent is een bron van ergernis en problemen geworden.'
En als je haar al in bed krijgt na lange, slaapverwekkende gesprekken, dan blijkt ze ook dikwijls nog een slechte minnares. Hoop op verandering is er andermaal niet. Vrouwen in het westen zullen steeds meer op mannen gaan lijken naarmate ze meer belang gaan hechten aan persoonlijke ontwikkeling en hun beroepsleven. Bindingen worden ook voor vrouwen vrijblijvender en korter. Valérie beklaagt zich over mannen die zich niet willen binden. 'Ik ben inmiddels zover dat ik het woord vriendschap niet meer kan horen, ik word er kotsmisselijk van. Of je hebt het andere geval, de lui die trouwen, die hun leven zo snel mogelijk dichttimmeren en alleen nog maar aan hun carriere denken.' Thaise vrouwen komen er beter vanaf. Ze zijn tenminste niet zo veeleisend. En ze verlangen alleen dat je voor inkomen zorgt en begripvol bent.
De seksvakanties lopen als een trein totdat een bomaanslag door moslims aan alles een einde maakt; 117 doden worden geteld, waaronder Valérie. Houellebecq was voorzienend; enige tijd later ontplofte een bom in een discotheek op Bali. De boodschap van Platform is duidelijk: liefde is waar we naar moeten streven en het is mogelijk, al duurt het soms maar erg kort. Voor hen die het zonder liefde moeten stellen, kan vrije seks zoals in de Afroditeclubs vertroosting bieden. Het is beter dan niets: 'als er niet af en toe een beetje seks was, wat zou het leven dan zijn? Een zinloos gevecht tegen gewrichtsverstijving en cariës.' Voor de hoofdpersoon hoeft het echter niet meer. Hem rest niets anders dan te wachten, want, zo moet hij erkennen 'wie niet naar het leven verlangt, verlangt daarmee helaas nog niet naar de dood.'
Zwart zand. Over Michel Houellebecq (slot)
10-11-2007
In 2005 publiceerde Houellebecq zijn laatste roman, La Possibilité d'une île (De mogelijkheid van een eiland, MVE). Het boek is zoals gezegd een uitwerking van Elementaire deeltjes (ED), zonder dat het een vervolg erop is. De idee van een nieuwe, onsterfelijke mens die in ED werd aangekondigd staat centraal in de roman. We volgen afwisselend het leven van toekomstige wereldbewoners Daniël 24 en 25, nazaten van Daniël1, een omstreden komiek die met harde humor veel succes boekt maar niettemin steeds meer van zichzelf vervreemdt. Humor is een belangrijk ingrediënt in de boeken van Houellebecq, maar ook over de humor is de schrijver niet positief. Uiteindelijk zal het lachen ons vergaan. We lachen vanuit een afweerreactie, tegen een onaangename situatie. Humor is geen doel op zich en altijd heeft het iets pijnlijks in de boeken van Houellebecq. Of nog erger, de humor legitimeert de haat door haar op aangename wijze bloot te leggen. Daniël1 kan zich ongestraft als schoft gedragen en hij haat het steeds meer, de voorspelbare reacties, het moment van lachen van een publiek van apen. Toch gaat hij door met werken omdat het succes, een uitlaatklep en seks biedt...en houvast in een verder vervreemd bestaan. Daniël1 is gescheiden van een vrouw waarvan hij zich niet kan herinneren waarom hij ooit met haar getrouwd is geweest. Ze hadden een zoon die zelfmoord pleegde, maar dat deed hem niks. Hij was net zo dom als zijn moeder en net zo vals als zijn vader. Na zijn scheiding ontmoet Daniël1 Isabella, redactrice van het blad Lolita. Ze legt hem uit wat het blad (ze werkt er alleen voor het geld), beoogt:
'Wat wij proberen te bewerkstelligen is een kunstmatige, frivole mensheid, die nooit meer open zal staan voor serieuze dingen en ook niet voor humor, die tot haar dood zal leven in een steeds wanhopiger zoektocht naar fun en seks; een generatie van eeuwige kids.'
Verval is het fotonegatief van het thema van MVE, de mogelijkheid van een nieuwe mens. En dit verval is bovenal lichamelijk. Isabella is een vrouw die het genot gelaten over zich heen laat gaan, ze schenkt, maar ze kan niet echt van seks genieten. Als ze ook niet meer kan voldoen aan het platische schoonheidsideaal dat in haar blad verkondigd wordt, kan ze zichzelf steeds moeilijker verdragen. En met het verdwijen van de erotiek verdwijnt ook de tederheid omdat het lichaam van de ander zijn aantrekkelijkheid verliest. Zijn eigen lot beklagend zegt Daniël1:
'Wanneer de lichamelijke liefde verdwijnt, verdwijnt alles, een doffe ergernis zonder diepte vult de reeks van dagen. En over de lichamelijke liefde maakte ik me absoluut geen illusies. Jeugd, schoonheid, kracht: de criteria van de lichamelijke liefde zijn precies dezelfde als die van het nazisme. Om kort te gaan, ik zat mooi in de puree.'

Lanzarote
Het verval is verschrikkelijk. Daniël1 constateert dat het leven feitelijk na je veertigste voorbij is; onvermijdelijk wordt het leven op den duur administratief, sombert hij. Naarmate je ouder wordt, besef je steeds beter dat je het geluk kwijt zal raken, tot je er uiteindelijk niet meer van kan genieten. Toch zal de begeerte nooit verdwijnen, tot rust komen we pas in de dood; zelfs de impotenten begeren de begeerte nog.
De begeerte slaat na een periode van lucide neerslachtigheid hard toe als Daniël1 de jonge Esther ontmoet. Hij is dolgelukkig met haar, de seks is intens en in tegenstelling tot Isabella is Esther er dol op. Alleen is Esther niet in staat tot binding en liefde. Tijdens een seksfeest, waar ze neukt met een ander, vindt ze dat Daniël1 zich te veel aan haar vastklampt. Ze laat hem in de steek en vertrekt naar de VS. Dan ziet hij in dat 'voor Esther, en voor alle meisjes van haar generatie, seksualiteit niets anders was dan een leuk tijdverdrijf op basis van verleiding en erotiek, dat geen enkele speciale sentimentele binding veronderstelde (...) Het was hun gelukt, na decennia van conditionering en grote inspanning was het hun eindelijk gelukt (..): op geen enkel moment van hun leven zouden ze de liefde kennen. Ze waren vrij.'
Houellebecq benadrukt zo de keerzijde van de emancipatie: vrouwen hoeven niet langer onder de hoede van een krachtige beschermer te leven, ze zijn sterk en onafhankelijk geworden en daardoor zeer kritisch, diepere gevoelens behoeven nu een concrete, telkens opnieuw af te wegen rechtvaardiging, onder de druk van het ongeduld. Zo wordt de liefde een steeds schaarser goed. Aldus verloopt het vaak: liefde maakt zwak, en de zwakste van de twee wordt verdrukt en gemarteld, die op zijn beurt de ander ook tekort doet tot de relatie explodeert aan ergernissen. Vertwijfeld roept Daniël1 uit als hij weer lang niets van Esther hoort:
'De enige kans op overleving als je echt smoorverliefd bent, is om dat verborgen te houden voor de vrouw in kwestie en in alle omstandigheden een lichte onthechting te veinzen. Wat een triestheid schuilt er in die eenvoudige constatering! Wat een aanklacht tegen de mens!'
Terwijl Daniël wanhopig van verdriet en eenzaamheid een bestaan in afzondering leidt, schetst Houellebecq het leven van de toekomstige mens. De lezer krijgt fragmenten uit de levens van Daniëls nakomelingen, neo-menselijke kloons die genetisch zo zijn hergeprogrammeerd dat ze deels kunnen leven van fotosynthese en een minimaal gevoelsleven hebben, ontdaan van emoties als wreedheid, verdriet en passie. Via een vriend raakte Daniël1 betrokken bij de Elohimietensekte (geënt op de Raëlietensekte wier aanhangers de auteur dankten voor zijn sympathieke beschrijving) die de komst van een nieuwe mens afwacht. De sekte wordt echter beheerst door een wetenschapper die Geleerde genoemd wordt en uiteindelijk in staat is om een mens te klonen, ook al is daar een moord voor nodig, zodat het eeuwige leven mogelijk is. De proseliet Daniël staat voor dit project zijn DNA af. Zijn afstammelingen zijn erop gericht alle strevingen los te laten die het lijden als gevolg hebben:
'Volgens de Opperzuster hebben afgunst, begeert en voortplantingsdrang dezelfde oorsprong, namelijk het zijnsleed. Door het zijnsleed zoeken we de ander op bij wijze van verzachting; dat stadium dienen we te overtsijgen om de toestand te bereiken waarin het eenvoudige feit van het zijn een voortdurende bron van vreugde vormt; waarin de intermediatie alleen nog maar een spel is dat vrijelijk wordt beoefend (er zijn nauwelijks nog fysieke contacten tussen mensen; communicatie geschiedt via media op afstand, NB), zonder dat ons zijn erdoor wordt bepaald. We dienen kort gezegd de vrijheid van de onverschilligheid te bereiken, die de mogelijkheidsvoorwaarde voor de volmaakte sereniteit is.'
Toch zijn de nazaten van Daniël en Esther niet geheel onmenselijk. Marie23 is ongelukkig met haar situatie en zoekt de 'wilden' op, de gemeenschappen van de 'oude' mensen die tot een staat van barbarij vervallen zijn en Daniël25 bespeurt vanwege haar vertrek een 'soort verdriet' en er blijft een verlangen naar de begeerte, evenals nieuwsgierigheid. Zo wordt de nieuwe mens door de Opperzuster aangespoord om de levensgeschiedenissen van hun voorouders te bestuderen, met name van de oude mens, en zo te leren van hun fouten. Gedreven door zijn nieuwsgierigheid trekt Daniël25 door het land met zijn hond Fox, een kloon van de hond van Daniël1. Net als Daniël1, na de zelfmoord van Isabella en het vertrek van Esther, is Fox zijn enige metgezel. Na studie van het leven van Daniël1, begrijpt hij zijn doelen en ook dat die nooit bereikt konden worden. Dat is een van de punten die telkens terugkomt bij Houellebecq: ondanks onze beschaving is morele progressie maar zeer beperkt mogelijk. Vooruitgang is vaak geen vooruitgang, soms zelf achteruitgang. Een Brave New World is zo slecht nog niet, wordt al beweerd in ED. Genetische manipulatie die meer geluk mogelijk maakt, seksuele bevrijding, bestrijding van het verval, vrije tijd, is dat niet waar we naar streven? Alleen onze dood kan ons nog redden is de treurige boodschap, maar ook deze redding overtuigt niet. Dat komt natuurlijk mede door de generalisaties en overdrijvingen die Houellebecq in MVE meer dan in zijn ander werk toepast. De teloorgang van Daniël1 wordt al te zeer gepresenteerd als een gevolg van universele tendenzen, zo merkt John Updike terecht op. Houellebecq schrijft als een onheilspriester en het wereldbeeld van zijn immer onsympathieke hoofdpersonen (waar ik me althans toch tot op zekere hoogte verbonden mee kan voelen) is wel erg schraal. Het probleem van Daniël is zijn eerlijkheid en zijn cynisme. Op Lanzarote, de plek van handeling in twee van zijn boeken en waar het nieuwe leven ontstaat, is de grond vulkanisch. Daniël is verward en gechoqueerd als hij het zwarte zand met witte kiezeltjes passeert. Als de zee rood was geweest, had hij zich er bij neer kunnen leggen, zegt hij, 'maar die was blauw, wanhopig blauw'. Houellebecq verwerpt cynisme, het is een vorm van domheid. Zolang een betere wereld met een betere mens niet mogelijk is, moeten we vasthouden aan een zekere naïviteit, aan een zelfverlies en aan overgave, zonder dat we ons verlangen naar waarheid moeten opgeven (zolang we maar niet te snel menen deze te vinden). Integendeel, hartstocht en waarheidsvinding horen bij elkaar en moeten samengaan; beide doorbreken blokkades, beide verheffen, beide zuiveren, ook al is de vernietiging nabij.