Over Thich Nhat Hanh

Na de Dalai Lama is de Vietnamees Thich Nhat Hanh waarschijnlijk de beroemste boeddhist ter wereld. Zijn bekendheid dankt hij vooral aan zijn rol als voorvechter van vrede tijdens de Vietnamoorlog. Zijn boodschap om het conflict op niet gewapende wijze te beëindigen, verkondigde hij ook in Amerika waarbij hij belangrijke politici als Edward Kennedy en de minister van defensie Robert McNamara ontmoette. Ook kwam hij in contact met Martin Luther King die hem in 1967 zelfs voordroeg als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede. Nhat Hanh, door zijn volgelingen Thay genoemd, leidde de boeddhistische delegatie tijdens de Parijse vredesonderhandelingen. Het gevolg was dat hem de toegang tot zijn geboorteland geweigerd werd. Ook in Nederland werd hij overigens bijna niet welkom geheten door de minister van buitenlandse zaken. Zijn pacifistisch standpunt werd door het progressieve westen niet goed begrepen, en door de Vietnamese communisten als verraad opgevat. Met lede ogen moest hij toezien hoe de communisten na de Amerikaanse capitulatie Saigon innamen en de staat het land volledig binnen haar invloedssfeer bracht. Het zelfbeschikkingsrecht van het Vietnamese volk was niet gerealiseerd, de onderdrukking ging via andere kanalen door en het netwerk van boeddhistische hulporganisaties waar Thay veel in had geïnvesteerd werd verboden. Thich Nhat Hanh koos ervoor om in Frankrijk een retraitecentrum te beginnen, Plum Village geheten, waar hij nog steeds de leiding heeft. Pas in 2005 mocht hij weer voet zetten op Vietnamese bodem.

Tich Nhat Hanh is al decennia lang vooral bekend om zijn spirituele boodschap (wat me bij zijn foto meteen opviel was de gelijkenis met de charismatische figuur Yoda, de spirituele leraar in Star Wars en een search op internet laat zien dat ik niet de eerste ben die die gelijkenis opvalt). Zijn werk, variërend van exegese tot gedichten, is wereldwijd in omloop en vertaald. Ook in het Nederlands taalgebied zijn er vele titels van hem verschenen. Een overzichtswerk ontbrak echter, tot het verschijnen van het boek Thich Nhat Hanh: mededogen is zonder grenzen van de theoloog en aanhanger Ton Kamphof. Het bood mij een goed beeld van de ideeën en levenswandel van deze bijzondere figuur. De auteur biedt ook een interessante inkijk in het leven op Plum Village waar hij zelf ook is geweest.

in aandacht leven

De kern van Thich Nhat Hanhs (TNH) boodschap is dat we aandachtig moeten proberen te leven. Waarom is dit zo belangrijk? Om dat te begrijpen is het van belang te begrijpen wat aandachtig, of mindful leven betekent. Het betekent leven in het moment, in het nu, zonder afgeleid te worden door (vaak zorgelijke) dwalingen van de geest of sterk geladen emoties van het hart. Door met aandacht te handelen, ontstaat er een ruimte. Verlangens (die gevoelens van ontevredenheid oproepen), zorgen, alle preoccupaties van het ego, verliezen aan kracht wanneer met volle aandacht wordt gehandeld. Door mindful te zijn, worden we weer meester over onszelf, we herwinnen zo onze waardigheid. Mindfulness (het was TNH die feitelijk aan het begin stond van de huidige populariteit van dit begrip) zorgt ook voor meer oog voor en contact met de wereld. In zuivere aandacht zien we de werkelijkheid beter, zowel die binnen ons als die van buiten. En dat biedt zowel meer vreugde (als we de schoonheid en het mysterie van het leven beter ervaren bijvoorbeeld), als compassie. We hebben een natuurlijke aanleg om geraakt te worden door het lijden van anderen en dit lijden te verlichten. Maar door de maalstroom van het leven, krijgt die aanleg tot compassie niet altijd de ruimte om tot volle wasdom te komen. Mindfulness zorgt ook dat we bedachtzamer spreken en handelen, waardoor we onszelf en anderen minder snel kwetsen. Een aandachtig bestaan is kortom de levenswijze die ons tot betere mensen maakt.

Omdat de geest is als een wild paard zoals een monnik eens zei, is het niet eenvoudig om aandachtig te leven. Toch zijn de manieren om dit te bereiken paradoxaal genoeg heel eenvoudig, zo geeft Thay aan. Steeds weer benadrukt hij het belang van goed ademhalen, om weer tot onszelf en van daaruit tot een verankerde verbinding met het nu te komen. De adem is daarnaast "de brug die lichaam en geest verbindt". Het is een simpele, maar krachtige techniek om te voorkomen dat we afgeleid worden en om meer ontspanning te bereiken, wat een belangrijke voorwaarde is voor mindfulness. In relatie tot anderen, is daarnaast ook vertrouwen essentieel, zegt Thay. In het nu zijn, fris en open in ieder moment, is een daad van vertrouwen. Je moet je helemaal kunnen overgeven aan de ander, want aandacht hebben voor de ander, werkelijk luisteren, invoelen, er geheel zijn, dat is het grootste geschenk dat je de ander kan geven. Maar daarvoor is wel zelfvertrouwen nodig. Angst is wellicht de diepste oorzaak van onze onvrijheid, ons gebrek aan openheid, waarachtig contact en liefde. Die angst moet overwonnen worden, temeer ze vaak een voedingsbodem is van kwalijke emoties als woede. Ten slotte is een zekere mate van innerlijke vrede is nodig. Want hoe kan je een ander helpen, als je jezelf niet eens kan helpen?

Meditatie is de beste weg naar mindfulness, zo wordt binnen het boeddhisme erkend. Voor Thay is meditatie echter niet alleen zitten op een kussentje; het is een levenshouding. Met volle aandacht eten, koken, of afwassen zijn ook vormen van meditatie. In een lezing roept hij op om aan "telefoonmeditatie" te doen. Iedere keer als de telefoon overgaat, zouden we het belsignaal moeten opvatten als een reminder om letterlijk stil te staan en te ervaren waar we zijn en waar we mee bezig zijn. Een moment van bezinning als het ware. Pas na de derde keer overgaan, zouden we rustig op moeten nemen, in volle vriendelijkheid. De telefoon is een wereldlijk instrument dat dezelfde functie heeft als de bel op Plum Village die de monniken en bezoekers tot stille aandacht oproept. Tijdens de door hem geleide retraites wordt ook vaak aan loopmeditatie gedaan. Dit is niet alleen een aandachtsoefening, maar brengt de beoefenaar ook dichter tot de aarde: de aarde wordt gemasseerd met de voeten en vreugde en geluk worden bij iedere stap gezaaid, zo zegt TNH. Het heeft ook een verheffend effect: "we lopen gracieus en waardig als een keizer, als een leeuw". Door veel te mediteren, kan uiteindelijk ook een spirituele doorbraak worden bereikt waarbij gelukzalige eenheidservaringen optreden, maar Thay benadrukt dat dit niet het doel van meditatie is. Als de hele boeddhistische praktijk al tot een singulier doel gereduceerd kan worden, dan is dat toch compassie, met de ander en met onszelf. En vanuit aandacht, ontstaat de daarmee gepaard gaande zorg vanzelf, aldus Thay. Maar het werkt ook andersom: mededogen is nodig om de waarheid, de werkelijkheid van het zelf en de wereld te leren kennen. Het ego ontbreekt het aan dat zuivere inzicht. Vanuit een perspectief van mededogen leren we mensen beter begrijpen en zijn we minder snel geneigd tot veroordeling. Daardoor verbetert niet alleen de houding ten opzichte van anderen, maar ook het innerlijk gemoed dat minder snel door wrok geplaagd zal worden. Het was de geest van mededogen die Thich Nhat Hanh in staat stelde niet te verbitteren en haat te voelen jegens degenen die zijn land aanvielen. Zelfs niet nadat vrienden en bekenden door de oorlog het leven lieten.

Mededogen is voor Thay niet gelijk aan "de rennende zusters van Calcutta", zoals hij eens zei. Het moet niet tot een pamperend, verstikkend activisme ontaarden, want "het uitgangspunt is en blijft: ik zorg voor mijzelf en de ander zorgt voor zichzelf". Mededogen is met inzicht en ruimte omgeven en eenvoudige aanwezigheid, soms zonder een woord te zeggen, kan al genoeg zijn. Thay gaat zelfs zover te zeggen dat mededogen nastreven de ware aard van het mededogen uitholt. Echte compassie ontstaat spontaan, uit de vrijheid van pure aanwezigheid. Het is een nogal streng onderscheid. Vaak moeten we ons er toe aanzetten er voor de ander te zijn. Er gaan afwegingen aan vooraf. Ga ik ontspannen na een week hard werken, of toch mijn alleenstaande moeder verblijden met een bezoek? Het kost soms enige moeite om goed te doen. Ik denk dat die niet spontane compassie niet minder is dan spontane. Het leven is nu eenmaal afwegingen maken tussen zelfzorg en zorg voor anderen. Bij duidelijk lijden zou compassie spontaan moeten zijn, bij diffusere situaties waarin geen duidelijk sprake is van lijden of althans niet duidelijk zichtbaar, is dat al moeilijker. Uiteindelijk gaat het denk ik vooral om het tegengaan van egocentrisme en de gepastheid en het effect van de door compassie gedreven handeling.

wereldbeeld

In lijn met de boeddhistische leer ontkent TNH het bestaan van essenties. Alles wat is, is alleen mogelijk dankzij het andere. Alles staat in verbinding met elkaar. Er is alleen inter-zijn, in zijn woorden. Uiteindelijk bestaan we allemaal uit sterrenstof en kunnen we slechts leven dankzij de zon, het water, het voedsel uit de aarde. "Ik ben de boom, ik ben de zee", zingt het lied uit Thay's gemeenschap in Plum Village. Deze gelijkstelling van alles aan alles volgt uit twee boeddhistische beginselen. Ten eerste dat alles met elkaar in verbinding staat. Uiteindelijk is alles voorwaarde voor het bestaan van iets, in een meervoudige keten van causaliteit. Ten tweede het beginsel van niet-zelf. Als er geen essentie van het zelf bestaat, zijn er geen grenzen tussen ik en de buitenwereld en kan ik alles zijn. TNH zegt ook dat in een enkel ding de hele kosmos besloten ligt en dat alles, de mens inbegrepen, alles is. Het onderscheid tussen een waarnemer en de werkelijkheid is kunstmatig. Dat ben ik eens in de zin dat het bewustzijn uiteindelijk materialistisch begrepen moet worden, net als de externe werkelijkheid. Maar Kamphof zegt "alles is geest" (ik neem aan in navolging van TNH, maar het is vaak onduidelijk wanneer de auteur zijn eigen woorden of interpretatie kiest of die van TNH). Hier raakt het boeddhisme in strijd met de wetenschap die uitgaat van een materialistisch wereldbeeld. Hoewel TNH een duidelijke zijnsleer heeft , houdt hij niet van filosofische bespiegelingen op de werkelijkheid. De leringen zijn, zoals de Boeddha zei, de vinger die naar de maan wijst, maar niet de maan zelf. En over het ultieme wat bereikt kan worden, nirvana, valt ook niet te theoretiseren. Voor TNT dit laatste verscholen in ervaringen, zoals de glimlach van een kind.

geëngageerd boeddhisme

Als wij slechts het knooppunt vormen van invloeden van buiten ons en ons bewustzijn dus niet los gezien kan worden van onze omgeving, onze cultuur, onze ouders en het genetisch materiaal dat zij doorgaven, dan kan werkelijke bevrijding van het individu niet tot stand komen, zonder bevrijding van de samenleving als geheel. Het besef dat individuele bevrijding altijd nauw verbonden is met de bevrijding van de samenleving heeft altijd sterk bij TNH geleefd. Als jonge monnik was het voor hem al onmogelijk om zich af te sluiten achter de muren van een kloosterleven. In plaats daarvan legde hij zich toe op een geëngageerd boeddhisme, een boeddhisme dat midden in het leven en de wereld staat. Het één zijn met alles, nauwe verbondenheid en in aandacht leven, staan hierbij centraal. Als wij diepgaand naar ons dagelijks leven kijken, als steeds meer mensen dat leven willen veranderen, zullen er andere politici komen en zal de samenleving vrediger en rechtvaardiger worden. TNH gelooft niet dat we onze hoop op politici moeten richten, maar zelf moeten veranderen.

Het geëngageerd boeddhisme keert zich tegen oorlog. Oorlog zal nooit een probleem oplossen, zegt TNH. De oorlog tegen het terrorisme zaait alleen maar meer zaden van haat. In plaats van elkaar te bestrijden, zouden we alles op alles moeten zetten om in dialoog te blijven, te luisteren naar hen die ons haten en te zoeken naar een oplossing in plaats van groepen weg te zetten. Hahns lessen zijn zeer waardevol. Hij bepleit een moreel universalisme, een politiek die het (niet altijd zichtbare) lijden wil verminderen. Het keert zich tegen de beroordeling van mensen op hun groepskenmerken en roept op tot meer mededogen met behoud van persoonlijke verantwoordelijkheid. Voor zover Hanh een absoluut pacifisme verkondigt (wat ik niet zeker weet) kan ik dat echter niet onderschrijven. Er zijn mijns inziens situaties denkbaar dat een oorlog rechtvaardig en zinvol is, zoals ook het internationaal recht en verschillende politiek filosofen aangeven. Binnen het boeddhisme is het pacifisme ook niet absoluut. Zo is er een bekend verhaal over een boddhisatva die een seriemoordenaar doodt om erger leed te voorkomen. Niettemin was ik diep geraakt door zijn uitspraak dat de mens nooit je vijand is. De echte vijand is de verduistering van de geest. Het lijkt onmogelijk om compassie te voelen voor je moordenaar zoals Thay aanbeveelt, maar dat is wel de juiste houding. De ware vredeshouding wordt gekenmerkt door onpartijdigheid. We kunnen niet vreedzaam zijn als we de andere partij willen elimineren. "Ik ben Bush, ik ben Saddam Hoessein", zegt Thay tijdens een retraite. We moeten gewelddadige mensen opsluiten als die niet tot rede te brengen zijn, maar onszelf altijd vrijwaren van geweld. Maar vergelden uit woede moet worden afgewezen. Verstandelijk begrijp ik dit, maar het lijkt strijdig met diepe morele intuïties. Stel dat we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weten dat een misdadiger zijn gruwelijke misdaad, zoals een crime passionel, niet opnieuw zal begaan en berouw toont. Dan resteert alleen vergelding nog als motief voor strafoplegging. Moet de misdadiger dan maar geen straf krijgen en is het aan de slachtoffers om hun woede te beteugelen, waar het boeddhisme toe oproept?

leefregels

Veel mensen voelen zich tot het boeddhisme aangesproken omdat het niet zo dogmatisch is als andere wereldreligies. Maar het hedendaagse boeddhisme is niet zoals veel hapsnap spiritualiteit van deze tijd. Er wordt weliswaar niet gedreigd met verdoemenis en angst is geen drijfveer bij haar volgelingen, maar boeddhistisch leven is wel degelijk hard werken volgens regels. Die regels zijn er niet voor niets. Zoals de Boeddha al inzag, kan verlichting alleen bereikt worden als we leven naar morele regels. TNH heeft de kern van de leer van Boeddha vertaald naar vijf aandachtsoefeningen die al zijn volgelingen aanvaarden. Het zijn basisrichtlijnen voor het dagelijks bestaan:

1) eerbied voor het leven. Dit betekent niet doden (waaronder vegetarisch leven), de afwijzing van geweld en haar wortels van haat, en lijden verminderen door mededogen;

2) vrijgevigheid. TNH wil dat we onze tijd, energie en materiële middelen delen met allen die dat nodig hebben. We geven onze aandacht en leven niet alleen voor onszelf. We geven aan armen. Deze oefening gaat met name om liefdevolle vriendelijkheid;

3) seksuele verantwoordelijkheid. TNH beschouwt seks alleen als goed wanneer dit plaatsvindt binnen een duurzame liefdevolle verbintenis. Als we onvoldoende contact met de andere persoon hebben, zal dat het lijden verlengen of zelfs verdiepen. Of zoals het Latijnse gezegde luidt Post coïtum animal triste est. De seksuele vrijheid van de moderne tijd is ook een regelrechte bedreiging voor bijvoorbeeld het huwelijk. Hoewel Thay's waarschuwingen terecht zijn, komt deze leefregel me wat rigide over. Maar ik zal op een ander moment dieper ingaan op het thema seks en spiritualiteit;

4) diep luisteren en liefdevol spreken. Woorden kunnen kwetsen. Daarom roept TNH ons op om onze woorden zorgvuldig te kiezen, niet te oordelen over waar je niet zeker van bent en niet anderen te bekritiseren bij derden. Ook is deze leefregel een oproep om je tot het uiterste in te spannen om conflicten op te lossen en je te verzoenen met je vijand. Ten slotte is het een verbod op onjuist spreken, waaronder niet alleen liegen, maar bijvoorbeeld ook overdrijven valt;

5) aandachtige consumptie. Volgens het boeddhisme is je lichaam geen privaat bezit, maar hoort het toe aan de wereld, aan heden en toekomst. We moeten er zorgvuldig mee omgaan door aandachtig en gematigd te eten en te drinken. Alles wat de geest bezoedelt, zoals alcohol en drugs, zijn verboden. TNH wijst erop dat we voortdurend onbewust gevoed worden door verkeerde prikkels, zoals geweld op televisie. Het beste zou zijn als we onze tv het huis uit doen. Ook zouden we bewust moeten consumeren, wetende dat overconsumptie veel schade aan het milieu toebrengt. Consumentisme leidt ook snel tot hechting en verslaving en houdt ons binnen de sfeer van samsara. Ten diepste gaat deze leefregel om ons te zuiveren van verslavingen en vergiften.

tot slot

Tich Nhat Hanh wil (overigens net als de Dalai Lama) niet mensen bekeren tot het boeddhisme. Hij ziet bijvoorbeeld ook veel waarde in het christendom. Tussen het boeddhisme en het christendom zijn ook veel parallellen te trekken. Zo ziet hij Jezus net als Boeddha vooral als een genezer. In alle wereldgodsdiensten zitten waardevolle aspecten, hoewel hij wel kritisch is op geïnstitutionaliseerde religies. Met zijn boodschap hoopt hij de religieuze beleving van mensen, binnen hun eigen geloof, te verdiepen en van een nieuwe dimensie te voorzien. Geloof is voor hem uiteindelijk vertrouwen in liefde, kennis, waardigheid en waarheid. De manier waarop hij de oude boeddhistische wijsheid nieuw leven inblaast en hoe zijn levenswijze zijn leer geheel belichaamt, dwingt de grootste bewondering af.

bronnen

Ton Kamphof (2007). Thich Nhat Hanh: mededogen is zonder grenzen.

Thich Nhat Hanh- Steps in mindfulness (DVD)

meer info: www.aandacht.net