Het eeuwig falen
24-11-2007
Wie te naarstig op zoek is naar het geluk zal zich te pletter lopen. We kunnen er beter maar niet naar streven. Geluk is een bijproduct van onze activiteit; misschien is het zelfs in chemische termen te duiden, zoals het vrijkomen van oxytocine of dopamine. Maar onze hersenen laten zich moeilijk sturen, ze gaan hun eigen gang. We worden voortdurend gedreven door onze verlangens, wat neerkomt op een toestand van onvrijheid. De wil zet ons aan tot handelen...en zal ons in weerwil van wat zelfhulpboeken verkondigen ook doen belanden in de straten van falen waar de lichten niet branden. Schopenhauer beval daarom ascese en onthechting aan, zoals ook het Boeddhisme voorschrijft. Het beste is onze strevingen af te laten koelen in koud water en een leven te leiden dat in het teken staat van meditatie en matiging. Wie wel eens in Thailand is geweest, weet wat een moeilijke opgave dit is. Het blijft fascinerend: de vele wats, tempels van rust, temidden van de jachtige handel. Dit komt natuurlijk omdat willoosheid een met geluk onverenigbare pathologie is. Geluk veronderstelt én activiteit, waarin we geheel op kunnen gaan omdat de activiteit ons in staat stelt onze vermogens en talenten optimaal aan te wenden (wat psychologen flow noemen), én rust, contemplatie en tevredenheid. Is dit geen contradictie? Ik denk het niet. Als we vasthouden aan de chemische benadering kan geluk gezien worden als een positieve stemming. We zijn gelukkig als we ons goed voelen, als we plezier beleven aan de dingen waarmee we bezig zijn, als we uitkijken naar het leuks wat er gaat komen. Maar er hoeft zich maar één minder plezante gedachte binnen te schieten en weg is het. Was het geluk dan niet echt dat we zojuist nog ervaarden? Laten we dat niet gaan geloven, anders worden we te snel cynisch. Met het vorderen van de jaren zien we vanzelf al wel steeds beter in dat geluk broos is. Het voordeel daarvan is weer dat we milder worden, minder veeleisend (mits onze wereld niet te klein wordt, denk aan bejaarden die blijven klagen over het eten). Minder veeleisend worden wil natuurlijk nog niet zeggen dat we meer geluk ontlenen aan iets of iemand dan vroeger; we doen gewoon minder moeilijk.
Voor geluk is een enigszins eenzijdige kijk, een ietwat vertroebelde blik een vereiste, wat niet hetzelfde is dat geluk een illusie is, hoewel ook dat natuurlijk dikwijls aan de orde is. De basis van menige waarheid is geluk. In die zin is geluk als betonrot. Ze is als een vuur waaraan we ons warmen, met onze overtuigingen als brandstof. Beschouwen we de wereld met ons cognitieve geestesoog, dan kunnen we tot de conclusie komen dat we niet tevreden zijn. Het is zo heel goed mogelijk ontevreden te zijn zonder spleen. Een beetje het idee van dat je goed bezig bent, maar nog niet veel bereikt hebt. Vertrouwen, met name zelfvertrouwen is een stutpilaar van het geluk. Als geluk inderdaad een chemische reactie is, dan kunnen we verslaafd raken aan geluk. We willen hetzelfde gelukkige gevoel weer ervaren, dus grijpen we weer naar de spuit of zoeken we onze geliefde op, met als resultaat dat we in de goot belanden of zwaar gefrustreerd raken. Duurzaam geluk is alleen mogelijk als we onze verlangens wantrouwen en als we meester zijn over onze neigingen. Zo kunnen we ontdekken wat de diepere lagen van ons verlangen zijn, waarom we iets eigenlijk willen, of een verlangen onze inspanningen en opofferingen wel werkelijk waard zijn. We moeten daarbij vooral niet te streng zijn voor onszelf; de gemiddelde mens die zich te veel beperkingen oplegt haakt af. Ik las eens over moslimmeisjes die er genoegen aan ontlenen zo streng mogelijk te leven, vol onthouding en naar de letter van de Koran, omdat ze meenden dan meer 'punten te scoren' bij Allah. Dit pervers genoegen, die dezelfde logica volgt als zelfmoordenaars, is ons heidenen wereldvreemd. De voornaamste afruil is toch die tussen direct genot en later genot (door een aantrekkelijk lichaam). Niet alle moslims zullen hun hybride situatie zo goed ervaren. Het is mogelijk om gelukkig te zijn en niet tevreden; voor deze groep zal ook vaak het omgekeerde gelden. Ze menen goed te leven, er is geen reeël alternatief denkbaar, maar het gelovig bestaan maakt toch niet gelukkig. Een variant is het 'is dit alles syndroom?' We menen alles te hebben, een eigen huis, een plek onder de zon, maar echt gelukkig zijn we niet. We missen iets. Dit milde ongeluk komt voort uit een gebrek aan die andere, passieve component van geluk: rust, improductief spel en contemplatie zoals bij het kijken naar het verschuiven van de wolken vanaf een watermatras. Maar evenzeer kan het voortkomen uit een verkeerde prioritering van doelen en verkeerd inzicht in onze diepste verlangens. De sociologen Robert Lane en Robert Putnam hebben afzonderlijk aangetoond dat de westerse cultuur te individualistisch is geworden. Mensen denken dat ze hun eigen motieven kennen, maar dat is meestal niet zo; mensen menen soms zelfs onterecht dat ze gelukkig zijn, omdat dit nu eenmaal zo hoort, zoals ouders met kinderen, terwijl stellen zonder kinderen vaker gelukkiger zijn. Veel mensen zouden gelukkiger worden als ze meer zouden investeren in betekenisvolle relaties en de relaties die ze hebben zouden verdiepen en verbeteren, maar de zucht naar dingen en status is dikwijls belangrijker. Goede doelen kiezen die consistent, motiverend en haalbaar zijn (maar niet te makkelijk want het halen van makkelijke doelen geeft nauwelijks geluk) is zo eenvoudig nog niet. En als de doelen bekend zijn dan dreigt nog het falen. Er zijn verschillende manieren om op falen te reageren. Ik kom tot de volgende vormen.

Ten eerste zijn er de extern gerichte reacties:
-vernietiging van het doel. Dit is de ultieme reactie op het falen; de man die zijn vrouw of vriendin vermoord omdat ze bij hem is weggegaan bijvoorbeeld. De logica lijkt eenvoudig: door het doel te vernietigen vervalt ook iedere relatie met het doel. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Het zijn de narcisten en psychopaten, kortom zij zonder empathie, morele scrupules en zelfkennis (en in het geval van psychopaten zonder angst) die zo ver gaan. Meestal is deze reactie gericht op personen, maar ze kan ook gericht zijn op materiële zaken. Wat men zelf niet kan bereiken, of waar men zelf niet van kan profiteren, kan nog altijd vernietigd worden. De voormalige machthebbers in Irak vernietigen datgene waar ze naar streefden: de welvaart van olieraffinaderijen. Als we ze zelf een doel niet kunnen bereiken, mag het doel voor anderen ook niet bereikbaar zijn. In een mindere bui liet ik eens een lekker broodje op straat vallen. Een paar vliegende ratten doken erop. Ik joeg ze, tot mijn schaamte achteraf, weg en gooide het broodje in een vuilnisbak.
-beschadiging van het doel. Ook hier is destructie het doel, alleen zonder de uiterste consequentie. Het lijden moet niet alleen gevoeld worden, dat is niet eerlijk. Alles wordt aangegrepen om degene die pijn doet ook pijn te doen. Zo bekeken is leedvermaak niet het lachen van de duivel. We lachen om andermans falen omdat we zelf gefaald hebben. Het is een uiting van een weliswaar pervers rechtvaardigheidsgevoel. Net als de ander heb je ook je best gedaan en waarom zou die wel mogen slagen en jij niet. Door te lachen om andermans falen drukken we uit dat we vinden dat er een oneerlijke ongelijkheid is opgeheven. Nu we allebei falen zijn we weer gelijk. Niemand zal leedvermaak hebben om de arme kindertjes in Afrika. We lachen alleen als het falen vergelijkbaar is met dat van ons en niet te erg is. Onze relatieve positie wordt weer beter als de ander minder presteert. Daarom zullen er veel werknemers zijn die het niet prettig vinden als ze een erg goede collega krijgen, net zomin als veel mensen het succes van hun vrienden stiekem helemaal niet leuk vinden. Er moet natuurlijk wel een zekere rechtvaardiging zijn van de boosheid en verwijten die we uitstorten over de ander, maar die zijn dikwijls redelijk snel bij elkaar gerationaliseerd. Op onpersoonlijk terrein treedt deze reactie op als men na veel inspanningen nog steeds het doel niet bereikt heeft en zo negatieve gevoelens gaat ontwikkelen, niet zozeer over het doel zelf, maar over de al dan niet vermeende krachten die het halen van het doel onmogelijk maken. Gedacht kan worden aan moslims die werk willen, maar telkens afgewezen worden. Sommigen zullen als gevolg hiervan zich keren tegen datgene wat hen volgens hen hindert; de autochtonen. Nog zo iets moois: door onze aangeboren aanleg tot in hokjes stoppen (we willen orde en overzicht) zijn we ook geneigd mensen als representanten van groepen te zien. En als de representant niet bevalt, dan ook de groep niet. Het zijn vaak sterke naturen met weinig geduld en vermogen tot reflectie onder de allochtonen die zich afzetten ; zwakkere naturen verliezen zich in fatalisme en slachtofferschap (zie onder). Ik heb zelf jaren keyboardlessen gevolgd zonder dat ik er veel talent voor had. Het ging me op den duur zo tegenstaan dat ik mijn keyboard nooit meer heb aangeraakt en er een afkeer van kreeg. Als ie goedkoop was geweest, had ik hem misschien wel gesloopt en bij het vuil gezet, maar wat ook meespeelde was dat ik een andere reactie vertoonde op mijn falen:
-devaluatie van het doel. Het neerwaarts bijstellen van de waarde van het doel. Nu in wordt gezien dat we het doel niet bereiken, proberen we ons ervan te overtuigen dat het doel eigenlijk niet zo belangrijk is. Die vakantiebestemming is nou ook weer niet zo bijzonder en die vrouw ook niet.
-slachtofferschap. We proberen ons ervan te overtuigen dat het niet aan onze inspanningen of vermogens ligt dat we het doel niet bereikt hebben. Het ligt niet aan mij dat ik geen werk heb; het ligt nite aan mij dat het uit is gegaan met mijn partner. Als we dit erin krijgen is dit een zeer bevredigende reactie, behalve dan dat we ook moeten erkennen dat we kennelijk niet in control waren, wat weer negatieve impact heeft op ons welbevinden
De tweede categorie is escapisme: Het zoeken van (hedonistische) afleiding, vaak door sterke prikkels om maar niet te denken aan het falen, ook in de hoop dat door nieuwe activiteiten het oude doel haar glans verliest. Dit escapisme komt voort uit wanhoop, uit de overweldigende impact van falen dat nog niet tot hanteerbare omvang is teruggebracht. Gedacht kan worden aan de vrouw die na het verbreken van een relatie zich overgeeft aan one night stands vanuit een bevestigingsdrang, of het aan de drank raken na ontslag. Met kortdurend escapisme, de bekende avond doorzakken, is natuulijk niets mis. Pas als ze het resultaat is van wanhoop, waarbij het falen geheel op zichzelf wordt betrokken en als exemplarisch wordt gezien voor het structurele tekortschieten en minderwaardig zijn, is dit een schadelijke respons. Een gebrek aan eigenwaarde is het resultaat met passiviteit en angst als voortvloeisels.
De derde categorie is ritualisme. We weten wel dat we gefaald hebben en als we heel eerlijk zijn, zijn we niet meer overtuigd dat we ons doel nog bereiken, maar lijdzaam blijven we doorakkeren. In het domein van persoonlijke relaties uit dit zich in hoop blijven houden dat de ander je toch leuk gaat vinden, of dat een relatie uitgaat; op zakelijk terrein in het vasthouden aan hoop op veel meer toekomstige welvaart en status, zoals veel van de working poor in de VS blijkens onderzoek nog steeds geloven in de American Dream en dat ze het later beter zullen krijgen. Ritualisme is in zekere zin ook een vorm van escapisme, omdat men de toekomst niet in een realistisch perspectief wil of kan zien. De gevolgtrekking is echter juist geen verstrooiing en vluchtgedrag. Deze vorm kan zich uiten in obsessief gedrag, maar zodra dit gebeurt wordt de kans groot dat men overgaat tot de vierde categorie, die van morele regressie.

De vierde categorie is morele regressie. Men probeert op immorele en/of illegitieme wijze alsnog het doel te bereiken. Op relationeel vlak uit dit zich in stalking; op economisch vlak in criminaliteit, zoals het stelen van goederen. De kans op dit laatste neemt toe naarmate materieel bezit hoger gewaardeerd wordt binnen een gemeenschap en de middelen om deze te verkrijgen minder aanwezig zijn. Naarmate goederen schaarser zijn, worden ze waardevoller. Dat is al een reden waarom de lagere klassen minstens zo materialistisch zijn als de hogere klassen. Ik heb elders al geschreven over opzichtige consumptie, dus dat zal ik hier niet herhalen, maar waar het onder meer om gaat is dat als je weinig hebt om trots op te zijn (zoals een goede baan, een aantrekkelijke partner) pronken met duren spullen als een sportwagen een redelijk alternatief is om bevestiging te krijgen, al heb je thuis geen behang aan de muren vanwege de kosten ervan.
Het falen kan een mensenleven bepalen. Er zijn mensen die dagelijks bevangen zijn door hun falen en voortdurend hun eigen minderwaardigheid bevestigd zien. En door een gebrek aan zelfvertrouwen en energie nog meer falen en de afzondering opzoeken. Falen leidt tot frustratie en dat leidt weer tot onvriendelijkheid, jaloezie en afgunst. Uiteindelijk leidt het tot een gebrek aan levenszin. De glans van het leven verdwijnt, dingen en mensen verliezen hun waarde en wat is dan nog de zin van moreel te leven. Niet alleen het leven wordt minder waardevol als op belangrijke terreinen is gefaald, men gaat zichzelf ook minder waardevol vinden. Onverschilligheid slaat toe. Waarom nog je best doen als er weinig meer te halen valt? Ook morele onachtzaamheid treedt naar voren als er geen zelfrespect en eigenwaarde te verdedigen meer zijn. Tegelijk wordt de loser wel steeds gevoeliger voor gedrag van anderen. Hij heeft al zo weinig, het zit hem al zo tegen, zijn mogelijkheden zijn al zo ingeperkt, dan moeten anderen dat niet nog verder willen inperken! Hij wil liefde, zichzelf verliezen en tegelijk wil hij alleen gelaten worden en respect; medelijden is pijnlijk; onafhankelijkheid en eer zijn belangrijk. Waar het falen bepalend wordt, grijpt verbittering om zich heen: een verlies van hoop en een cynische gerichtheid op het slechte. De strohalm van de loser is dat hij tenminste de harde waarheid doorziet achter de schijn, een schijn die niet meer kan verwarmen, ook al is ze nooit helemaal illusie. Falen hoort bij het leven; dit zo waardig mogelijk doen is moeilijk, maar het voorkomt wel dat we nog een keer en dus dubbel falen.