De smalle marges van de vrijheid
De vrije wil ligt onder vuur. Hersenonderzoekers menen dat beslissingen onbewust tot stand komen en dat de vrije wil uit niet veel meer bestaat dan rationalisaties achteraf. Het bewustzijn zou niet meer dan een soort kwebbelbox zijn die buiten onze wil om gemaakte oordelen en keuzes voor het door dat zelfde bewustzijn gecreërde ik begrijpelijk maakt. Toch valt de ervaring van vrijheid niet te ontkennen.
De sensatie van vrijheid zal voor veel mensen het meest duidelijk zijn op vakantie-als niets hoeft. Op vakantie zijn er niet alleen geen verplichtingen van buiten; het echte vakantiegevoel ontstaat pas als we ook minder van onszelf verwachten. Te veel negatieve vrijheid als afwezigheid van innerlijke drang vormt echter een risico: lethargie, zinloosheid, verveling en plat hedonisme liggen op de loer. Dergelijke ervaringen kunnen ertoe leiden dat het gevoel ontstaat het eigen leven niet in de hand te hebben, paradoxaal een gevoel van onvrijheid dus. Het is daarbij goed om te realiseren dat deze gevolgen veel eerder optreden in onze complexe, met prikkels doortrokken prestatiemaatschappij dan in bijvoorbeeld eenvoudige bedoeïengemeenschappen waar de bewoners veel vrijheid hebben, maar zich (althans volgens mijn gidsen op vakantie) nooit vervelen. Juist in samenlevingen met veel opties is de kans op verveling groter omdat de wil door het overaanbod ongericht dreigt te worden of men een blasé-mentaliteit ontwikkelt.
Bedoeïnen zijn in staat het hoofd te bieden aan de golven van de zee van vrijheid waarin ze zich bevinden. Zo vertelde mijn gids dat hij een groep bedoeïnen een keer naar de stad had meegenomen; ze waren blij toen ze weer terug waren in hun sobere tenten. De westerse mens kan de vrijheid minder genieten, hij heeft meer tijd nodig en een andere mindset is nodig om te onthaasten. De last van de vrijheid kan als stressvol ervaren worden; het leven moet ingevuld, aangepakt, de drang tot ondernemen is te sterk. Door het aanbod van mogelijkheden is er de voortdurende ervaring in een tijdsklem te leven wat leidt tot de vrees ervaringen te missen. Het vermogen de wil te stillen is echter een voorwaarde om vrijheid te ervaren. Pas dan kan het lichte leven intreden waaraan de vrijheidservaring kan worden herkend. Dat wil overigens niet zeggen dat leven in vrijheid verstoken is van belastende emoties. Vrijheid is geen toestand waarin angst, boosheid of andere negatieve emoties afwezig zijn; het gaat erom dat dergelijke emoties geen schadelijke uitwerking hebben op ons handelen en onze toekomstige vrijheid niet verminderen. Ook in angst kunnen we vrij zijn als we die angst niet laten domineren.
We ervaren vrijheid wanneer we "in control" menen te zijn, wanneer we ons leven zo kunnen vormgeven als we willen en die dingen kunnen doen waar we ons gemotiveerd toe voelen. Als we met andere woorden autonoom zijn, wat letterlijk zelfwetgever betekent. Maar we zijn paradoxaal nog het meest vrij wanneer we zo opgaan in geliefde bezigheden dat we niet eens bewust zijn van die vrijheid. Wanneer we redelijk moeiteloos en in volle overgave doelgericht handelen en resultaat zich helder aftekent naarmate de activiteit vordert. Flow noemde een beroemd psycholoog dat.
Het is natuurlijk mogelijk dat we ten onrechte menen vrij te zijn als ons gedrag gestuurd wordt door illusies en we zonder het weten ten prooi vallen aan manipulatie (waarbij het nog de vraag is of manipulatie alleen door een persoon kan worden uitgeoefend, of ook door instituties). Idealiter zijn we pas vrij als we keuzes maken zonder enige vorm van dwang of beïnvloeding die buiten ons bewustzijn plaatsvindt. Maar dat zal altijd onhaalbaar zijn. Keuzes zijn gebaseerd op voorkeuren die noch geheel vrij gekozen, noch geheel transparant zijn en die bepaald worden door de interactie tussen omgevingsfactoren, ervaringen en het eigen genenpaspoort. Toch is het denk ik mogelijk om sommige keuzes als voortkomend uit een vrije wil te beschouwen. Mijn keuze om destijds algemene economie te bestuderen kan ik nog goed reconstrueren. Factoren als persoonlijke interesse, het type baanperspectief en dat ik er goed in was, zijn bepalend geweest. Ik kan ook wel beredeneren waarom ik niet voor andere studies gekozen heb. Misschien speelden er nog andere factoren een rol bij mijn beslissing die ik me niet bewust ben, maar ik meen dat mijn keuze begrijpelijk en weloverwogen (rationeel) is geweest. In die zin denk ik dat je het een vrije keuze kunt noemen. Een wil (en een daaruit volgende handeling) kan als vrij worden beschouwd wanneer we kunnen verklaren-aan onszelf en aan anderen- vanuit welke motieven en omstandigheden we tot die wil (en keuze) zijn gekomen. De vervolgvraag is wanneer zijn deze begrijpelijk. Daar kan in algemene zin niet veel meer over gezegd worden dan dat ze moeten passen bij de persoon die we zijn, congruent moeten zijn met andere (centrale) keuzes en voorkeuren. Misschien zien we alsnog dingen over het hoofd, misschien speelden er andere onbewuste redenen dat ik economie als studie koos, maar wanneer bewuste afwegingen een belangrijke rol hebben gespeeld, is de kans daarop kleiner en de vrijheid van de keuze groter. Er is dan ook echt sprake van een wil in plaats van een wens: een sterk gemotiveerde wens die andere wensen in de kracht van het realisatiestreven te boven gaat.
Uiteindelijk gaat het er niet om waar de eigen wil vandaan komt, maar dat het als de eigen wil beschouwd wordt, zo zou gesteld kunnen worden. Toch is dit te simpel omdat er sprake kan zijn van manipulatie of een verkeerde keuze. Er is in de filosofie wel beweerd dat vrijheid neerkomt op "willen wat je wilt", oftewel het hebben van een metawil en die volgen zodat neigingen die we hebben maar die niet in lijn zijn met het ideaal zelfbeeld ingetoomd worden. Iemand kan echter ook van zijn waarden of metawil vervreemd zijn. De procedure waarlangs een wil tot stand komt is van belang. Vrijheid is dan leven door zelfsturing. Maar wat bepaalt dat die metawil wel de juiste is? Het gaat erom het bewustzijn te vergroten; alleen op die wijze wordt de persoonlijke vrijheid verruimd.
Wanneer we ons bewuster worden van onze aanleg, karakterstructuur en omgeving overzien we onze opties beter en wordt de kans groter dat we een leven kunnen vormgeven dat meer voldoening biedt omdat het beter past bij wie we zijn. Beperkende denkbeelden die het persoonlijk geluk en een meer harmonieuze verhouding tot de wereld in de weg staan, worden zichtbaar en verliezen zo hun vatbaarheid. Keuzes worden zo beter en de kans dat we later een beslissende keuze betreuren wordt kleiner. De Canadese filosoof Charles Taylor wees in dit verband op het belang van wat hij sterke evaluaties noemt. Het gaat erom helder voor ogen te houden welke waarden en normen we van belang vinden omdat anders zinloosheid en een verkeerde richting ons leven dreigen over te nemen. Weten wat echt van waarde is, betekent ook dat beter onderscheid gemaakt kan worden. Onthechting van minder belangrijke zaken wordt mogelijk, wat de onafhankelijkheid en persoonlijke vrijheid vergroot. Wie weet wat echt van belang is in zijn leven, vindt een zekere rust en komt niet alleen dichter tot zichzelf, maar ook tot anderen waartegenover een meer onbevangen houding mogelijk wordt.
Bij dit alles dient de mens zich af te vragen hoe hij zich verhoudt tot de morele betekenishorizon(nen) waarmee hij geconfronteerd wordt. We kunnen niet zomaar zelf bepalen wat waardevol is. Dat is (ook voor onszelf) betekenisloos. Het gaat om de vraag wat voor mens je wilt zijn, in relatie tot de ander (zie verder) en de normen en waarden van de culturele context(en) waarin je je beweegt. Vrijheid is volgens Taylor dan ook nauw verbonden met identiteit en zingeving.
Waar Taylor nog sterk hangt aan de traditionele christelijk-humanistische wortels van de moderne cultuur, vindt een eerdere denker als Nietzsche dat we best radicaal mogen breken met de bestaande morele kaders. Dat deed hij zelf ook door zich af te zetten tegen het zeker in de 19e eeuw nog dominante orthodoxe christendom. Beproef je waarden, zo riep hij op, maar verval niet tot nihilisme. Ook hij beval aan dat de mens een duidelijke morele hiërarchie voor zichzelf vaststelt. Maar geen moraal met allerlei regels en zonder geloof: " de vrije geest zegt elke zekerheid vaarwel". De moraal en de weg die we moeten gaan is vrij voor een ieder, zolang maar gezocht wordt naar het vitale, het levensbevorderende, dat wat sterker maakt. De vrije mens vervalt niet in ressentiment, slachtofferschap en rancune, maar omarmt het leven zoals het is en probeert ondanks tegenslag verder te gaan en sterker te worden. Hoe dan ook is het van belang eerst helder te hebben welke waarden in welke verhoudingen bepalend voor het eigen leven zijn. Dit voorkomt dat we verkeerde doelen nastreven, zoals de man die vele jaren als doel heeft gehad om directeur te worden en er na al die tijd achterkwam dat hij omwille van dat doel wat echt van belang is, zijn gezin en vrienden, verwaarloosd heeft en daar de wrange vruchten van moest plukken.
Nadat de morele bronnen waarmee we verbonden zijn gearticuleerd zijn en de eigen opvattingen daarbij onderbouwd, is de vraag aan de orde wat we moeten aanvangen met de vrijheid. Wat moeten we willen? De filosoof Peter Bieri die vooral bekend is geworden onder het pseudoniem Pascal Mercier onder welke naam de prachtige bestseller Nachttrein naar Lissabon verscheen, meent dat de verbeelding daarbij een cruciale rol speelt. De verbeelding helpt bij het nemen van beslissingen over wat we willen. Door een voorstelling te maken van hoe het ons zal vergaan in verschillende scenario's, kan voorkomen worden dat we spijt krijgen van beslissingen. Cruciale voorwaarde daarbij is wel dat we beschikken over een behoorlijke mate van zelfkennis. Persoonlijke vrijheid vindt immers niet alleen haar grenzen in externe condities, maar ook in de binnenwereld, waarbij talent een beperkende factor is. Daarnaast is het natuurlijk van belang dat afwegingen niet verstoord worden door cognitieve beperkingen zoals (zelf)illusies, verkeerde opvattingen en daaruit voortkomende emoties en gevoelens. Innerlijke vrijheid wordt ook niet in het minst beperkt door irrationele angsten, dwanggedachten en psychische beschadigingen. Wat we willen is niet onafhankelijk van hoe we over onszelf en de wereld denken. Vanuit vrijheid kiezen betekent eerst door alle valse belemmeringen heendringen en deze dus onderscheiden van werkelijke belemmeringen, zodat de smalle marges van een vrijheidsruimte zich aftekenen waarachter een min of meer open toekomst ligt.
vrijheid en de ander
Het is al even aan de orde gekomen, maar vrijheid is altijd vrijheid in relatie tot de wereld, meer in het bijzonder tot anderen. Sartre schreef in dat verband de beroemde woorden "De hel, dat is de ander". Volgens hem beperkt de ander ons in onze vrijheid wanneer hij ons tot een ding reduceert ter dienst staand van diens welzijn. Dit is een nogal beperkte opvatting; de ander kan ons ook helpen vrijer te worden door richting aan te geven, ons dichter bij onszelf te brengen, geborgenheid te bieden (wat ook een vorm van bevrijding kan zijn, hoewel ze ook kan verzwakken). Maar Sartres boodschap dat we ervoor moeten hoeden ons te veel op de ander te richten omdat we zo onszelf verliezen, blijft waardevol. Voor Sartre is het leven een project (etre-pour-soi). De mens wordt in de wereld geworpen en is veroordeeld tot vrijheid zoals het in de existentiefilosofie heet. We moeten er voor waken, zegt Sartre, om onszelf als ding te zien door ons te vereenzelvigen met een bepaalde essentie of rol, om onszelf tentoon te stellen, een imago te cultiveren, reacties uit te lokken. Vrij zijn is voor Sartre net als voor Taylor authentiek zijn. Niet vanuit de ogen van de ander leven, dat is immers afhankelijk, niet vrij zijn. Evenmin moeten we de zin van ons leven ontlenen aan identificatie met een ander, een groep of een leer. Ook dan gaat essentie vooraf aan existentie en is er een vlucht uit de vrijheid. Het gaat erom niet te verstenen tot een essentie, maar alleen bezig te zijn met je project, het hier en nu, met wat je vindt dat je moet doen gegeven je situatie. Wat je essentie, je verhaal van je leven is, dat tekent zich dan vanzelf wel af. Je pad dat je moet volgen, uit overtuiging ook al is het soms zwaar, dat is vrijheid. Overbodig om op te merken dat Sartres boodschap in de moderne celebritycultuur zeer actueel is. Hoeveel mensen poseren niet op Facebook of andere social media, hoeveel narcisme en aandachttrekkerij is er niet in onze samenleving. Wat een verschil met de middeleeuwen toen het nog gewoon was dat je als kunstenaar anoniem was. Vroeger was je beroemd omdat je ergens uitzonderlijk goed in was, nu ben je pas goed als je beroemd bent.
In het verlengde van Sartre ging de schrijver Robert Musil nog verder door te stellen dat eigenschappen de persoonlijkheid uithollen. Zijn beroemdste romanpersonage Ulrich noemt als belangrijkste menselijke eigenschap de ziel: "het is een kokende kern van mogelijkheden die zich tot de eigenschappen verhouden als liefde tot het huwelijk of als geloof tot een kerkgenootschap. Deze ziel vormt de kern waarin zich onze eigenheid verschanst." Ulrich streeft ernaar te voorkomen dat zijn unieke, vrije ziel opgaat in maatschappelijke rollen die zijn mogelijkheden verstarren en verkiest hierom een houding van pure beschouwelijkheid waarin het werkelijke leven verruild wordt voor een leven van contemplatie. Ulrich heeft een punt dat het moeilijker is een open, kritische houding te bewaren als we opgaan in maatschappelijke vormen; groepsdenken en daarmee ondermijning van de autonomie dreigen. Het zal echter weinigen gegeven zijn om (als dat al gewenst wordt) zo'n grote afstand tot het maatschappelijk leven in te nemen. Er valt nog veel meer te zeggen over de verhouding tussen vrijheid en de ander, maar duidelijk is dat er een zekere spanning tussen beide bestaat. Een zekere distantie is dan ook vaak geboden om te voorkomen dat manipulatie en machtstechnieken, bewust dan wel onbewust, in werking treden die de persoonlijke vrijheid ondermijnen. Helaas is de onvrijheid van de ander voor velen voorwaarde voor de eigen, egocentrische vrijheidsdrang.
En dat niet alleen. Vrijheid leidt ook tot ongelijkheid. Op de vrije markt van goederen en diensten ontstaan grote verschillen in inkomen en vermogen; op de vrije relatiemarkt hebben sommigen een fantastisch seksleven, terwijl anderen bedrogen worden en alleen achterblijven, zo toont Michel Houellebecq in zijn boeken. De vrijheid van de een breekt zonder regels niet alleen die van de ander af; ze vergroot ook verschillen en afstanden tussen mensen. Nu kan beweerd worden dat Houellebecq overdrijft, maar de kern van zijn kritiek staat. Individuele vrijheid, het hoogste goed van de moderne tijd, heeft morele begrenzing nodig, zowel in de vorm van herverdelende instituties als in de vorm van een ethiek van verbondenheid, zoals bijvoorbeeld in het boeddhisme, waarbij rekening gehouden wordt met de gevolgen van het persoonlijk handelen.
Tot slot
Onze wil is dan wel niet vrij in de strikte zin, we zijn nog altijd in staat tot reflectie erop. Het bewuste denken kan zo de onbewuste automatismen in de totstandkoming van de wil beperken. Natuurlijk is de mate waarin we reflecteren ook iets dat buiten de bewuste wil bepaald wordt. De ene persoon is meer een denker dan de ander en heeft dus minder gelegenheid om de onbewuste wilsvorming bij te sturen. Ik geloof dat we maar tot op zekere hoogte mensen kunnen verwijten dat ze onvoldoende hebben nagedacht over hun gedrag. De mate waarin we dat doen hangt af van karakter, intelligentie en de aanwezigheid van een stimulerende omgeving daartoe. De denkers onder ons hebben daarom ook een verantwoordelijkheid om het denken bij anderen te activeren zodat meer bezinning tot meer collectieve autonomie en dus meer democratie leidt.
Michel Foucault wees op het belang van gezamenlijke leerprocessen, vrijheidspraktijken noemde hij het, waarin mensen op elkaar betrokken zijn, maar elkaar ook uitdagen en aftasten (zo'n vrijheidspraktijk kan overigens ook gestalte krijgen in een goede vriendschap). Vrijheid is een sociaal gebeuren en gaat over hoe je met anderen in het leven staat en gezamenlijk overheersing, machteloosheid, narcisme en rancune, de vijanden van de vrijheid, buiten de deur houdt. Om de ruimte van inzicht en bewustzijn te vergroten en zo ook de persoonlijke vrijheid zijn dergelijke praktijken heel waardevol. Maar minstens even belangrijk is kritisch zelfonderzoek. Dat kan door te schrijven, zoals Michel de Montaigne deed met zijn essays (of kladjes en stoofpot zoals hij ze noemde), als "persoonlijke proeven om zich te verhelderen". Of door het aanleggen van een dagboek of egodocument. Maar het kan ook door lezen. In romans kunnen we door fictieve gebeurtenissen de ogen geopend worden over dingen die van persoonlijk belang zijn maar tot zover verborgen bleven voor het bewustzijn. Een goede roman kan tot denken aanzetten of door een vergelijking waarheden over onszelf ontsluiten. Wat wel het meest wezenlijke aan vrijheid is, is haar openheid. Onze wil kan in hoge mate vrij zijn, maar dat betekent niet dat het niet goed is om deze later nog eens te herijken. Vrij zijn betekent ook mogelijkheden openhouden, blijven onderzoeken. In de woorden van Foucault gaat het erom het leven tot een levend kunstwerk te maken.
15-5-2011
bron:
Joep Dohmen en Maarten van Buuren (2011). De prijs van vrijheid. Denkers en schrijvers over moderne levenskunst.