De AOW: hoe nu verder
Nu de sociale partners, zoals het er eigenlijk van het begin af aan al naar uitzag, niet zijn uitgekomen, is het kabinet aan zet. Dat wordt dus verhoging van de AOW-leeftijd. De PvdA houdt zich nog op de vlakte, maar het lijkt moeilijk voorstelbaar dat Bos deze bezuinigingspost aan zich voorbij laat gaan. Er wordt nu naarstig gezocht naar manieren om de verhoging wat socialer te maken. Economen en politici hebben de afgelopen maanden in vele artikelen hun licht over de kwestie laten schijnen. Kan er iets gezegd worden over wat het beste plan was? Laten we aannemen dat de centrale beoordelingscriteria de financiële opbrengsten, solidariteit en uitvoerbaarheid zijn. Ongedifferentieerd doorvoeren van de leeftijdsverhoging is in ieder geval niet solidair met lager opgeleiden die langer werken dan hoger opgeleiden, soms wel 50 jaar, en bovendien vaak nog in zware beroepen met weinig autonomie. Lager opgeleiden en handarbeiders verdienen bovendien al relatief weinig en hebben meer dan gemiddeld gezondheidsklachten. Hun levensverwachting ligt op 65 jarige leeftijd aanmerkelijk lager dan voor andere groepen. Door verhoging van de AOW-leeftijd neemt het aantal kwalitatieve levensjaren voor deze groep aanmerkelijk af. Een scepticus kan zeggen: ja, maar die groep leeft ook ongezonder. Dat klopt. Maar dat is maar ten dele te wijten aan persoonlijke verantwoordelijkheid. Ten eerste omdat de voorlichting over gezonde voeding twintig, dertig jaar geleden nog niet bepaald fantastisch was, ten tweede worden ongezonde levensstijlen ook sociaal aangeleerd en ten derde is bij deze groepen sprake van wat je troostconsumptie zou kunnen noemen. Dit ter compensatie van relatief vaker voorkomende klachten en bij gebrek aan aanleg voor de "hogere genietingen des levens".
Of de door het kabinet bepleite verhoging wel de gewenste 4 miljard euro oplevert, is daarbij nog maar de vraag. Hoogleraar economie Harry Verbon heeft daar met goede redenen echter een hard hoofd in en komt zelfs uit op ongeveer een kwart, van het gewenste bedrag onder meer omdat het kabinet uitgaat van nogal positieve veronderstellingen over de groei van de arbeidsparticipatie onder ouderen en dus een lage weglek naar uitkeringsland.
Diverse voorstellen zijn gedaan om de AOW te hervormen op een meer sociale wijze. Het belangrijkste voorstel is het uitsluiten van personen met zware beroepen. Het is niet verwonderlijk dat het kabinet zich aan die afbakening niet wenst te branden. Daarbij komt nog de vraag hoe lang iemand dan (alleen fysiek?) zware arbeid verricht moet hebben. En dat is niet tot heel ver terug bekend. Een uitzondering voor laag opgeleiden dan? Het zijn immers de lager opgeleiden die langer werken in banen met dikwijls een hogere fysieke belasting. Maar dan loop je (vermoed ik) stuk op het criterium uitvoerbaarheid. Mensen verzwijgen diplomas en het is ondoenlijk om na te gaan of iemand eigenlijk niet meer dan 30 jaar geleden toch ergens nog een hogere opleiding heeft voltooid. Kan dat wel, dan zou dit een serieuze variant zijn die ik niet eerder heb gehoord. Groen Links kwam, en niet als enige, met het idee om de AOW-leeftijd afhankelijk te maken van het arbeidsverleden. Iedereen die 40 jaar heeft gewerkt, mag stoppen. Solidair met de lager opgeleiden en (terecht) minder solidair met de gezonde hoger opgeleide, die best wat langer op kantoor kan zitten. Maar helaas, onuitvoerbaar bij gebrek aan gegevens. Daarom moest Groen Links de gewenste maatregel wel in laten gaan voor alleen nieuwe gevallen. Daardoor wordt de structurele besparing pas over 80(!) jaar bereikt, berekende het Centraal Plan Bureau. Immers, voor iedereen die nu 16 of jonger is verandert er helemaal niets ten opzichte van de huidige situatie. Bovendien: ook als je werkzoekende bent/was, telt dit mee voor Groen Links. Dat loopt ook in de kosten. En als je deze maatregel al met terugwerkende kracht in kon voeren, is dat nogal oneerlijk tegenover niet-werkende partners die dachten dat ze AOW opbouwden.
De AOW is in de jaren 50 ingevoerd om te zorgen voor een oudedagvoorziening voor in eerste instantie armlastige huishoudens (in die tijd kreeg alleen de werkende partner nog AOW). Vanuit die gedachte zou je kunnen zeggen dat huishoudens met lage inkomens (bijvoorbeeld te meten aan de hand van betaalde premies/belastingen over een bepaalde periode) eerder AOW krijgen. De hogere inkomens hebben de AOW minder hard nodig met hun hoge aanvullende pensioenen en kunnen wat langer wachten. Lagere inkomens (die vaak minder aantrekkelijk werk hebben) krijgen dan met 65 AOW, maar kunnen nog wel met enige verrekening doorwerken zodat ze er beter van worden. Wel solidair, maar toch niet gewenst, omdat het een prikkel zet op weinig verdienen. Om die prikkel sterk te dempen, kan gedacht worden aan een jareneis wat werk en inkomen betreft over een voldoende lange periode. Maar qua uitvoering is deze optie dan minder dan second best. Voor inkomenspolitiek zijn betere instrumenten (zoals meer gerichte belastingtoelagen en kortingen). Een andere (niet gehoorde) optie is een medische keuring. Wie niet meer voldoende gezond is, kan op zijn 65e de AOW in en anders op zijn 67e. Zo kan rekening worden gehouden met mensen met zware beroepen; als het echt zwaar is zou je dat moeten merken in de vorm van slijtage, hoge bloeddruk of andere klachten. De keuring moet dan wel voldoende objectiveerbaar zijn en niet te laag drempelig, want anders wordt het qua uitvoering weer een nieuw duur monstrum. De regering gaat ervan uit dat iedereen tot 67 werkt. Als je zelf meent dat je niet echt meer gezond bent, kun je je op eigen kosten laten keuren voor vervroegde AOW en wel minimaal twee keer over een langere periode om toevalstreffers tegen te gaan. Een idee dat uitwerking verdient wat mij betreft. Het Duitse systeem waar Vrij Nederland naar verwijst, heeft ook wel wat. Iedereen die een X aantal jaren premie heeft betaald (daar 45 jaar), krijgt zijn oudedagvoorziening. Als dat in Nederland ook uitvoerbaar is (dat lijkt me wel), lijkt me dit een solidaire, financieel voldoende en uitvoerbare variant. Vreemd dat ik er nergens over gelezen heb. Zit je nog wel met de niet-werkende partners die geen AOW krijgen terwijl dat wel in het vooruitzicht is gesteld. Daar moet een goede overgangsregeling voor komen. Helaas ken ik de precieze invulling van het plan van de vakbonden niet (niet te vinden op de site van FNV), maar het komt neer op flexibilisering, waarbij niemand ontzien wordt. Op 65 jarige leeftijd kan je nog steeds AOW krijgen, maar dan wel minder dan nu. Ondanks dat er nu dan een weg is ingeslagen, liggen er nog vele vertakkingen voor. Wat ik in ieder geval hoop, is dat de weinig toeschietelijke werkgevers én het kabinet flink achter de broek aan worden gezeten om de positieve verwachtingen over de arbeidsparticipatie waar te maken. Want een groeiende arbeidsparticipatie van ouderen gaat niet vanzelf. Zeer curieus in dat licht bezien dat het kabinet nu juist inzet op jongere werklozen.
4-10-2009