confucianisme

In tegenstelling tot het boeddhisme en het taoïsme heeft het confucianisme, de derde grote religie in Zuid-Oost Azië, nauwelijks navolging gekregen in het westen. Dat is ten onrechte, want deze meer dan 2500 jaar oude traditie heeft veel te bieden. De grondlegger van het confucianisme staat bekend als Confucius, maar heette eigenlijk Kong Qiu en werd geboren in 552 of 551 voor Christus in de centrale Chinese staat Lu. Volgens de overlevering was zijn familie van verarmde adel. Het was Confucius ideaal de politiek van zijn tijd te hervormen, maar daarin had hij nauwelijks succes. Hoewel hij volgelingen had, werd zijn invloed pas groot na zijn dood. Zijn redevoeringen en uitspraken zijn terug te vinden in de Analecten (complete vertaling) die na zijn dood tot stand kwam.

het ideaal van zelfcultivering

Het feit dat het individu deel uitmaakt van grotere verbanden zoals familie en maatschappij staat centraal binnen het confucianisme. Van begin af benadrukken de confucianisten het belang van de opgave om zich op goede wijze te verhouden tot de sociale kringen waar men toe behoort. Medemenselijkheid (ren) is daarbij een essentieel begrip. " Wat je zelf niet wilt, leg dat niet aan anderen op" luidt Confucius morele stelregel. Toch vormt het individu voor Confucius het uitgangspunt. Ieder mens heeft volgens hem de morele plicht zichzelf te cultiveren en te vervolmaken door zijn vermogens te ontwikkelen en zo een beter mens te worden. Als ideaalbeeld had Confucius daarbij de edele (junzi) voor ogen. De edele is het onderwerp van vele gesprekken in de Analecten, waarbij deze dikwijls vergeleken wordt met de kleine mens:

De meester zei: "De edele is gericht op plichtsbetrachting; de kleine mens is gericht op voordeel"

De meester zei: " de edele zoekt het in zichzelf, de kleine mens zoekt het in anderen"

De meester zei: " de edele lijdt onder zijn gebrek aan capaciteiten, niet onder het feit dat ze door anderen niet worden erkend"

De junzi is vrij van zorgen, angsten en besluiteloosheid. Dit laatste moet niet begrepen worden als dat twijfelen een ondeugd is. De mens die een groot hart heeft en tolerant en genereus van aanleg, is in staat kleine dingen te negeren en zich niet snel druk te maken. Op deze manier is het mogelijk om onderscheidende wijsheid te bereiken. Hij weet wat werkelijk van belang is en welke keuzes hij moet maken. Hij maakt zich niet druk om status en bezit. Niet alleen omdat deze voor rusteloosheid in de geest zorgen, maar ook het gevaar van een gebrek aan moed tot zich meebrengen. Het ideaal van de junzi vereist een " morele sprong", een radicale keuze. In de woorden van 's werelds voornaamste hedendaagse confucianist Tu Weiming:

" it is a fundamental choice that requires an ultimate commitment, it is a qualitative change that affects the entire dimension of one's being; and it is an unceasing process that demands constant reaffirmation" (cit. in Neville, 2000: 86). Dat dit ideaal moeilijk te realiseren is, blijkt wel uit het feit dat Confucius die staat van verhevenheid zelf ook nooit bereikt had, zo gaf hijzelf toe (Confucius leek sowieso een bescheiden mens. Zo plaatste hij een van zijn leerlingen boven hem en verkondigde hij bij herhaling dat hij geen vernieuwer was; wat hij hoopte was een goed voorbeeld te zijn). Een goed persoon zijn, met een hart en geest in perfect evenwicht, is een noodzakelijke voorwaarde om een junzi te zijn, maar het is niet genoeg. Voor Confucius moet de junzi ook nobel zijn, gericht op de wereld en hij moet beschikken over sterke drijfveren en energie.

medemenselijkheid (ren)

Vanuit zelfcultivering zal de houding ten opzichte van anderen ook zuiverder worden, meende Confucius. Welwillendheid is hierbij een centrale deugd. Hij benadrukte dat we de ander nooit uit het zicht moeten verliezen. Als we bezig zijn verder te komen, dienen we er bijvoorbeeld ook op gericht te zijn de ander verder te helpen. Het is goed om ook tolerantie te betrachten en dit niet alleen om de ander de ruimte te laten. Door tolerant te zijn, geef je jezelf ook meer vrijheid. De junzi is er niet op gericht de ander te bekritiseren, maar hij streeft er wel naar een lichtend voorbeeld te zijn.

De junzi verkeert onder de mensen, maar niet in klieks, zoals de kleine mens die liever blijft klagen en roddelen binnen de eigen groep en niet wil deelnemen in een groter collectief. De edele mens verkeert in meerdere gezelschappen, maar blijft altijd authentiek en onbevangen van geest. Confucius zelf zei dat hij wil dat men zelf blijft denken, hij zag zichzelf zeker niet als goeroe: " als men van anderen leert, maar niet zelf nadenkt, dan wordt men bewilderd". Vriendschap is een belangrijk thema voor Confucius; hij heeft er mooie dingen over gezegd. Maar ook waarschuwt hij voor verkeerde vriendschappen, waarbij sprake is van vleierij en onoprechtheid, twee gezichten en gladde praatjes. Van praatzieke mensen moest Confucius duidelijk niets hebben: " problemen komen van de mond", schijnt hij gezegd te hebben. De mens moet verre blijven van geroddel en overhaaste oordelen. In plaats van te oordelen over anderen, zouden we ons eigen gedrag tegen het daglicht moeten houden en in plaats van snel te veroordelen, past bedachtzaamheid. Bovendien moeten we waken voor verbale verleiders die doen alsof ze ergens verstand van hebben. Het belang dat Confucius hecht aan goede communicatie is zeker niet misplaatst in deze tijd van (digitale) verbale agressie. Goede communicatie is weten wanneer je moet zwijgen en anderen ruimte geven; het is tactvol zijn en de gesprekspartner " kunnen lezen".

Ren ligt aan de basis van de sociale orde die niet alleen geconstitueerd wordt door morele regels. In de sociale omgang is ook inlevingsvermogen nodig. In aanvulling daarop wijst het confucianisme tevens op het belang van ritueel gedrag, wat beschouwd kan worden als haar meest originele leerstuk. Goede wil en inlevingsvermogen schieten vaak tekort; in dat geval is het goed als kan worden teruggevallen op morele gewoonten die dieper geworteld zijn. Ritueel gedrag kan echter geen substituut zijn voor de oprechtheid van het hart of voor morele redeneringen, maar ze is wel een belangrijke aanvulling, benadrukken confucianisten.

het belang van ceremonie en ritueel (li)

Ceremonieel of ritueel gedrag (li) is van groot belang binnen het confucianisme. Het gaat niet alleen om innerlijke groei, maar ook om het op de juiste wijze tot uitdrukking brengen van het innerlijke. De mens heeft van wat de confucianisten de Hemel noemen (niet op te vatten in christelijke zin) de aanleg gekregen om op een juiste manier te reageren op wat zich voordoet in de wereld. De op een na belangrijkste confucianist Mencius (geboren 371 v. Chr.) heeft dit op beroemde wijze geïllustreerd door te wijzen op de volgens hem universele reactie op een kind dat in een put dreigt te vallen. Maar deze natuurlijke aanleg (zhong) kan zich heel verschillend manifesteren, afhankelijk van de unieke situatie die zich aandient. De mens is echter geneigd af te dwalen van zijn zhong en zijn reacties op de wereld zijn dan ook vaak niet gepast. Daarom is cultivering nodig. Zoals het in een van de confucianistische klassiekers, De doctrine van het midden, staat: " Wat de Hemel (T' ien, de Natuur) aan de mens schenkt wordt de menselijke natuur genoemd. Onze natuur volgen wordt de Weg genoemd (Tao). Het cultiveren van de Weg wordt educatie genoemd". Hier wordt een belangrijk verschil met het taoïsme duidelijk. Waar het confucianisme veel belang hecht aan cultivering en het aanleren van sociale codes, menen taoïsten juist dat dit in hun ogen artificiële cultiveringsproces de mens alleen maar verwijderd van zijn natuurlijke goedheid.

Bij de door het confucianisme aanbevolen educatie (door leraren, mogelijk ook ouders en kritisch zelfonderzoek) gaat het niet alleen om het verbeteren van onze cognitieve en fysieke vaardigheden, maar vooral om het ontwikkelen van een juiste manier van beantwoorden aan de wereld. Dit veronderstelt weer dat we in staat zijn om de waarde van dingen te onderkennen en op bijbehorende wijze te acteren. Het zelf wordt bepaald door de relatie tussen de universele zhong en de structuren in de persoon die de verbinding met de objectieve wereld medieert. Het gaat erom die relatie te perfectioneren, dat is een helderheid van zicht te ontwikkelen zodanig dat de ware, gecompliceerde aard en waarde van de dingen overgebracht wordt naar het hart en de zhong bereikt, waarna een estethische en moreel juiste reactie in een actie tot uitdrukking komt.

Dergelijk ritueel gedrag is erop gericht de juiste relatie tussen het subject en de wereld tot uitdrukking te brengen. Confucius liet zien dat veel van wat waardevol is in het mensenleven-vriendschap, samenwerking, het gezinsleven-bestaat door de uitoefening van symbolische handelingen. Vriendschap bijvoorbeeld, wordt niet beschreven of betekent niet vriendschappelijk gedrag, maar bestaat daarin. De sociale codes die binnen het confucianisme zo belangrijk zijn, zijn meer dan etikette en goede manieren alleen. Ze zijn bepalend voor de mogelijkheid van een beschaafde cultuur:

" The Confucian problem with barbarians was not that they had the wrong culture but that they hardly had culture at all, and that the reason was that they had no or inadequate behaviors of ritual propriety by means of which to embody the higher excellences of civilization." (Neville:10)

Zonder conventionele, sociaal ingebedde codes is het niet goed mogelijk om behoeften tot uitdrukking te brengen. Tenzij er tekenen zijn voor vriendschap, de familie, goed bestuur enzovoorts, is het niet mogelijk om vriendschap, familie of goed bestuur te hebben. Om met elkaar in contact te kunnen treden moeten er sociale codes zijn die dit mogelijk maken. Zonder goede contacten is sociale harmonie ook niet mogelijk. Harmonie ontstaat door de uitoefening van rituelen op de juiste wijze en door de juiste mensen. Door codes, vooral door een eloquente en genuanceerde taal, wordt de speciale harmonie gerealiseerd die diep contact en coördinatie mogelijk maken. Behalve dat ritueel gedrag tot een zekere ordening en harmonie leidt, hebben rituelen nog meer functies: ze zorgen voor verbondenheid en bieden de mogelijkheid, zeker als het gaat om spirituele rituelen, om uitdrukking te geven aan dankbaarheid. Veel mensen zullen ervaren hebben dat dergelijke rituelen ook bijdragen aan innerlijke rust. Daarnaast geldt: goed gedrag doet volgen. Er is binnen het confucianisme een sterk geloof dat het juiste morele voorbeeld stellen tot navolging zal leiden, omdat de mens hierin zijn eigen natuurlijke goedheid weer herkent en daarmee in contact raakt. Vandaar het belang dat wordt toegekend aan goede leraren, maar ook leiders, die niet zozeer inspireren door wat ze zeggen, maar door wat ze doen.

Bovendien bieden rituelen ook houvast en bescherming tegen excessen, juist doordat via het ritueel het individu afstand neemt van zijn egocentrische verlangens en zich bewust wordt dat hij deel uitmaakt van een groter geheel. Er worden via het ritueel grenzen gesteld aan de vrije expressie voor zover die ten nadele zijn van de belangen van anderen. De mens dient altijd indachtig te houden dat hij afhankelijk is van grotere gehelen en dat daarbinnen ook anderen hun recht op het nastreven van geluk hebben. Vrije expressie die tot wanorde leidt dient te worden afgekeurd. Het hoeft hierbij overigens niet alleen sociale wanorde te betreffen. Ook mentale wanorde (gebrek aan gemoedsrust) dient voorkomen te worden. Zo waren veel confucianisten afkerig van opzwepende muziek. Xunzi, de derde belangrijke confucianist, hanteerde een ethiek van het juiste midden die aan Aristoteles' ethiek doet denken:

" Dit is de manier om je temperament te reguleren en je geest te voeden: als je temperament stug en krachtig is, temper het dan met harmonie. Als je inzicht te diep reikt, verenig het dan met milde goedheid. Als je moed en fierheid te extreme vormen aannemen, corrigeer ze dan door de juiste weg te volgen" (cit. uit vd Leeuw: 101).

Xunzi wijst erop dat mentale ontsporing ontstaat door gehechtheid aan uitersten, of door een te eenzijdige manier van leven die niet de rijkdom van de rites kent. Het belang van gematigdheid komt bijvoorbeeld ook tot uitdrukking in de waarschuwing van Confucius dat we uit respect afstand moeten bewaren en dienen te weten waar de grens tussen intimiteit en vervreemding ligt. Goede ouders weten wanneer ze hun kinderen vrij moeten laten. Overbezorgdheid zorgt juist voor kinderen die zich gaan afzetten. In de liefde is de mens geneigd de ander te manipuleren en te sturen; ook dat dient voorkomen te worden, opdat de liefde vrij blijft. Een vriend die persoonlijke problemen heeft moeten we niet te snel van allerlei ongevraagde adviezen voorzien, want dat kan als pijnlijk ervaren worden. Vrienden die heel close zijn, botsen ook vaker. Zoals ook in andere religies gematigheid een deugd is, zo geldt dat dus ook voor het confucianisme. Gematigdheid is niet alleen in het belang van sociale relaties; ze dient ook ter voorkoming van verspilling van onze mentale energie. Confucius benadrukte dat we onze gevoelens en talenten moeten bewaren voor de juiste mensen en de momenten waar ze nodig zijn. Dat kunnen mensen die zich verliezen in leeg bel, sms en Twittergeweld zich ter harte nemen.

dwalingen

Ritueel gedrag alleen is nog geen goed gedrag; het gaat om het samenkomen van de principes van li en ren. Zonder humaniteit verwordt ritueel gedrag tot pompeuze ridiculiteit of moreel laakbaar handelen. De rituele handelingen dienen ertoe de medemenselijkheid te bevorderen. Ze mogen ook niet strijdig zijn met de menselijke natuur en dienen daar uitdrukking aan te geven. Een ander gevaar voor de samenleving is egoïsme. Dit is de kern van het menselijk kwaad in de confucianistische benadering. Het is vooral egoïsme dat zorgt voor de verduistering van het goede in de mens. Zelfzucht blokkeert een adequate reactie volgens de waarde van de dingen en maakt deze in plaats daarvan ondergeschikt aan de waarde van persoonlijk voordeel. Zoals de confucianist Wang Yangming schreef:

"As soon as it is obscured by selfish desires, even the mind of the great man will be divided and narrow like that of the small man. Thus the learning of the great man consists entirely in getting rid of the obscuration of selfish desires in order by his own efforts to make manifest his clear character, so as to restore the condition of forming one body with Heaven, Earth, and the myriad things, a condition that is originally so, that is all." (cit. uit Neville: 180)

Er zijn verschillende opvattingen over wat egoïsme veroorzaakt als de mens toch het vermogen tot het goede heeft meegekregen van de Natuur. Mencius meende dat het veroorzaakt wordt door het aanleren van slechte gewoonten. Xunzi meende daarentegen dat het egoïsme de mens van nature is aangeboren. Hij meende in tegenstelling tot de meeste confucianisten dat de mens van nature tot het slechte geneigd is en zich van zijn Hemelse natuur verwijdert vanaf zijn geboorte. Alleen door externe morele vorming door verlichte leraren kan die morele regressie gestopt worden. Dit roept natuurlijk de vraag op hoe die leraren ondanks hun slechte natuur aan dit goede inzicht komen en waarom de mens die leringen zich laat welgevallen als dat strijdig is met zijn aanleg (Van der Leeuw, 2006: 90). Een overtuigend antwoord weet Xunxi niet te geven. Het lijkt er nog het meest op dat er wijze heersers zijn en dat het volk hun heerschappij laat welgevallen vanwege de voordelen van een ordelijke samenleving.

Het komt er dus op aan ons egoïsme te boven te komen en de juiste oriëntaties te hebben op hoe de wereld zich aandient. Die oriëntaties zijn zeer uiteenlopend en vaak niet onderling verenigbaar. De mens dient daarom ook te streven naar een goede balans tussen die oriëntaties, waarbij opnieuw een juiste waardering van de dingen van belang van belang is. Het leven is vol van voorvallen waar geen oriëntatie aan vooraf kan gaan en oriëntaties verschaffen niet altijd duidelijk richting voor actie. Neville (2000:189) komt zo tot de conclusie dat morele vorming binnen het confucianisme langs meerdere lijnen verloopt waarbij harmonie altijd het einddoel is:

" A persons's moral character needs to be analyzed in all three dimensions: regarding orientations, evolving poise structure; and specific perceptions, responses, projects and personal history (..) One's orientations ought to harmonize one's respones to the dimensions of reality to which one is oriented; a bad orientation misses or distorts what is important in its object. One's poise structure ought to harmonize one orientations with one another on ongoing balanced ways; one's degree of personal integrity is largely a function of how one's orientations are kept in poise through the round of life. Finally, one needs to harmonize one's particular responses and actions with the relevant norms for their specific outcomes. In all three cases, the obliging norm is harmony."

harmonie door inzicht

Om uiterlijke en innerlijke harmonie te bereiken, is zelfoverstijging van het zelf (het ego) noodzakelijk. Dit begint met het leren inzien van de relatieve waarde van de dingen. Daarvoor is onderzoek nodig:

"De vervolmaking van wijsheid is gelegen in het onderzoek der dingen. Nadat de dingen zijn onderzocht, wordt de kennis vervolmaakt. Nadat de kennis vervolmaakt is, wordt de wil rechtgemaakt. Nadat de wil rechtgemaakt is, wordt het hart gecorrigeerd. Nadat het hart gecorrigeerd is, wordt het zelf gecultiveerd. Nadat het zelf gecultiveerd is, wordt de familie gereguleerd. Nadat de familie gereguleerd is, wordt de regering van het land in orde gebracht. Nadat de regering van het land in orde is gebracht, zal de wereld in vrede zijn." (uit: de Daxue of Grote leer van Zengzi, cit. in vd Leeuw, p. 59)

Uit deze en vergelijkbare teksten blijkt dat het confucianisme een totaalbenadering is die bovendien veel positiever staat tegenover kennis dan andere tradities, hoewel Confucius en anderen benadrukt hebben dat geleerdheid en boekenwijsheid geen vereisten zijn om een junzi te worden. Het gaat vooral om een "aanvoelende kennis", ontstaan uit contemplatie, kritische beschouwing en ervaring. Maar ook uit meditatie. In de woorden van Xunzi: " Hoe krijgt een mens inzicht in de weg? Ik zeg: Door de geest. Hoe krijgt de geest inzicht? Ik zeg: Door leegte, eenheid en stilte." (cit. in vd Leeuw, p. 101).

bronnen:

-Yu Dan (2006). Confucius from the heart.

-Karel vd Leeuw (2006). Confucianisme

-Robert Cummings Neville (2000). Boston Confucianism. Portable tradition in the late-modern world.

In het tweede deel over confucianisme wordt ingegaan op de politieke leer, de metafysica en wordt afgesloten met een beschouwing over wat het confucianisme kan betekenen voor de laatmoderne, westerse wereld.