compassie
aard en betekenis
Binnen het boeddhisme is compassie een centraal streven. Compassie of medeleven betekent betrokkenheid bij het lijden van anderen. Onlosmakelijk hiermee verbonden is het verlangen om dit lijden te beëindigen, ook al is dit niet altijd mogelijk. Niet al het lijden is object van compassie, zoals kleine tegenslagen. Gevoelens van compassie hebben betrekking op lijden dat wezenlijk is voor het welzijn van de ander, op lijden waar pijn, verdriet, ontberingen en diepe onzekerheid aan ten grondslag liggen. Volgens Ekman (2008) kunnen we compassie beter niet als emotie zien. In tegenstelling tot emoties wordt onze visie op de realiteit er niet door vervormd of gefilterd. Integendeel; compassie maakt ons ontvankelijker voor de realiteit buiten het ego. Ook meent hij dat compassie in tegenstelling tot emoties in hoge mate aangeleerd moet worden. Bij beide onderscheidingen zijn kanttekeningen te plaatsten. Heftige gevoelens van compassie kunnen wel degelijk leiden tot een vertekend beeld van de werkelijkheid als men meegezogen wordt door het lijden van de ander. En mensen hebben een natuurlijke aanleg tot compassie. Niet alleen voor de eigen groep, maar ook voor vreemden die duidelijk lijden. Onder normale omstandigheden is er een bijna reflexmatig verlangen dat lijden te verlichten. Maar compassie voor alle gevoelige wezens, waaronder dieren, moet zeker aangeleerd worden.
Compassie is wat anders dan medelijden. Bij dat laatste onderscheidt men zichzelf als wezenlijk anders dan de ander die lijdt. Het lijden van die ander wordt als bepalend voor de ander beschouwd. We voelen ook eerder medelijden wanneer de ander het lijden (deels) zelf over zich heeft afgeroepen. Bij compassie wordt het lijden meer gezien als voortkomend uit een afwijking van de algemene voorwaarden van menselijke bloei. Bij compassie is sprake van een diepere beschouwing van het lijden, waarbij de ander niet op afstand wordt gezet. Compassie komt voort uit een besef van een gedeeld menszijn, het bevordert de ervaring van gelijkheid tussen mensen. De beroemde 18e eeuwse filosoof Rousseau schreef dat koningen die hardvochtig zijn jegens hun onderdanen, en rijke mensen die arme mensen verachten, ten onrechte denken dat ze anders en beter zijn: ze voelen zich verheven boven anderen en tonen daarom geen mededogen. Rousseau keurt deze houding af. Volgens hem moeten we inzien dat mensen gelijkwaardig zijn. Bij medelijden is dit besef van gelijkheid veel minder aanwezig. Daarnaast is medelijden minder activerend dan compassie, het ontlokt minder bereidheid tot helpen, waardoor medelijden in vergelijking met compassie een moreel inferieure mentale toestand is.
waarom is compassie van centrale waarde binnen het boeddhisme (en veel andere geestelijke stromingen)?
De sociale waarde van compassie is duidelijk. Een gemeenschap zonder compassie is een akelige gemeenschap waar het ieder voor zich is. Compassie ligt aan de basis van het sociaal en moreel cement van een samenleving. Compassie heeft een duidelijke evolutionaire reden. Leden die helpen zullen zelf ook niet geholpen waardoor ze lagere overlevingskansen hebben. Een gemeenschap zonder compassie is een zwakke gemeenschappen waarvan de leden evolutionair in het nadeel zijn. De georganiseerde solidariteit van de verzorgingsstaat zou gezien kunnen worden als voortkomend uit compassie. Maar niet alleen; ze is ook gebaseerd op welbegrepen eigenbelang en daar heeft compassie niets mee van doen. Bij compassie staat de ander centraal, het is een altruďstische mentale toestand. Het gaat er bij compassie om het zelf opzij te zetten om de ander te helpen, desnoods ten koste van het zelf. En bij hulp die geboden wordt, speelt de overweging dat de gever zelf ook ooit hulp nodig zou kunnen hebben, in het geheel niet. Toch is het zo dat wie geeft, meer kans heeft ook te ontvangen. Hoewel eigenbelang geen motief kan zijn bij compassie, treedt wederkerigheid vaak wel op. Compassie brengt zo voor de ontvanger dan ook een positief neveneffect op. Dit kan al gelegen zijn in een glimlach of een woord van dank. Maar nogmaals; de gever van compassie mag dit nooit verlangen.
Belangrijker voor de gever is dat compassie boven het ego uitstijgt. Door betrokken te zijn op de ander, ontstijgen we onze eigen egocentrische strevingen die vaak geen duurzame voldoening geven. Helpen ontlast ons van de druk van het ego door het zelf te transcenderen. Door er voor anderen te zijn, betrokken te zijn op hun problemen, krijgt het eigen leven ook een diepere zin. Door er voor anderen te zijn, in plaats van ons af te vragen wat iets voor ons zelf oplevert, nemen we een wijzere houding aan die uiteindelijk meer voldoening geeft. Door meer compassie in het eigen leven toe te laten, wordt ook de eigen onverschilligheid bestreden die onze kijk op de wereld en andere mensen grauwer maakt. Die onverschilligheid is een reeël gevaar wanneer we teveel met onszelf bezig zijn. Zeker wanneer we zelf lijden, kan onverschilligheid de kop opsteken: "laat iedereen het maar uitzoeken", "ieder heeft zijn problemen", "lijden hoort er nu eenmaal bij", zijn dan gedachten die opkomen.
Compassie geeft ook een gevoel van verbondenheid met anderen, wat op zich al van belang is voor het persoonlijk geluksgevoel. Door het lijden van anderen te zien, leren we ook beter te beseffen dat we niet de enige zijn die lijden, wat verlichtend werkt. En als we er zelf beter aan toe zijn, brengt compassie een dankbaarheid met zich mee bij de gever. Dat deze voordelen voor de gevende partij niet alleen theoretisch zijn, blijkt uit veelvuldig onderzoek dat heeft uitgewezen dat daden van compassie het eigen welzijn verhogen (de zogenaamde helpers high).
"Als je een gevoel van mededogen, barmhartigheid instandhoudt, dan opent iets je innerlijke deur automatisch. Daardoor kun je veel gemakkelijker met andere mensen communiceren. En dat gevoel van warmte schept een bepaalde openheid. Je zult ontdekken dat alle mensen precies op jou lijken, waardoor je makkelijker met hen kunt omgaan." (DL, 1998:52)
Het najagen van geld en status alleen brengt de meeste mensen uiteindelijk geen diepe voldoening. Mensen zijn op zoek naar zin en betekenis in hun leven. En die wordt juist vaak gevonden door er te zijn voor anderen. Onbarmhartige mensen ervaren dat niet. Zij kunnen hun ego en argwaan niet loslaten, hun ik wordt altijd in beslag genomen. "Zij zijn nooit in staat dat gevoel van loslaten, dat gevoel van vrijheid te ervaren."(DL, 1998:141)
Uit onderzoek blijkt ook dat compassie positieve effecten heeft. Het regelmatig verrichten van vrijwilligerswerk verhoogt de vitaliteit, emotionele gezondheid en levensverwachting. Na het verrichten ontstaan gevoelens van rust en eigenwaarde (DL, 1998:145).
Soms kan er niets gedaan worden aan het lijden van de ander. Is compassie dan nog wel zinvol? Zelfs als niets gedaan kan worden om het lijden van de ander te verminderen, kan het simpelweg bewust zijn van het feit dat men een ontvanger van compassie is een belangrijk menselijk goed zijn. De uitdrukking van betrokkenheid en zorg kan voor degene die lijdt van veel waarde zijn, los van of het lijden hierdoor zelf vermindert. We zijn over het algemeen blij als we merken dat anderen om ons geven. Voor de gever is dit ook goed, omdat het bijdraagt tot een verbondenheid, een besef van gelijkheid die in contact in het dagelijks leven nogal eens verborgen blijft en relaties in waarde kan verdiepen.
is compassie niet eigenlijk ook egocentrisch?
"We work on ourselves in order to help others, but also we help others in order to work on ourselves. To stay connected with what is rejected or forgotten in ourselves and in the world. It's all interrelated." (Chodron: 78)
Het gevolg van helpen kan zijn dat je je beter voelt. Dat is ook niet verkeerd, zolang dit maar niet het doel is en er van trots geen sprake is. Trots impliceert dat we in morele zin iets ongewoons hebben gedaan, iets wat niet voor de hand ligt. Echte helden die met gevaar voor eigen leven anderen hebben geholpen, voelen geen trots. Uit gesprekken met verzetsmensen en anderen die hun leven in de waagschaal hebben gezet, blijkt dat ze vinden dat ze niet iets heel bijzonders hebben gedaan. Ze zeggen dat het voor hen gewoon was, dat ze slechts hun morele plicht hebben gedaan die op ieder mens rust. Wie spiritueel leeft, streeft niet naar persoonlijk geluk, maar naar het goede. Het gaat niet om persoonlijk voordeel, maar om het leven van een waardevol leven, waarbij we trouw zijn aan de normen en waarden die bij onze rollen passen. Wanneer een vriend lijdt, willen we hem helpen en bijstaan, niet omdat we daarmee een goed gevoel over onszelf krijgen, noch uit plichtsbesef, maar omdat we een goede vriend willen zijn. Dat betekent dat we ons willen inleven en betrokken zijn op diens welzijn. Het toelaten van compassie is een rationele keuze voor een andere houding. Een houding waarbij het lijden niet meer wordt afgeschermd, of ontkend, maar toegelaten. Daar begint het mee. Door het zien van het lijden, in onszelf en in de ander, wordt compassie mogelijk.

De Dalai Lama schreef:
"Compassion without attachment is possible. Therefore, we need to clarify the distinctions between compassion and attachment. True compassion is not just an emotional response but a firm commitment founded on reason. Because of this firm foundation, a truly compassionate attitude toward others does not change even if they behave negatively. Genuine compassion is based not on our own projections and expectations, but rather on the needs of the other: irrespective of whether another person is a close friend or an enemy, as long as that person wishes for peace and happiness and wishes to overcome suffering, then on that basis we develop genuine concern for their problem. This is genuine compassion. For a Buddhist practitioner, the goal is to develop this genuine compassion, this genuine wish for the well-being of another, in fact for every living being throughout the universe."
Maar zit daar dan weer niet egocentrisme achter: willen we niet onze rollen goed vervullen omdat we ons daardoor beter over onszelf voelen? We verbinden ons aan waarden en als we daarnaar leven, voelen we ons goed. Maar dat is logisch en heeft niets van doen met egocentrisme. Zouden we dan alleen maar echt altruďstisch kunnen zijn wanneer we dingen doen die voor de ander goed zijn, maar niet voor onszelf, als we met andere woorden tegen het eigenbelang in voor de ander handelen? Dat zou onzinnig zijn. Het zou erom moeten gaan de tegenstelling tussen ik en de ander, tussen eigenbelang en het belang van de ander op te heffen. Waar de Boeddha naar streefde was dat we het goede voor de ander doen en ons daar ook goed bij voelen. Ik wil niet ontkennen dat gevoelens van morele verhevenheid niet kunnen opkomen bij mensen die helpen (bij liefdadigheidswerk door gelovigen van de geďnstitutionaliseerde religies komt dit zeker voor). Er wordt dan mede gehandeld vanuit egocentrische motieven (een positief zelfbeeld, punten scoren bij God). Maar zoals aangegeven is trots een ongepaste reactie op er voor de ander zijn. Wie werkelijk compassievol is, zal betrokkenheid en hulp als vanzelfsprekend ervaren, bovendien indachtig dat altijd tekort wordt geschoten (zonder daar overigens met schuldgevoel door beladen mee te worden).
Als het goed is, is het vervullen van onze sociale rollen een vanzelfsprekendheid die voorgaat op persoonlijke voordelen en die we niet als last ervaren. Zodra we onze persoonlijke voordelen afwegen tegen het lijden van de ander, zodra er een kostenbatenanalyse gedaan wordt, is het vermogen tot compassie niet sterk genoeg ontwikkeld en is verdere training nodig. Hiermee is niet gezegd dat we altijd maar voor de ander moeten kiezen. Een mantelzorger bijvoorbeeld kan erachter komen dat de zorg te zwaar wordt en een stapje moet terug doen. Compassie mag niet leiden tot zelfverloochening. Er is dan geen egocentrische keuze voor het eigen welzijn, omdat geen sprake is van een rationele afweging. De grenzen van het zelf dienden zich hier zelf aan, als een waarschuwing. Het is van belang daar naar te luisteren. Compassie is namelijk pas mogelijk als het zelf ook voldoende krachtig is, als we ook goed zijn voor onszelf, als we ook zelfcompassie ervaren.
De meeste mensen kennen veel sociale rollen; die van moeder, dochter, werknemer, vriendin, vrijwilligerster, verzorger, (wereld) burger, etc. Vaak is het moeilijk al die rollen goed te vervullen en te combineren. Soms is prioritering nodig. Openheid voor het lijden van de ander zou daarbij een belangrijke richtinggevende rol dienen te spelen.
Nietzsche meende dat compassie voortkomt uit angst en ijdelheid, uit kortom egocentrische motieven. De gever wil zich moreel verheven voelen, hij vindt dat hij moet helpen waar dat kan, uit een ijdelheid. Of hij helpt juist uit angst, bijvoorbeeld omdat hij meent dat bij weigering hij hier nadeel van zal ondervinden, of omdat hij bang is zijn onmacht onder ogen te zien. Maar als we kijken naar de mythe van Achilles die, na bewogen te zijn door het leed van Priamus, besluit hem het lichaam van zijn dode zoon Hector terug te geven, komt dit mededogen dan werkelijk voort uit angst of ijdelheid, zo vraagt Willemsen (2010) zich terecht af.
Zelfs als we helpen zonder dat we dit doen uit medegevoel, maar meer uit plichtsbesef komt hier vaak geen ijdelheid bij kijken. We helpen omdat we weten dat dit het goede is om te doen, maar we voelen ons daardoor nog niet beter of blijer, soms juist niet als we ons eigenbelang hiervoor opzij moeten zetten (hooguit na afloop, maar dat is meer uit blijheid dat we niet gekozen hebben voor het eigenbelang). Dit plichtsbesef te ervaren, hiervoor te kiezen is een belangrijke stap naar echte compassie. Door compassievol te zijn en dit niet meer als keuze te ervaren tussen ik en de ander, is de tweede stap. Maar ook de eerste stap is dus al in de regel niet egocentrisch.
in hoeverre zijn we in staat tot compassie?
Ieder wezen dat in staat is tot lijden, is in potentie ook in staat tot compassie. Het is voor normaal functionerende mensen heel moeilijk om ongevoelig te zijn voor pijn en leed van anderen. Dit komt doordat we beschikken over empathische vermogens. Inlevingsvermogen heeft zelfs een biologische basis in spiegelneuronen. Compassioneel handelen biedt ook evolutionair een voordeel; het komt dan ook bij andere diersoorten voor. De mens heeft dus zonder meer aanleg tot compassie. Waar spirituele leren als het boeddhisme op wijzen, is dat dit vermogen nog verder ontwikkeld kan worden. We trekken ons het leed van onze familieleden en vrienden aan, en wellicht ook van collega's. Maar zijn we ook in staat tot compassie voor vreemden? Er zijn talloze voorbeelden die aangeven dat de mens ook mensen buiten de eigen kring van bekenden wil helpen. Maar we trekken het leed van vreemden toch minder aan dan dat van onze naasten. In Dalai Lama en Ekman (2008) worden voorbeelden aangehaald die laten zien dat het er bij primaten als apen precies hetzelfde aan toe gaat. Apen helpen de eigen soort, maar zijn al minder bereid tot het helpen van andere aapsoorten, hoewel dat wel gebeurt. Apen weigeren bijvoorbeeld voedsel als dat ten nadele is van andere apen, zo blijkt uit experimenten. In een experiment met makaken krijgen deze alleen eten als ze aan een touw trekken dat een elektroshock geeft aan een andere aap, zodanig dat dit zichtbaar is voor de makaak die aan het touw trekt. De makaken hongeren zich dan letterlijk uit-één aap vijf dagen en een ander zelfs twaalf. Maar was de aap van een andere soort dan trok de makaak wel eerder. Bij mensen werkt het net zo. Kijk bijvoorbeeld maar eens hoeveel mensen roepen dat we maar op ontwikkelingshulp moeten korten omdat we eerst voor onszelf moeten zorgen. Gevorderde compassie moet dus ontwikkeld worden.
hoe kan compassie bevorderd worden?
We kunnen niet iedereen helpen, maar we kunnen wel proberen gevoeliger te worden voor de ander. Het spirituele én morele doel is langzaam onze compassie uit te breiden. Charles Darwin zei al dat die staat bereiken waarbij je je bekommert om alle gevoelige wezens, de hoogste graad van morele ontwikkeling is. We kunnen zoals gezegd onze ogen open houden voor het lijden in plaats van het weg te stoppen. Dat op zichzelf leidt al tot meer betrokkenheid. De Dalai Lama wijst op het belang van het inzien van de gelijkheid van mensen en van onze onderlinge verbondenheid. Die kennis moet vervolgens via reflectie geďnternaliseerd worden, door bijvoorbeeld speciale meditatie, zoals de visualisatietechniek van Tong-len waarin we het lijden van anderen voorstellen en door diens ogen proberen te kijken.
Tot op zekere hoogte kan compassie ook bevorderd worden doordat we zelf hebben geleden. Als we zelf erge dingen hebben meegemaakt, kunnen we beter ervaren wat dat met de ander doet. Lijden wordt zo meer zichtbaar. Maar lijden kan mensen ook bitter en hard en onverschillig maken. Te veel persoonlijk lijden kan de gevoeligheid voor anderen afstompen! Om compassie te ontwikkelen en voelen is het ook niet nodig om zelf geleden te hebben. We hoeven alleen maar te denken aan hoe we ons voelen wanneer anderen ons vriendelijkheid en genegenheid tonen.
Het is van belang anderen vanuit een positief perspectief te beschouwen, vanuit hun boeddhanatuur, wat verwantschap schept. En wees niet bevreesd voor het oordeel van de ander, wees gewoon open vanuit je hart, zo adviseert de Dalai Lama. Dan ontstaat ook meer openheid en verbinding.
Compassie begint volgens Ekman met emotieherkenning: weten hoe een ander mens-of dier- zich voelt. Maar daarna is ook wat hij emotionele resonantie noemt nodig, dat je voelt wat de ander voelt. Voor compassie is het echter niet nodig om dit lijden helemaal mede te voelen, dat het je raakt is voldoende. Dit is wat de Dalai Lama het onderscheidend bewustzijn noemt. Je kunt andermans pijn invoelen, maar dat moet wel gepaard gaan met onderscheidingsvermogen, met afstand, juist om ook met wijsheid te kunnen handelen en niet in het lijden op te gaan.
Maar ook door inzicht alleen, in het wezen van de wereld en het lijden dat ze voortbrengt, in het doorzien van de barheid van onze existentie, kan medeleven groeien, zoals Schopenhauer al inzag. We kunnen ook welwillender naar de ander kijken. In plaats van ons te ergeren aan de ander, kunnen we ook vragen stellen bij diens gedrag en er een lijden achter vermoeden. Dat verzacht de verstandhouding tot de ander (zonder diens gedrag te rechtvaardigen), wat in beider voordeel is. In plaats van de ander te veroordelen, kunnen we ook de ander proberen te begrijpen. De hoogste staat is dat we compassie kunnen opbrengen voor alle levende wezens. We zijn dan gevoelig voor hun lijden en willen helpen dit te verzachten voor zover dat in onze macht en mogelijkheden ligt (met behoud van mededogen voor onszelf). Aan de Dalai Lama werd eens gevraagd hoe we compassie kunnen opbrengen voor misdadigers of mensen die leed berokkenen. Hij schreef er dit over:
"When talking about compassion and compassionately dealing with such situations one must bear in mind what is meant by compassionately dealing with such cases. Being compassionate towards such people or such a person does not mean that you allow the other person to do whatever the other person or group of people wishes to do, inflicting suffering upon you and so on. Rather, compassionately dealing with such a situation has a different meaning.
When a person or group of people deals with such a situation and tries to prevent such crimes there is generally speaking two ways in which you could do that, or one could say, two motivations. One is out of confrontation, out of hatred that confronts such a situation. There is another case in which, although in action it may be of the same force and strength, but the motivation would not be out of hatred and anger but rather out of compassion towards the perpetrators of these crimes.
Realising that if you allow the other person, the perpetrator of the crime, to indulge his or her own negative habits then in the long run the other person or group is going to suffer the consequences of that negative action. Therefore, out of the consideration of the potential suffering for the perpetrator of such crimes, then you confront the situation and apply equally forceful and strong measures. I think this is quite relevant and important in modern society, especially in a competitive society. When someone genuinely practices compassion, forgiveness and humility then sometimes some people will take advantage of such a situation. Sometimes it is necessary to take a countermeasure, then with that kind of reasoning and compassion, the countermeasure is taken with reasoning and compassion rather than out of negative emotion. That is actually more effective and appropriate. This is important. For example my own case with Tibet in a national struggle against injustice we take action without using negative emotion. It sometimes seems more effective."
De Dalai Lama geeft dus aan dat compassie niet "soft" hoeft te zijn:
"One of the reasons there is a need to adopt a strong countermeasure against someone who harms you is that, if you let it pass, there is a danger of that person becoming habituated to extremely negative actions, which in the long run will cause that person's own downfall and is very destructive for the individual himself or herself. Therefore a strong countermeasure, taken out of compassion or a sense of concern for the other, is necessary. When you are motivated by that realization, then there is a sense of concern as part of your motive for taking that strong measure."
Het is niet eenvoudig om met compassie de wereld te beschouwen. Vaak zijn we daarvoor te veel met onszelf bezig. Daarnaast is er gebrek aan tijd en energie om te helpen. Wie zelf grote problemen heeft, of veel moet lijden is over het algemeen minder goed in staat om te geven. De beste staat om compassie te betonen, is wanneer een zekere mate van gelijkmoedigheid en tevredenheid is bereikt in het eigen leven. Wie zelf niet kan zwemmen, is niet in staat een drenkeling te redden. Geven wordt makkelijker als we bevrijd zijn van structureel lijden en de lasten van het ego. Dan kunnen we vanuit de eigen gelukkige toestand ook makkelijker geven, als een warme bron die overloopt.
Maar wat we in ieder geval kunnen doen is niet langer de ogen te sluiten voor het lijden, haar oorzaken te onderzoeken en waar mogelijk te helpen en leed te voorkomen door zelf wijzer te handelen (door bijvoorbeeld te leven volgens het achtvoudige pad van Boeddha). Dit geldt zowel voor het eigen lijden als dat van anderen.
Tenslotte ontbreekt binnen het boeddhisme het westerse ideaal van de ene Grote Liefde. Dit ideaal brengt ook het risico met zich mee dat het andere potentiële bronnen van intimiteit afsnijdt en veel leed en ongeluk veroorzaakt wanneer ze niet voorhanden is, of goede banden doet verbreken wanneer de hartstocht overgaat in meer vriendschappelijke intimiteit. De Dalai Lama bijvoorbeeld spreekt zich uit tegen de idealisering van romantische liefde. Volgens hem is het beter relaties te hebben op basis van zorgzame en oprechte genegenheid. Romantische liefde berust op fantasie en kan al snel leiden tot frustratie. Hartstocht is geen duurzame basis; compassie wel.
zijn er geen nadelen verbonden aan compassie?
Compassie kan ontvangers schaden en hulp kan verkeerd uitpakken. Werkelijke compassie dient daarom altijd geleid te worden door kennis en begrip als het dient als gids voor actie. Medegevoel en wijsheid behoren onafscheidelijk te zijn. Daarom ligt in de boeddhistische literatuur het accent op het evenwicht tussen compassie en wijsheid. Teveel compassie kan schadelijk zijn, omdat uit medelijden de ander niet werkelijk geholpen wordt aan kracht te winnen.
Ook voor de gever kan een gerichtheid op de ander belemmerend werken. Het komt zo voor dat hulpverleners zich sterk op het welzijn van anderen richten om daarmee hun eigen lijden te ontlopen. Ook overidentificatie is een risico, waarbij de gevende partij het lijden van de ander identificeert met het eigen lijden. De gever verwart zo zijn eigen gevoelens en situatie met die van de ander. Werkelijk inlevingsvermogen ontbreekt dan, waardoor echte compassie verhinderd wordt.
De filosoof Nietzsche heeft veel bezwaren ingebracht tegen mededogen en medelijden. Eén ervan is boven al aan de orde gekomen. Nietzsche meent dat mededogen al snel tot andere kwalijke emoties leidt. Als we het lijden van anderen sterk aantrekken, kan dit er snel toe leiden dat we haat ontwikkelen richting de veroorzakers van dat lijden. Het is daarom van belang om de bredere moraal van het boeddhisme te onderkennen die stelt dat we haat moeten leren te vermijden. In plaats daarvan moeten we leren ons enkel te beperken tot het tegengaan van het lijden, zo min mogelijk bewogen door heftige emoties. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, maar er valt veel te bereiken door inzicht en vastberadenheid. Nietzsches kritiek moet als een waarschuwing en niet als een argument tegen compassie in het algemeen gezien worden. Een andere waarschuwing die Nietzsche geeft is dat lijden soms in the eye of the beholder is. Vaak zien we lijden niet, maar soms zien we ook lijden dat er niet is. We kunnen denken dat iemand met een handicap hier aan lijdt, maar misschien is dat helemaal niet zo. Dit is goed om te beseffen. Zo kan ongepast handelen voorkomen worden. Maar opnieuw hoeft dit punt van zorg compassie niet uit te sluiten. Nog steeds kunnen we compassie voelen voor de gehandicapte, die immers toch bepaalde dingen niet of minder goed kan. We kunnen compassie voelen voor de blinde, door een besef dat hij of zij mooie dingen in het leven moet missen. Vanuit die compassie hoeven we niet direct actief te handelen, maar we kunnen wellicht wel beter rekening houden met beperkingen en in stilte medegevoel ervaren.
Daarbij kom ik bij een laatste kritiekpunt van Nietzsche: mededogen verzwakt. Zowel de gever als de ontvanger. De laatste zou zich gereduceerd voelen tot een verachtelijk wezen, iemand waarop men neerkijkt. In plaats van dat mededogen de gelijkwaardigheid van mensen bevestigt, haalt ze deze volgens Nietzsche juist onderuit. Compassie verzwakt volgens hem ook de gever:
"Wie bij wijze van proef een tijd lang de aanleidingen tot medelijden in het praktische leven consequent volgt en zich alle ellende, die hij in zijn omgeving voorgeschoteld krijgt, voortdurend voor ogen stelt, wordt onherroepelijk ziek en melancholisch. Maar wie juist als arts de mensheid in enigerlei zin wil dienen, zal heel voorzichtig met dat gevoel moeten omspringen, - het verlamt hem op alle beslissende momenten en hindert zijn weten en zijn behulpzame fijne hand." (in Willemsen, 2010)
Er zijn denk ik maar weinig mensen die zich geheel, vanuit een gevoel van trots, afkeren iemand die compassie betoont. Wanneer zij met wijsheid en met respect betracht worden, zonder belerend te zijn, zullen daden van compassie meestal niet negatief worden opgevat. Nietzsche heeft wel een punt als het gaat om ons vermogen om met lijden om te gaan. Over het algemeen kunnen we ons van het lijden van vreemden redelijk goed afsluiten. Op tv zien we het lijden van de wereld voorbij trekken, maar slechts bij weinig mensen zullen die beelden lang en intens door het hoofd blijven gaan. Ik geloof dat de meeste mensen op allerlei wijzen zich van dit algemene lijden kunnen afsluiten, juist dankzij de werking van het ego die de eigen belangen en wensen centraal stelt. Maar voor degenen die de les van het boeddhisme volgen en zich niet meer afkeren van het lijden en dit toelaten, kan dit zeker in het begin een overweldigende indruk maken die tot somberheid stemt. Net als wanneer we niet meer in staat zijn om ons van het lijden af te keren, zoals de toerist die een tocht door sloppenwijken maakt. Als het vervolgens onmogelijk lijkt om die ellende te bestrijden, kan dat tot neerslachtigheid leiden die weinig zinvol lijkt. Alleen somberen, eventueel ook nog gepaard gaand met schuldgevoelens, heeft inderdaad geen zin. Het gaat erom dat we ook dan erkennen dat we vaak toch iets kunnen doen, hoe klein ook, en daar vrede mee leren hebben in het besef dat het onmogelijk is al het lijden op te lossen. Maar soms is het ook nodig om tijdelijk afstand te nemen van het lijden om niet overweldigd en ontmoedigd te worden. Het vermogen om met lijden om te gaan is beperkt en vergt veel. Om die reden is het bijvoorbeeld goed dat verzorgers geregeld tijd voor zichzelf nemen.
Chagdud Tulku, een boeddhistische monnik zei hierover:
"Ideally, we serve others with pure heart, not expecting gratitude, payment or recognition. We accept complaints with equanimity and patiently continue, knowing that people don't always see the purpose of what we're doing. Though our actions may seem insignificant or unproductive, if our motivation is pure and we dedicate the merit expansively, we generate great virtue. Though we may not accomplish what we set out to do, auspicious conditions and our ability to benefit others in the future will only increase. No effort is wasted; when someone witnesses our loving kindness, he sees a new way of responding to anger or aggression. This becomes a reference point in his mind that, like a seed, will eventually flower when conditions ripen. Then when we dedicate the virtue, our loving kindness will extend to all beings.
We mustn't become discouraged if someone we are trying to help continues to experience the results of her negative karma and, in the process, creates the causes of future suffering. Instead, because she doesn't have enough merit for her suffering to end, we must redouble our efforts to accumulate merit and dedicate it to her and others. We're not out to accomplish selfish aims. We are trying to establish the causes of lasting happiness for all beings. By purifying our self-interest and mental poisons, we develop a heroic mind. The process of going beyond suffering and helping others do the same is the way of the Bodhisattva."
naar mondiale compassie
veel problemen van deze tijd hebben te maken met eenzijdigheid, met een denken in tegenstellingen. Met het plaatsen van een "wij" tegenover een "zij", waarbij de eigen groep (volk, land) bevoorrecht dient te worden. Wat in de politiek ontbreekt is een mondiaal bewustzijn met een daarbij horende universele ethiek. De VS laten bijvoorbeeld een schrijnend gebrek aan mondiaal bewustzijn en verantwoordelijkheid zien, maar ook in Nederland zijn die tendenzen sterk. Machtsbelangen, nationalisme, korte termijndenken verhinderen een politiek die uitgaat van de eenheid van mensen en zorg voor de aarde. Maar ook rancune over gebeurtenissen in het verleden is een belangrijke oorzaak van groepstegenstellingen. De Dalai Lama roept op die rancune te overwinnen door het verleden te laten rusten en naar de toekomst te kijken (maar dit is eerlijk gezegd makkelijker gezegd dan gedaan als het het recente verleden betreft en er geen recht gesproken is). Maar soms zien mensen en politici de mondiale dimensie ook simpelweg niet. Er wordt niet voorbij belangen gedacht en problemen worden in een te beperkt perspectief beschouwd. Het zou goed zijn als de politiek meer doordrongen raakt van boeddhistische waarden!
Bronnen:
-Pema Chödrön (2008). The pocket Pema Chödrön.
-Dalai Lama en Howard Cutler (1998). De kunst van het geluk.
-Dalai Lama en Paul Ekman (2008). Emotioneel bewustzijn. Over het bereiken van psychologisch evenwicht en compassie.
-Mariette Willemsen (2010). Denkbewegingen. Inleiding in de filosofie van emoties
-L. Blum (1980). Compassion. artikel te downloaden op: www.philosophyofmind.net
- www.viewonbuddhism.org (engelstalige citaten)