boeddhistische psychologie 2

de bevrijding van het lijden

doel van het boeddhisme is bevrijding van het lijden. Het gaat dan om het bereiken van een bewustzijnsstaat die vrij is van frustraties en lijden aan het lijden, waarbij er helder zicht op de werkelijkheid is. Dit betekent:

De eerste stap naar bevrijding is het onder ogen zien van het lijden. Dit is moeilijk, omdat dit al snel als falen wordt gezien door het ego en sociale afkeuring vreest. Toch is dit de eerste stap om het lijden te kunnen bestrijden. Het opgeven van weerstand, het onder ogen zien van lijden, vermindert het lijden zelfs al een beetje, zo blijkt. Hetzelfde geldt voor angst. Verontrustende situaties worden vermeden of een tactiek van zelfbeperking/indekken wordt toegepast zodat men over een excuus beschikt bij eventueel falen. Maar deze tactieken verhinderen zelfvertrouwen, rust en succes. En angst kan je veel vragen stellen. De volgende reacties zijn uiteindelijk niet de weg, al kunnen sommige ervan tijdelijk verlichting bieden. Ze zorgen niet voor een echte oplossing, verhinderen persoonlijke groei en verantwoordelijkheid en een positieve verhouding tot de wereld:

Met name Pema Chödrön legt in haar werk sterk de nadruk op het belang van het onderkennen van het lijden:

"We think that by protecting ourselves from suffering we are being kind to ourselves. The truth is, we only become more fearful, more hardened, and more alienated. We experience ourselves separate from the whole (..) Yet when we don't close off and let our hearts break, we discover our kinship with al beings." (Chödrön: 123)

Maar ook de Dalai Lama stelt dat het van belang is vertrouwd te zijn met de vormen van lijden die je mogelijk tegenkomt als een "militaire oefening". Het gaat erom lijden niet meer af te wijzen als een onrecht, maar ervan uit te gaan dat lijden gewoon bij het bestaan hoort. Als we lijden niet meer als iets natuurlijks zien, dan is de stap om een ander ervan de schuld te geven klein. Of we geven onszelf te snel de schuld.

Wat zijn dan wel de wegen naar bevrijding van het lijden volgens BP? Volgens Boeddha zijn dit de wegen van het achtvoudig pad. Dit pad wordt gezien als een "middenweg", tussen ascetisme en hedonisme, die de Boeddha beide gepraktiseerd heeft en waar geen verlossing van te verwachten valt. Hieronder volgt een hedendaagse intepretatie van de ideeën hiervan. Van belang is dat de Boeddha niet dicteerde wat goed en fout is. Hij wilde alleen een gids bieden om mensen te helpen het lijden te verminderen en verantwoordelijkheid te nemen. Hij wilde helpen harmonie te bevorderen, zowel innerlijk als uiterlijk (tussen mensen). Maar hij gaf ook aan altijd zelf te blijven onderzoeken en niet blind te varen op de lessen van leermeesters, inclusief hemzelf.

Na erkenning dat er geleden wordt, is de volgende stap de veranderlijke en tijdelijke aard van de werkelijkheid, inclusief die van het zelf, goed te beseffen (zie deel 1). Zo wordt het lijden in perspectief geplaatst. Dingen verschijnen en lossen weer op. Dit inzicht zelf werkt al bevrijdend. De volgende manieren kunnen het lijden aan het lijden verzachten:

Op enkele punten wordt hieronder nader ingegaan:

dissociatie

in BP is dissociatie een belangrijke weg naar bevrijding. Het gaat erom afstand te nemen van het lijden. Probeer als een observator te kijken naar verstorende emoties; zie pijn niet als een deel van jezelf. Dissociatie verwijst ook naar het proberen van het zien van de dingen zoals ze zijn, zonder emotionele hechting. In therapie gaat het erom ons los te komen van beperkende zelfopvattingen (het gekwelde kind). Dissociatie kan bereikt worden door mindfulness en meditatie:

"Als men wegblijft van oordelen en evalueren, dan zal men ervaren dat gevoelens en gedachten komen en gaan."

het belang van meditatie

Meditatie dient verschillende doelen die ons dichter bij de bevrijding kunnen brengen:

hoop

Chodron zegt "zonder hoop op te geven-dat er ergens iets beters is, dat we beter kunnen zijn- kunnen we niet tevreden zijn en rust vinden met onszelf in het nu. We moeten het idee opgeven dat we uiteindelijk alles goed kunnen krijgen. Werken aan een sterk zelf, anderen de schuld geven, wachten op een betere tijd, dat moet volgens haar opgegeven worden. We moeten niet naar een schuilplaats zoeken. Ze meent zelfs dat hopeloosheid het begin van verandering kan zijn. Op dat moment zien we het lijden echt volledig onder ogen. Hoop en angst komen volgens haar altijd tezamen en ze ontstaan vanuit een gevoel van gebrek en ontevredenheid. Maar hoop berooft ons van het huidig moment. Zoals Chodron zegt, gaat het er bij meditatie niet om beter te worden; het "gaat om vrienden worden met wie we al zijn". Maar hoop kan ook inspireren en hopeloosheid verlammen, moet hierbij worden aangetekend. Hoop is risicovol. De Dalai Lama is wat dat betreft wat genuanceerder. te hoge verwachtingen leiden tot problemen, maar zonder verwachtingen en hoop kan er geen vooruitgang bestaan. Je moet enige hoop koesteren, zegt hij (DL, 1998:257). Het is misschien beter te spreken van vertrouwen in de reële mogelijkheid dat de dingen goed komen in plaats van hoop.

mantra's en koans

Een techniek bij meditatie is het toepassen van mantra's (de bekenste is het woord "om" wat "heil" betekent en staat voor het geluid van het universum in haar begindagen). Dit wordt toegepast met bevestigende zinnen zoals "Ik ben een goed persoon, ik doe mijn best en ben op het goede pad". Ook koans kunnen behulpzaam zijn. Ze doorbreken het analytisch en daarmee gebonden denken, waardoor lijden kan ontstaan.

mindfulness

Een specifieke vorm van meditatie is het verhogen van de concentratie, of mindfulness. Dit wordt door Kabat-Zinn omschreven als "aandacht geven op een specifieke wijze: doelgericht, in het huidige moment, en zonder oordeel. Deze vorm van aandacht leidt tot een groter bewustzijn, helderheid en acceptatie van de huidige realiteit." Mindfulness kan dan ook in bredere zin, zonder meditatie, worden toegepast. Het is een veel gebruikte toepassing in psychotherapie, zoals bijvoorbeeld de Mindfulness-Based Stress Reduction (MBSR) van Kabat-Zinn of de Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT) van Segal. Deze therapievormen zijn effectief bij het voorkomen (van herhaling) van depressie, maar minder bij de behandeling van acute depressies. Meer over relatie BP en westerse psychologie, zie hier.

relatie met het lichaam

In het boeddhisme zijn lichaamsoefeningen ook van belang voor geestelijk welzijn. Zo zorgen ademhalingstechnieken bv. voor minder verstorende emoties. Er zijn mn in de vayjarana traditie veel lichaamsoefeningen die doorstroming van innerlijke energie beogen te bevorderen. Lichaam en geest worden als een gezien in de BP. Meer contact met het lichaam biedt een alarmerende functie bij de tijdige detectie van verstorende geestestoestanden. Het belang van het lichaam bij ons denken en gedrag is in de moderne neurowetenschappen ook bevestigd.

Het gaat er bij BP niet alleen om lijden tegen te gaan, maar ook om duurzaam geluk te bereiken. Niet alleen het negatieve tegengaan, maar ook het positieve nastreven. Mooie bezittingen en vrienden brengen voldoening, maar zijn garantie voor geluk. Beide verbleken bij een verstoord gemoed. Het enige wat op een dieper niveau geluk brengt, is een vredige geestestoestand.

de relatie met andere wezens

"When life is pleasant, think of others. When life is a burden, think of others. If this is the only training we ever remember to do, it will benefit us tremendously and everyone else as well. It's a way of bringing whatever we encounter onto the path of awakening bodichitta." (Chodron:62)

Vanuit mn het Mahayanaboeddhisme wordt gestreefd naar de toestand van boddhicitta ("Big Heart", letterlijk "ontwaakt hart"). Als in wordt gezien dat het ik als permanente instantie niet bestaat, verdwijnt ook het onderscheid tussen ik en de wereld en daarmee de angst voor de buitenwereld. Het dualisme, waarbij het ik centraal staat en de ander naar de achtergrond verdwijnt, gaat over in nondualisme. Het ik wordt dan het snijpunt, de intersectie van een veelheid aan relaties. Het is ook de relatie die het ik vormt. Door het loslaten van het ik, ontstaat meer gerichtheid op de ander die ervoor zorgt dat we boven het benauwde ego ontstijgen en de neiging tot controle loslaten. Dit zorgt voor een opener verhouding, waarin we meer en beter zien. Er voor de ander zijn geeft ook zin en voldoening (helper's high). De ander kan ook helpen bij de persoonlijke groei. Maar ze kan ook een hindernis worden als ipv gespiegeld bijv. geprojecteerd wordt. Het gaat in relatie tot anderen om het cultiveren van de vier oneindige of sublieme gevoelens, die als de tegenpolen (en het tegengif) van de basale negatieve emoties gezien zouden kunnen worden. De vorming van die gevoelens kan gelijktijdig, maar ze kunnen elkaar ook versterken. Cultivering van gelijkmoedigheid is dan een goed begin om uiteindelijk ook meer liefde te voelen.

Vanuit het loslaten van het ego en het ervaren van de werkelijkheid is gelijkmoedigheid mogelijk. Het gaat hier om "een neutrale, stabiele en gebalanceerde attitude die men in staat stelt om kalm en onbewogen te blijven, onaangedaan door aantrekking of afstoting, en niet onderworpen aan gevoelens van verrukking en neerslachtigheid. Het wordt ook gekenmerkt door onpartijdigheid en de afwezigheid van vooroordelen in de omgang met anderen. Het bevordert dus acceptatie."

Vanuit hier kan ook vervolgens vreugde ontstaan, in het besef van de mogelijkheden van een dynamische wereld en zelf. Mudita heeft betrekking op het meevoelen met anderen, in hun spanningen, maar ook in hun vreugde. Kenmerkend is de afwezigheid van jaloezie en afgunst.

Wie gelukkig is met zichzelf is ook beter in staat om te geven en zich te richten op de ander. Mededogen moet onderscheiden worden van medelijden (wat ongelijkheid impliceert) en medeleven (wat zonder actie naar de ander is). Mededogen of sympathie is de emotie die gericht is op het wegnemen van pijn en lijden van anderen. Liefde is tenslotte het tegendeel van begeerte, wat vanuit het ego opereert. Liefde in boeddhistische zin is onpersoonlijk, open en oneindig. Het wordt ook vaak liefhebbende vriendelijkheid genoemd. Het is de innerlijke wens de ander te bevrijden, gelukkig te maken, belangeloos. Liefde opent, begeerte beklemt.

"You should never have expectations for other people. Just be kind to them." (Chodron:55)

Maar erkend moet worden dat in menselijke, persoonlijke relaties de liefde altijd gepaard zal gaan met jaloezie en begeerte. Daar bestaat geen onvoorwaardelijke liefde; dit moet meer als een onbereikbaar ideaal gezien worden. We zullen ook altijd vijanden hebben, of mensen waar we niet graag mee omgaan. Maar "een vijand is een absolute voorwaarde voor het oefenen van geduld hebben." (DL, 1998:200). We kunnen over onszelf leren van onze vijanden. Ze hebben vaak in grote mate eigenschappen die bij onszelf relatief zwak ontwikkeld zijn. Ze houden ons een spiegel voor. Maar als er niets positiefs in het gedrag van de ander te ontwaren valt, kan deze het beste gemeden worden, zo is het advies van de Dalai Lama. Want dat verstoort de innerlijke rust alleen maar. Maar vijanden zorgen voor strijd en bieden weerstand die we nodig hebben om te groeien.

Een boddhisatva is een boeddhist wiens levensdoel is om de ander te bevrijden. Hij of zij is zeer gevorderd in de vier oneindige of sublieme gevoelens. Van belang is dat deze elkaar ook ondersteunen. Het ontwikkelen van mededogen bijvoorbeeld staat niet op zichzelf:

"Mededogen zonder liefde mist de echte warmte, zonder gelijkmoedigheid wordt het sentimenteel, zonder vreugde raakt het verstard en dogmatisch. Ze hebben elkaar nodig om tot bloei te komen" (Hartzema, p.293)

 

De vier sublieme gevoelens kunnen geactiveerd worden door herhaalde reflectie op hun positieve eigenschappen, de voordelen die ze brengen (afwezigheid van negativiteit), en de gevaren die schuilen in hun tegendelen. Speciale meditatie-oefeningen zijn erop gericht deze gevoelens te cultiveren, waarbij visualisatie een belangrijke rol speelt.

Het boddhisatva-ideaal brengt wel drie valkuilen met zich mee:

 

Bronnen:

-Dalai Lama en Howard Cutler (1998). De kunst van het geluk

-Pema Chödrön (2008). The Pema Chödrön pocket

-Kwee, Gergen en Koshikawa eds. (2006). Horizons in Buddhist psychology.

-Robert Hartzema (2008). Boeddhistische psychologie.