boeddhistische psychologie

Hieronder volgt een schematisch overzicht van boeddhistische psychologie.

De basis: de 4 edele waarheden:

I. de eerste waarheid: het leven is vol van lijden

vormen van lijden

lijden kent vele vormen. Een onderscheid is dat tussen fysiek en psychisch lijden, maar dit betreft slechts een waterscheiding. Relevanter is het onderscheid tussen directe pijn en lijden aan het lijden. Dit laatste is beïnvloedbaar. Er zijn 8 vormen van lijden aan lijden te onderscheiden:

lijden aan het fysieke lijden

emotioneel en psychisch lijden

het lijden van het ego

 

["de sensatie niet te leven, te ademen zonder te leven, te kijken zonder te leven, je tanden poetsen zonder te leven.

Dit leven zonder leven, dit wachten op leven, dit niet-geboren zijn, is een veel voorkomende vorm van lijden"

Arnon Grunberg]

II. de tweede waarheid: oorzaken van het lijden

Het lijden kent verschillende oorzaken die als gezamenlijk kenmerk hebben dat ze negatieve emoties zijn. Boeddha onderkende veel oorzaken van het lijden die kunnen worden teruggebracht tot:

  1. begeerte/hebzucht
  2. haat/woede
  3. angst
  4. diepere oorzaak: onwetendheid

ad 1) . Volgens de Boeddha bestaat begeerte uit drie componenten:

Het is in de menselijke natuur besloten dat we behoeften hebben. Daar is niets mis mee. Onderzoek laat zien dat mensen primaire behoeften hebben, zoals de behoefte aan voedsel en warmte. Daarnaast is er behoefte aan stimulatie en informatie, nodig voor een goede ontwikkeling en werking van het zenuwstelsel. Maar er zijn ook aangeleerde behoeften en motieven naar macht, geld en succes. Sterke hechting hieraan is een bron van lijden. Begeerte leidt tot hechting wat leidt tot lijden als het object van begeerte verloren raakt of niet bereikt wordt. Ook wordt dikwijls het welzijnseffect van het object van begeerte overschat. Als het eenmaal toegeëigend is, verliest het snel aan waarde en ontstaat er nieuwe begeerte. Wat schadelijk is, is hebzucht, een overdreven verlangen op grond van al te grote verwachtingen. "Als we onze wensen en verlangens niet in toom houden, komen we vroeg of laat iets tegen wat we willen hebben maar niet kunnen krijgen." (Dalai Lama, 1998:40).

Omdat het begeren geen diepe voldoening brengt, blijft men gevangen in de cirkel van telkens maar meer willen, van streven en onvoldaanheid (samsara). Vooral schadelijk is dwangmatige begeerte (als drinken van zout water geeft het alleen maar meer dorst). Dit wil zeggen dwangmatige handelingen/verslavingen (aan eten, seks, werk, een ander die geïdealiseerd wordt, etc.). Belangrijk is in te zien "dat wat je vastgrijpt, jou ook vasthoudt". Niet alle hechting is echter verkeerd. Zuivere liefde, waarbij geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie, bevordert bevrijding van het lijden. Door intimiteit worden liefde en voldoening in gang gezet en leren we te ontstijgen aan negatieve emoties en andere hechtingen. Echte liefde brengt het boeddhistische ideaal van compassie dichterbij. Door liefde staan we met meer compassie in de wereld. Onthechting kan worden voorgesteld als bindingsangst met een spiritueel sausje. De Boedhha wees er tenslotte op dat achter het verlangen naar zintuiglijk genot een verlangen naar het vermijden van pijn schuilgaat.

ad 2) Preoccupatie met het zelf ligt aan de wortel van woede. Het is de prijs die we betalen voor een overmatig verlangen om gelijk te krijgen, onkwetsbaar en in control te zijn. Boosheid komt voort uit absolute ideeen dat men het gelijk aan haar kant heeft en dat de wereld hier niet naar luistert. De boze mens ziet zichzelf als bastion van het goede en acceptabele en als het doelwit van morele inbreuken. Haat en woede nemen de capaciteit in beslag die nodig is voor evenwichtig en helder denken. Ze vertekenen de realiteit en zijn de tegenpool van innerlijke vrede en gemoedsrust. Haat kan op de korte termijn welzijn genereren in de verheuging op wraak, maar op de lange termijn levert wraak niets op (of zelfs schuld en nog meer onvrede) en staat ze positievere gevoelens in de weg. Het is dan ook beter te bezien of vergeving mogelijk is. Woede kan soms gerechtvaardigd zijn als ze aanzet tot positieve acties, maar volgens verschillende boeddhisten is ze daarvoor niet noodzakelijk en verstoort ze altijd de zuivere geest.

ad 3) angst voor de toekomst, voor het noodlot leidt tot lijden en wantrouwen, wat het lijden verder vergroot doordat een open houding tot de wereld wordt afgesloten. Maar ook de angst van het ego is een belangrijke bron van lijden (Grunberg: "lijden is niet meer gewild zijn"; Cioran: "wat een lijdensweg om doorsnee te zijn, een mens tussen de mensen").

over het ego

Het ego is dat deel van het "ik" dat uit is op macht, controle en erkenning. De keerzijde is dat het ego eisen aan het "ik" oplegt waaraan het moet voldoen. Bij falen onstaat dan ook twijfel aan het zelf. Het ego is ook voortdurend bang dat het onderuit wordt gehaald. Ze scant de wereld af op mogelijke bedreigingen. Ze schermt hier zich vervolgens van af, waardoor ze de werkelijkheid niet goed waarneemt. Zo onstaan positieve illusies/zelfbedrog: we denken dat we origineler, grappiger, intelligenter en competenter zijn dan we werkelijk zijn. Het ego vormt een ideaal zelf dat in stand gehouden moet worden door zelfbedrog en door afkeer van de kritische ander. In extreme vorm kan het ego leiden tot een narcistische persoonlijkheid. Bij aanhoudende tegenslag kan het beschadigde ego leiden tot een verlies aan zelfvertrouwen en zelfhaat. Het ego vergelijkt voortdurend met anderen. Maar hoe meer we ons met anderen vergelijken, hoe meer we lijden. En als het ego neerwaarts sociaal vergelijkt, valt ze algauw ten prooi aan misplaatste arrogantie en trots, waarmee de gelijkheid van mensen miskend wordt. Het ego richt zich ook op de toekomst. Ze leeft op hoop. Maar hoop wordt gevoed door angst en voorkomt leven in het nu. Hoop dient daarom afgewezen te worden. Wel is het goed om vertrouwen te hebben. Het ego is aldus een belangrijke bron van lijden.

ad 4) de diepste oorzaak van het lijden is volgens het boeddhisme onwetendheid over de aard van de werkelijkheid en het zelf.

Lijden is niet alleen negatief:

III. de derde waarheid: het ophouden van het lijden

Ons lijden is het meest fundamentele element dat we met andere wezens delen. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van wat wij pijn noemen, de onaangename emotionele reacties inbegrepen, eerder aangeleerd dan instinctief is. Andere experimenten met hypnose en placebo's hebben uitgewezen dat de hogere hersenfuncties de pijnprikkels die zich lager op de pijnbaan bevinden, kunnen opheffen. Tussen etnische groepen zijn er verschillen in het vermogen om pijn te ervaren en verdragen. De bewering dat onze houding ten aanzien van pijn invloed kan uitoefenen op de mate waarin we lijden, wordt dus ook gestaafd door wetenschappelijk bewijs (In: DL, 1998:234-235)

Het lijden kan volgens BP beëindigd worden. Hiervoor is het nodig dat de oorzaken van het lijden worden weggenomen. De onwetendheid overwinnen is het begin van de verlossing van het lijden. Het gaat erom de werkelijkheid te doorzien:

---> over de aard van de werkelijkheid

De werkelijkheid wordt voorgesteld als oneindige ruimte, energieke leegte waarin vormen (de verschijnselen) als zeepbellen komen en gaan. ruimte = vorm en vorm= ruimte

alles is veranderlijk, niets blijft wat het is (annika). Als dit niet wordt ingezien, als de eindigheid der dingen niet geaccepteerd wordt, ontstaan angst voor en pijn van verlies. Dit is lastig, want zodra er iets verschijnt, ontstaat de zeer sterke neiging tot vastgrijpen, negeren of wegduwen. Neigingen die bovendien in elkaar ingrijpen:

"Er onstaat bijvoorbeeld een verlangen om je partner aan te raken en de ander in je armen te sluiten (begeerte). Maar omdat je het lastig vindt om je verlangen te uiten en bang bent dat de ander je afwijst, doe je niets (ontkennen). Daardoor wordt het verlangen alleen maar sterker (meer begeerte). Dan raak je pas echt gefrustreerd, maar omdat je dat ook niet wilt toegeven (ontkennen), word je boos (boosheid). je wordt steeds bozer op de ander en als de ander dichterbij zou komen duw je hem of haar weg (haat). Bovendien word je kwaad op jezelf (zelfhaat). Maar wanneer je de ander wegduwt, ga je je op een gegeven moment toch geïsoleerd en eenzaam voelen en ontstaat een nieuw verlangen om weer contact te maken en de ander vast te grijpen (begeerte). "

Een ander centraal aspect van de werkelijkheid is dat alles met elkaar in verband staat en interdependent is (Tich Naht Hanh: "inter-zijn"). Er is een eindeloze keten van oorzaak en gevolg (wet van karma). Een actie werkt heel lang door, maar onbewuste effecten worden dikwijls niet overzien door de actor.

---> over de aard van het zelf

Ook het zelf, het ik, bestaat niet als vaste, zelfstandige entiteit, maar is een niet-zelf (annata). Het permanente "ik" is een illusie, maar bestaat uit 5 eigenschappen/dimensies van energie (skandha's):

Deze skandha's vormen verschillende "ikken" (het arrogante, zielige, onschuldige, het ik-haat-alles-ik, het jaloerse ik, etc) met een illusie van permanentie. Dit ontstaat vanuit een behoefte om alles veilig te maken, te controleren en in te delen. In werkelijkheid is het ik slechts een tijdelijk samenspel van deze vijf bestanddelen. De skandha's zijn veranderlijk en daarmee het samenstel daarvan ook.

Hoe moet dit niet-zelf begrepen worden? Door meditatie kan ervaren worden dat alle verschijnselen weliswaar te onderscheiden zijn, maar in essentie hetzelfde zijn en dat onderscheidingen door de geest gemaakt worden. Het niet-zelf kan dan begrepen worden als een "geestesgesteldheid vrij van waardeoordelen en onderscheidingen". Het is het zelf als geruisloze observator die niet labelt (want een label kan niet de het Ding zelf duiden, taal reduceert).

ontstaan van het ego

dit begint bij het onderscheidend bewustzijn. ipv ruimte te blijven ervaren als ruimte en daar één mee te zijn, treedt afscheiding op. De aandacht wordt niet meer gericht op de ruimte, maar op de vormen daarbinnen, waar "pakketjes" van gemaakt worden. Je ervaart kleuren, geluiden, beelden. Vormen worden concrete, vaste werkelijkheid.

vormen --> fixatie (creeërt scheiding tussen ik en de wereld, concreet maken van vormen) --> gevoelens: primaire reactie (neutraal, oké, niet oké)--> waarneming: interpretatie vanuit persoonlijke ervaringen en cultureel betekeniskader en taal--> woorden toevoegen (etiketteren en concreet/vast maken)--> denkbeelden: oordeelvorming, afdaling in "pakhuisbewustzijn" (eerdere emotionele ervaringen) om te duiden en vergelijken, waardoor verbintenis met het nu (flow) verloren gaat--> ontstaan van emotionele reactie/persoonlijk drama--> identificatie hiermee--> bewustzijn van geheel van indrukken--> zelfbewustzijn-->creatie van het ik als centrum hiervan--> bevestiging en verdediging van het ik: ontstaan van het ego--> dualiteit wordt basis van het zijn

Dus: interpretaties, taal en eerdere ervaringen kleuren de waarneming en de reactie hierop en scheppen de illusie van permanentie en een ego. Als een object wordt waargenomen, ontstaan ideeën. Hierdoor is hij niet meer in control, maar wordt geleid door concepten en linguïstische conventies. Door de spontane opening van het gedachtenpakhuis wordt de blik vertroebeld en ontstaat verlangen (tanha), bedrog (mana) en dogma's (ditthi).

Van belang is het onderscheid tussen absolute waarheid en de relatieve waarheid van het dagelijkse, praktische bestaan. Vanuit de absolute waarheid is het ego gebakken lucht. Vanuit de relatieve waarheid is het ego het belangrijkste instrument tot bevrijding en bestaat ze wel degelijk omdat ze werkingskracht heeft. Egoloosheid kan niet zonder egosterkte. Daarom is het van belang eerst voor het laatste te zorgen.

 

Volgens BD kan het lijden volgens het achtvoudig pad worden opgelost. Hierover meer in deel 2.

 

Bronnen:

-Dalai Lama en Howard Cutler (1998). De kunst van het geluk

-Kwee, Gergen en Koshikawa eds. (2006). Horizons in Buddhist psychology.

-Robert Hartzema (2008). Boeddhistische psychologie.