over (zen)boeddhisme
Uit nieuwsgierigheid, maar ook vanuit de overtuiging dat spiritualiteit vooral neerkomt op oefenen en ervaringen in de praktijk, heb ik me aangemeld voor een cursus zenboeddhisme. Tijdens mijn reizen in Azië heb ik al gelezen over het boeddhisme en van alle spirituele stromingen waar ik bekend mee ben, spreekt deze spirituele leer me het meeste aan. Het oorspronkelijke boeddhisme is metafysisch in de zin dat haar aanhangers geloven in reïncarnatie, de wederkeer van de ziel. Maar de metafysica stond in tegenstelling tot andere religies nooit centraal in het boeddhisme. Moderne, westerse varianten van het boeddhisme hebben dikwijls iedere relatie met metafysica zelfs doorsneden. Dit geldt in ieder geval voor het zenboeddhisme. Het boeddhisme is in ieder geval in de kern een leer over hoe juist te leven. Hierbij wordt nog steeds uitgegaan van de leerstellingen van de Boeddha, de Indiase prins die in de 5e eeuw voor Christus besloot zijn rijkdom achter zich te laten en naar verlichting te zoeken. De eerste van de "vier edele waarheden" is dat het leven uit lijden (dukkha) bestaat. Volgens het Boeddhisme ontstaat het lijden door hebzucht, haat en onwetendheid. Deze drie dwalingen overwinnen, daar gaat het Boeddhisme over. Nu is deze driedeling wat al te simplistisch; lijden kent veel meer oorzaken, zoals lust, angst, sadisme, jaloezie en onverschilligheid. En soms is het lijden het gevolg van niet-menselijke oorzaken, zoals natuurrampen. Ik denk dat een goed antwoord op het lijden een van de belangrijkste doelen moet zijn van een spirituele leer. Moderne schrijvers in de boeddhistische traditie, zoals Chödon, stellen dit ook centraal in hun werk en hebben hierin de oorzaken en oplossingen van het lijden nader verfijnd.
Wat het boeddhisme in ieder geval centraal stelt, is dat veel lijden veroorzaakt wordt door een verkeerde benadering van de werkelijkheid, namelijk die van het ego. "De geest is als een wild paard", zei een monnik eens. Voortdurend worden we in bezit genomen door de roep van het ego. Een groot deel van onze tijd gaat op aan persoonlijke zorgen en problemen, aan gedachten hoe we presteren en overkomen en aan zelfevaluaties. Het zenboeddhisme, de tak van het Mahayanaboeddhisme die ik verder hier bespreek, is er nu op gericht dit egocentrische denken achter te laten. Zoals een zenleraar (roshi) eens zei is de praktijk van Zen het "vergeten van het zelf door middel van het verbinden met iets". Zo kan afstand gedaan worden van het storende ego, de "vloek van het zelf". Het zelfbewustzijn wordt door de boeddhistische praktijk langzaam opgelost in een groter geheel, namelijk in de handeling zelf. Dit kan mediteren zijn, maar ook iets simpels als koken. De samoerai beheersten de kunst van het zwaardvechten mede zo goed doordat ze geheel opgingen in deze handeling, als het ware één werden met het zwaard. Nu zijn er natuurlijk veel manieren om verstrooiing te zoeken van het bewustzijn, zoals tv kijken (met verstand op nul) of opgaan in housemuziek op een danceparty. Maar zelfverlies door verstoring van de geest door drank en drugs en "vervuiling van het bewustzijn" is uiteindelijk niet de weg. Thich Nhat Hanh, de belangrijkste levende boeddhist na de Dalai Lama, raadt om die reden ook tv-kijken af.
Voor het boeddhisme gaat het om het ontdekken van onze "Boeddhanatuur" die de preoccupatie met het ego opheft. We verlangen voortdurend naar meer, maar realiseren ons daarbij niet dat de ware schat al van binnen aanwezig is. In wezen zijn we namelijk allemaal Boeddha. Ieder mens heeft een Boeddhanatuur, volgens de Zenleer. Deze hoeft dus niet zozeer ontwikkeld te worden, zoals andere Boeddhistische stromingen benadrukken, maar blootgelegd. En dat kan alleen door veel oefenen, in de eerste plaats door zitmeditatie (zazen). De eerste keer dat ik les kreeg, zei mijn leraar dat het erom gaat te ontwaken om te zien dat "jij de wereld bent". Dat kon ik me nog wel enigszins voorstellen in relatie tot andere levende wezens. Wat ik deel met andere levende wezens is het vermogen tot lijden en dat zorgt voor verbondenheid. Hij ging echter nog verder door te wijzen naar een boom waarbij hij zei "die boom, ben jij" en "die stoel ben jij". Die staat van volkomen nondualisme, dat oceanische gevoel kan gelijk worden gesteld aan de staat van verlichting, van Nirvana. En Nirvana is direct aanwezig, voor onze ogen, als we het maar willen en kunnen zien, stelt het zenboeddhisme.

Welk inzicht is er nu nodig om die staat van verlichting, van gelukzaligheid en verlossing van het ego, te bereiken? Volgens het oorspronkelijke boeddhisme moet hiervoor het achtvoudig pad doorlopen worden. Hoewel gesproken wordt van een pad, is het misschien beter om te spreken van een cyclus. Niet iedere trede is voorwaarde voor een volgende stap. De acht inzichten versterken elkaar en kunnen niet los worden gezien. Ze bevatten samen de weg naar verlichting.
Het begin is in te zien dat veel van ons lijden uit het zelf voortkomt. Het niet onderkennen van lijden en haar oorzaken verlengt het lijden immers alleen maar. Mensen laten zich meeslepen door verlangens waardoor ze gefrustreerd raken als ze deze niet kunnen verwerkelijken. En ze verliezen zich in emotionele uitbarstingen als de werkelijkheid niet spoort met persoonlijke wensen. Daarom is het van belang afstand te doen van verlangens en de werkelijkheid voor zover we die niet ten goede kunnen veranderen, te accepteren. Met betrekking tot het eerste, is het de vraag hoe ver die zelfbeheersing moet gaan. Het boeddhisme is in ieder geval beslist geen ascetisme. De Boeddha zelf heeft lang als een asceet geleefd, met nauwelijks voedsel, kleding en onderdak, maar het bood hem geen verlichting. Noch rijkdom, noch armoede zijn het pad naar een hoger bewustzijn, zo stelde hij vast. Zoals een roshi eens zei "water wat te zuiver is, heeft geen vissen." Het gaat om wat Boeddha noemde de middenweg. Niettemin gaan veel boeddhisten ver in het zich ontzeggen van verlangens om de geest puur te houden. In navolging van het achtvoudig pad hanteren zij een taboe op geestverruimende middelen als alcohol, tabak en drugs en is seks alleen geoorloofd binnen duurzame, liefdevolle verbintenissen. Sommigen leven zelfs celibatair. Ook een materialistische levenswijze met luxe wordt van de hand gewezen. Het doel is zo onafhankelijk mogelijk te zijn, zodat men gericht blijft op een leven van zijn in plaats van hebben. Verlangen hoeft volgens mij niet altijd lijden tot gevolg te hebben. Het is ook mogelijk om niet vanuit een staat van ontevredenheid te verlangen. Zoals bij dagdromen bijvoorbeeld. Maar ook een doel dat past binnen een zelfgekozen waardenstelsel en wat zin verschaft, zonder dat we ons eraan ophangen en de waarde van het heden erdoor wordt verminderd. We kunnen ook naar iets uitkijken, wat kracht geeft om in een minder gelukzalig heden door te gaan, of voor rust zorgt. Dit is wat anders dan hopen, wat afgekeurd moet worden (zie verder).
Het boeddhisme spreekt ook van onthechting. Het gaat hierbij in de eerste plaats om onthechting van status (erkenning) en bezit. Persoonlijk hecht ik aan veel materiele zaken, zoals mijn muziek of de spullen in mijn huis. Ik denk dat een dergelijke hechting niet per se verkeerd is. Sterker nog, het drukt de waardering uit die ik ervoor heb en voorkomt dat ik voortdurend weer nieuwe dingen wil kopen. Een zekere hechting, voortkomend uit waardering, is juist nodig om de onrustige geest tot bedaren te brengen. Dat voorkomt rusteloos consumentisme. In de liefde is het juist van belang dat je je durft te hechten. Liefde kan niet geheel ontluiken als je uit angst voor lijden een zekere afstand bewaart. De afzondering in het klooster of vergaande vormen van inperking van verlangens zijn aan mij niet besteed. Ik geloof ook niet dat dat nodig is om tot hoger bewustzijn te komen. Wel denk ik dat naarmate je meer geoefend bent in de boeddhistische praktijk bepaalde verlangens vanzelf minder sterk worden. Het proces van onthechting moet vanzelf gaan en niet te streng door het ego geforceerd worden. Ook zenleraren wijzen erop dat verlichting niet afgedwongen kan worden. Dat kan dan ook niet het doel zijn. Het doel is slechts geestelijke groei door het volgen van de leer van de Boeddha en zijn navolgers. Er is ook vanuit de psychologie aansluiting gezocht met het boeddhisme. Beide hebben elkaar verrijkt, wat heeft geleid tot een boeddhistische psychologie.
De andere weg waarlangs het lijden door onszelf veroorzaakt wordt, is doordat we van slag raken als de werkelijkheid ons geluk verstoort. Soms kunnen we hierop actie ondernemen, maar vaak ook niet. Dan zullen we moeten inzien dat de wereld haar eigen weg volgt, de Dharma, of Tao, zoals de Chinezen zeggen, de weg van het universum. Het boeddhisme wijst erop dat alles in beweging is, de dingen nemen hun keer en het is het beste als we ons hier niet tegen verzetten. Eigenlijk is het ook vreemd dat mensen teleurgesteld zijn als het tegenzit; het zit in de aard van de wereld dat we zowel krijgen wat we willen als wat we niet willen. Het boeddhisme keert zich dus duidelijk tegen de mainstreamspiritualiteit en haar wet van de aantrekkingskracht. In navolging van Nietzsche zouden we zijn amor fati (liefde voor het lot) moeten omarmen. We zouden de beweeglijke werkelijkheid moeten accepeteren voor wat ze is (als we haar niet ten goede kunnen keren). Ja zeggen tegen de werkelijkheid, want het is de enige werkelijkheid die er is. Dit "ja" is evenwel alleen een instemming, niet een goedkeuring, want zoals het boeddhisme leert: het leven is lijden. Vanuit deze optiek is het zinloos om te spreken over optimisme of pessimisme. Alles is zoals het is en bevat zowel goed als kwaad van binnen. Zelf ben ik redelijk ongeduldig aangelegd en ik kan dan ook al snel boos worden als het tegenzit. Luister naar je ademhaling, besef dat je boosheid zinloos is, zo leert het boeddhisme. Redelijk triviaal, maar bij veel oefening werkt het wel.
Ook van belang is de werkelijkheid zo objectief mogelijk te zien. Door afstand te nemen van het ego, maar ook van conceptueel en abstract denken, kan dat beter bereikt worden. Dan zien we de wereld niet meer gekleurd door onze eigen ervaringen en gedachten, maar zoals ze is. Binnen met name het zenboeddhisme is ervaringskennis dan ook belangrijker dan theoretische kennis. Het zenboeddhisme afdoen als anti-rationalistisch is echter te eenvoudig. Ze is zeker niet anti-wetenschappelijk; sterker nog, het gaat haar om het zien van de werkelijkheid, zoals die is. Waarheidsliefde staat centraal. Waar het het zenboeddhisme om gaat is dat wijsheid en spiritueel inzicht niet (alleen maar) geleerd kunnen worden uit wijze boeken; ze moet ervaart worden. Spiritualiteit heeft meer te maken met ervaren dan met denken. Zoals een zenleraar zei "hij die waarneemt, denkt niet en hij die denkt, neemt niet waar." En is het niet zo dat de beste manier van leren zelf ervaren is?
Door de verlangens van het ego te verzwakken en de werkelijkheid objectiever te zien en te accepteren zijn de voorwaarden geschept voor wat Boeddha noemde samyak-smriti en wat nu bekend staat als mindfulness; met volle aandacht bezig zijn, opgaan in waar je mee bezig bent, in volle openheid. Bij fysieke handelingen (sport) of passieve handelingen (tv kijken) is dit eenvoudiger dan bij mentale handelingen. Dan is het van belang in volle concentratie met het onderwerp waar het over gaat bezig te zijn en niet in beslag genomen te worden door innerlijke zelfevaluaties, zoals zelftwijfel en angst. Angst is schaduw en niet iets substantieels. Onze angst heeft meestal met de toekomst te maken, met iets wat nog niet gebeurd is, of niet reeel is. Angst onttrekt energie aan het nu. Zij die zichzelf zien handelen zijn niet echt betrokken in de handeling. De juiste houding is dan die van een kritische, aandachtige gerichtheid op het onderwerp. Het gaat er vervolgens om spontaan te reageren, vanuit een ongedwongen natuur. Deze onstaat vanzelf wanneer de bekommeringen van het ego naar de achtergrond verdwijnen. Zoals een roshi eens zei "het spreekt vanzelf dat zodra iemand de gedachte koestert dat hij de wedstrijd gaat winnen of dat hij met zijn technische vaardigheden kan pronken, zijn zwaardvechterschap tot mislukking gedoemd is." En "overwin uzelf en u zult de tegenstander overwinnen."

Hoe verhoudt in het nu leven zich met het verleden en de toekomst? Het betekent niet dat we geen lessen moeten trekken uit het verleden en die gebruiken voor onze huidige handelingen, integendeel. Wel moeten we ons niet langer laten bepalen door het verleden. Vrij zijn betekent in de eerste plaats vrij zijn van het verleden omdat het verleden de enige oorzaak van het heden is. We moeten ervoor zorgen dat we meer zijn dan een product van ons verleden. Feitelijk is het bestaan een opeenvolging van nieuwe vormen van het heden. Daar moeten we ons op richten. Storende invloeden uit het verleden dienen we te onderkennen om ze vervolgens te bestrijden. Krishnamurti heeft veel wijze uitspraken gedaan over leven in aandacht. Natuurlijk hebben we doelen en ambities, maar het gevaar daarvan is dat we meer in de toekomst dan in het nu leven, wat tot een leeg gevoel kan leiden. Maar als we een roeping hebben, stelt Krishnamurti, betekent dat dat we van ons werk kunnen genieten zonder ons druk te maken of we wel bepaalde resultaten behalen. "Een gelukkig leven is een leven zonder hoop", is een andere uitspraak van hem. Hoop is ook op de toekomst gericht. Zonder hoop leven betekent echter niet een hopeloos leven, maar meer een bestaan in "niet-hoop". Nu kan worden tegengeworpen dat hoop aanzet tot positieve actie, maar dit is op zijn minst niet noodzakelijk. Zoals Nietzsche en Spinoza al aangaven is het niet hoop maar de wil die aanzet tot actie. En wat ons doet willen is niet hoop maar verlangen (naar het goede, de waarheid, etc) of liefde. Daaraan kan worden toegevoegd vertrouwen, wat ik ook als een waarde binnen het boeddhisme beschouw (als tegenpool van wantrouwen). Alleen zij die op niets hopen kunnen vrij van angst zijn.
Een nog hogere vorm van bewustzijn kan worden bereikt door meditatie, namelijk die van samadhi. In deze verhoogde staat van concentratie vervalt het onderscheid tussen het zelf en de ander, tussen subject en object. Het is een vorm van diepe meditatie, die een verlichtingseffect met zich meebrengt die de persoon die dit ondergaat diep verandert. Deze staat van bewustzijn kan vergeleken worden met het gevoel van een met de wereld te zijn. Dit oceanisch gevoel heb ik zelf nog nooit ervaren, dus ik kan er niet uit eigen ervaring over schrijven. De atheïstische filosoof André Comte-Sponville schreef er het volgende over in zijn The little book of atheist spirituality:
"The universe is there; it envelops and exceeds us. It is all; we are next to nothing. To Pascal, this was a source of anxiety. To me, at least when I manage to feel rather than think, it is more like an ocean of peace (..) We are in the universe, part of the All or of nature. And the contemplation of the immensity that contains us makes us all the more aware of how puny we are. This may be wounding to our ego, but it also enlarges our soul, because the ego has been put in its place at long last. It has stopped taking up all the room." (2007:147)
Dat is volgens Comte-Sponville de waarde van het oceanische gevoel; het helpt de geest vrij te breken, tenminste tijdelijk, van de gevangenis van het zelf. Het zorgt ervoor dat we onze egocentrische zorgen in perspectief plaatsen en maakt ze minder krachtig. Geen frustraties, geen waardeoordelen, angst, spanning, leugens en trivialiteiten, alleen maar vrede. Hij stelt dat het universum ons bevat, niet andersom. En dit inzicht brengt ons verder. Het spirituele leven gaat om het vrij breken van het zelf "met haar kleine angsten, ressentimenten, zelfbelangen, spanningen, zorgen, frustraties, hoop, compromissen en verwaandheden". Hij zegt "wat kan er meer saai, meer beperkt en meer ijdel zijn dan het zelf". We moeten daarom naar buiten keren, opgaan in een groter geheel.
Het hoogste wat men kan bereiken is de staat van nirvana, waarin er niet alleen sprake is van een oceanisch gevoel, maar ook van het verdwijnen van alle verlangens en negatieve en verstorende emoties. In plaats daarvan is er gelijkmoedigheid. Deze opperste staat van gelukzaligheid is echter alleen maar door Boeddha en hooguit enkele van zijn volgelingen bereikt, zo leert het boeddhisme.
Maar ook al wordt samadhi of het oceanische gevoel niet bereikt, meditatie leidt tot veel andere, klinisch bewezen, positieve effecten; meditatie werkt. Mediteren moet ook niet als middel worden gezien, maar is een doel in zichzelf. Net als liefde, is meditatie (of gebed) de hoogste vorm van aandacht. Het is de stilte van contemplatie die rust en verzachting brengt. Van belang is dat positieve effecten niet al te gespannen worden nagestreefd. Sommige mensen krijgen spontaan verlichtingservaringen, andere pas na lang oefenen, maar als het goed is, komt het vanzelf. Zoals Krishnamurti zei "we kunnen de wind niet beinvloeden, zolang we onze ramen maar open houden." Het zenboeddhisme benadrukt dat we onze beperkingen moeten accepteren en dat we onvolmaakt zijn, maar leren.
Een veelgehoorde kritiek is dat het boeddhisme met haar nadruk op persoonlijke verlichting sterk zelfgericht is en tot navelstaarderij leidt. Dit is echter volstrekt onterecht. Juist vanuit een dieper innerlijk geluk en van de bevrijding van de druk van het ego, is de boeddhist beter in staat te geven. Dit wordt bevestigd door de psychologie die laat zien dat gelukkige mensen over het algemeen meer bereid zijn tot hulp. Doordat de grenzen van het ik vervagen en het individu minder in beslag genomen wordt door zijn eigen problemen, staat hij meer open voor de wereld en de ander. Vanuit de ervaring dat we deel zijn van iets groters, vanuit het gevoel van verbondenheid waar het boeddhisme toe aanzet, is er ook een grotere bereidheid tot geven. Maar ook vanuit het besef dat het leven uit lijden bestaat, wordt het belang van mededogen benadrukt binnen het boeddhisme. Zoals al vanaf Boeddha zelf werd aangegeven in het achtvoudig pad, is mededogen en zorg voor de ander van het hoogste belang. Zorg voor de ander volgt niet alleen vanzelf uit de ervaringen die de boeddhistische praktijk mogelijk maken; het is ook een duidelijke richtlijn. Thich Nhat Hanh benadrukt bijvoorbeeld in zijn richtlijnen van de "Orde van het Inter-zijn" het belang van eerbied voor het leven, van begrip en van verzoeningsgerichtheid. Ga het contact met het leed niet uit de weg, maar wees je ervan bewust en probeer met hen die lijden in contact te staan, zegt hij. Breng het mededogen in de praktijk, zo roept hij in navolging van andere leermeesters op. Het boeddhisme is zo bij uitstek een sociale leer. Meer nog, ze benadrukt de waarde van al het leven en is daarmee ook een ecologische leer. Veel boeddhisten zijn vegetarier, maar in ieder geval hechten ze aan de natuur en het leven in al haar vormen.
Het westerse (zen)boeddhisme heeft veel te bieden. Het is een leer met een groot canon aan eeuwenoude wijsheden die het lijden kan verzachten en verlichting biedt, maar ook oog heeft voor de ander en de natuur. Vanwege haar nadruk op ervaringskennis is ze niet dogmatisch, terwijl er geen beroep nodig is op het transcendentale (God), zodat ze goed past binnen de moderne tijd. Haar inzichten zijn niet strijdig met de wetenschap en worden daar zelfs door ondersteund, zoals de effecten van meditatie. Het is echter geen eenvoudige leer die meteen werkt, maar ze vereist veel oefening. Het gaat om een geleidelijke ontwikkeling naar verlichting.
Bronnen
-Andre Comte-Sponville (2007). The little atheist book of spirituality
-Robert Aitken (1982). Taking the path of Zen
-Thich Nhat Hanh (2007). Iedere stap is vrede
-David Weiss et al. (2002). Zen in 10 lessen
-Clive Erricker (2003). Het Boeddhisme