Boeddhisme en liefde
"als je alleen aan jezelf denkt, heb je problemen. Denk je aan anderen, dan heb je taken." Ole Nydahl
Het boeddhisme doet uitspraken over hoe we ons het beste kunnen gedragen naar anderen, maar in de boeddhistische literatuur is opvallend weinig geschreven over liefdesrelaties. Het scheen mij toe dat de nadruk op onthechting in het boeddhisme haaks staat op liefdesrelaties die juist gekenmerkt worden door diepe emotionele gehechtheid. Binnen liefdesverhoudingen is weinig terug te vinden van boeddhistische waarden als onthechting en emotionele gelijkmoedigheid. De Boeddha zelf leefde celibatair en raadde zijn volgelingen aan contact met vrouwen te vermijden. De verstandhouding van het boeddhisme met persoonlijke relaties leek me dan ook problematisch. Ik was dan ook verrast dat ik onlangs in een spirituele boekhandel een boek vond met de titel Boeddha en de liefde van lama Ole Nydahl. Deze auteur praktiseert en geeft les over de Diamantweg (Vajrayana), een esoterische stroming binnen het Mahayanaboeddhisme. Samen met zijn vrouw Hannah heeft hij wereldwijd honderden meditatiecentra opgericht. Het boek grijpt nauwelijks terug op boeddhistische teksten, maar Nydahl laat wel zien hoe de boeddhistische leer ook van groot nut kan zijn voor liefdesrelaties. Intieme relaties tussen man en vrouw zijn volgens hem zelfs het effectiefste voertuig tot verlichting.
Binnen het boeddhisme is liefde een belangrijke waarde, maar de term heeft een andere betekenisinhoud dan in het moderne westen. De westerse, romantische opvatting van liefde is een "verwachtende of nemende vorm, verbonden met begrippen als vastklampen, jaloezie, woede en egoïsme". Deze "nemende liefde" stoelt op hoop en vrees, waarbij partners zekerheid verlangen en voortdurend bezig zijn met wat is geweest is of wat had kunnen zijn. Een dergelijke houding leidt al snel tot verwijten en het afdwingen van toezeggingen, wat relaties verziekt en de ander kan verleiden tot het uitspreken van onwaarheden. Tegenover deze nemende liefde staat de gevende, boeddhistische liefde, die samenvalt met onbaatzuchtigheid, medegevoel, medevreugde en gelijkmoedigheid, oftewel de vier sublieme gevoelens (of onmetelijkheden of staten). "Van liefde is sprake wanneer je meer aan geven denkt dan aan nemen", zo typeert Nydahl de boeddhistische liefde die vergelijkbaar lijkt met het christelijke agape, omdat ze zich uiteindelijk uitstrekt tot alle wezens.
Nydahl stelt dat we snel afstand moeten nemen van de nemende liefde, die vergeleken met de gevende liefde "eigenlijk tijdverspilling is", want "het leven is te kort voor oppervlakkige verhoudingen" (een opvatting die voortkomt uit een diep boeddhistisch besef van de vergankelijkheid der dingen). "Elke dag, elke maand en elk jaar zou voor de partners verbonden moeten zijn met groei die zowel hun liefde als hun omgeving sterker maakt". Een intieme relatie heeft voor Nydahl als doel gezamenlijke ontwikkeling, wat alleen bereikt kan worden door delen, geven en samenzijn.
Hoe kunnen we persoonlijke relaties op boeddhistische wijze naar een hoger niveau tillen? Allereerst is het van belang dat we verantwoordelijkheid nemen. Verwijzend naar de leer van karma, die stelt dat iedere actie vergaande gevolgen heeft, volgens traditionele boeddhisten zelfs over levens heen, stelt Nydahl dat we het heft in handen moeten nemen en zelf sturing moeten geven aan onze relatie. Hij is daar tamelijk ononwonden in: "Het ligt alleen aan onze eigen gewoonten, starre denkbeelden en gebrek aan persoonlijke rijpheid dat we niet met moeilijke omstandigheden kunnen omgaan." Dat is het mooie van het boeddhisme; door haar geloof in de kracht van de menselijke geest, wijst zij op onze persoonlijke verantwoordelijkheid, terwijl ze tegelijk oproept tot vrijgevigheid. Algemene aanwijzingen uit het boeddhisme komen bij de cultivering van liefdesrelaties ook van pas:
-in het besef van de leer van niet-zelf zouden we in relaties uit moeten gaan van een wij, in plaats van een ik en jij en altijd op zoek moeten naar wat dit wij verder brengt. Dit betekent dat we onbaatzuchtig moeten zijn. Als de partner bijvoorbeeld kortaf en prikkelbaar is door omstandigheden op het werk, reageer dan niet met irritatie maar met gepaste aandacht en liefde. Uiteindelijk is dat het beste voor de relatie. De partner zal uiteindelijk met dankbaarheid en liefde reageren.
-in het besef van de vergankelijkheid der dingen, zouden we ons niet langer druk moeten maken om kleine dingen en zo kleine conflicten vermijden
-leef in het nu; houd op met dagdromen, die maken alleen maar slap, besluiteloos of ontevreden, en het kijken naar wat in het verleden gebeurd is. Betuig spijt van verkeerde daden, maar kijk daarna alleen recht vooruit en bezie hoe het beste gehandeld kan worden in het heden. Uitspraken als: "Maar jij hebt toen en toen gezegd dat..." vergiftigen de relatie alleen maar. Spit drama's niet uit. Recente inzichten in de psychologie laten zien dat de traditionele psychotheraptie waarbij het verleden opgerakeld wordt, vaak niet effectief of zelfs contraproductief is.
-spreek de waarheid en vermijd het gebruik van kwetsende woorden, zoals de Boeddha voorschreef in het Achtvoudig pad. Zonder eerlijkheid kan er geen vertrouwen zijn, waarop relaties gebouwd worden. Wantrouwen smoort de vrijheid van partners en doet de liefde doven. Spreek rustig, helder, open en direct. Dit alles valt onder het pad van "juiste spraak".
-probeer bij negatieve emoties (zoals jaloezie, woede, trots) die veelvuldig in relaties voorkomen positief tegengif in te zetten. Dit kan volgens Nydahl door "in je eigen opslagbewustzijn zo'n schat aan goede indrukken en daden op te bouwen dat je van niemand ook maar iets nodig hebt". Veel relaties lijden onder verwachtingen die niet worden ingelost, waarbij over en weer verwijten worden gemaakt. Of er treedt jaloezie op als een derde te dichtbij komt en volgens een van de partners de exclusieve intieme ruimte betreedt. Verwijdering is het gevolg. Om deze negatieve emoties tegen te gaan, dient eerst een zo helder mogelijk zicht ontwikkeld te worden. Zie ik het wel goed, heb ik echt wel bewijs om jaloers te zijn? Zijn mijn verwachtingen wel realistisch en welk recht heb ik de ander te willen veranderen? In vervolg op het innemen van een meer afstandelijke waarneming, is het van belang om terug te keren naar het belang van het wij in plaats van het ik, terwijl tegelijk wel ruimte gelaten wordt voor een persoonlijke sfeer waarin men zich kan terugtrekken. Nydahl zegt : "Heeft de partner een tekort, dan kun je beter de situatie bekijken en mogelijkheden bezien om zelf te veranderen. Anders ontstaan vaak moeilijke gesprekken die weinig succes beloven, omdat de ander zich persoonlijk aangevallen voelt." Het is vooral aan de sterkste partner zo te handelen, voegt hij daaraan toe.
-Het probleem van veel relaties is dat een van de partners te afhankelijk van de ander is, wat altijd tot wrijving en onevenwichtigheid leidt. "Je eigen gevoelens hebben niet hun oorsprong in het handelen of spreken van de partner, maar uiteindelijk in je eigen verwachtingen die je afhankelijk maken", aldus Nydahl. Hier wordt duidelijk waar te sterke hechting niet goed is voor de relatie, namelijk hechting aan een ideaalbeeld. Overdreven gehechtheid leidt ertoe dat alles draait om de controle van de partner, waardoor spontane vreugde geen kans maakt. Gierigheid en hebzucht zijn ook vormen van gehechtheid die relaties kunnen verzieken. Door te hoge verwachtingen worden relaties kapot gemaakt, of verkiezen mensen het alleenzijn, wat hen op termijn niet gelukkiger maakt omdat ze leven in een valse illusie van vrijheid. Daarom is innerlijke vrede (met de Boeddhanatuur), openheid naar de wereld (weg van het ego) en een wil om het goede in jezelf en de ander te zien, precies zoals het boeddhisme leert, van belang. Wie in contact staat met zijn Boeddhanatuur, weet dat diep geluk niet in uiterlijkheden schuilt, zal niet veel verwachten van de ander, anders dan goed behandeld te worden. Bovendien ontstaat vanuit zelfliefde en innerlijke vrede een surplus wat weggegeven kan worden in de vorm van mededogen en liefde. En zo ontstaat een stroom van liefde in twee richtingen.
-Wat relaties ook vitaal houdt en wat van groot belang is voor de gezamenlijke ontwikkeling, is dat je je laat fascineren door de ander en je open blijft stellen. "Het starre en meestal tot in de puntjes georganiseerde, egocentrische levenspatroon en idem gewoonten kunnen het beste zo vaak mogelijk met veel vrolijk bezoek door elkaar geschud worden", aldus Nydahl.
-Trots kan relaties ook verzieken. Wanneer een van de partners zich beter voelt dan de ander, neemt de liefde al snel af, om plaats te maken voor voortdurende kritiek. Nydahl zegt dat als je voortdurend andermans fouten aan het licht brengt, je zelf geestelijk arm wordt. Je bent dan altijd in slecht gezelschap en de binding verzwakt in plaats van dat je vrij, open en belangstellend naar de ander bent. Bovendien verlies je het zicht op de eigen fouten. Het beste tegengif voor trots is om jezelf aan ieders Boeddhanatuur te herinneren en te mediteren op nondualisme en het oplossen van het ego. Nydahl zegt dat trots van partners over hun relatie, over "ons" wel goed is, maar ook dat kan leiden tot een egoisme a deux en een verkeerde houding in de wereld.
Op deze plek staan nog andere boeddhistische adviezen over liefde van Thich Nhat Hanh. Hij benadrukt meer het belang van aandacht geven en begrijpen/empathie.
ethische kwesties
Nydahl legt uit dat Boeddha niets tegen vrouwen had, maar dat hij zijn volgelingen aanraadde om contact met hen te vermijden, omdat dit via de wet van oorzaak en gevolg uiteindelijk leidt tot kinderen, wat tot minder tijd voor geestelijke aangelegenheden leidt. Dit is waar, maar wel eenzijdig. De vrouw stond binnen het boeddhisme, net als bij alle religies voor (vleselijke) verleiding die een gevaar is voor de geestelijke vrijheid en het pad naar verlichting. Toch is de verhouding tussen lichaam en geest binnen ervaringsreligies als het boeddhisme een stuk beter dan bij de geloofsreligies zoals de islam en het christendom. Op seksualiteit rust geen taboe en Nydahl keurt zelfs een open relatie niet af (Boeddha wees eveneens alleen overspel af), zolang dit "past bij het jaloeziegehalte" van de partners. Monogamie is wat anders dan trouw.
De innige band tussen lichaam en geest wordt nog het meest duidelijk binnen tantra, dat een belangrijk onderdeel vormt van de Diamantweg. Op andere vlakken is het boeddhisme echter minder liberaal. Abortus wordt afgewezen omdat de foetus ook een geest heeft. Het wordt aanbevolen om het ongewenste kind ter adoptie af te staan. Homoseksualiteit werd door de Boeddha eveneens afgekeurd (zoals bij alle religies). Hij meende dat homoseksualiteit kon ontstaan doordat men elkaar in een vorig leven heeft liefgehad, maar in het huidig leven hetzelfde geslacht heeft aangenomen. Maar de Boeddha koesterde geen enkele negatieve gevoelens naar homoseksuelen. Zoals alle boeddha's maakte hij haarscherp onderscheid tussen dader en gedrag.
mannelijke activiteit en vrouwelijke wijsheid
Mannen en vrouwen verschillen en kunnen elkaar aanvullen en zo bijdragen aan elkaars groei, zo benadrukt Nydahl. Soms verliest Nydahl zich daarbij in karikaturen en generalisaties over mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, zoals de volgende passage bijvoorbeeld duidelijk maakt: "de vrouw brengt op het hoogste niveau de intuïtie, de ruimte, in en de man de methoden, de vreugde. Zij werkt afrondend en hij voortvarend. ". Een ander voorbeeld is de uitspraak dat de man speels en onderzoekend is (en per implicatie de vrouw niet of minder). Dat leidt ertoe dat het soms lijkt alsof je een spirituele versie van Vrouwen komen van Venus, Mannen komen van Mars leest. Tegelijk valt niet te ontkennen dat zijn typeringen vaak wel herkenbaar zijn. Het valt nauwelijks te ontkennen dat "vechten, abstract denken en beheersen" als typisch mannelijke eigenschappen worden gezien en "geven, voeden en bijeenhouden", typisch vrouwelijk. Nydahl heeft vijf serieuze relaties met vrouwen gehad en onderhield volgens wikipedia ook seksueel contact met andere vrouwen, dus hij zal tenminste deels uit ervaring spreken. Interessanter dan de vraag wat typerend is voor welk geslacht, is welke eigenschappen samen tot ontwikkeling kunnen leiden doordat ze elkaar aanvullen. Nydahl blijkt dan een aanhanger van de theorie dat tegenpolen goed voor elkaar zijn (de enthousiaste naar voren stormende, speelse man die door zijn rustige, wijze vrouw gestuurd wordt terwijl zij door zijn dadendrang ook geprikkeld wordt). De psychologie leert echter dat tegenpolen elkaar op langere termijn afstoten. Wat eerst aantrekkelijk lijkt, wordt later irritant. Het optimum is wellicht een zekere gelijkheid van karakter, met enige verschillen.

In zijn bespreking van de vijf boeddhawijsheden (die worden gezien als "het vrouwelijke") past Nydahl deze toe op relaties:
1) diamantfamilie/blauwe boeddha (de onverstoorbare boeddha): spiegelachtige wijsheid (omkering van woede). Alles wordt rechtstreeks en duidelijk waargenomen zoals het is. Voorbeeld: de vrouw die haar woede heeft overwonnen en omgevormd, draagt over op haar man wat ruzies met hun relatie doet en verbetert zo hun relatie.
2) juweelfamilie/gele boeddha (de juweelgeboren boeddha): wijsheid van de gelijkheid (omkering van trots). Ervaring van de veelzijdigheid en rijkdom van alle dingen, het besef dat niets op zichzelf bestaat. Voorbeeld: de moeder die in al haar kinderen een geweldig, uniek wezen ziet, ook al misdraagt het zich. Doel is dit inzicht om het waardevolle, bijzondere te zien, op alle wezens toe te passen, oftewel het herkennen van de Boeddhanatuur in alle wezens.
3) lotusfamilie/rode boeddha (de verwarmende boeddha van grenzeloos licht): onderscheidende wijsheid (omkering van gehechtheid). Gebeurtenissen worden zowel afzonderlijk als deel van een geheel begrepen. Het besef (van de vrouw) dat gezamenlijke ontwikkeling de relatie stabiel houdt. De man leert minder te handelen vanuit dadendrang en beter prioriteiten stellen. Hij leert te onderscheiden en hoe hij zijn kracht het beste kan inzetten voor hemzelf en zijn omgeving, waar hij dan ook meer oog voor krijgt. Naast de grote lijnen, krijgt hij ook meer oog voor detail.
4) zwaardfamilie/groene boeddha (boeddha van betekenisvolle verwerkelijking): ervaringswijsheid (omkering van jaloezie). Iedere situatie wordt zinvol voor anderen gebruikt omdat men van ervaringen heeft geleerd. Vrouwen leren sneller van ervaringen, terwijl mannen stug doorgaan en hemel en aarde blijven bewegen als eerdere pogingen niet succesvol zijn. Die drang kan verzacht worden met deze wijsheid, aldus Nydahl.
5) boeddhafamilie/witte boeddha (de stralende boeddha): allesdoordringende wijsheid (omkering van onwetendheid). Weten dat je van niets gescheiden bent, omdat ruimte en energie overal en altijd verbonden zijn. "De allesdoordringende wijsheid van de vrouw kenmerkt zich door een gevoel voor mogelijkheden van de ruimte en een grotere opmerkzaamheid. Zij is zich meer van een situatie bewust en heeft er minder een waardeoordeel over, terwijl een man de gebeurtenissen eerst in zijn denk-en waardenkader wil inpassen." (..)Vrouwen kunnen beter uit de voeten met het zijn. Mannen daarentegen worden enthousiast als ze iets kunnen doen." (..) Man en vrouw kunnen elkaar hierin aanvullen: "Wanneer de man een duidelijke richting aangeeft, kan ze haar geest daaraan ijken en wordt ze geleidelijk aan minder verward."
De witte, stralende boeddha is een versmelting van de vier andere wijsheden. Het was in deze witte vorm dat de Boeddha volgens de overlevering zijn eigen geest herkende en aantoonde dat hij verlichting had bereikt.
Als gebrekkige man hoef je niet met verschillende vrouwen om te gaan om al deze wijsheden aan te leren, stelt Nydahl, want "weliswaar schenkt zij hem eerst de wijsheid die bij haar zelf het sterkst ontwikkeld is, maatr uit de ruimte, die door de liefde verrijkt is, verschijnen geleidelijk aan ook de overige boeddhawijsheden." Nu gaat de auteur nogal intiem om met boeddhistische vrouwen, maar deze bewering komt niettemin nogal vaag over en lijkt de gemiddelde vrouw te verheffen tot semi godin van de alomvattende wijsheid. Een dagje door de winkelstraten lopen doet twijfels verrrijzen of dit terecht is.
Ook mannen worden positieve eigenschappen toebedicht, namelijk de boeddha-activiteiten, maar de vrouwen beheersen deze eigenschappen ook. Toch is er een belangrijk verschil volgens Nydahl. Hoe je die activiteiten vanuit je gezin kunt uitbreiden naar de grote wereld, daar kan een vrouw nog wel wat leren van de man. Dit zijn de vier boeddha-activiteiten:
1) kalmerende activiteit. Het vermogen om anderen tevreden te stemmen, waardoor ze bereid zijn om nieuwe ervaringen op te doen.
2) verrijkende activiteit. Het vermogen om mogelijkheden en talenten te zien en zo anderen rijkdom van het leven te tonen.
3) enthousiasmerende activiteit. Het vermogen om andere wezens te raken, en ze hun innerlijke kracht en nieuwe mogelijkheden voor ontwikkeling te tonen.
4) krachtig beschermende activiteit. Het vermogen om onverschrokken te handelen en anderen blijvend vertrouwen te schenken.
De geestelijke en lichamelijke vereniging van het man en vrouw worden verwezenlijkt in tantra. Ook binnen het taoïsme en het hindoeïsme wordt tantra beoefend, maar de methoden verschillen. De verenigde boeddhavormen staan of zitten altijd met de gezichten naar elkaar toe, zodat de vrouwelijke en mannelijke energiestromen elkaar optimaal kunnen aanvullen. In het taoïsme staat daarentegen juist het uitstellen van het orgasme centraal. In het westen wordt tantra vaak verkeerd begrepen. Tantra is geen seksuele leer, maar "het meest gevorderde deel van de leringen" van Boeddha volgens Nydahl. "Het raakt de totaliteit van de wezens en verandert hen fundamenteel." (de andere leringen zijn de zogenaamde soetra's). Hij vergelijkt het met de stadia van toenadering tussen man en vrouw. Eerst zie je iemand en word je enthousiast en ten slotte ervaar je door de seksuele vereniging hoogste vreugde en geluk. Ook de Boeddha zelf ervoer die vereniging:
"Tijdens zijn meditatie onder de Bodhiboom in Noordoost-India verdichtten alle boeddha's uit verleden, heden en toekomst zich als uitdrukking van de verlichtingskracht in een vrouwelijke, witte vorm, genaamd Gezellin Van Alle Boeddha's (Tib. Sangye Thamche Khandro; Skt.: Sarwa-Buddha-Dakini). Zij ging bij hem op schoot zitten en de energieën cirkelden tussen hun verenigde lichamen, het mannelijke en vrouwelijke vulden elkaar aan en al hun centra openden zich. Ruimte en vreugde onscheidbaar - het paar straalde uit eigen kracht. Door het verenigen van de vrouwelijke en mannelijke eigenschappen en terreinen van activiteit ontstond de verlichting, een voorbeeld voor de minnaars en minnaressen van alle tijden."
Bron:
-Boeddha en de liefde (2007). Lama Ole Nydahl.
meer over het Diamantweg boeddhisme: